Jan Hoet: niet-tegendraadse dwarsligger

©Mark Kuipers / Hollandse Hoogte/Hollandse Hoogte

Kunstconservator Jan Hoet is overleden in het universitaire ziekenhuis van Gent. Hij werd 77. Enkele weken geleden werd Hoet na een hartaanval opgenomen in het ziekenhuis.

Jan Hoet had eigenlijk geen tijd om dood te gaan, zo boordevol plannen zat hij nog. Zijn laatste grote project was ‘De zee’, een internationale tentoonstelling over de zee die eind dit jaar in Oostende opengaat. Zijn laatste grote internationale project was de biënnale van Yinchuan, in het najaar van 2012. Ondanks zijn toen ook kwakkelende gezondheid reisde hij in mei van dat jaar nog naar China, waar hij het meteen aan de stok kreeg met de autoriteiten. Seks, politiek en geweld waren verboden. Hoet reageerde op zijn eigen flamboyante manier: ‘Ze willen kunstenaars die panda’s en draken schilderen. Dat is geen kunst, maar huisvlijt.’

Last met zijn bazen: het loopt als een rode draad door het leven van Jan Hoet. Na een carrière in het kunstonderwijs, van 1961 tot 1975, werd Hoet directeur van het Museum voor Hedendaagse  Kunst in Gent. Dat museum werd later onder zijn impuls het S.M.A.K. Vanzelfsprekend was dat niet, getuigde hij daarover in 2008 in De Tijd. ‘Er bestond geen enkel museum voor hedendaagse kunst in België. De moeilijkheid was de politici van de noodzaak te overtuigen. Het besef bijbrengen dat investeren in kunst en cultuur investeren in de toekomst is. In Gent kreeg het museum aanvankelijk 600.000 frank als jaarlijks aankoopbudget. Voor een stad van 300.000 inwoners betekende dat 2 frank per inwoner. Toch zijn wij erin geslaagd een collectie op te bouwen. En tijdelijke tentoonstellingen te maken.’

‘Hoe wij daaraan begonnen zijn? Karel Geirlandt was mijn mentor. Wij vroegen ons af: wie is in de wereld de grootste kunstenaar van onze generatie, wie is een sleutelfiguur in de kunst? We kwamen uit bij Joseph Beuys (1921-1986). Een tweede vraag was welke Belgische kunstenaar van formaat wij hadden. Zo plaats je een museum op de wereldkaart. Voor België kozen we Panamarenko (1940) en Marcel Broodthaers (1924-1976).’

Die keuze voor Belgische kunstenaars werd in het begin op scepsis onthaald. Maar het is net dat wat hem dreef, zei zijn dochter Marianne Hoet, werkzaam bij de Belgische vestiging van het veilinghuis Christie’s, drie jaar geleden in De Tijd. ‘Mijn vader is iemand die altijd het compromis opzoekt via het conflict. Hij is een dwarsligger, maar niet om tegendraads te zijn. Hij denkt gewoon dat hij met ruziemaken beter zijn doel kan bereiken. Soms denk ik: hij had groter kunnen zijn als hij minder conflictgericht was geweest.’

Maar, zo voegde ze eraan toe: ‘Met een ander karakter had hij misschien het S.MA.K. niet kunnen oprichten, Chambres d’Amis maken en naar Herford vertrekken. Hij maakt het zich graag moeilijk: lastige projecten zoals het S.M.A.K., geen geld, … Een job zoals de mijne of als directeur van een topmuseum genre Tate Modern: niks voor hem. Te gesetteld. Hij vindt het veel plezanter om te wroeten. Hij is een rare, hè. Eerlijk? Ik vind hem een vermoeiende mens. Lang hou ik het niet bij hem uit. Hij doet dat zelf ook niet graag, lang bij iemand zijn. Als hij een uur bij ons thuis is, voel je hem onrustig worden: wil hij nog snel een artiest bellen, of een of ander kunstboek lezen. Dan moet hij weer weg. Hij leeft nog even fanatiek voor de kunsten als vroeger. Hij wil altijd en overal de beste zijn.’

Oorlog

Jan Hoet groeide op in Geel, waar zijn vader arts was. Net zoals bij zoveel families daar vingen de Hoets geestelijk gehandicapten op. ‘Tegenwoordig bombarderen ze die mensen met medicijnen, zodat ze als versteende fossielen aan tafel zitten. Thuis in Geel vingen we dat zonderlinge gedrag op, als broers en zussen onder elkaar. En hadden ze een crisis? Geen probleem.’

Tegelijk maakte Hoet aan den lijve het geweld van de Tweede Wereldoorlog mee. In de biografie van René de Bok, verschenen in 2003, vertelde Hoet het verhaal van een Duitse en een Britse soldaat die vechtend de woonkamer binnen kwamen rollen en allebei stierven: ‘Door de oorlog heb ik mijn voorkeur voor chaos gekregen. Ik ontdekte hoe verraderlijk de orde kan zijn’, zo duidde hij dat verhaal. De chaos heeft Hoet heel zijn leven omarmd.

Als jonge snaak koesterde Hoet de ambitie om kunstenaar te worden, maar al snel ontdekte hij dat hij daarvoor niet in de wieg gelegd was. Hij heeft wel nog even strips getekend, ‘De Romeintjes’, naar een idee van de jeugdschrijver Karel Ver­leyen. Onder impuls van Karel Geirlandt ging Hoet op latere leeftijd naar de universiteit om kunstgeschiedenis te studeren. Daar legde hij de basis van zijn conservatorcarrière.

Zijn grote internationale doorbraak kwam  er na het succesvolle project Chambres d’Amis in Gent in 1986. Hoet bracht de kunst in de huizen van de Gentenaars en die ontvingen het publiek. Hoets naam was gemaakt. Het leverde hem veel buitenlandse opdrachten als curator op. De belangrijkste was ongetwijfeld ‘Documenta IX’ in Kassel in 1992. En weer zocht Hoet het conflict op. Hij weigerde Jef Koons te afficheren, toen de golden boy van de hedendaagse kunst. Hij slaagde er wel in Francis Bacon naar Kassel te halen, hoewel die gezworen had nooit een voet in Duitsland te zetten. 

Aan de vooravond van  Documenta in 2012 blikte Hoet in De Tijd terug op zijn editie. ‘De Golfoorlog had de kunstwereld in diep wantrouwen gedompeld. Kunstenaars waren hun geloof kwijt. De kunstmarkt zat in een zware crisis. Met mijn Documenta heb ik het geloof in eigen kunnen teruggebracht in de kunstwereld. En ik heb een aantal kunstenaars getoond die later hun weg naar het grote publiek vonden. Behalve Luc Tuymans mensen als Matthew Barney, Louise Bourgeois en ­Raoul De Keyser. Het klinkt wellicht pretentieus, maar mijn Documenta was de sterkste van de jongste vier edities. Vraag het maar na bij professionals.’ Die gaven hem gelijk.

Jan Hoet uitgesproken

‘Ik  heb het geluk gehad altijd ambtenaar te zijn geweest en dan komt het geld vanzelf wel.’

‘Ik vind elke grote kunstenaar een held.’

‘Elk land heeft zo zijn eigenaardigheden. Duitsland ­bijvoorbeeld heeft geen smaak.’

‘Kunst en leven zijn hetzelfde. Goede collectioneurs zijn op zoek naar hun identiteit. Ze maken  via de werken die ze verzamelen een portret van zichzelf.’

‘Zonder de kunst was ik  een gangster geworden. Maar een goeie, hè!’

‘De kunstenaar is altijd de ander: hij doet een voorstel, van waaruit een gesprek, een discussie kan ontstaan. De kijker kan akkoord gaan of niet.’

Schaduw

In  2003 ging Hoet met pensioen en verliet hij zijn S.M.A.K. Zijn schaduw nam hij echter niet mee. Zijn opvolger Peter Doroshenko hield het maar een jaar vol. Aanvankelijk ontkende Hoet iets met het ontslag te maken te hebben, maar in 2005 was hij snoeihard voor zijn opvolger. ‘Daar hebben we ons aan laten vangen. Doroshenko is voor mij een virtueel man, hij bestaat niet echt. Hij had een indrukwekkend cv, maar hoeveel daarvan was echt?’

MARTa

Hoets pensionering betekende voor hem geen rust. Integendeel. In 2005 stampte hij in de Duitse stad Herford, gelegen tussen Dortmund en Hannover, een nieuw mu­seum uit de grond: MARTa (Möbel Art).  Aan ambities geen gebrek, het museum werd ontworpen door de befaamde Canadese architect Frank Gehry. Het koppelde design aan kunst. Een logische keuze, want Herford kende een lange traditie van meubelmakerij.

Hoet bleef in Duitsland tot 2008. Maar ook daarna bleef hij zich onverdroten inzetten voor de kunst, ook al kampte hij met een zwakke gezondheid. In 1993 kreeg hij nierkanker, waarna hij aan de nierdialyse moest. Later kreeg hij een beroerte. Hij leek de ziektes van zich af te werken, al belandde hij op geregelde tijdstippen in het ziekenhuis. Capituleren deed hij nooit.  ‘Zie je me al zitten in mijn sloffen? De nieuwsgierigheid drijft me om door te gaan. De nieuwsgierigheid voor nieuwe inzichten, nieuwe ideeën, nieuwe attitudes.’

Vorig jaar cureerde hij in het Museum van Deinze en de Leiestreek werk uit de beginperiode van zijn vriend Raoul De Keyser. Ook al ging het om een kleine tentoonstelling, het enthousiasme van Hoet was er niet minder om. Hij leidde ons rond alsof we naar de grootste tentoonstelling van de grootste kunstenaar allertijden aan het kijken waren. Vintage Jan Hoet was dat. Hij ruste in vrede.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud