Keurmeesters komen langs op Brafa: 'Hoe belangrijker de beurs, hoe minder betwistbare kunst'

©Saskia Vanderstichele

Brafa opent pas zondag, maar voor de 133 standhouders was het dinsdag misschien wel de spannendste dag van de kunstbeurs. Het ‘vettingcomité’ kwam langs. 90 keurmeesters onderzochten de kunstwerken op hun authenticiteit. Bernard Blondeel is de coördinator.

Het ritueel is ieder jaar hetzelfde. Begin januari vragen we aan de organisatoren van Brafa of we de ‘vetting’ - het beoordelen en keuren van kunstwerken - mogen bijwonen. Ieder jaar is het antwoord hetzelfde: nee, dat mag niet. Maar Bernard Blondeel (75), de coördinator van het vettingcomité, wil ons een dag voor de keuring wel te woord staan. De gepensioneerde kunsthandelaar en specialist in wandtapijten doet de coördinatie al zo’n zes jaar voor Brafa. ‘Vroeger keurde ik zelf op Tefaf in Maastricht. Als kunsthandelaar ben ik natuurlijk ook vaak gekeurd op een beurs. In het begin van mijn carrière werden weleens stukken geweigerd. Leuk is dat niet, maar je leert er wel van.’

Een dag minder

De 65ste editie van de kunst- en antiekbeurs Brafa vindt plaats van zondag 26 januari tot zondag 2 februari op de site van Tour & Taxis in Brussel. Daarmee is de beurs een dag korter dan de voorgaande jaren.  De standhouders waren vragende partij voor die kortere duur.

133 standhouders nemen dit jaar deel. Er zijn slechts acht nieuwkomers. Brafa kent daarmee een opvallend klein verloop. 50 standhouders komen uit België. Onder de 83 buitenlanders is Frankrijk met 43 galeries het best vertegenwoordigd.

De beurs organiseert dit jaar een speciale tentoonstelling en veiling van vijf stukken van de voormalige Berlijnse muur. Ze zijn afkomstig van de 68 kilometer lange Hinterlandmauer, die het gebied aan de Oost-Berlijnse kant afsloot. Elk stuk weegt 3,6 ton. De opbrengst van de veiling gaat naar goede doelen.

 

Het vettingcomité voor Brafa telt 90 leden, verdeeld over twaalf specialiteiten, gaande van antieke Chinese kunst over oude boeken en tekeningen tot schilderkunst van de 19de tot de 20ste eeuw. Het aantal leden per specialiteit wisselt in functie van het belang van een bepaalde ‘sector’. De leden van het vettingcomité zijn kunstexperten en kunsthandelaars. Die laatsten zijn op Brafa uiteraard niet met een stand aanwezig. Op Tefaf worden de handelaars sinds 2016 uit de keuringscommissies geweerd om elke zweem van belangenvermenging en partijdigheid te voorkomen. ‘Ik betreur die beslissing. Je mag het beoordelen van kunst niet enkel overlaten aan academici of museumspecialisten. Handelaars kennen de geschiedenis van een kunstwerk vaak beter. Wanneer is het het laatst geveild? Wanneer en hoe is het gerestaureerd? Die informatie is essentieel voor een beoordeling.’

Op de vetting zijn de standhouders niet aanwezig. ‘In de ideale wereld zijn ze dat wel. Je kan dan vlug bijkomende informatie vragen als dat nodig is. Maar de ervaring heeft geleerd dat de spanningen te snel kunnen oplopen. Niet iedereen kan even goed om met kritiek. Daarom lopen de keurmeesters alleen rond op de kunstbeurs. De standhouders kennen ook hun namen niet.’

Naar wat zijn de keurders op zoek? ‘De juistheid van de informatie’, zegt Blondeel. Dat mag je letterlijk interpreteren. ‘We bekijken of de informatie die op het naamplaatje staat, overeenstemt met het tentoongestelde werk. Als een handelaar een sculptuur presenteert als een werk uit de 17de eeuw, moet dat ook zo zijn. De keurders beschikken over wetenschappelijke instrumenten om dat na te gaan. Ze kunnen bijvoorbeeld röntgenopnames maken. Er wordt ook gecontroleerd of werken niet te veel gerestaureerd zijn of in een te slechte staat verkeren. Bij oude boeken gaan de specialisten na of niet te veel bladzijden ontbreken. De certificaten van kunstwerken worden ook bekeken. Dus ja, we hebben onze handen meer dan vol.’

Subjectief gegeven

Je ziet snel of een standhouder de afgesproken kwaliteitsnormen haalt. Over de waarde of de prijs spreken we ons niet uit.
Bernard Blondeel
coördinator vettingcomité

De keurders controleren ook de kwaliteit van kunstwerken. ‘Dat is een subjectief gegeven. Maar je ziet toch al snel of een bepaalde standhouder de afgesproken kwaliteitsnormen haalt of niet. Over de waarde of de prijs spreken we ons niet uit.’ Tijdens de keuring lopen ook een aantal specialisten van het Art Loss Register op de beurs rond. Zij onderzoeken of geen gestolen kunstwerken worden aangeboden.

Als een stuk niet door de beoordeling raakt, mag het niet op de beurs worden getoond. ‘Iedere standhouder kan voor maximaal drie afgewezen stukken in beroep gaan. Soms wordt een ontbrekend document toch gevonden. Dan is het probleem van de baan. Als de beslissing behouden blijft, verdwijnt het stuk van de beurs. Dat staat zo in het contract dat de standhouders hebben ondertekend.’

Blondeel denkt even na over de vraag hoeveel kunstwerken gemiddeld geweigerd worden. ‘Misschien 1 procent. Ergens tussen 20 en 50, schat ik. Maar hoe belangrijker de beurs wordt, hoe minder betwistbare kunst. De eerste vetting gebeurt eigenlijk door Brafa zelf bij de selectie van de standhouders. Galeries met een wat besmeurde reputatie komen er niet in.’

Het vettingcomité screent dan wel de werken, het is juridisch niet verantwoordelijk voor de authenticiteit ervan. ‘Dat staat ook in het contract. De authenticiteit wordt gegarandeerd door de standhouder. De koper moet bij hem terecht met klachten. Maar een verzamelaar koopt ook niet blind, hè. Ik ga ervan uit dat hij iets van kunst kent. Anders zou hij niet verzamelen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect