Deweer gaat dicht: requiem voor een plattelandsgalerie

©Jonas Lampens

Voor een laatste keer ontgrendelen de ontdekkers van Panamarenko en Jan Fabre hun schatkamer. ‘We kunnen niet meer meedoen met de groten.’

‘Kunst tussen de koeien’, blokletterde een krant die veertig jaar geleden een journalist naar de opening van Deweer Gallery in Otegem stuurde. Kunsthandelaar Mark Deweer zag de krantenkop tot zijn overlijden in 2016 als een unique sellingpoint.

In de kleine deelgemeente van Zwevegem ruikt het nog altijd naar koeienmest, merken we op de oprit van de kunstgalerie. ‘Stinkt het? Ach, dat ruiken wij al lang niet meer. In de stad storen de uitlaatgassen ons meer.’ Gerald (42) en Bart Deweer (45) nemen ons mee naar de startlijn van hun laatste tentoonstelling in de oude tapijtenfabriek van hun vader. Zeven jaar geleden kreeg de galerie nog een grondige make-over, maar na ‘Bye Bye & Hello’ is het afgelopen met Deweer in Otegem.

Als afscheidsgeschenk voor hun kunstenaars en hun cliënteel kozen de broers meer dan 200 werken uit de verzameling van hun vader, wiens geschilderd portret van de Duitse kunstenaar Stephan Balkenhol het labyrintisch parcours op gang trapt. ‘Eigenlijk is Balkenhol een beeldhouwer. Dit schilderij is een hommage’, zegt Gerald. ‘Papa steunde hem vanaf het allereerste begin. Omgekeerd is Balkenhol ons ook altijd trouw gebleven. Een rariteit in het kunstwereldje.’

©Jonas Lampens

Op de heuvelrug tussen de Schelde en de Leie begon Mark Deweer eind jaren zestig met zijn broer de tapijtenweverij Assur. Na zijn uren verzamelde hij hedendaagse kunst. Toen zijn hobby een passie werd, opende hij in 1979 een galerie op de zolderkamer van zijn villa verderop in de straat. Zes jaar later verhuisde hij ze naar de voorkant van het fabrieksterrein. In 2006 stopte Deweer met de tapijtenweverij. De sector ging door een diepe crisis. Hij zette alles in op de kunsthandel.

Deweer begon zijn verzameling met Duitse en Italiaanse neo-expressionisten. De jonge Anselm Kiefer kreeg een solo op zijn zolderkamer. Deweer kocht ook veel Britse popart. Uit die beginperiode zijn alleen een schilderij van Allen Jones en een zwembadtekening van David Hockney overgebleven. Het zijn de enige werken op de expo die niet te koop zijn, ook al is Hockney de duurste levende kunstenaar. ‘Mijn vader heeft ze aan mijn moeder cadeau gedaan. Het zijn herinneringen aan hem, en dat blijven ze’, zegt Gerald. ‘Geen idee hoeveel die grafiek van Hockney waard is. Vanochtend is er iemand voor langsgekomen. Misschien moeten we hem toch eens laten schatten.’

Kunstenaars verwachten tegenwoordig een onmiddellijke return, anders beginnen ze te zeuren.
Gerald Deweer, galerist

Het zegt iets over de drijfveren van de familie in de kunstwereld. Hoewel de Deweers handelaars zijn, was geld nooit het belangrijkste. Vader Deweer begon kunst te verzamelen als tegenreactie op zijn haastige leven als textielondernemer. Zijn verzamelwoede werd pas een businessmodel toen hij zag dat collega-verzamelaars interesse toonden. Bart: ‘Veertig jaar geleden was kunst iets voor buitenstaanders en weirdo’s. De familie vond de hobby van mijn vader maar niets. Mijn grootvader heeft mijn moeder meermaals gesmeekt hem op andere ideeën te brengen: ‘Hou Mark tegen, hij is zot. Wat gaan jullie doen met al die kunst?’ Ik ben blij dat hij nooit heeft geluisterd.’

Uit die beginperiode dateert ook de samenwerking tussen Deweer en de Antwerpse kunstenaar Panamarenko. ‘We kunnen een museum vullen met Panamarenko’s’, zegt Gerald. ‘De eerste 15 jaar verkocht mijn vader niets van hem. De mensen lachten hem uit: ‘In Otehem ha je een beetje vliehertjes verkopen...’ Maar hij is in hem blijven investeren. Zo was hij met elke kunstenaar waarin hij geloofde, zelfs als er weinig bewoog op de markt.’

In de groepstentoonstelling - opgesplitst in vier delen, per decennium - keert Panamarenko dus enkele keren terug. Net als Jan Fabre. Dertig jaar lang toonde de galerie elk belangrijk hoofdstuk uit zijn beeldende kunstpraktijk in een soloshow. Het is interessant te zien hoe Deweers fetisjkunstenaars zich over de jaren ontwikkelen.

©Jonas Lampens

Het parcours toont ook hoe Deweer van schilderkunst en beeldhouwkunst langzaam opschoof naar fotografie en installatiekunst. En de laatste ruimte etaleert de goede smaak van de familie als het over jong talent gaat. Met een speciale vermelding voor twee rechtstaande poppetjes. Het zijn de ouders van de Spaanse beeldhouwer Enrique Marty, nog zo’n kunstenaar aan wie de Deweers altijd trouw zijn gebleven.

Pure stress

In hun selectie hielden de broers zo veel mogelijk rekening met hoe hun vader het zou hebben gewild. Makkelijk was dat niet. Voor de volledige collectie van 1.700 werken was geen plaats. Daarom staan aan het einde van het traject twee hokjes met daarin een computer waarop je discreet de rest van de collectie kan bekijken. Alles mag weg, soms met kortingen tot 40 procent.

Waarom doen de broers al die mooie werken van de hand? Omdat de kunstmarkt niet meer is wat ze was. Gerald: ‘We zijn opgevoed door ons vader. Kunst was bijzaak, een hobby. Wij leefden van de textiel. Mijn vader was de eerste galerist in België die na de val van het IJzeren Gordijn de Russen in België bracht. Niet per se om munt uit te slaan, hij vond dat gewoon een interessante stroming. Hij kocht veel en hield het, tot frustratie van andere verzamelaars. ‘Jij wilt het allemaal houden, wij krijgen de kans niet’, verweten ze hem. Dat was nu eenmaal zijn way of life. (kijkt naar zijn broer) Diep in zijn hart is papa altijd een verzamelaar gebleven, hè.’

©Jonas Lampens

Dat ging goed tot de bankencrisis van 2008 de deur wagenwijd openzette voor investeerders en risicobeleggers in hedendaagse kunst. ‘Mensen die niets van kunst afwisten en zich toch op de kunstmarkt stortten. En die jonge kunstenaars opjagen als wilde dieren’, zegt Gerald. ‘Een kunstenaar kan niet meer traag groeien. Jan Fabre was erg jong toen hij hier aanklopte. Mijn vader gaf hem geld om materiaal te kopen. Zo ging dat in die tijd, artiesten hadden geen geld. Vandaag staan grote buitenlandse galeriehouders aan de poorten van de kunstacademies te zwaaien met geld. Wij kunnen niet meer meedoen met de groten.’

Kunstenaars zijn bewuster bezig met carrière maken. ‘Vroeger was kunst expressie. Artiesten hadden nog principes. Op een bepaald moment kreeg Panamarenko 1 miljoen dollar aangeboden van Bill Gates om een werk te maken voor het nieuwe hoofdkantoor van Microsoft. Hij weigerde, omdat het niet paste bij wat hij deed.’

Bart knikt. ‘Een kunstenaar kwam vroeger amper uit zijn atelier. Panamarenko was een eenzaat. Nu moeten kunstenaars overal aanwezig zijn: op openingen, in de media, waar ze het maar beter goed kunnen uitleggen.’

‘Vroeger was een opening een feest, vandaag is het pure stress. Je moet presteren. De kunstenaars verwachten een onmiddellijke return, anders beginnen ze te zeuren. Of ze laten zich inpakken door een kapitaalkrachtige buitenlandse speler. We zijn de afgelopen jaren heel wat jong talent kwijtgespeeld. Een jonge kunstenaar die we van de Rijksacademie in Amsterdam plukten, een jongen in wie we serieus investeerden, stapte over naar Mendes Wood (een Braziliaanse galerie die in 2017 een filiaal opende in Brussel, red.).’

-40%
Voor de volledige collectie van 1.700 werken was geen plaats in de afscheidsexpo van Deweer Gallery. Daarom staan aan het einde van het traject twee hokjes met daarin een computer waarop je discreet de rest van de collectie kan bekijken. Alles mag weg, soms met kortingen tot 40 procent.

Een andere artiest van Deweer werd het hof gemaakt door Gagosian, een megagalerie van het niveau Hauser & Wirth en David Zwirner. ‘Gagosian heeft zijn atelier leeggekocht. (blaast) Hoelang gaan we hem nog kunnen houden?’ Bij elke vertrekkende kunstenaar kreeg vader Deweer een mes in de rug geplant. Gerald zucht. ‘Kunstenaars die hem lieten zitten, dat was één van zijn grote frustraties. Wij waren dat ook kotsbeu. Kunst is economie voor die mensen en economie betekent: snelheid. Wij zeggen: kunst moet opnieuw traag worden. Jonge artiesten moeten weer leren ploeteren.’

Knokse mentaliteit

De meeste van ‘die investeringsgaleries’, zoals de broers ze snerend noemen, trokken de afgelopen jaren naar de steden. Naar Brussel of Antwerpen, waar het niet naar mest maar naar uitlaatgassen ruikt.

Ook de Deweers hebben een verhuizing overwogen. ‘Natuurlijk’, zegt Gerald. ‘We hebben alle opties bestudeerd. Iedereen raadde het ons af. Zo’n grote ruimte is ook onbetaalbaar in Brussel. Eén zomer zijn we het grote geld achternagereisd, en hadden we zes weekends een pop-up in Knokke. Ik zou het mijn hele leven hebben beklaagd als ik het niet had geprobeerd. Ik ben blij dat ik het nu weet: Knokke is onze stijl niet. De meeste mensen die binnenliepen, kenden niets van kunst. ‘We kopen het omdat we geld hebben’, was de mentaliteit. Jongen, ik werd daar ziek.’

We hadden ook naar Christie’s of Sotheby’s kunnen stappen en zeggen: ‘Hier, 1.700 werken. Salut en de kost.’
Gerald en Bart Deweer, galeristen

Maar Otegem blijft Otegem. En dus gooien de broers na deze retrospectieve de handdoek in de ring. Niet uit financiële noodzaak. De cijfers bleven op peil. ‘Onze omzet was zelfs gestegen omdat we makkelijker grote stukken verkochten.’

De broers dragen de vertegenwoordiging van hun artiesten in januari over aan een andere kunsthandel. Een bestaande galerie in België, in een grote stad. Meer willen ze nog niet kwijt, behalve dat ze als adviseurs aan boord blijven en hun kunstwerken af en toe achterna zullen reizen naar beurzen.

Ze vinden het een mooi compromis: de kinderen gaan het huis uit, maar de ouders blijven vanop dichte afstand voor hen zorgen. ‘Dankzij de overdracht aan gelijkgestemden is onze schatkamer in goede handen. We hadden ook naar Christie’s of Sotheby’s kunnen stappen en zeggen: ‘Hier, 1.700 werken. Salut en de kost.’ Maar dan zouden we ons levenswerk overlaten aan de veilingmarkt met al haar grillen. Dat zou pas inconsequent en onverantwoord zijn geweest, zowel tegenover onszelf als tegenover onze kunstenaars en verzamelaars.’

©Jonas Lampens

De broers zijn blij dat ze vanaf januari meer tijd krijgen om te verzamelen. Het bedrijf sluit trouwens niet. De oude loodsen van de textielfabriek blijven net als de afgelopen tien jaar in gebruik als depot voor de collecties van andere verzamelaars. Wat gebeurt er met de galerieruimte? ‘We hebben al met de gemeente gesproken over een culturele bestemming. Waarom er geen permanent museum maken? Vader had ook nog een privéverzameling van 300 werken die niemand ooit heeft gezien. Een museum zou hij een mooie hommage hebben gevonden.’

‘Bye Bye and Hello: 40 Years Deweer Gallery’ opent op 25 september en loopt tot 15 december in Otegem.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect