analyse

Man Ray, zijn tijd ver vooruit

‘Solarized Portrait of Lee Miller’, 1929. ©© MAN RAY TRUST/Bildrecht, Wien, 2017

Man Ray was meer dan een pionierende kunstfotograaf. Een expo in Wenen toont de veelzijdigheid van de briljante Amerikaan.

Het idee vertrok van een collage, maar het werd uiteindelijk een schilderij geïnspireerd door een collage: ‘The Rope Dancer Accompanies Herself With Her Shadows’. Het doek springt in het oog in de openingshal in het Kunstforum, een sober museum in de kunstwijk van Wenen waar tot juni een grote greep uit het oeuvre van Man Ray (1890-1976) wordt tentoongesteld. Ray wilde met het werk de acrobatie van een balancerende koorddanseres uit een vaudevilleshow afbeelden en sneed vlakken uit gekleurd papier. Pas toen die op de grond dwarrelden, zag hij erin wat hij wilde: toevallige abstracte patronen die de schaduwen en de bewegingen van de koorddanseres oproepen. Hij schilderde ze zoals ze lagen: grote vlakken in fel groen, geel, blauw en rood.

Je verwacht het schilderij misschien niet meteen van Man Ray. Hij is vooral bekend als fotograaf. Zijn naam is voor altijd verbonden met iconische foto’s als ‘Le Violon d’Ingres’, dat de blote rug van de Parijse muze Kiki de Montparnasse afbeeldt met de f-vormige klankgaten van een viool. Of ‘Noire et Blanche’, een close-up van diezelfde Kiki met gesloten ogen en kaarsrechte wenkbrauwen naast een Afrikaans masker dat ze vasthoudt.

De expo in Wenen is belangrijk. De Amerikaan komt vaak aan bod in thematische expo’s vanwege zijn legendarische experimentele fotografie of zijn warme banden met de dadaïsten. Maar de eer van een uitvoerige expositie, dat was alweer van de jaren 80 geleden. ‘Net omdat hij moeilijk onder één noemer te vatten is, wordt de totaliteit van zijn werk vaak over het hoofd gezien’, zegt Lisa Ortner-Kreil, die de expo cureerde. Ze verzamelde meer dan 150 kunstwerken - schilderijen, tekeningen, foto’s, kortfilms, constructies, objecten en zijn typische ‘rayographs’: de verscheidenheid lijkt bijna te groot voor één mens - bij grote internationale kunsttempels als het Museum of Modern Art en het Centre Pompidou en bij individuele verzamelaars. Zes jaar werkte ze aan de samenstelling.

Man Ray werd in 1890 in Philadelphia geboren als Emmanuel Rednitzky, zoon van twee Joodse immigranten uit de Sovjet-Unie. Om antisemitisme voor te zijn verkortte de familie de familienaam, en vervolgens deed hij hetzelfde met zijn voornaam. Het gezin verhuisde naar New York, waar Man Ray als kind al zijn eerste stappen als kunstenaar zette. Van zijn vader, een kleermaker, kreeg hij creatieve impulsen. Hij leerde ook niet vies te zijn van de commerciële kant van zijn vak. Van in het begin combineerde hij artistiek werk met betaalde opdrachten als illustrator.

Op zijn 30ste verhuisde Ray naar Parijs, waar hij zich onderdompelde in de kunstscene in Montparnasse. Iedereen die artisitiek iets betekende, wou zich laten fotograferen door Man Ray: Jean Cocteau, Pablo Picasso, Salvador Dali, Virginia Woolf.

Belangrijk duo

Man Ray zocht naar de exotische, grappige geheimen van het alledaagse.
Lisa Ortner-Kreil
Curator

In Parijs vond Ray ook zijn goede vriend Marcel Duchamp terug, het boegbeeld van het dadaïsme, die hij al in de Verenigde Staten had leren kennen. ‘Die vriendschap is een gamechanger’, zegt Ortner-Kreil. De liaison tussen de twee kunstenaars is trouwens de Belgische Adon Lacroix, die Man Ray’s eerste vrouw werd. ‘Man Ray documenteerde via foto’s de kunst van Duchamp, en Duchamp zelf. Daarom zijn ze zo’n belangrijk duo in de kunstgeschiedenis. Ze plaveien de weg voor fotografie als kunstvorm.’

Een speciale categorie in zijn werk zijn de rayographs: een fototechniek om beeld te vangen zonder dat er een camera aan te pas komt. Objecten worden in een donkere kamer rechtstreeks op fotosensitief papier gelegd en dan blootgesteld aan licht. Een van de vroegste in die reeks is ‘The Kiss’, waarin hij de silhouetten van zijn handen en die van, opnieuw, Kiki de Montparnasse, legt over dat van hun hoofden.

Maar in de eerste plaats was Ray toch een schilder. Een van zijn meest memorabele schilderijen is ‘A l’heure de l’observatoire’ uit 1936, waarop de lippen van zijn ex-geliefde Lee Miller staan afgebeeld in de hemel boven Parijs, een iconisch surrealistisch werk, ook bekend als ‘De Lippen’. ‘Ik schilder wat ik niet kan fotograferen, wat uit mijn verbeelding en mijn dromen komt, als een ontsnapping uit mijn onderbewustzijn. Ik fotografeer de dingen die ik niet wil schilderen, die al een bestaan hebben’, zei hij ooit.

De relatie met Miller, een van de beroemdste fotografes van de twintigste eeuw, en de daaropvolgende breuk was tekenend. Miller, die zich later de geschiedenis in fotografeerde door plaats te nemen in het bad van Adolf Hitler, is een terugkerende factor in het werk van Man Ray. Als muze en als model. Na de relatiebreuk bevestigde hij een uitgesneden foto van haar oog op een metronoom die hij gebruikte om te schilderen. Het object uit 1932 kreeg de naam ‘Indestructible Object (or Object to Be Destroyed)’ mee. Hij voegde instructies toe: ‘Snij het oog uit een foto van iemand die geliefd was, maar nu onzichtbaar is. Hang het aan de slinger van een metronoom en stel het gewicht in voor het gewenste tempo. Blijft gaan tot de grens van je uithoudingsvermogen. Probeer het geheel met één goed gemikte slag van een hamer te vernietigen.’

Strijkijzer met punaises

Net als Duchamp, de man van het beroemde urinoir, stortte hij zich op readymades. Hij verhief simpele alledaagse voorwerpen tot kunst, maar niet zonder er zijn eigen twist aan te geven. ‘Cadeau’ is een strijkijzer met punaises, wat het meteen een volstrekt nutteloos object maakt. ‘Hij zocht naar de exotische, grappige geheimen van het alledaagse’, zegt Ortner-Kreil. ‘The Enigma of Isidore Ducasse’, genoemd naar de Franse poëet, is een naaimachine ingepakt in een legerdeken met touw, dat 30 jaar later terugkomt in een van zijn schilderijen. ‘Hij gebruikte voortdurend samples uit zijn eigen werk. Heel zelfbewust.’

De expo eindigt met verwijzingen naar de invloed die Man Ray had op de hedendaagse popcultuur, via zijn schilderijen en zijn fotografie voor bekende modebladen: een videoclip van Anton Corbijn voor de popgroep Depeche Mode, modeshows van couturiers van nu. ‘Hij is niet te vangen in één enkel -isme’, zegt Ortner-Kreil. ‘Iets wat je vandaag veel meer ziet: geen enkele artiest beperkt zich nog tot één discipline. Hij was zijn tijd ver vooruit.’

Man Ray, tot 24 juni in Bank Austria Kunstforum, Wenen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content