Computer maakt kunst

‘Portrait of Edmond Belamy’, 2018. ©Obvious

In New York wordt donderdag het eerste schilderij geveild dat met artificiële intelligentie is gecreëerd. Grijpen computers de macht in de kunstwereld?

Andy Warhol, Keith Haring en Marcel Duchamp krijgen op de tekeningenveiling van Christie’s in New York concurrentie uit verrassende hoek. Het gaat om een tableau dat uit de 18de eeuw lijkt te stammen maar eerder dit jaar in Parijs is gemaakt. Met computeralgoritmen.

Over smaak valt niet te twisten, maar echt mooi is ‘Portrait of Edmond Belamy’ niet. Op het doek staat een wazige man in een zwart pak van wie de gelaatstrekken moeilijk zichtbaar zijn. Het schilderij, waarvan sommige delen onbewerkt zijn gebleven, is gesigneerd met een niet te ontcijferen wiskundige formule. Het is een gimmick van Obvious, het trio achter het allereerste AI-schilderij dat onder de veilinghamer gaat.

Obvious bestaat uit een econoom en twee techies. Zij bedachten een adellijke familie van elf Belamy’s, van wie Edmond de jongste is. Op de website van het collectief krijgen alle familieleden een lijfspreuk mee. Die van Edmond is zwaarmoedig: ‘De schaduwen van de demonen van complexiteit, opgeroepen door mijn familie, achtervolgen me. Ooit was alles zoveel eenvoudiger.’

‘Portrait of Edmond Belamy’, 2018. ©Obvious

De leuze van zijn moeder Madame de Belamy klinkt filosofischer: ‘Wie beweerde ooit dat zonder ziel zijn een tekortkoming is? Het ontketende mij, maakte me flexibel en roekeloos.’ Het lijkt een tongue-in-cheekverwijzing naar het computerprogramma achter de portrettenreeks. Alsof de moeder van Edmond ons wil zeggen: een algoritme mag dan geen ziel hebben, waarom zou het niet in staat zijn kunstenaars te evenaren?

Dat algoritme is geen uitvinding van Obvious. Het is gebaseerd op een bekend procedé in de wereld van de artificiële intelligentie: GAN, kort voor Generative Adversarial Network en een uitvinding van de Amerikaan Ian Goodfellow. Fijn detail: Bellamy is een Engelse verbastering van het Franse ‘bel ami’, een verwijzing naar de computerwetenschapper van Google.

De chipmaker Nvidia ontwikkelde vorig jaar met Goodfellows GAN-technologie een kunstmatige-intelligentiemachine en liet die aan de hand van 30.000 foto’s van beroemdheden akelig echte nepberoemdheden creëren.

De Fransen namen dat idee over en lieten een computer 15.000 klassieke portretten uit de 14de tot de 20ste eeuw scannen. De beelden komen uit de online kunstbibliotheek Wikiart. De computer analyseerde de stijl en de kenmerken van de beelden en distilleerde uit die data een schildermethode. Het zelflerende sofwareprogramma stelde op basis van de duizenden portretten eerst enkele regels vast en gebruikte ze dan om zelf een portret samen te stellen. Een ander deel van het algoritme moest 'raden' of het om een echt of een AI-schilderij ging. Zat het ernaast, dan kon het programma uit die fouten opnieuw bruikbare lessen trekken.

Uitbundige geeks

De elf schilderijen kwamen dus tot stand op een bureau. Stel u een tafereel voor waarbij uitbundige geeks in een hippe coworkingspace over een computerscherm hangen, op een paar knoppen drukken en vervolgens verkneukeld naar de printer hollen. Klaar is de kunst.

Obvious meent het ernstig met zijn AI-kunst. ‘We streven ernaar als hedendaagse kunstenaars te worden erkend en willen de GAN-technologie voor artistieke doeleinden democratiseren’, mailt Gauthier Vernier, de econoom van de drie.

Stel u een tafereel voor waarbij uitbundige geeks in een hippe coworkingspace over een computerscherm hangen, op een paar knoppen drukken en vervolgens verkneukeld naar de printer hollen. Klaar is de kunst.

Maar is het wiskundige werk van een softwareprogramma te vergelijken met de fysieke en de geestelijke arbeid van een schilder? Als je kunst ruimer definieert dan een poging om iets over de wereld te vertellen, en je ziet het ook als instrument van de kunstenaar om zijn gevoelens uit te drukken, dan schiet software toch altijd tekort? Geen enkele machine in de wereld wordt door emoties aangedreven.

‘Akkoord, maar computers worden natuurlijk wel aangestuurd door mensen’, countert Vernier. Hij ziet een parallel met de fotografie, die honderd jaar heeft moeten wedijveren met de schilderkunst en de beeldhouwkunst om pas rond de jaren zeventig haar plaats te verwerven in musea en galerieën en op kunstbeurzen. De redenering achter dat slepende aanvaardingsproces: een camera is een machine, dus fotografie is geen kunst.

Volgens Vernier kan AI net zo goed een nieuwe tak in de kunstwereld worden. ‘AI-kunst is ook kunst, gemaakt met een nieuw medium, met een eigen creativiteit. De kunstenaar houdt in het creatieve proces een bepaalde plaats, in de keuze van afbeeldingen of de ontwikkeling van het algoritme.’

Het proces telt

Anderen zien een parallel met conceptuele kunst, waarbij het proces belangrijker is dan het resultaat. Het idee is de machine achter het kunstwerk, zoals de Amerikaanse kunstenaar Sol Lewitt het zei.

Ooit waren elektronische muziek en sampling het domein van experimentele pioniers, en kijk hoe mainstream ze nu zijn.
Aaron Hertzman
Computerwetenschapper

‘Wat Obvious doet, is meer conceptuele kunst dan traditionele schilderkunst’, zegt Ahmed Elgammal van het Art and Artificial Intelligence Lab van de Rutgers Universiteit in New Jersey. ‘Dat die elf schilderijen de uitkomst zijn van een algoritme, is niet wat telt. Je moet het hele proces bekijken. Er zijn twee actoren in het spel: een mens en een machine. De mens stelt vragen, de machine heeft de antwoorden. Die combinatie, dát is het kunstwerk, en niet de foto die aan het einde van de rit uit een printer rolt. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het om een samenwerking gaat tussen twee kunstenaars - een mens en een machine.’

De computer als kunstenaar? Dat vindt de Amerikaanse computerwetenschapper Aaron Hertzmann een brug te ver. ‘Een softwareprogramma is geen kunstenaar. Kunst is een sociale activiteit’, stelt hij in het essay ‘Can Computers Create Art?’. Maar ook hij vindt de discussie over de esthetische kwaliteiten van kunst die uit een computer komt niet relevant. Wat telt, is dat kunst moet blijven innoveren om haar vitaliteit te handhaven.

‘Nieuwe technologie is een van de belangrijkste motoren van die innovatie’, schrijft Hertzmann. ‘Af en toe kan de technologische avant-garde een enorme culturele impact hebben. Ooit waren elektronische muziek en sampling het domein van experimentele pioniers, en kijk hoe mainstream ze nu zijn. Hetzelfde geldt voor computeranimatie. Nu is het aan computers om de kunstwereld te vernieuwen. AI zal de manier waarop we kunst maken en hoe we ernaar kijken onherroepelijk veranderen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect