Henri Matisse, de notarisklerk die verkoos te gaan schilderen

©Succession H. Matisse / Arts Rights Society (ARS), New York

Het zag er lang niet naar uit dat Henri Matisse een van de belangrijkste schilders van de 20ste eeuw zou worden. Hij was voorbestemd voor het notariaat. Het Musée Matisse wijdt een mooie expo aan zijn beginperiode.

Wat als? Wat als Henri Matisse (1869- 1954) op zijn twintigste niet in het ziekenhuis had gelegen met een ontstoken appendix? Om de verveling te verdrijven gaf zijn moeder hem een tekendoos cadeau. Daarmee maakte Matisse zijn eerste tekeningen. Hij kreeg de smaak te pakken en besliste zijn leven te heroriënteren. Weg met de rechtenstudie en zijn baantje als notarisklerk. Kunstenaar zou hij worden. Hoe hij zijn eerste voorzichtige stappen in de kunstwereld zette, toont de tentoonstelling ‘Devenir Matisse’ in het Musée Matisse in Le Cateau-Cambrésis, de geboorteplek van de kunstenaar. Het ligt op een boogscheut van de Belgische grens.

Bij grote kunstenaars - Matisse groeide uit tot een boegbeeld van het fauvisme - ben je geneigd te veronderstellen dat het genie van in het begin duidelijk zichtbaar was. Bij Matisse moet je voorzichtig zijn als je naar zijn oudste werken kijkt. Laat ons zeggen dat het genie schemerde. Een vlammetje dat nog niet was opgelaaid.

Toen Matisse een schilderij van Goya zag in het Museum van Schone Kunsten in Rijsel bedacht hij dat schilderen een taal is, en geen techniek.

Hij werd geweigerd aan de befaamde Ecole des Beaux-Arts in Parijs omdat zijn naakten niet natuurgetrouw genoeg waren. Hij miste de techniek. Het weerhield hem er niet van verder tekenen en te schilderen. Toen hij een schilderij van Goya zag in het Museum van Schone Kunsten in Rijsel bedacht Matisse dat schilderen een taal is, en geen techniek. Voor hem was er geen enkele reden om op te houden.

Op de expo is een prachtig voorbeeld te zien van wat de taal van Matisse precies was. Naast elkaar hangen vier getekende zelfportretten. Technisch niet bijzonder. Maar bij elke tekening plaatste hij zich verder weg van het midden van het blad. Tot hij ervan viel.

Zo hadden ze het hem niet geleerd. Matisse haalde zijn neus niet op voor het academisch tekenen. Integendeel, hij oefende zich te pletter, onder supervisie van bekwame leermeesters als Gustave Moreau. Maar in de pure anatomische tekenkunde maakte hij niet echt het verschil, blijkt op de tentoonstelling. De oefeningen waren wel noodzakelijk om zijn artistieke taal te ontwikkelen. Zelfs de geniaalste pianist moet urenlang toonladders oefenen voor hij aan Chopin begint.

©BELGAIMAGE

Zoals veel van zijn tijdgenoten trok Matisse naar het Louvre om de oude meesters na te schilderen. In 1893 maakte hij een kopie van het stilleven ‘Het dessert’ uit 1640 van de Nederlandse schilder Jan Davidsz de Heem. De kopie van Matisse is wat ze is. Een oefening. In 1915 maakte hij een nieuwe kopie. Of beter gezegd: een interpretatie. Het werd een verbluffend schilderij, waarin Matisse in een nieuwe stijl zijn versie van het origineel geeft. Als je voor het schilderij staat - het is geleend van het MoMa in New York - begrijp je precies wat hij bedoelde toen hij zei dat schilderen een taal is en geen techniek. Het is een van de absolute hoogtepunten van de expo.

Matisse maakte zich onder invloed van zijn grote held Paul Cézanne steeds meer los van de academische schilder- en tekenkunst. Voor Matisse was zijn kunst decoratie. Dat klinkt heel banaal, haast als een belediging. Maar voor Matisse was dat niet zo. Kunst was expressie, het uiten van gevoelens. Als dat op de juiste manier gebeurde, was dat de ideale decoratie.

De wilden

Het ideaal werd bereikt door het juiste gebruik van kleuren en het vermijden voor alles wat overbodig was. ‘Ik kan de natuur niet op een slaafse manier kopiëren; ik moet de natuur interpreteren en haar onderwerpen aan de geest van het schilderij. Uit het verband tussen alle tonen moet een levende harmonie van kleuren voortkomen, een harmonie analoog aan die van muzikale composities’, zei hij daarover. Zoals zoveel schilders die later geniaal werden verklaard kraakte de cultuurpers hem af. ‘De wilden’ (les Fauves) werden hij en zijn medestanders smalend genoemd.

Voor de echte topwerken van Matisse moet je niet Le Cateau-Cambrésis zijn. Daarvoor is het museum. Maar als je wil ontdekken hoe Matisse uitgroeide tot een topkunstenaar, is de expo een echte aanrader.

Devenir Matisse, tot 9 februari. www.museematisse.fr

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect