analyse

Belgische topgaleries boeken megawinsten

©Stefaan Temmerman

De hausse op de hedendaagse kunstmarkt heeft de absolute galerietop in België geen windeieren gelegd. Maar de keiharde internationale concurrentie drijft gevestigde namen evengoed naar de rand van de afgrond. Wie profiteert van de goudkoorts in de branche?

Xavier Hufkens (53) lijkt wel de koning Midas van de Belgische kunstgaleries. Alles wat hij aanraakt, verandert in goud. Met 46 miljoen euro omzet en 14 werknemers op de loonlijst is hij niet alleen een van de grootste handelaars voor hedendaagse kunst in dit land, hij is ook een van de rendabelste. In dertig jaar wist hij voor ongeveer 32 miljoen euro gereserveerde winst op de balans te boeken. Zijn kunstvoorraad - opgebouwd door nauwe contacten met klinkende namen als Thierry de Cordier, Paul McCarthy, Tracy Emin en Antony Gormley - wordt intussen op 19 miljoen euro gewaardeerd. Een onderschatting, volgens ingewijden.

Maar vraag de Brusselse dealmaker om uitleg over die cijfers, en hij slaakt een diepe zucht. ‘Ik ben heel jong begonnen en nog altijd passioneel met kunst bezig. Die financiële ratio’s boeien me niet zo. Mijn galerie is geen normaal bedrijf.’ Dat een van zijn artiesten, de Britse sculptuurartiest Gormley, vorig jaar goed was voor de 39ste plaats onder de 500 best verkochte kunstenaars wereldwijd - met 45 geveilde werken voor een totale omzet van 4,5 miljoen euro - zegt hem weinig. ‘Ik kies mijn kunstenaars niet op basis van commercieel succes of de marktprijs.’

De essentie is dat de galerie in haar kunstenaar gelooft, vindt Hufkens. En daarvoor moet je jarenlang durven roeien tegen de stroom in. ‘Van Cathy Wilkes, een andere kunstenaar die ik in mijn programma heb, zal je geen recordprijzen vinden bij grote veilinghuizen als Christie’s, Sotheby’s of Phillips. Maar ze had onlangs wel een tentoonstelling bij het MoMA PS1 in New York en deze maand werd ze geselecteerd om Groot-Brittannië te vertegenwoordigen op de Biennale in Venetië in 2019. Er zal nu veel veranderen voor haar. Maar mijn geloof in haar is niet daarop gebaseerd.’

Een neus voor onontdekt talent, daar draait het nog altijd om in de hedendaagse kunstwereld. In die zin is de branche niet veranderd. ‘Wat wel anders is, is de internationale dimensie’, zegt Hufkens. ‘We zijn op een wereldmarkt actief geworden. Ik reis jaarlijks drie tot vier keer naar Los Angeles, verblijf vier tot vijf keer in zowel New York als Londen, en ik ben minstens twee keer in China en Hongkong. De kansen zijn enorm, maar tegelijk is alles zoveel competitiever en moeilijker geworden.’

Relatief

Zijn collega Frank Demaegd (63) van Zeno X herkent zich daarin. Toen hij in 1981 op het Antwerpse Zuid met een galerie begon in een oud 20ste-eeuws pand, was de markt nog klein en overzichtelijk. ‘Het aantal kunstenaars dat aan de top meedraaide, was beperkt. Er waren nog geen megagaleries zoals Gagosian, Hauser & Wirth of David Zwirner, die mondiale brands zijn geworden met enkele honderden medewerkers en meerdere bijhuizen. En de collectioneurs waren vooral in Europa en de Angelsaksische landen geconcentreerd: het was een kleine club van kenners.

De concurrentie komt van alle kanten binnengewaaid. Er zijn veel meer beurzen, veel meer kunstenaars en meer verzamelaars.
Anne Vierstraete
directrice Art Brussels

Nu komen de privéverzamelaars van overal en zijn ze bereid veel geld neer te tellen voor topwerken, maar dan vooral bij de grote huizen en niet gehinderd door enige kennis, net zoals je voor mode of een dure handtas naar Louis Vuitton, Dior of Gucci gaat.’

Om in dat grote geweld overeind te blijven heeft een galerie bij voorkeur kunstenaars met een internationale naam of renommee in de portefeuille. Zoals Zeno X. De Zuid-Afrikaanse Marlene Dumas ligt tegenwoordig als ‘minority’ artiest - want vrouwelijk én Afrikaans - goed in de markt bij grote veilinghuizen. De kunstenares bereikte met 35 verkochte werken en 2,7 miljoen euro omzet tussen juni 2016 en juni 2017 de 57ste plaats in de top 500.

Ook Michaël Borremans, een andere schilder uit de stal van Zeno X, scoorde hoog met een 84ste plaats. Maar van Luc Tuymans, de derde grote naam die Demaegd in beheer heeft, is dan weer geen spoor terug te vinden in de ranglijst die het Franse marktonderzoeksbureau Artprice elk jaar opstelt.

‘Het toont aan hoe relatief het allemaal is’, zegt Demaegd. ‘De veilingmarkt, waarlangs werken van verzamelaars worden verhandeld, is een totaal anders segment dan dat waarin galeries zoals wij of Xavier Hufkens actief zijn. Wij verkopen rechtstreeks aan privéverzamelaars en musea. En de prijzen die daar gehanteerd worden, zijn veel minder speculatief.’ Al geeft hij toe dat de wet van vraag en aanbod op de zogeheten tweedehands- of veilingmarkt ook steeds meer zijn omzet en winstcijfer bepaalt. ‘Met veel gevraagde kunstenaars zit je inderdaad in de lift.’

Als zakelijke beschermengel van Tuymans, Dumas en Borremans wist Demaegd de voorbije vijf jaar zijn omzet te verdubbelen tot 19 miljoen euro. Zijn galerie is met een gemiddelde winstmarge van 25 procent (brutobedrijfsresultaat op omzet) zo rendabel dat hij zichzelf als enige aandeelhouder in dezelfde periode voor 11,7 miljoen euro dividenden kon uitkeren. Zeno X heeft amper zeven werknemers in dienst en is zo goed als schuldenvrij.

Extreem

De hausse in hedendaagse kunst heeft de absolute galerietop in België geen windeieren gelegd. Dat blijkt uit een doorlichting van De Tijd (zie infografiek). Ook andere grote spelers zoals Axel Vervoordt en Guy Pieters - die weliswaar een deel van hun omzet uit andere segmenten zoals moderne kunst of antiek halen - beschikken over ruime financiële reserves en zijn winstkampioenen. Maar het beeld is niet enkel positief. De harde internationale concurrentie drijft evengoed gevestigde namen naar de rand van de afgrond.

©Mediafin

De Brusselse galerie van Almine Rech, dochter van een Franse modedesigner en gehuwd met een kleinzoon van Picasso, worstelt met een negatief eigen vermogen van 1,1 miljoen euro en een schuldenlast van 13 miljoen euro. Ook Galerie Greta Meert, al sinds 1988 in het hart van de Europese hoofdstad gevestigd, beschikt met een financiële buffer (eigen vermogen op balanstotaal) van 6 procent over weinig veerkracht om economische tegenspoed op te vangen.

Andere rode lantaarns in de sector zijn Meessen De Clercq en Albert Baronian - spelers met naam en faam. ‘Er is een middenklasse die het steeds moeilijker krijgt’, zegt Demaegd. ‘Je ziet dat fenomeen ook in Londen en New York opkomen. Voor veel spelers is het alles of niets. Ofwel hebben ze voldoende opkomend talent en grote namen in huis om het waar te maken, ofwel worden ze onverbiddelijk van de kaart geveegd. De markt is in die zin veel extremer geworden.’

Ook Anne Vierstraete, directrice van de kunstbeurs Art Brussels die dit weekend haar 50ste editie viert, merkt dat middelgrote galeries het lastiger hebben dan vroeger. ‘De concurrentie komt van alle kanten binnengewaaid. Er zijn veel meer beurzen, veel meer kunstenaars en meer verzamelaars. Het is nu de biotoop bij uitstek voor megahuizen als Gagosian en Zwirner. Spelers uit het middensegment kunnen daar moeilijk tegenop. Ze betalen zich blauw aan eigen promotie en beurzen.’

De Brusselse galerie Vidal Cuglietta werd daar het slachtoffer van. In 2014 legde ze de boeken neer. Ook D+T Project Gallery, een vrijhaven voor conceptuele kunst in de wijk Sint-Gillis, wierp twee jaar geleden de handdoek in de ring. ‘Ze leverden uitstekende kwaliteit en hadden goeie artiesten in huis’, zegt Vierstraete. ‘Maar ze hebben zich kapot geïnvesteerd. Je moet ook kunnen volgen, hé, als je artiest ineens grote belangstelling krijgt. En zodra je met opkomend talent in het licht komt te staan, bestaat ook het gevaar dat die artiest door andere meer gevestigde galeries wordt weggekaapt. Dan pluk je natuurlijk nooit de vruchten van wat je gezaaid hebt.’

Risico

Slechts een op de vier galeries in België overleeft haar eerste drie jaar. Driekwart gaat over de kop omdat ze niet levensvatbaar zijn. Het zijn ontstellende cijfers van de BUP, de Belgische beroepsvereniging voor galeries in moderne en hedendaagse kunst. ‘Een galerie runnen is constant risico nemen’, zegt Sofie Van de Velde, vicevoorzitter en dochter van de bekende kunsthandelaar Ronny Van de Velde. ‘Soms ben je verplicht werk van een talentvolle kunstenaar te financieren, terwijl je weinig geld hebt. Als de verkoop het dan laat afweten, kan dat heel veel zaken blokkeren die noodzakelijk zijn om de verkoop te bevorderen, zoals promotie en deelname aan beurzen. Het is een vicieuze cirkel waar je moeilijk uit geraakt. Tenzij je een grotere galerie bent, die de risico’s kan spreiden over een portefeuille met jonge en gevestigde artiesten.’

In België zijn naar schatting 200 galeries in hedendaagse kunst actief. Dat is veel. Hoe creëer je daar meerwaarde in? Het is een vraagstuk dat de jonge Van de Velde al een tijdje bezighoudt. ‘Ik ben maar een kleine garnaal. Met mijn galerie boek ik jaarlijks tussen 500.000 en 700.000 euro omzet. Maar die cijfers zeggen niet alles. Ik heb ook veel intellectueel kapitaal meegekregen van mijn vader en een enorm netwerk van contacten. Die wil ik delen, omdat ik ervan overtuigd ben dat het huidige model niet meer functioneert.’

Met collega Jason Pourier opende Van de Velde op het Antwerpse Zuid de galerie Plus-One, waarvan ze de toegang, de backoffice en de voorraad delen. Met die samenwerking willen ze afstappen van het concurrentiegerichte galeriemodel. ‘We noemen het een nieuwe vorm van ondernemerschap in de kunst. Als een klant binnenstapt in de ruimte van Jason en daar een kunstwerk koopt, is de kans klein dat die ook nog eens bij mij een werk zal kopen. Maar door de omzet te delen profiteren we daar beiden van. We willen zo een signaal geven aan de sector. Het snelle geld zal je er niet mee verdienen, maar het is een uitweg om op termijn te overleven.’

Speculatie kan een kunstenaar maken of kraken. Als galerist moet je daarmee kunnen omgaan.
Tim Van Laere

In het West-Vlaamse dorpje Otegem weten ze wat overleven is. Daar is Deweer Gallery al bijna vijftig jaar actief in hedendaagse kunst. De in 1971 door de textieltelg Mark Deweer opgerichte familiezaak is nu in handen van zijn zoons Bart en Gerald. Een verklaring voor hun langetermijnsucces hebben de kunstbroers niet, tenzij dit: ‘Ga nooit onder de prijs, zelfs als je niet goed in de markt ligt’, zegt Gerald. ‘Verkopen met korting is gemakkelijk, maar het ondergraaft op den duur je omzet en het ondermijnt je marge. Dan houd ik nog liever de werken bij. We hebben nu een zeer zeldzaam stuk van de Duitse kunstenaar Günther Förg te koop staan voor 345.000 euro. Zelfs de White Cube uit Londen heeft al gebeld omdat ze geïnteresseerd is in het werk. Maar we zullen niet onder de prijs gaan.’

Ondanks hun afgelegen ligging weten ze naar eigen zeggen nog altijd de juiste klanten aan te trekken. ‘We beschikken over 1.600 m² tentoonstellingsruimte. We kunnen hier drie shows per keer aanbieden. Dat en het directe contact met de galerist zijn nog altijd belangrijke troefkaarten. Kunst kopen is voor veel van onze collectioneurs nog altijd iets persoonlijks. Ze kopen wat hen aanspreekt. Het speculatieve of de status die ermee gepaard gaat, interesseert hen minder.’

Speculatie

Ook Tim Van Laere (48), een van de jongere Belgische spelers die in 1997 van start ging met zijn Antwerpse galerie, laat zich niet afschrikken door de mondiale concurrentie. ‘Het is een harde markt geworden. Ofwel ben je heel goed, ofwel ben je heel slecht. Er zit nog weinig tussenin.’ Zijn ambitie is om finaal door te stoten naar de top vijf van de Belgische markt. Met een omzet van 4 tot 5 miljoen euro zit hij daar op dit ogenblik nog ver onder, maar hij gelooft erin. ‘Xavier Hufkens en Zeno X zijn al veel langer actief dan ik’, zegt hij. ‘Maar net zoals zij zijn wij een artist’s gallery. We zijn er voor de kunstenaar en in ruil krijgen we zijn loyaliteit.’

Met jong talent als Rinus Van de Velde, Ben Sledsens en Kati Heck is Van Laere ervan overtuigd de nodige kleppers in huis te hebben die op de rand van de grote doorbraak staan. ‘Hun prijzen zullen omhoog gaan.’

Al beseft hij dat dat ook risico’s inhoudt. Voor werk van de Roemeense schilder Adrian Ghénie, een van de kunstenaars die hij deelt met grote galeries zoals Pace, werd tien jaar geleden amper 10.000 euro neergeteld. Twee jaar geleden ging zijn ster echter razendsnel rijzen. Tussen juni 2016 en juni 2017 werden 35 stukken van hem geveild voor een totale omzet van 23 miljoen euro, en een van zijn doeken werd afgeklopt op 9 miljoen dollar (7,4 miljoen euro). Wat als die waarde straks in elkaar klapt?

‘De markt is een monster’, geeft Van Laere toe. ‘Speculatie kan een kunstenaar maken of kraken. Als galerist moet je daarmee kunnen omgaan. Mijn taak is niet alleen de kunst aan te voelen, maar ook er geld mee te verdienen. Beide zijn even belangrijk. Ook mijn klanten, de privéverzamelaars, redeneren zo. Ze kopen iets waar ze echt van houden en waarmee ze willen leven, en het geeft hen een goed gevoel dat hun kinderen daarna iets waardevols kunnen erven.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content