Advertentie

Vriendschap op het eerste gezicht

Picasso en Giacometti vonden elkaar in de kunstvernieuwing.

Alberto Giacometti en Pablo Picasso waren twintig jaar innig bevriend. Daarna werden ze alsnog bittere concurrenten. Museum Voorlinden viert zijn vijfde verjaardag met een dubbeltentoonstelling rond beide kunstenaars.

‘In 2016, toen ik aan de ingang van het Musée Picasso in Parijs stond voor de expo ‘Picasso-Giacometti’, dacht ik: ‘Moet dat nou? Ik ken de ene en de andere wel...’ Het bleek vooringenomen, want de combinatie was een verrijking. Dus ja, ik ben blij dat we die expo van vijf jaar geleden nu kunnen tonen, in een forse upgrade met meer werken’, zegt Suzanne Swarts, de directeur van Museum Voorlinden in Wassenaar.
Het museum, opgericht door de Nederlandse industrieel en kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh, viert met de tentoonstelling zijn vijfjarige bestaan.

Pablo Picasso op zijn 20ste. Een zelfportret uit 1901. ©© RMN - Grand Palais - Mathieu Rabeau

De Zwitser Alberto Giacometti (1901-1966) en de Spanjaard Pablo Picasso (1881-1973) zijn niet lukraak bij elkaar gezet omdat ze iconische kunstenaars uit de 20ste eeuw zijn. ‘Ze leerden elkaar in 1931 in Parijs kennen. De Spaanse kunstenaar Joan Miró bracht hen samen. Het was vriendschap op het eerste gezicht. Ze zagen elkaar wekelijks, soms dagelijks. In cafés, in hun ateliers. Die vriendschap was best uitzonderlijk: ze verschilden twintig jaar in leeftijd. Maar hun ideeën over kunst en kunstvernieuwing liepen parallel.’

Twee zelfportretten aan het begin van de expo accentueren het leeftijdsverschil. ‘Ze waren allebei twintig toen ze het portret maakten. Giacometti beeldt zichzelf af
als een jonge god met blozende wangen. Picasso lijkt wel een oude man. Hij had
net zijn goede vriend en schilder Carlos Casagemas verloren. Die pleegde zelfmoord na een mislukt liefdesavontuur met een prostituee. Picasso verzeilde in een
depressie. Dat was het begin van zijn blauwe periode, waarvan het zelfportret een voorbeeld is’, zegt Swarts.

Ongevulde ruimtes

De rode draad door de expo is het gelijklopende parcours van beide kunstenaars
in hun drang naar vernieuwing. Ze geeft geen chronologisch overzicht, maar je ziet in de thema’s wel hoe de kunst van beide artiesten veranderde.

Picasso’s ‘Apollinaire’ uit 1928. ©© RMN - Grand Palais - Adrien Didierjean

Zoals elke kunstenaar moesten Picasso en Giacometti eerst de traditie onder de knie krijgen voor ze nieuwe wegen insloegen. Bij beiden ging dat vrij snel. Swarts wijst naar een vroeg portret van Picasso’s eerste vrouw, de Russische danseres Olga Khokhlova. Het ziet er erg traditioneel uit maar dat klopt niet helemaal. ‘Als je goed kijkt, zie je dat het schilderij niet af is. Zowel Picasso als Giacometti hield ervan  ruimtes in hun kunstwerken ongevuld te laten. Daarmee wonnen hun werken aan kracht, vonden ze. Het hield ook de illusie in stand dat ze het werk in hun drang naar perfectie nog konden verbeteren als ze dat wilden.’

Voorlinden staat bekend voor zijn minimalistische aanpak van tentoonstellingen. Er worden nooit veel schilderijen aan de muur gehangen of beelden in de zaal geplaatst. Ruimte zat. Bij ‘Picasso-Giacometti’ is dat enigszins anders. ‘We tonen meer dan we gewoon zijn. Het was een bekommernis.’ Maar het stoort niet. Er zit veel eenheid van kleur in de verschillende zalen. Dat maakt van de tentoonstelling een organisch geheel.

(Homme) Apollon. ©Succession Alberto Giacometti / ADAGP, Paris, 2021

En natuurlijk word je als bezoeker uitgedaagd: is dit een Picasso of een Giacometti? Meestal herken je ze wel. Maar de combinatie ‘Homme (Apollon)’ en ‘Figure: projet pour un monument à Apollinaire’, zet je wel op het verkeerde been. Het eerste is robuust met etnografische invloeden, het tweede subtiel en licht. Picasso en Giacometti dus, denk je spontaan. Helaas, het is andersom. Wie verkeerd gokt, is in
goed gezelschap. ‘De directeur van het Picasso-museum was hier gisteren. Hij
zag het zware beeld en zei: ‘Wow, wat een prachtige Picasso, die ken ik helemaal
niet. ‘Ja,’ zei ik, ‘het is dan ook een Giacometti.’ Swarts moet er hartelijk om lachen.

Picasso en Giacometti waren dan wel vrienden, karakterieel waren ze tegenpolen. Picasso was de zelfverzekerde macho, Giacometti de eeuwige twijfelaar en weifelaar.
Suzanne Swarts
Directeur van Museum Voorlinden

Picasso en Giacometti waren dan wel vrienden, karakterieel waren ze tegenpolen. Picasso was de zelfverzekerde macho, Giacometti de eeuwige twijfelaar en weifelaar. Dat weerspiegelde zich ook in hun houding tegenover vrouwen, een thema op de expo. Picasso versleet ze bij bosjes. ‘De schilderijen van Olga Khokhlova
op de expo zijn symptomatisch: van godin tot deurmat. Picasso hield van jonge, mooie vrouwen. In het begin beeldde hij ze af als schoonheidsidealen. Als hij ze beu was, schilderde hij ze lelijker en lelijker, tot ze haast monsters werden. Olga was de eerste van velen die het overkwam. Toch stonden de vrouwen aan te schuiven om zijn muze te worden. Je begrijpt het niet.’ We opperen dat elke vrouw denkt dat het haar niet zal overkomen. ‘Zou het?’

Giacometti gebruikte vooral zijn vrouw Annette als model. ‘Giacometti was wat bang voor vrouwen. Hij begreep niet zo goed hoe mannen en vrouwen zich tot elkaar verhielden’, zegt Swarts. Dat blijkt ook uit de talrijke beelden en enkele schilderijen van Annette op de tentoonstelling. Je voelt liefde voor zijn vrouw, maar ook een soort afstand, van het niet altijd begrijpen. Een klein geschilderd portret van Annette is daar een indringend voorbeeld van. Ze lijkt bijna op een doodshoofd, een vrouw die bedreigt. 

Tegenstem

Alberto Giacometti op zijn 20ste. Een zelfportret uit 1920. ©Foto: Robert Bayer

De vriendschap tussen Picasso en Giacometti eindigde in 1951. Picasso verhuisde naar het zuiden van Frankrijk, Giacometti bleef in Parijs. Ze konden elkaar minder zien. ‘Maar dat is niet de echte reden van hun breuk, weten we inmiddels. De Parijse galerist Daniel-Henry Kahnweiler wilde Giacometti inlijven. Daarvoor moest hij unaniem de toestemming krijgen van de kunstenaars die bij hem al onder contract lagen, onder wie Picasso. Die stemde als enige tegen. Hij zag de concurrentie niet zitten. Toen Giacometti dat vernam, was hij woest.’

Het is nooit meer echt goed gekomen. ‘Voor Giacometti voelde het aan als een messteek in de rug. In dagboekfragmenten noemde hij Picasso daarna een monster, als mens en als kunstenaar. Picasso heeft er ook onder geleden. Op zijn sterfbed zei hij dat hij twee mensen graag terug zou zien na zijn dood: Alberto Giacometti en de Franse schrijver André Malraux.’

‘Picasso-Giacometti’ eindigt met de grootste sculpturen van beide kunstenaars. Swarts moet niet lang twijfelen over de vraag wie van de twee ze het liefst had
ontmoet. Ze wijst naar ‘Lange vrouw’ van Giacometti. ‘Hem natuurlijk. Zie je die gesloten ogen? Hoewel ze zo dominant aanwezig is, wil die vrouw hier eigenlijk niet zijn. Dat roept Giacometti bij mij op. Bij Picasso bots ik op een façade. Het gaat
bij hem om kleur, lijn en vorm. Ik krijg altijd het gevoel dat hij aan het werken is. Terwijl Giacometti het onzichtbare zichtbaar maakt.’

‘Picasso-Giacometti’ loopt tot 13 februari in Museum Voorlinden in Wassenaar bij Den Haag.

Baas boven baas

Picasso en Giacometti behoren allebei tot de top op de kunstmarkt. Toen Sotheby’s ‘L’homme qui marche I’ in 2010 op 104 miljoen dollar afhamerde, was de sculptuur het duurst geveilde kunstwerk ter wereld. Op 11 mei 2015 brak Giacometti Picasso’s record: ‘L’Homme au doigt’ bracht bij Christie’s 141 miljoen dollar op. Op dezelfde veiling deed Picasso prompt nog net iets beter: zijn ‘Les femmes d’Alger (version O)’ bracht 179 miljoen dollar op. Het is nog altijd zijn veilingrecord.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud