Advertentie
interview

‘Geld doet iets met een mens'

©Tom Verbruggen

Een jaar van verdriet. Dat was 2014 voor Marianne Hoet, de dochter van Jan Hoet. Professioneel scheen de zon wel. Bij Christie’s timmerde ze mee aan de succesvolste veilingen uit de geschiedenis.

Ja natuurlijk wil ze graag praten over de kunstmarkt en het uitstekende jaar dat Christie’s alweer achter de rug heeft. Dat we ook iets willen vragen over haar in februari overleden vader, begrijpt ze. ‘Maar we gaan daar niet het hele interview aan ophangen, hè. Ik heb er altijd een punt van gemaakt om mijn eigen weg te zoeken in mijn carrière.’ Met die eigen weg gaat het uitstekend. Na een loopbaan als private banker ging Marianne Hoet in 2008 aan de slag bij Christie’s België. Twee jaar geleden werd ze lid van het ‘senior management team post-war contemporary world wide’. In dat team werd ze twee maanden geleden hoofd van de afdeling Noord-Europa, inclusief België, Duitsland en Frankrijk.

  • Geboren in 1963.

  • Studeerde rechten aan de Universiteit Gent.

  • Werkte tussen 1986 en 2008 in de private-bankingsector voor Generale Bank, Fortis MeesPierson en Société Générale.

  • Verhuisde in juni 2008 naar de Belgische afdeling van het veilinghuis Christie’s in Brussel. Ze is ondertussen opgeklommen tot het internationale seniormanagementteam van de naoorlogse kunst. Ze is verantwoordelijk voor Noord-Europa.

Lees de volledige reeks op tijd.be/detoegift

In haar functie stond Hoet op 12 november op de eerste rij toen een veiling naoorlogse en hedendaagse kunst bij Christie’s in New York afklokte op 852,9 miljoen dollar. Een wereldrecord. De verklaring voor de zoveelste recordveiling is niet zo moeilijk te vinden. Nieuwe, gefortuneerde verzamelaars willen in een recordtempo een topcollectie opbouwen. Die grote vraag triggert het aanbod in een opwaartse spiraal. ‘We zitten in een omgeving waar meesterwerken uit de moderne en hedendaagse kunst een koper kunnen vinden. Natuurlijk vragen wij ons ook af of de hausse kan blijven duren. Niemand weet het. Ik kan u wel zeggen dat de stress voor zo’n topveiling enorm is.’

Hoezo?
Marianne Hoet: ‘Kijk, een veiling begint nooit van nul, hè. Zo werkt het niet. Weken van tevoren beginnen wij al potentiële kopers te bellen. ‘Meneer, u hebt me ooit gezegd dat u geïnteresseerd bent in een werk van Louise Bourgeois. Wel, we veilen er een. Hebt u nog interesse?’ Als dat zo is, bezorgen we de klant alle informatie over het werk en proberen we zijn interesse warm te houden. Het hele opzet is dat we potentiële kopers niet tot aan maar tot in de veiling krijgen. Op vraag van de klant bellen we de mensen de avond van de veiling op zodanig dat ze kunnen bieden op het lot dat ze graag willen aankopen.’

Wacht even: het is niet de koper die naar Christie’s belt om te bieden?
Hoet: ‘Nee, het zit zo. Op zo’n topveiling zitten alle specialisten van Christie’s een week voorafgaand aan de veiling ter voorbereiding samen in New York. Wij bellen de klanten die zich vooraf geregistreerd hebben op tijdens de veiling wanneer het werk aan de beurt is waarvoor ze interesse hebben. En dan is het afwachten hoe er wordt geboden. Want mijn collega’s hebben ook klanten voor dat werk. En in de zaal zitten natuurlijk ook nog bieders. Het hele achterliggende idee is dat je als veilinghuis voor het begin van de veiling al weet hoe sterk de interesse is. Het is onze taak de verkoper een realistisch perspectief te geven. De verkoper en het veilinghuis hebben hetzelfde doel: een zo goed mogelijk resultaat halen. Het is onze job het te verkopen werk optimaal in de markt te zetten. Als een klant verwacht dat zijn werk 100.000 euro opbrengt en we merken in de weken voorafgaand aan de veiling geen enkele interesse tegen die prijs, adviseren we hem om een eventueel lager bod te aanvaarden. Dan is er misschien wel interesse en ontstaat er een biedactiviteit waardoor de prijs omhoog gaat. Je moet ook de juiste veiling kiezen. Iedereen wil graag zijn werk op een topveiling, maar dat is niet noodzakelijk de beste plaats. In april hebben we een werkje van de Amerikaanse hedendaagse kunstenaar Christopher Wool in Amsterdam geveild. Het stond op de cover van de cataloog. Dat was perfecte marketing. Bied datzelfde werk aan op de recordveiling van New York en de kans bestaat dat niemand het ziet tussen de kanonnen.’

©Tom Verbruggen

Zijn jullie bij Christie’s eigenlijk kunstliefhebbers of verkopers?
Hoet: ‘Ik denk dat je het niet volhoudt als je niet van kunst houdt. Er komt zoveel meer bij kijken dan enkel de verkoop. Christie’s verwacht niet dat we de straten afschuimen en kunst van de muren halen. Nee, de basis van onze job is vertrouwensrelaties opbouwen met verzamelaars en kunstliefhebbers. Als ik met hen praat over kunst is dat niet om iets te kopen of te verkopen. Al hoop je altijd dat ze aan je denken wanneer ze besluiten iets te verkopen. Je mag niet vergeten dat de meeste kunstliefhebbers een persoonlijke vaak emotionele band hebben met hun kunstwerk. Als iemand na 40 jaar een schilderij verkoopt, gaat daar een heel verhaal achter schuil. Die mensen moeten echt het gevoel hebben dat hun werk in goede handen is. Dan is het niet: waar is dat schilderij, bedankt en tot nog eens. Nee, dan luister je. Of troost je soms. Ik probeer altijd zo goed mogelijk zorg te dragen voor hun werk. Dat is best stresserend. Maar je moet dat doen omdat er zoveel emoties aan te pas komen. Los daarvan is er, dat ik zal niet ontkennen, een puur zakelijke kant aan de job. Wij hebben ook een onze targets die we moeten halen. Onze bonus hangt ervan af (lachje). En het zou ook niet mogen dat de concurrentie een werk aanbiedt waarvan wij niet wisten dat het zich in België bevond. Dan hebben wij onze job niet goed gedaan. We moeten eigenlijk weten waar belangrijke werken zich in België bevinden.’

De regering mag dus bij u komen aankloppen voor het vermogenskadaster afdeling kunst? U weet alles zitten.
Hoet: ‘Ik ga niets zeggen, hoor. Maar inderdaad, we hebben wel wat inzicht.’

Iedereen wil graag zijn werk op een topveiling, maar dat is niet noodzakelijk de beste plaats.
Marianne Hoet

Helpt de naam Hoet in uw job?
Hoet: ‘Het heeft me geholpen omdat ik enorm veel van mijn vader heb geleerd. Ik ervaar dat iedere dag opnieuw. Ik kom wel eens bij een klant waar ik een werk van een kunstenaar zie die ik door mijn vader heb leren kennen en die nu een beetje in de vergetelheid geraakt is. Dat doet plezier zowel voor mij als voor de verzamelaar om daarover te kunnen praten. Dus ja, mijn achtergrond is zeker een voordeel in de job, net als mijn jarenlange ervaring als private banker. Toen ik in 2008 bij Christie’s begon, voelde ik bij sommige klanten wel wat argwaan omdat ik de dochter van was. Ik moet u niet vertellen dat mijn vader niet met iedereen zo’n goede contacten had. Andere mensen waren dan weer bang dat mijn vader via mij alles te weten ging komen over hun collectie. Kunst verdraagt geen indiscretie, hè!

©Tom Verbruggen

Net als bij Luc De Vos was de begrafenis van uw vader een soort van massaspektakel. Is dat niet moeilijk om te verdragen?
Hoet: ‘Nee. Hij is begraven zoals hij heeft geleefd. Mijn vader was nu eenmaal een publieke figuur die wel eens gekke dingen deed. Ik vond dat er een juist evenwicht was tussen respect voor de familie en respect voor zijn wens. Wat je met zo’n begrafenis wel ervaart, is een uitstel van het rouwproces.’

Met een begrafenis die een feest wordt, lijkt het alsof er geen verdriet is?
Hoet: ‘Ja, dat is precies wat ik bedoel met het uitstel van het rouwproces. Heel veel vreemde mensen spreken me aan over mijn vader. Nog altijd. Jij doet dat ook. Ik begrijp dat, ik heb daar ook geen probleem mee. Maar ik ga natuurlijk niet mijn emoties en verdriet tonen. Zo lijkt het inderdaad alsof er geen verdriet is. Dat is er natuurlijk wel. Enorm veel zelfs. Ik mis mijn vader heel hard.’

Hoe ervaart u de tentoonstelling in Oostende, het eresaluut aan uw vader?
Hoet: ‘Dat is hetzelfde dubbele gevoel. Het is een zeer mooie tentoonstelling, maar tegelijk weet je dat ze er anders had uitgezien als hij ze nog zelf had kunnen maken. Mijn vader bouwde een tentoonstelling zoals een ondernemer zijn bedrijf runt: continu veranderen en bijsturen. Ik zag onlangs nog een werkje waarvan ik zeker weet dat hij het op de expo getoond zou hebben als hij nog leefde. Hij is altijd zo geweest. Ik herinner me nog zijn Documenta in Kassel in 1992. Op een avond belde hij me op. Hij wilde toch nog in allerlaatste instantie Luc Tuymans aan zijn lijst van te tonen kunstenaars toevoegen. Zo was hij. Hij had nooit gedaan. Een tentoonstelling was nooit af.’

Hoe stond hij eigenlijk tegenover de kunstmarkt?
Hoet: ‘Met een dubbel gevoel, zoals bij iedereen. Hij was niet met geld bezig, maar als een kunstwerk dat hij graag zag, duur werd verkocht, ging hij daar wel in op. Ik zeg het u, geld doet iets met een mens.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud