De schoonheid van de herhaling

Een kunstwerk van Armando in het museum Voorlinden ©Antoine van Kaam

Het plan was om volgend jaar zijn negentigste verjaardag te vieren met een grote expo. Maar de dood stak er een stokje voor. En dus eert Museum Voorlinden de Nederlandse kunstenaar Armando nu al met een best of.

Rode latexhandschoenen, opgebaard in een glazen schrijn. Daarmee begint Museum Voorlinden zijn Armando-expo. De verf waarmee de handschoenen zijn besmeurd, lijkt nog nat. Alsof de kunstenaar ze net nog is komen afleveren. Maar dat is onmogelijk. Armando overleed op 1 juli in de Duitse stad Potsdam, waar hij al jaren woonde.

Het overlijden doorkruiste de plannen van Voorlinden-directeur Suzanne Swarts om in 2019 een grote tentoonstelling te houden ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag. Swarts reisde geregeld naar Armando’s atelier in Potsdam om de expo voor te bereiden. ‘Tien dagen voor zijn dood heb ik hem nog bezocht. Hij was even lucide en strijdvaardig als anders. Hij schilderde nog altijd. Alleen zijn gebrek aan mobiliteit ergerde hem. Maar toen stierf hij ineens.’

Er werd al snel beslist de expo te vervroegen. ‘De reacties op Armando’s dood waren overweldigend. Heel Nederland was aangeslagen. Iedereen leek wel iets met hem te hebben. Voor de ene was Armando een schilder, voor de andere een beeldhouwer, een schrijver, een televisiemaker, een begenadigd violist. Maar bovenal was hij een markante persoonlijkheid. Een sterke, krachtdadige man.’

De Autobandenwand in het Kröller-Müller Museum in Otterlo ©Antoine van Kaam

Swarts wilde van de expo geen necrologie maken. Aan de ingang prijkt geen grote foto van Armando. ‘We kozen voor de handschoenen, omdat ze meer zeggen waar hij voor stond dan een portret’, zegt ze. ‘Armando borg op een bepaald moment zijn kwasten op. Hij spoot de verf uit de tubes op het doek en ging ze te lijf met zijn handen. Hij masseerde de verf.’

Die intensiteit wordt verderop nog beter in de verf gezet met een paar bokshandschoenen. ‘Armando droomde van een bokscarrière’, zegt Swarts. ‘Boksen stond voor hem hoger in aanzien dan kunst. Helaas miste hij het talent om een topbokser te worden. En dus werd hij maar een kunstenaar met de attitude van een bokser.’

‘Hij hield van de strategie van het boksen. Op het juiste moment een klap uitdelen, dat vind je terug in zijn oeuvre. Zijn poëzie is staccato, zijn beeldend werk erg fysiek. Ook in zijn interviews gedroeg hij zich als een bokser. Hij kon de interviewer eerst laten spartelen en hem dan met een rechtse hoek afmaken. Armando hield niet van vragen over de betekenis van zijn werk. Die vond hij volstrekt irrelevant. Hij wilde je daar net van afleiden.’

De kunstenaar formuleerde het zelf zo: ‘Mijn schilderijen geven geen antwoord. Natuurlijk niet. Als ze zijn zoals ik vind dat ze moeten zijn, hangen ze er ongenaakbaar bij. Ze moeten zich gedragen als een boom of als de zee. Die geven toch ook geen antwoord, maar hun onherroepelijkheid maakt het bestaan draaglijk, brengt zelfs enige troost.’

Stof en zand

Bij de expo hoort een kleine prelude in de voortuin van het museum, waar ‘Gestalt’ de aandacht opeist. Armando maakte de sculptuur uit 2001 op verzoek van Joop van Caldenborgh, de eigenaar van Voorlinden.

‘Toen de twee op een dag aan de praat raakten, vroeg Van Caldenborgh of Armando voor hem geen uniek beeld wilde creëren. De kunstenaar toonde een klein tekeningetje van een man. Van Caldenborgh vond het goed, en Armando maakte van de tekening een sculptuur. Van Caldenborgh waakte er wel over dat het echt om een uniek beeld ging. De mal werd in zijn aanwezigheid vernietigd.’

De expo in Voorlinden is een best of van oud tot heel recent werk. ‘Chronologie leek ons niet relevant. Armando is niet de kunstenaar die je gemakkelijk in periodes kan opdelen’, zegt Swarts. Ze wijst naar een groot werk in de eerste zaal: een autobandenwand uit 1962. Ook al is het geen schilderij, het vat de kunst van Armando wel goed samen. Hij isoleerde banale voorwerpen en transformeerde ze tot kunstwerken. ‘Zijn kunst laat zich samenvatten als de schoonheid van herhaling. Thema’s keren steeds terug: het hek, de wortels van een boom, de vlag, het wiel.’

Armando (1929-2018) werd in Amsterdam geboren als Herman Dirk van Dodeweerd. Op zijn vijfde verhuisde hij naar Amersfoort.

 Zijn artistieke carrière begon in 1954 als dichter en schilder. Later werd hij ook violist, journalist, tv-maker en schrijver. Van 1971 tot 1997 maakte hij samen met Cherry Duyns het populaire sketchprogramma ‘Herenleed.’ In 1979 verhuisde hij naar Berlijn, waar hij correspondent werd  voor de Nederlandse krant NRC.

Het dualisme in de mens en zijn gedrag fascineerde hem. En hij dacht graag na over de werkelijkheid. In ‘Ter plekke: De ultrakorte verhalen tot nu toe’ (2013) schreef hij: ‘Ik zou wel eens willen weten wat de echte werkelijkheid is. Ik heb met zoveel werkelijkheden te maken dat het mij soms duizelt. Bestaat er wel een echte werkelijkheid? Zo ja, laat ze zich dan melden. Want al die werkelijkheden brengen me in verwarring.’

 

In de jaren vijftig en zestig maakte Armando eerst deel uit van de Informele Groep, en daarna van de Nul-groep. Het uitgangspunt van beide Nederlandse kunststromingen was: kunst moet van haar elitaire voetstuk worden gehaald en haar wortels zoeken in de samenleving. Armando vertaalde dat in vrij agressieve schilderijen, waarbij hij stof en zand in zijn verf mengde. Als toetje plakte hij dikke bouten in het midden van zijn schilderijen. ‘Peinture criminelle’ en ‘Espace criminel’ heten de reeksen. De dreiging zit al in de titels begrepen.

Het is niet altijd even expliciet, maar altijd dreigt het onheil, ook in zijn landschappen. Daar zit zijn jeugd voor veel tussen. Armando groeide op in Amersfoort, waar de Duitse bezetter in de Tweede Wereldoorlog een straf- en doorgangskamp bouwde in de bossen. Dat maakte grote indruk op de jonge Armando, die vaak lange rijen gevangenen van het station naar de kampbarakken zag wandelen.

Hij noemde zichzelf geen Tweede Wereldoorlogkunstenaar, maar er valt niet aan te ontsnappen. Niet in zijn poëzie, niet in zijn kunst. De suggestie overheerst. ‘Er is nogal wat gebeurd bij de bomen. Een bosrand bijvoorbeeld. De voorste bomen hebben het een en ander gezien’, tekende hij op. Armando schilderde grote doeken in zwart, wit en grijs waar het hek centraal staat. ‘Der Zaun’ heet de reeks. Er staan geen mensen op, maar je kan je zo schuifelende gevangenen op weg naar het niets voorstellen.

Dubbelzinnigheid

In 1979 verhuisde Armando naar Berlijn, waar hij correspondent werd voor de krant NRC. Hij schreef verhalen over het alledaagse leven van alledaagse mensen in de stad. Dat was toen nog altijd niet zo vanzelfsprekend. De oorlog wierp nog altijd een schaduw in Nederland. Als non-conformist trok Armando zich daar niets van aan. Hij huurde in Berlijn het vroegere atelier van de beeldhouwer Arno Breker, Hitlers favoriete kunstenaar. Daar begon hij sculpturen te maken. Net als in zijn schilderijen valt de tactiliteit op: je ziet zijn vingerafdrukken in de beelden staan.

Sculpturen en schilderijen vormen in de laatste zalen een prachtige entente. Je hebt plaats om rond te lopen en na te denken over wat je ziet. Veel werken dragen dubbelzinnigheid in zich, ook zijn latere, kleurrijkere schilderijen. In Armando’s kunst zijn het goede en het kwade verstrengeld.

Het dualisme in de menselijke psyche fascineerde hem mateloos. Hij ging soms erg ver. In 1967 publiceerde hij met Hans Sleutelaar ‘De SS’ers: Nederlandse vrijwilligers in de Tweede Wereldoorlog’. In hun boek lieten ze SS’ers praten zonder hen aan de schandpaal te nagelen. Dat kwam hen op veel kritiek te staan. Maar het paste bij Armando, tegendraads maar niet veroordelend. Hij wilde vooral begrijpen.

Voorlinden focust op zijn beeldende kunst. Maar in de gang naast de laatste zaal kan je luisteren naar muziek en poëzie. Armando leest met een haast Vlaamse tongval voor uit eigen werk. Het zet zijn veelzijdigheid in de verf.

Met de opbouw heeft Armando zich niet ingelaten, zegt Swarts. ‘‘Doe maar. Ik heb er alle vertrouwen in’, zei hij. Hij was heel gecharmeerd door de vorm van het museum met zijn grote zalen en bijzondere lichtinval. ‘Ik kom zeker naar de opening’, zei hij nog.’

‘Armando’ loopt tot 10 maart in Museum Voorlinden in Wassenaar.


Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect