Advertentie

‘Hier heerst nog altijd een vechtersmentaliteit’

©katrijn van giel

In het Eén-programma ‘Het hoogste bod’ geven Belgische veilinghuizen voor het eerst een inkijk in hun wereld. En die draait om meer dan geld alleen, weten de broers achter het Antwerpse Veilinghuis Bernaerts.

‘Wist je dat geel de favoriete kleur van Jan Hoet was?’ We staan met Peter Bernaerts (49) in een verborgen hoekje van het veilinghuis dat hij samen met zijn broer Christophe (51) runt. De veilingmeester en de schatter houden een klein kunstwerk in de lucht: een geel vlak met twee witte vegen. Het is van de Belgische schilder Raoul De Keyser en komt uit het deel van de kunstverzameling van Jan Hoet dat in december onder de hamer gaat bij Bernaerts. We zien ook een portret van de
fotograaf Stephan Vanfleteren staan en edities van  Wim Delvoye, Bruce Nauman, Jef Geys en Philippe Vandenberg.

De Hoet-verzameling hangt nog niet in de tot tentoonstellingsruimte annex veilingzaal omgebouwde cinemazaal boven ons. De vorige veiling ‘The Cabinet Sale’ is nog niet afgelopen. De fysieke wel, maar online loopt de verkoop verder op deze maandagochtend.

De broers volgen met hun medewerkers de biedstrijd op computerschermen. ‘Ik denk dat we ver boven onze verwachte 600.000 euro uitkomen. Had ik dat niet voorspeld?’, zegt Christophe met twinkelogen. Zijn broer knikt en loopt dan snel weg. In de inkomhal staat een koppel te wachten, met stukken uit hun inboedel.

Bernaerts is een van de twaalf Vlaamse veilinghuizen die de komende weken een inkijk in hun wereld geven in het televisieprogramma ‘Het hoogste bod’ op Eén.
In 1974 begon vader Mon een antiekzaak in Lier, die hij in de jaren tachtig samen met zijn echtgenote uitbouwde tot een veilingzaal voor antiek, kunst en design in Mechelen. In 1994 verhuisde het veilinghuis naar Antwerpen en kwamen de twee zonen in het bedrijf. Hun moeder overleed in 2018, hun vader gaf aan het begin van
de coronacrisis - hij was toen 74 - de veilinghamer door aan zijn jongste zoon Peter. ‘Ons papa zag niet meer zo goed’, zegt die. ‘Hij was ook een beetje van de oude stempel. Mag ik dat zeggen? (hij kijkt naar zijn broer, die knikt) Zo’n internetveiling,
dat vond hij maar niks. ‘Je moet als koper in de zaal zitten’, zei hij.’

Behalve de man met de hamer is Peter ook het gezicht van het veilinghuis, en de expert werken op papier. Zijn broer scheidt het kaf van het koren en doet de schattingen van de ingebrachte voorwerpen. Al zijn hun taken in de praktijk minder strikt afgelijnd, zegt Christophe. ‘We gaan dikwijls bij elkaar te rade. Maar een veiling leiden... Ik zit hier nu met jou te praten, maar zet me voor een volle zaal en ik klap dicht.

Was het op jullie 18de een uitgemaakte zaak dat jullie in de voetsporen vanjullie ouders zouden treden?

Christophe Bernaerts: ‘Voor mij wel. Tijdens mijn studies kunstwetenschappen ging ik vaak helpen in Mechelen. Mijn ouders beleefden toen zware tijden met de zaak. Toen ik afstudeerde, was het crisis. Ik zei: ‘Papa, hier ben ik.’ ‘Ik heb geen werk voor jou’, zei hij. Ik ging toch in de stock werken, omdat ik iets met mijn wetenschappelijke kennis wilde doen. Dat kon ook aan de universiteit, waar ik de kans had om te doctoreren. Maar ik was fier op het levenswerk van mijn ouders en
wilde helpen.’

©katrijn van giel

Peter Bernaerts: ‘We zijn als kind nooit gepusht om in het bedrijf te stappen. Ik wilde ook niets met de zaak te maken hebben. Dat was te evident. Ik droomde van een eigen boekenantiquariaat. Maar ja, we hingen er altijd rond. Dan begin je vanzelf te stelen met je ogen. Na een vakantiejob - die trouwens nooit is afgesloten, ik moet dat nog altijd regelen (lacht) - ben ik blijven plakken. Onze ouders deden in die periode tien veilingen per jaar. Toen een collectie oude boeken vrijkwam, mocht ik de veiling organiseren. Ik verplichtte de mensen handschoentjes te dragen. (lacht) Je zag die kopers denken: ‘Amai, die denkt echt dat hij het warm water heeft uitgevonden.’

‘We hebben op elke trap van de ladder moeten staan: naar inbrengers rijden, meubels verplaatsen en nummeren, administratie, opzoekingswerk, enzovoort. Onze ouders hadden nooit verwacht dat we er met ons vieren een miljoenenbedrijf met 15 personeelsleden van zouden maken. Vader staat daar nog elke dag van te kijken. Vergeet niet dat de banken de geldkraan hadden dichtgedraaid toen we in 1993 naar Antwerpen verhuisden. Een investeerder bood ons nog één kans.’

Waarom is het veilinghuis dan toch zo groot kunnen worden?

Peter: ‘Omdat we leerden om te gaan met het gebrek aan succes. Onze ouders waren constant aan het vechten tegen de bierkaai: struikelen, keihard vallen en af en toe opstaan. Ik herinner me nog levendig de zware discussies op restaurant  als ze weer een stap terug moesten doen omdat iemand anders een grote collectie had en wij niet. Ze deden er op een bezeten manier alles aan om niet over de kop te gaan. Die vechtersmentaliteit heerst hier nog altijd, alleen vechten we nu niet in jeansbroek maar in kostuum. Het klinkt misschien als een cliché, maar werken is het enige dat wij hebben gezien.’

Christophe: ‘Papa en mama hebben ons altijd ingeprent: ‘Je hebt Christie’s en
Sotheby’s. Maar dan komen wij, mannekes.’ Papa had een goed oog voor trends, en hij wist dat hij daarmee de media kon bespelen. Hij deed al simultaanveilingen met andere landen nog voor het internet bestond. Zelfs al wist hij dat hij weinig aan zo’n veiling zou overhouden, toch zette hij door. ‘Ik kan dat hier wél’, riep hij dan. Zo maakten we naam: als de donquichot van het veilingwezen.’

Peter: ‘Mechelen heeft hen lang klein gehouden. Maar ze durfden niet naar Antwerpen of Brussel, de hoofdsteden van de kunsthandel, uit angst vertrappeld te
worden. Maar op een bepaald moment moest het. Het was verhuizen naar Antwerpen, waar de prijzen nog enigszins betaalbaar waren, of failliet gaan. Nu lijkt dat logisch, maar in de jaren negentig was het Zuid een wasteland.’

De gok draaide goed uit. Bernaerts maakte vrij snel naam in Antwerpen met slimme themaveilingen zoals de avant-gardeverzameling van de advocaat René Victor,
een verkooptentoonstelling rond Antoon van Dyck in het Van Dyck-jaar en de verkoop van Oude Meesters van het Antwerpse jezuïetencollege.

In 2003 vroeg de curator van Sabena aan Bernaerts om de kunstcollectie van de failliete luchtvaartmaatschappij te veilen. Het topstuk was ‘L’oiseau de ciel’ van René Magritte. De toewijzing aan Bernaerts en een Brussels veilinghuis zinde niet iedereen. Concurrenten uit de kunsthandel stuurden de curator een aangetekende brief om hem te laten weten dat hij zijn reputatie op het spel zette. De Magritte bracht 3,8 miljoen euro op. Samen met een Bruegel het duurste schilderij dat ooit in België is geveild.

Een ander hoogtepunt, vijf jaar geleden, was een verkoop aan Fernand Huts. De
ondernemer betaalde meer dan 800.000 euro voor een tekening van Peter Paul Rubens die eerst aan Van Dyck was toegeschreven. Het veilinghuis had de tekening eerst op 20.000 euro geschat. Toen drie experts er een Rubens in zagen, was Bernaerts doodsbang de tekening te verliezen aan Christie’s of Sotheby’s. De familie uit wiens erfenis het werk kwam, behield echter het vertrouwen.

‘Op zo’n moment ben je uiteraard blij met het geld. Maar je bent ook blij dat je je reputatie als veilinghuis niet op het spel hebt gezet’, zegt Christophe. ‘Reputatie is alles in ons wereldje. Mondreclame is meer waard dan een advertentie in de media, zelfs in jullie weekendmagazine Sabato. (lacht) Stel dat dat werk als een Van Dyck was verkocht en later op een veiling als een Rubens zou zijn opgedoken. Dat was dodelijk geweest. Of stel dat jij hier morgen iets binnenbrengt dat wij voor 20.000 euro veilen. En later duikt dat werk elders op en gaat het weg voor 600.000 euro, omdat wij het niet goed hebben beschreven. Dan zeggen de mensen: ‘Bij Bernaerts lagen ze weer te slapen.’ Of erger nog: ‘Bernaerts heeft het zelf gekocht.’’

Dat gebeurt naar het schijnt: veilinghuizen die zelf stukken kopen omze nadien voor een hogere prijs te verkopen.

Peter: ‘Niet bij ons. Eén keer hebben we garanties moeten geven: bij de veiling van de collectie van de jezuïeten. Onze schatting was 900.000 euro, en die jezuïeten wilden boter bij de vis. Mama was tegen. Maar ons vader heeft toen een cheque van 1 miljoen uitgeschreven, terwijl dat geld er niet was. ‘Mon, ge zet te veel op het spel’, zei ons moeder. Maar anders was de veiling naar Christie’s of Sotheby’s gegaan. En vader wist: als dit lukt, krijgt onze reputatie een scheut.’

Hoe kijken jullie vandaag naar internationale concurrenten als Christie’s en Sotheby’s?

Christophe: ‘Dat blijft het grote gevecht, hè. Maar we voelen ons minder een kleine vis dan vroeger. Niet alleen omdat wij groter zijn geworden, maar omdat er iets is veranderd in de markt. Vroeger gingen de mensen met de wat duurdere werken d’office naar Christie’s of Sotheby’s, maar nu lachen die met iets van 7.000 euro,
zelfs 20.000 euro. Wat maakt dat die stukken nu wat meer naar ons komen.’

Wat maakt van iemand een goede schatter?

Christophe: ‘Moeilijk te zeggen. Schatten is geen exacte wetenschap. Je hebt uiteraard kennis van zaken nodig. Maar je moet ook attractief schatten. Te hoge schattingen schrikken kopers af. Als ik denk dat iets 2.000 euro waard is, zal ik het 1.500 à 1.800 schatten.’

Wij zijn verleiders. En de verleiding begint bij een goede schatting.
Christophe Bernaerts
Schatter

‘Wij zijn verleiders. En de verleiding begint bij een goede schatting. Ik heb geen hoge pet op van veilingen die aaneenhangen van marchantengerief. Een veiling moet een barometer zijn van wat op dat moment iets waard is. Het is niet omdat iets in de jaren zeventig 20.000 euro waard was, dat het vandaag nog zo is. Integendeel, bij kunst gaat de waarde eerder naar beneden. Als ik met mijn team een verkoop heb samengesteld met een mooi verhaal en de juiste waardebepalingen, dan is het aan mijn broer om de klus te klaren.’

Wat maakt van iemand een sterke veilingmeester?

Peter: ‘Een veilingmeester heeft zijn zaal in de hand als hij recht in zijn schoenen staat: ik heb dat stuk, de kopers willen het, en ik weet dat het goed geschat is door
het team van mijn broer. Het enige dat ik in principe moet doen, is het lotnummer afroepen. Verder niet te veel emoties, liefst. De verleiding moet dan al gebeurd zijn.’

(wijst naar een schilderij aan de muur) ‘Kijk, een prachtig stuk! Als u het nu niet koopt, krijgt u het nooit meer te zien!’ Dat soort stroop moet er niet bij. Een veilingmeester die in de zaal nog als een marktkramer met zijn marchandise moet leuren, verliest zijn geloofwaardigheid bij zijn kopers in de zaal of achter het scherm.’

Kan humor werken?

Peter: ‘Soms, maar ik ben er spaarzaam mee. Vooral het tempo is belangrijk. Je moet een beetje tijd laten om aan te voelen of mensen iets echt wíllen, maar ook niet te veel. Mensen mogen niet het gevoel krijgen dat ze te lang moeten nadenken. Anders is het stuk waarvoor ze zijn gekomen weg.’

Christophe: ‘Kopers verwijten ons soms dat ze te veel hebben betaald of moesten afhaken omdat een stuk te duur werd. Maar zo zit het spel nu eenmaal in elkaar. Het is de job van de veilingmeester om een zo hoog mogelijk bod af te hameren. In de eerste plaats omdat de inbrenger dan content is. Die is voor ons belangrijker dan de koper. Een tevreden inbrenger komt de volgende keer terug.’

Het komt er eigenlijk op neer dat jullie in korte tijd zo veel mogelijk geld uit de zakken van mensen slaan. Kalibreren jullie elkaars moreel kompas?

Peter: ‘Ik ken de herkomst van de objecten niet. Bewust, want achter een binnengebrachte inboedel kunnen dramatische verhalen schuilgaan. De drie s’en noem ik ze: schulden, sterven, scheiden. Als veilingmeester mogen die verhalen me niet interesseren, anders doe ik mijn werk niet goed.’

Christophe: ‘Peter kan daar abstractie van maken, maar ik niet. Omdat ik de mensen achter de stukken zie. Als het te veel gezever wordt, begin ik er niet aan. Soms zijn familieleden zo kwaad op elkaar dat hun voorgestelde prijzen elke logica tarten.’

©katrijn van giel

‘Ook kopers kunnen hebzuchtig zijn. Mensen worden soms raar achter hun scherm. Voel ik me soms slecht als iemand te veel heeft betaald? Dat gebeurt weleens, maar het is niet mijn probleem als mensen zich laten doen. Ik heb de aanbieder gelukkig gemaakt. Dat is het belangrijkste.’

Zijn broer scrolt door zijn smartphone om het aantal biedingen te checken op de onlineverkoop, die ondertussen naar zijn einde loopt. ‘Terwijl wij hier zitten te praten, zijn er online 2.500 veilingen bezig’, zegt hij. Veilinghuis Bernaerts was in ons land een early adopter van internetveilingen. Zijn eerste onlineverkoop hield het in 2011. Tijdens de lockdowns, toen er geen fysieke veilingen waren, gebeurde al
45 procent van de verkoop online, tegenover 55 procent telefonisch. Die verhoudingen zijn hersteld nu kopers weer mogen langskomen. Maar de mindshift naar meer online is onherroepelijk ingezet.

Christophe: ‘Toen wij op het internet begonnen, was het een kanaal om van
de mindere goden af te geraken. Sinds corona zien we vaker vrij duur werk vertrekken tegen een veel hogere prijs dan de geschatte waarde. Een ander voordeel is natuurlijk dat we online een grotere markt bestrijken. Het grootste nadeel is inmiddels opgelost. Vroeger konden de mensen zeggen: ‘Ja maar, ik zie de gebreken niet op mijn computerscherm.’ De condition reports zijn een stuk gedetailleerder geworden. Achttien foto’s per veilingstuk is geen uitzondering.’

Brengen de digitale ontwikkelingen de fysieke veiling in het gedrang? Straks moet u uw veilingzaal nog sluiten.

Peter: ‘Zo ver zal het nooit komen. Het blijft een spel tussen mensen, een onderhandeling. Om dicht bij een stuk te staan moet je ook dicht bij de koper staan.’

‘Bol.com ging zogezegd alle boekhandels opeten. Hier in Antwerpen worden opnieuw onafhankelijke boekhandels geopend. Als boekenliefhebber vind ik dat fantastisch. Als ik een speciale uitgave van Alberto Moravia wil kopen, leg ik mijn lot niet graag in handen van de algoritmes van Bol.com. Ik wil dat een mens van vlees en bloed mij met kennis van zaken vertelt waarom dat boek in mijn kast moet staan.’

‘Ik geloof wel sterk dat die internetveilingen dezelfde betrokkenheid kunnen genereren als fysieke veilingen, zeker voor de grote veilingen. Veilinghuizen weten hoe opwindende happenings te maken van hun belangrijke verkopen. Heb je de Banksy-verkoop van vorige week gevolgd? 19 miljoen voor een werk dat 6 miljoen was geschat. Dat was zo goed als een virtuele veiling. In de zaal zat maar een tiende van het volk dat er vroeger zou zitten. Mensen zaten thuis als konijnen naar een lichtbak naar hun scherm te kijken.’

Het veilinghuis bestaat bijna vijftig jaar en de twee zaakvoerders zijn ongeveer even oud. Hoe staat het met de opvolging?

Christophe: ‘Ik heb geen kinderen en de zijne willen niet. (lacht) Heb jij goesting?’

Peter: ‘Mijn kinderen lopen hier weleens rond, maar niet zo intensief als wij vroeger in Mechelen rondliepen. Mijn zoon is met andere dingen bezig. Mijn dochter zie ik wel iets in het bedrijf doen, gesteld dat ze het ooit zou willen. Ze studeert interieurarchitectuur en heeft zeker zin voor esthetiek. Maar het zou een vergiftigd geschenk zijn om het haar alleen te laten doen. Je moet met twee zijn.’

Christophe: ‘De belangen zijn veel groter geworden. Wij hebben ons in alle stilte kunnen ontplooien onder de vleugels van onze ouders.’

Peter: ‘We voelen ons nog altijd vrijbuiters. Onlangs was er belangstelling van een
grote speler met vijf keer onze omzet. Maar dan hadden we nu onder een boom gezeten waaronder we niet willen zitten.’

Christophe: ‘Ik las ooit bij Hannah Arendt dat je als mens zo lang mogelijk betrokken moet blijven bij de maatschappij en je er niet zomaar aan mag onttrekken. Het zou te easy zijn om uit het veilingwereldje te stappen en op een berg te gaan zitten. Dus, en dat meen ik echt: de inbrenger verdedigen tot mijn 65ste en dan zullen we wel zien. Misschien neemt een van onze medewerkers de zaak wel over.’

‘Het hoogste bod’ is vanaf woensdag 27 oktober te zien op Eén.

Profiel

Veilinghuis Bernaerts, gevestigd op het Zuid in Antwerpen, is een van de bekendste veilinghuizen van België. Het is gespecialiseerd in kunst, antiek, werken op papier, strips en design. Mon Bernaerts, de vader van de zaakvoerders Peter en Christophe, begon in 1974 met een antiekzaak in Lier. In 1980 werd dat een veilingzaal in Mechelen. Sinds 1994 zit Bernaerts in Antwerpen. Rond die periode kwamen ook de zonen in het bedrijf. Bij Bernaerts werken 15 mensen.  De omzet bedraagt 6,5 miljoen euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud