interview

‘Soms denk je bijna dat de democratie faalt’

Kinderen op het strand in Kiribati, een eilandrepubliek in Oceanië. Zandzakjes moeten de oceaan tegenhouden. ©© Kadir van Lohuizen / NOOR

‘They’ll be angry. And rightly so’, schrijft Kadir van Lohuizen in zijn nieuwe boek. Met ‘they’ bedoelt hij de generaties na ons. Kwaad worden ze als wij niets doen om de stijging van de zeespiegel tegen te gaan. In ‘After Us the Deluge’ reist de fotograaf naar waar het water nu al wast.

We zoomen en Kadir van Lohuizen (57) zegt vanuit Amsterdam dat sinds hij als fotograaf de val van dictator Ferdinand Marcos in de Filipijnen meemaakte nooit meer zo lang in Nederland was. Dat was in 1986. Corona.

Met corona deed hij zo goed als niets omdat hij halfweg de jaren tachtig al besefte dat hij geen nieuwsfotograaf was. ‘Ik ben een einzelgänger die in alle rust aan een verhaal moet kunnen werken. Als iets zo goed is gecoverd, kan ik er niets aan toevoegen’, zegt hij. ‘Ik heb alleen een filmpje gemaakt als hommage aan Ed van der Elsken. Ed (fotograaf en filmmaker die in 1990 overleed, red.) was een van mijn grote inspirators. Hij maakte ooit een film waarin hij met een raar autootje door de lege straten van Amsterdam reed. Altijd dacht ik dat we dat nooit meer zouden meemaken. Maar vorig jaar fietste ik rond en dacht plots: ‘Hé, dit is het Amsterdam van Ed.’ Dat heb ik gefilmd.’

De video is op YouTube te zien. Maar we gaan praten over ‘After Us the Deluge’. Een groot en 286 pagina’s dik boek is het, een rijk boek ook, dat nu kon door al die door corona vrijgekomen tijd. Expo’s en lezingen werden geannuleerd, voor zijn project met Yuri Kozyrev over het Noordpoolgebied - waarmee ze samen al de Prix Carmignac wonnen en dat een tv-documentaire moet worden - kon hij niet reizen. Nu kon hij samenbrengen wat tien jaar geleden begon toen hij op reis voor Via PanAm, een project rond migratie, op de San Blas-eilanden in Panama was.

©Stanley Greene

‘Ik was eerder in Bangladesh geweest, waar twee jaar eerder een cycloon had geraasd en het water niet terugtrok. In Panama besefte ik dat het probleem van de stijgende zeespiegel voor die mensen al een probleem van nu was en zo ben ik erin gedoken. Wat een klein verhaal was, werd een uit de hand gelopen project.’

Die eerste keer in Panama was in 2011. Nadien trok Van Lohuizen naar opnieuw Bangladesh, naar eilandstaten als Kiribati en Fiji, naar Groenland, waar toeristen naar ‘the last ice’ komen bekijken en aardbeien worden geteeld, naar Miami, Florida en New York. In 2015 leek het project rond, tot de Nederlandse televisie er een reeks in zag en hij het in 2018 weer opnam. Nu met Nederland erbij. Ondertitel van zijn boek: ‘The Human Consequences of Rising Sea Levels.’

Als over honderd jaar nog eens naar dit werk wordt gekeken, zullen de meeste plekken er gewoon niet meer zijn.
Kadir van Lohuizen
Fotograaf

Kadir - genoemd naar zijn grootvader Theodoor, die zich in de jaren twintig bekeerde tot soefi en toen de naam Kadir aannam - woont op een woonboot in Amsterdam. Het water kent hij. Heel Nederland kent het. Ook wie, zoals hij, pas in de jaren zestig werd geboren, kreeg de verhalen van de watersnood in 1953 mee. Stormvloed en springtij deden in de nacht van 31 januari op 1 februari de dijken breken en bijna 1.900 mensen stierven.

‘Ik ga niet zeggen dat die verhalen mijn jeugd bepaalden, maar iedereen had wel ‘De ramp’ in de boekenkast staan. Een fotoboekje in zwart-wit. We groeiden op met de Deltawerken, gingen op schoolreis naar Neeltje Jan (een werkeiland in de Oosterscheldekering, red.) en met de uitleg dat een ramp als in ’53 statistisch gezien maar een keer om de 10.000 jaar kon plaatsvinden. Op school moesten we een dwarsdoorsnede van een dijk kunnen tekenen. We wisten dat we vochten met de zee en waren ons bewust van haar kracht.’

Maar, denkt Van Lohuizen, stilaan verdween de bewustwording dat Nederland onder de zeespiegel ligt en dat het land in de toekomst ook weleens gevaar zou kunnen lopen. Net als die eilandjes in de Stille Oceaan. Net als Bangladesh. Net als New Orleans. ‘Achter de schermen gebeurt veel en de Afsluitdijk wordt opgehoogd en verbreed. Maar politiek wordt er niet zo over nagedacht. De immens grote vraagstukken en radicale acties met een daaraan gekoppelde begroting komen niet aan bod.’

‘We staan voor verkiezingen en de verantwoordelijke VVD-minister (Cora Van Nieuwenhuizen, minister van Infrastructuur en Waterstaat, red.) heeft het over Lelystad Airport dat er moet komen, en over de verbreding van de autowegen. Tja. Een regering treedt aan voor vier jaar, maar na twee jaar gaan ze alweer campagne voeren. Soms denk je bijna dat de democratie dan faalt.’

Overal?

Van Lohuizen: ‘Nou, op de eilandstaten van de Pacific zijn ze zich wel veel bewuster omdat ze er dagelijks geconfronteerd worden met het stijgende water. Dat geldt ook voor Bangladesh. Daar is een masterplan van 40 miljard dollar goedgekeurd om de kusten te beschermen, mensen te verhuizen en infrastructuur te bouwen. Het voelt alsof de urgentie daar beter is doorgedrongen.’

‘Op Kiribati was Anote Tong (president van 2003 tot 2016 en in Kadirs boek een van de zeven essayschrijvers, red.) een grote voorvechter van maatregelen, maar zijn opvolger Taneti Maumaa wordt de Trump van de Pacific genoemd. Die onderkent het probleem, dat kan niet anders als je anderhalve meter boven de zeespiegel woont en het water dagelijks binnenstroomt, maar hij denkt de eilanden te redden door ze op te hogen. Dat lijkt me een mission impossible.’

U bent hier tien jaar mee bezig. In tien jaar zou je evolutie in de bewustwording moeten zien.

Van Lohuizen: ‘Als ik toen over de stijging van de zeespiegel vertelde, was zelfs bij vrienden en collega’s het kwartje nog niet gevallen. Dat is veranderd. Maar of er gehandeld wordt? De tijd glijdt door onze vingers. De klimaatakkoorden van Parijs zijn al vijf jaar geleden. Daar werd over een stijging van de temperatuur met 2 graden gesproken, bij voorkeur anderhalf. Maar we zitten op 3,5 tot 4,5.’

‘Als je echt wil zien hoe snel het gaat, moet je in het Noordpoolgebied zijn. In Groenland, bijvoorbeeld’, zegt Kadir, die zich als fotograaf voor het eerst moest richten op de getijden in plaats van op het juiste licht. ‘In het Arctisch gebied zie je niet alleen hoe snel die gletsjers afbreken, maar ook dat ze door de opwarming van de oceaan ook van onderaf smelten. Met stijgijzers ben ik op de ijskap gegaan, waar smeltrivieren ontstaan die in gigantische gaten verdwijnen. De zogenaamde moulins. Die meren verdwijnen van de ene op de andere dag. Het kan net zo goed gebeuren dat het stuk waar jij staat, inzakt. Dus dat was best beangstigend.’

Dat vertelt Van Lohuizen niet om een heldenverhaal te schetsen. Wel om de urgentie te tonen: de stijging van de zeespiegel, door opwarming van de aarde, door het smelten van de ijskap en de opwarming van het zeewater, komt naar alle waarschijnlijkheid neer op enkele meters. ‘De vraag is niet meer of het gebeurt, wel wanneer.’

En dus past de titel ‘After Us the Deluge’, een vertaling van de uitspraak die Madame de Pompadour zou hebben gedaan?

Van Lohuizen: ‘Over dat mechanisme heb ik al vaak nagedacht. Ik denk dat het komt door het feit dat het nog niet heel tastbaar is. We vonden die warme zomers in Nederland en België best lekker. Maar het gaat ook over comfortzone. Stilaan weten we dat we minder moeten vliegen, minder rijden en minder vlees eten. Dat soort dingen. Maar willen we radicale stappen zetten? Misschien heeft ons brein die capaciteit niet en schuiven we dingen graag vooruit. Of hebben we, zoals met orkanen Katrina en Sandy in de States of wij die watersnood in 1953, een ramp nodig voor er gehandeld moet worden.’

‘We kunnen ons gewoon niet voorstellen dat steden als Antwerpen of Rotterdam kunnen verdwijnen. En ja, in Antwerpen, dat om economische redenen een open zeeverbinding heeft, wordt aan de Schelde een zeewal gebouwd. Maar volstaat dat? Knokke staat onbeschermd aan de zee. De Oosterscheldekering is berekend op een stijging van 1 meter. Straks kunnen ze dus gewoon opnieuw beginnen.’

U reisde als fotograaf naar Tibet, de Filipijnen, naar conflicten in Afrika. Maar hebt u het gevoel dat u met dit project de meeste impact kunt hebben? En is dat ook de drijfveer?

Van Lohuizen: ‘Dat denk ik wel. Maar is dat niet de drijfveer van elke goede journalist of fotojournalist? Mensen zeggen soms: ‘Ben je niet meer activist dan journalist?’ Er wordt een label op je gekleefd, maar bijna altijd gebeurt dat als diskwalificatie van je werk. Natuurlijk heb ik een mening, maar ik dring ze niet op. Je mag zelf oordelen. Het bizarre van dit werk is: als er over honderd jaar nog eens naar wordt gekeken, zullen de meeste plekken er gewoon niet meer zijn.’

O ja, de foto’s van Van Lohuizen in ‘After Us the Deluge’ zijn indrukwekkend mooi en verpletterend confronterend. Je weet niet wat je ziet. En wat je leest: met kaarten en grafieken en zeven essays door zeven autoriteiten is dit boek meer dan een fotoboek. Hij zegt het zo: ‘De combinatie moet dit sterker maken. Een document dat hopelijk bewustwording teweegbrengt. Mijn foto’s zijn de visuele bewijslast.’

‘After Us the Deluge’ is uitgegeven bij Lannoo, telt 286 bladzijden en kost 45 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud