‘Kunst kopen en verkopen achter een scherm is niet spannend’

©Brecht Van Maele

De kunstmarkt klampte zich het afgelopen jaar vast aan het internet. Galeriehouder Francis Maere is niet overtuigd. ‘Een galerie leeft bij de gratie van de passanten met wie je over kunst praat. Met de computer lukt dat bij mij niet.’

Francis Maere (59) leidt ons in zijn galerie in het eeuwenoude Hotel Falligan op de Kouter in Gent door de indrukwekkende expo van Pierre Clerk. De Amerikaanse kunstenaar is 92, maar nog altijd very alive and kicking. Hij is door corona New York ontvlucht en ondergedoken in zijn buitenverblijf nabij het Franse Bordeaux. Grote sculpturen en schilderijen wisselen elkaar af. Een scheut geometrie, een scheut popart in felle heldere kleuren.

In onze eindejaarreeks De toegift blikken we terug op het vreemde culturele jaar 2020. Snel vergeten en volle kracht vooruit naar 2021.

‘Ik heb Pierre drie jaar geleden leren kennen. We hebben elkaar daarna vaak ontmoet in Bordeaux. Ik bewonder zijn artistieke consistentie. In de jaren 50 had hij zijn eerste tentoonstelling in het MoMa in New York. 70 jaar later is zijn gedrevenheid geen spat verminderd. Bijna alles wat je hier ziet, is recent werk.’

Maere, voorzitter van de Koninklijke Kamer van de Antiquairs en Kunsthandelaars van België en kind aan huis bij veel topverzamelaars, is gespecialiseerd in Belgische kunst van 1880 tot 1950, met veel aandacht voor de Latemse School. Denk aan Gustave De Smet, Frits Van den Berghe, Constant Permeke. Clerk hoort niet in dat rijtje thuis. ‘Ik wil mijn klanten ook kunst tonen waarmee ik buiten hun lijntjes kleur’, legt hij uit. Een paar werken van Clerk had Maere beslist meegenomen naar Brafa, de grootste Belgische kunstbeurs die over drie weken op de site van Tour&Taxis had moeten beginnen. Maar in oktober werd na een lange interne discussie beslist de editie van 2021 af te gelasten.

Francis Maere (59)

Studeerde kunstgeschiedenis aan de Gentse universiteit. Na enkele korte tussenstappen in de museum- en veilingwereld, onder meer bij Mudel in Deinze en Christie’s in Londen, werkte hij tien jaar in de Belgische kunsthandel.
Richtte in 1995 zijn eigen galerie op in Ooidonk. In 2011 kwam de vestiging in Gent erbij.
Is voorzitter van de Koninklijke Kamer van de Antiquairs en Kunsthandelaars van België en vicevoorzitter van Brafa.

‘Een moeilijke maar logische beslissing. Op zo’n beurs moet je vrij en onbelemmerd kunnen rondlopen. Met een hapje en een drankje. Van de ene galerie naar de andere en terug. De afgelasting is een forse streep door de rekening. Ik doe jaarlijks Brafa en PAN Amsterdam, soms ook Eurantica in Namen. Voor mij en de meeste collega’s maken de kunstbeurzen de helft van de omzet uit. Zien kopen doet kopen. Het is het uitgelezen moment om oude en nieuwe klanten te ontmoeten.’

Er komt wel een alternatief: Brafa at the Gallery, van 27 tot 31 januari. Iedere deelnemer toont in zijn galerie de voor Brafa bestemde stukken. ‘Ik maak er een grotere en langer durende tentoonstelling van. Ik heb vijf collega’s uitgenodigd, onder meer uit Parijs en Brussel. De expo wordt een fusion van stijlen en periodes, van kunst uit de middeleeuwen tot tribal art. Hopelijk komt er geen derde golf en kan alles doorgaan. Ik denk dat iedereen daarnaar snakt.’

Jazzpiano bracht troost

‘Ik speel wat gitaar en piano. Niet professioneel, hé. Ik ben een grote liefhebber van jazz. Charlie Haden, Stan Getz, die gasten. Ik heb me de voorbije tijd opnieuw toegelegd op jazz spelen op mijn piano. Dat deed deugd.’
‘Ik ben tijdens de eerste lockdown ook veel gaan wandelen in de natuur. Dat bracht rust. Je ziet de natuur in de lente ontwaken. In de winter is dat allemaal wat minder. (
lachje)’

Had u op Brafa in januari 2020 al iets vernomen over corona?

Francis Maere: ‘Nee, totaal niet. Het was een geweldige editie, met een goede verkoop bij veel standhouders. Gelukkig. Dat heeft voor veel galeries het jaar gered. Het woord corona is daar bij mijn weten geen enkele keer gevallen. Op Tefaf in Maastricht twee maanden later was het helemaal anders. Ik was daar op de openingsdag als bezoeker. Heel voorzichtig. Elleboog tegen elleboog. Tot ik ’s avonds een goede collega uit Noord-Italië tegenkwam. Toen ben ik de voorzichtigheid even uit het oog verloren. (lachje). Een week later begon de eerste lockdown.’

Hoe is die voor u verlopen?

Maere: ‘In het begin dacht ik: we zetten in op onlineverkopen. Iedereen deed dat. Maar dat heeft mij niets opgeleverd. Ik investeer daar niet meer in. Mensen komen online misschien wel eens kijken, maar kopen niet. Toch niet bij mij. Misschien werkt het wel bij grote veilinghuizen en internationale galeries die met een grote marketingcampagne de markt kunnen bespelen. Het probleem met het internet is dat je er alles vindt. Het is heel moeilijk om van achter je computer een onderscheid te maken in het onmetelijke aanbod. Ik vind er ook niets spannends aan om te kopen of te verkopen van achter een scherm.’

©Brecht Van Maele

U hebt een vestiging in Gent en een in Ooidonk, op de buiten. Is er een verschil in het aantal bezoekers?

Maere: ‘Zeker. In de zomer hebben we in Ooidonk veel bezoekers gehad. Mensen wandelen in de natuur en springen dan binnen. In de binnenstad van Gent is dat veel moeilijker. Dat heeft niet alleen met de coronacrisis te maken. Het mobiliteitsplan van de stad doet er ook geen goed aan. Ik hoor dat vaak: naar Gent komen we niet meer. Een galerie leeft van de passanten, mensen passeren en springen binnen. Maar mensen passeren momenteel niet. Dat maakt het leven moeilijk. Ik doe niets liever dan met mensen over kunst babbelen. Maar ja, als iedereen thuis moet blijven… Ik heb heimwee naar de vernissages met 100 of 200 man. De avond dat de expo met Pierre Clerk is opengegaan, was er zeven man. Dat was niet geestig.’

Hoe reageren de verzamelaars op de coronacrisis?

Wat kijk ik uit naar 2022, wanneer hopelijk weer 6.000 kunstliefhebbers op de openingsavond van Brafa rondlopen.

Maere: ‘Die zijn wat afwachtender geworden. Zeker tijdens de eerste lockdown, toen de beurzen hard onderuitgingen. Intussen is het wat gestabiliseerd. De kunstmarkt is wel veranderd. Je ziet dat sterk aan de veilinghuizen. Die zetten meer in op private sales. Ze brengen verkoper en koper direct met elkaar in contact, business-to-business zoals dat heet. Ze treden op als makelaar. Hun commissies zijn stevig, tot 25 of 30 procent. Dat zag je vroeger niet. Ik probeer dat op mijn bescheiden manier ook af en toe te doen, meestal zonder die exuberante commissies (lachje). Je krijgt telefoon van een collectioneur die een kunstwerk wil verkopen en je zoekt voor hem een koper. Of je hebt iemand in gedachten uit je klantenbestand. Maar staar je daar niet blind op. Dat gebeurt drie, vier keer per jaar.’

Hebt u de voorbije maanden overwogen met de galerie te stoppen?

Maere: ‘Dat heeft wel eens door mijn hoofd gespeeld. Ik ben al bijna 60. Maar de microbe laat me niet los. Het is het schoonste beroep dat er is. Ik heb ook gedacht: misschien moet ik makelaar worden. Alle vaste kosten van mijn twee galeries vallen dan weg. Ik ken enkele collega’s die dat echt overwegen of zelfs al gedaan hebben. Je kan dan je stock volledig op veiling zetten en hem zo verkopen. Maar ik denk niet dat dat een goed idee is. Veilinghuizen nemen ook niet alles aan, alleen de topstukken.’

‘Er zijn echt trends op de kunstmarkt. Neem Albert Saverys uit de Latemse School. Hij is vooral bekend van zijn winterse taferelen. Die deden het lang goed op veiling en in de galerieën, ze haalden 15.000 tot 20.000 euro. Dat is voorbij. Als je vandaag 5.000 euro krijgt voor dat soort schilderijen, mag je blij zijn. De schilderijen uit Saverys’ beginperiode zijn wel gegeerd. Hij was erg geïnspireerd door pointillisten zoals Théo van Rysselberghe. Die schilderijen, veel zeldzamer dan zijn winterlandschappen, brengen 100.000 tot 150.000 euro op. De kunstmarkt gaat na verloop van tijd op zoek naar de meest originele of gedurfde periode van een gevestigd kunstenaar. Dat zal Jef Koons of Damien Hirst over 50 jaar ook overkomen. Een deel van hun werken zal de kunstmarkt niet meer interesseren.’

Zou u mensen nog aanraden een galerie te beginnen?

Maere: ‘Als je een passie voor kunst hebt, waarom niet? Gemakkelijk is het niet, zeker niet als het om hedendaagse kunst gaat. Er is zoveel goeds en zoveel slechts. Je moet wat geluk hebben om de juiste artiest binnen te halen. En je moet een clientèle opbouwen. Dat duurt jaren. Dan kom ik weer bij het begin: het belang van het contact met je klanten op een kunstbeurs. Weet u, Brafa is echt wel vermoeiend. Maar wat kijk ik uit naar 2022, wanneer hopelijk weer 6.000 kunstliefhebbers op de openingsavond rondlopen.’

Bij Francis Maere Fine Arts in Gent loopt tot 28 februari een expo rond Pierre Clerk. In de galerie in Ooidonk zijn ook tot 28 februari werken van Ernest Van Hoorde te zien. Francismaerefinearts.be.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud