interview

‘Mensen lachen niet de hele tijd, op foto's moet dat evenmin'

©Gerald van der Kaap

Is elk portret een zelfportret? De Nederlandse fotografe Rineke Dijkstra denkt van niet. ‘Maar in elk portret zit wel herkenning.’ Vorig jaar won ze de prestigieuze Hasselblad Award, vanaf dit weekend stelt ze tentoon in De Pont in Tilburg. ‘En dan ga ik weer fotograferen.’

Er wordt weinig gelachen op de foto’s van Rineke Dijkstra. Alleen haar ouders doen het, in Castricum aan Zee. Het is 29 juli 1991 en ze poseren voor hun dochter. Ze weten niet of het ooit iets wordt met haar fotografie. Dat weet Rineke evenmin. ‘Ze lachten voor mij.’

Met het eenvoudige ‘for my parents’ draagt ze ‘The Louisiana Book’ aan hen op. Vader overleed twee jaar na die foto, moeder dit jaar. Dat haar dochter vorig jaar de Hasselblad Award won, besefte ze niet meer. Als mensen echt oud worden, wordt de wereld wel eens waziger. Dat het boek voor hen was, verdween in diezelfde nevel. Nu komt Dijkstra met de tentoonstelling die in het Deense Louisiana Museum of Modern Art liep - vandaar ‘The Louisiana Book’ - thuis in Nederland. In het Tilburgse museum De Pont.

We lopen langs haar foto’s, waarop dus weinig wordt gelachen. De kinderen in Castricum doen dat niet, net zomin als die in het Poolse Kolobrzeg, in Jalta of in De Panne. Het zijn Dijkstra’s beroemde strandfoto’s, maar ook de jongen met twee popjes op straat in Odessa kijkt ernstig. En de tweeling Albertine en Andras in Duitsland. Allemaal.

‘Met familiekiekjes heb je dat altijd’, zegt Dijkstra. ‘Dan haalt iemand een toestel boven en zegt: ‘Láchen!’ Bij mij doen ze dat niet. Dat heeft met het toestel te maken, en met de traagheid. Maar mensen lachen ook vaker niet dan wel, dus op foto’s moet dat evenmin. Ik probeer het documentaire te overstijgen. Zo wordt het leven abstract.’

Veel Mozart

Onderweg naar Tilburg zong Stuart Staples van Tindersticks ‘Tiny Tears’. En later, thuis, weer bladerend in het boek, begint dat liedje opnieuw. Het is een herinnering, een associatie, een gevoel. Zou er een soundtrack bij Dijkstra’s foto’s passen? ‘Zo heb ik er nog nooit over gedacht’, zegt ze. ‘Maar ik denk het niet. Al is muziek wel wat me troost. De eerste weken nadat mijn moeder vorig jaar was overleden, kon ik alleen maar naar klassieke muziek luisteren. Veel Mozart. Schubert ook. Nu luister ik opnieuw naar de platen die ik draaide op mijn mono pick-up in de jaren zestig en zeventig en waarbij mijn vader onder aan de trap dan kwam roepen: ‘Zachter!’ (glimlacht) Deep Purple. En Led Zeppelin.’

Ze neemt ons mee naar Almerisa, een kind van zes in 1994, nu een jonge moeder. Haar foto, gemaakt op 26 mei 2017, is de enige die Dijkstra vorig jaar maakte. Dat vertelt ze straks. Nu kijken we in de ogen, naar de huid, de lange vingers, een jurkje, de lakschoenen, dan vaak de kousen van Almerisa. Een leven in 15 foto’s. Een tijdsverloop. ‘Je ziet de transformatie van een Oost-Europees kindje naar een West-Europese jonge moeder.’

In het boek staat het zo: ‘Almerisa 1994-’, nog zonder einddatum. ‘In 1994 ging ik in het asielzoekerscentrum in Leiden kinderen van vluchtelingen fotograferen. (lacht) Die hadden allemaal trainingspakken aan. Almerisa kwam uit Bosnië en was zes. Ze was ontdaan omdat ze eerst niet bij het groepje kinderen was dat op de foto zou gaan. ‘Trek dan je mooiste kleren maar aan’, zei ik. Die had ze in een koffer, alleen haar sokken pasten er niet zo bij en de schoenen waren te klein. Maar ik had snel door dat het een goede foto was.’

Omdat dat beeld van Almerisa een voorbeeld was. Met plaats voor het verhaal. ‘Zoals dat gaat in asielzoekerscentra waren er stapelbedden en drogende was en dekens die voor afscherming zorgden. Maar ik wilde die kinderen niet vastpinnen op hun vluchtelingenstatus, dus koos ik voor een neutralere achtergrond.’

‘De foto van Almerisa ontroerde me meteen. Met haar zondagse kleren en haar gelaten blik. Precies zo wilde ik haar tonen. In dat beeld zitten ook enkele belangrijke zaken van mijn werk. Ik wil bijvoorbeeld niet dat een foto alles vertelt. Liever geef ik een indicatie, waarbij je zelf het verhaal moet bedenken. Je moet de kijker de ruimte geven. In de foto moet altijd een kier zitten die je als toeschouwer naar binnen laat kijken. Zonder oordeel of vooroordeel. Verder zoek ik naar een toevallig element. (glimlacht) Ja, ‘the decisive moment’ (het adagio van de Franse fotograaf Henri Cartier-Bresson, red.) maar bij mij zit dat in een blik of een detail. Daardoor gaat fotografie leven.’

©Rineke Dijkstra, courtesy Galerie Jan Mot, Brussel en Galerie Marian Goodman, Parijs.

In De Pont loop je zo via één muur langs het leven van Almerisa. De stoelen waarop ze zit veranderen, het tapijt verkleurt, in haar haar zie je de mode. Foto 3 is symbolisch, vindt Dijkstra. ‘Daarop raken haar voeten voor het eerst de grond. Ze heeft vaste voet aan de grond, Almerisa is een Nederlands meisje geworden. Zie je haar nagels?’

Je moet dichterbij kijken. ‘Ze zijn rood gelakt. Met zwarte stippen. Zoals een onzelieveheersbeestje. Het jonge meisje zit er al in.’ Almerisa wordt puber. ‘Ze heeft een foto van Britney Spears aan de muur.’ Almerisa verft haar haar. Verhuist. ‘Hier is ze een zonnebanktype.’ Almerisa raakt zwanger. Schoenen blijven weg. Ze heeft een kind. ‘Zie je de tattoo? De naam van haar kinderen.’ Voorlaatste foto: Almerisa kijkt ongelukkig. ‘Was ze ook.’ En dan wordt het 26 mei 2017. Ze straalt weer. ‘Ze heeft een nieuwe vriend.’

‘Ik ga een paar keer per jaar bij haar langs, maar ik fotografeer ze pas om de twee jaar. In kleren die zij kiest. We praten wat, terwijl ik in de weer ben met mijn camera (een technische camera met platen, niet digitaal, op statief, red.). Ik maak 15 foto’s, maar ík kies welke het wordt. Ik heb geluk gehad met haar. Zoals de makers van ‘Boyhood’, een film uit 2014 die twaalf jaar het leven volgde van een jongen die Mason heet. Op die film was ik jaloers.’

U volgt één meisje, maar het voelt als een heel universeel verhaal: zo is het leven.

Dijkstra: ‘Daarom apprecieer ik het werk van August Sander (de Duitse fotograaf die leefde van 1876 tot 1964 en vooral bekend is van zijn portretten, red.) zo. Het gaat altijd over de mensen, maar hij oordeelt nooit. Of het nu een kunstenaar of een zigeuner is, hij benadert iedereen met een open blik. Ik heb zijn foto’s goed bestudeerd. Ik wil mijn geportretteerden isoleren uit hun context. Anders wordt het te documentair. Ook bij de Amerikaanse fotografe Diane Arbus zie je dat ze iedereen fotografeert zonder vooroordeel.’

Fotoclub De Moor

Dijkstra was pas tien toen ze een eerste camera wilde. Waarom weet ze niet meer. ‘Ik kan niet zeggen dat het door één bepaalde foto kwam.’ Ze boetseerde en tekende en zat een tijdje op de lerarenopleiding. ‘Daar had ik een vriendje die fotograaf was en zo ging ik een cursus bij de Amsterdamse fotoclub De Moor volgen. In het begin was ik erg bezig met composities. Stoeptegels en hoogspanningskabels. Maar Hans Aarsman gaf er les en die vond dat maar niets. Hij is erg documentair mensenfotograaf, en zei me: ‘Je moet mensen fotograferen.’’

Er volgde een opleiding aan de Gerrit Rietveld Academie. En in 1991 zette Dijkstra een eerste keer haar eigen tijd stil. Nu is ze 58 en wandelend zie je hoe ze last heeft van haar heup. ‘Artrose.’ Het is haar beroemde heup. Het verhaal is legendarisch. Dijkstra gaf zichzelf dat jaar twee maanden nadenktijd over hoe het met haar fotografie verder moest. Dat leverde niets op.

©Gerald van der Kaap

Maar de laatste dag brak ze bij een fietsongeval die heup, dat werd vijf maanden revalidatie. Na een zoveelste dag zwemmen om weer kracht te krijgen maakte ze in de catacomben van het Marnixbad in Amsterdam een zelfportret. Je zou er niet over beginnen, maar haar boek begint met die foto. Gemaakt op 19 juni 1991. Gestreept badpak, badmuts, zwembril op het voorhoofd, handen voor haar mond. In alles wat je over haar leest, staat: zo poseer je ongeposeerd.

Het portret van Dijkstra bij dit verhaal is gemaakt door Gerald van der Kaap. Die werkt niet voor De Tijd, maar ze wilde niet dat er een fotograaf mee zou komen. ‘Ik kan het niet zien, mezelf op foto. Het is niet dat ik er controle over wil houden. Niet dat ik vind dat iemand anders het niet goed zou kunnen. Ik vind het gewoon niet fijn om naar mezelf te kijken.’

Misschien moet u nog eens een zelfportret maken.

Dijkstra: ‘Misschien moet ik dat doen, ja.’

De Franse fotograaf Bertrand Descamps publiceerde een boek van bekende en onbekende mensen, maar de titel was: ‘Autoportraits’. Omdat hij vindt dat elk portret zoveel over de fotograaf zegt dat het altijd ook een beetje een zelfportret is.

Dijkstra: ‘Dat denk ik niet, maar er zit wel altijd herkenning in. Ik vind het ingewikkeld. Het is altijd vooral dynamiek en interesse. Een wisselwerking. Daarom doe ik nooit glamour of mode. Al word ik er veel voor gevraagd. Ik weet eigenlijk zelf niet waarom.’

‘In opdracht van het Amerikaanse modeblad W Magazine maakte ik wel vijf portretten, onder meer van de Britse actrice Georgie Henley. Ik wilde ze alle vijf ook fotograferen voor ze de make-up in gingen, maar Georgie was de enige die dat een goed idee vond. Deze foto (hij hangt in Tilburg en staat op de cover van haar boek, red.) is het resultaat: in haar eigen kleren, zonder make-up.’

‘Als ik ooit nog eens zoiets doe, zeg ik maar meteen dat ze geen stylist moeten inhuren. Of dat die stylist met hun model zelf moet gaan shoppen. Ze slagen er altijd in iets van iemand te maken dat hij of zij niet is. Het detail van Georgie zit in haar huid en in haar sproetjes. Het is een helder beeld waarop ze heel aanwezig is. Zo verscheen die in dat blad.’

Over uw foto’s wordt altijd gesproken in termen van kwetsbaarheid en verlegenheid. Een ex-docente schreef dat het uw kwetsbare verlegenheid is.

Ik ben niet zo uitbundig, maar ik ben ook niet extreem verlegen. Bedachtzaam is een betere term.
Rineke Dijkstra, fotografe

Dijkstra: ‘Ik ben niet zo uitbundig, maar ik ben ook niet extreem verlegen. Bedachtzaam is een betere term. Of ingetogen en dromerig.’

We gaan zitten. In een gecreëerd doolhof van drie ruimtes zijn video’s van Dijkstra te zien. Ook dat doet ze. Al lang. We zien een stoer meisje met een bros en een camouflagebroek in 1996 dansen in de video-installatie ‘The Buzz Club, Liverpool’.

Een karakterschets

In een andere ruimte danst het Russische meisje Marianna in een roze studio. Zij lacht wel, dat is de conventie van de dans. ‘Ze woont in Kingisepp, op anderhalf uur van Sint-Petersburg, ze moest dus vroeg opstaan die dag. Je ziet dat ze moe wordt, en ook wat opstandig tegen haar lerares. Zo krijg je een karakterschets.’

©courtesy of the artist and Marian GoodmanGallery, New York, Paris and London; GalerieMax Hetzler, Berlin and Paris and Jean Mot,Bruxelles

Dan zien we ‘The Gym School’. In een studio die ze zelf bouwde in een school voor ritmische gymnastiek in Sint-Petersburg volgde Dijkstra met drie camera’s jonge turnsters bij rek-, bal- en knotsoefeningen. Meisjes die in alle richtingen plooien, soms doet het pijn aan je ogen. ‘Ik zie er van alles in. Muybridge, Henry Moore, Francis Bacon. Beweging en sculpturen. Kijk, ze begint als een hulpeloos spinnetje en eindigt als een profspin.’

Waar zit de lijm tussen alle onderwerpen die u fotografeert of filmt?

Dijkstra: ‘In het heel goed naar iemand kijken. Naar iets wat je in het echte leven niet ziet. Het blijven portretten of films, maar er moet altijd een abstract idee achter zitten. En een detail dat de interpretatie stuurt.’

‘Vorige week zag ik Mies Bouwman in een fragment van ‘Een van de acht’ uit 1973. Je zag aan alles hoelang het geleden was. Bij mijn strandfoto’s heb je dat, denk ik, minder. Misschien omdat in badkledij de mode niet zo aanwezig is. Dat kan. (lacht) Al kan ik me voorstellen dat je die drie kinderen op het strand van Jalta zo niet meer zal tegenkomen. Ook bij August Sander, toch oude foto’s, heb ik nooit het gevoel dat ze gedateerd zijn. Dat heb je met de straatbeelden van Henri Cartier-Bresson dan meer.’

Ik hou van dat tijdloze. Als ik naar Rembrandt ga kijken, zie ik dat toch ook?

‘Ik hou van dat tijdloze. Als ik naar Rembrandt ga kijken, zie ik dat toch ook? Hij legde bijna fotografisch momenten vast, blikken, een soort levendigheid. Zelfs in zijn zelfportretten. Ik twijfel geen moment en geloof hem na vierhonderd jaar nog steeds.’

U stelt wereldwijd tentoon. Kijken mensen in andere landen anders naar uw werk?

Dijkstra: ‘Dat gevoel heb ik niet. Iedereen ziet wel een soort humaniteit. In Elle stond onlangs een rubriek met jonge kunstcritici. Iemand schreef: ‘Rineke, we love you.’ (lacht) Dat vond ik wel leuk, en een enorm compliment. Ook de jongere generatie herkent zich.’

Ooit was zij die jongere generatie, maar vandaag is Dijkstra een gevestigde waarde. Dat blijkt uit veel. Drie jaar geleden mocht ze, net als twee andere kunstenaars, koning Willem-Alexander fotograferen voor het officiële staatsieportret. De koning glimlachte koninklijk. Er kwam ook een postzegel van. De New Yorkse Marian Goodman Gallery verkoopt haar werk en ‘een Rineke Dijkstra’ kost je makkelijk een paar duizenden euro.

Vorige maand werd ze uitgeroepen tot derde belangrijkste kunstenaar in Nederland, na Marlene Dumas en Steve McQueen. En vorig jaar was er de Hasselblad Award, waarvan de erelijst leest als een geschiedenis van de fotografie. Henri Cartier-Bresson, Robert Frank, William Eggleston, Cindy Sherman, Hiroshi Sugimoto, Bernd en Hilla Becher, Nan Goldin staan er allemaal op.

‘Als je gaat studeren, denk je dat natuurlijk nooit. Het is fantastisch. Ik fotografeer voor mezelf, maar de waardering maakt het natuurlijk zinvol. Als niemand er iets van zou vinden, zou ik het niet doen. Maar ook na die Hasselblad Award moet de volgende foto toch weer goed zijn. Onzekerheid is niet het juiste woord en twijfel ook niet. Toch ben ik telkens weer benieuwd of ik iets vind dat goed is.’

En?

Dijkstra: ‘Ik geloof dat ik sindsdien nog niet één foto heb gemaakt. Of toch, eentje van Almerisa. Ik had in 2017 zes tentoonstellingen en bracht drie boeken uit. En mijn moeder overleed. Dat was wel genoeg. (glimlacht) Maar nu ben ik helemaal klaar. Ik ga weer fotograferen’

De tentoonstelling van Rineke Dijkstra loopt tot 22 juli in het De Pont Museum in Tilburg.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content