interview

‘De rouw omsingelt me, nog steeds'

©Thomas De Boever

De Israëlische schrijver en vredesactivist David Grossman verloor negen jaar geleden zijn zoon Uri in de oorlog. Schrijven heeft hem gered. ‘Ik wilde me niet laten verpletteren door mijn verdriet.’ Een gesprek over rouw, humor en geweld.

‘De rouw omsingelt me. Nog steeds.’ David Grossman (61) zegt het zacht, bijna fluisterend. In augustus 2006 kwam zijn zoon Uri om het leven bij een militaire operatie in Libanon. Een granaat van de Libanese militie Hezbollah raakte de pantserwagen waarin de 20-jarige dienstplichtige zat. ‘Zelfs na tien jaar heb ik het er nog altijd moeilijk mee’, zegt Grossman in een hotelbar in Gent, waar hij later op de avond een lezing houdt.

Samen met Amos Oz en A.B. Yehoshua behoort Grossman tot de Grote Drie van de Israëlische literatuur. En net als zijn collega’s behoort hij tot het kamp van de vredesduiven die pleiten voor een Palestijnse staat. En af en toe sijpelt iets van zijn politieke ideëen door in zijn literaire werk, zoals in zijn jongste roman ‘Komt een paard de kroeg binnen’. Want ondanks zijn immense verdriet is Grossman altijd blijven schrijven.

‘Alleen schrijven houdt me overeind. De dag na de traditionele joodse rouwperiode van zeven dagen ben ik weer beginnen te schrijven.’ Grossman slikt ongemakkelijk. ‘Ik keerde terug naar mijn vaste schrijfplek en pikte het verhaal op dat ik aan het schrijven was op het moment van Uri’s dood.’ Dat verhaal verscheen twee jaar later als ‘Een vrouw op de vlucht voor een bericht’, een roman over een vrouw die wegloopt van huis omdat ze vreest elk moment de mare te krijgen dat haar zoon is gesneuveld.

‘Het verhaal heeft mij gered in plaats van andersom. Mijn leven stond op z’n kop. ‘Een vrouw...’ was het enige solide in mijn leven. De personages die ik op voorhand had uitgewerkt, lagen me na aan het hart. Ik kon hen niet in de steek laten. Mijn fantasie de vrije loop laten, personages leven inblazen, schrijven tout court stond gelijk aan kiezen voor het leven. Op dat moment besefte ik dat nog niet. Alles ging op automatische piloot, intuïtief.’

Na ‘Een vrouw...’ schreef u het indrukwekkende kleinood ‘Uit de tijd vallen’, waarin u uw pijn over de dood van uw zoon onder woorden probeert te brengen. Hoe moeilijk was dat?

David Grossman: ‘Het kostte me een paar maanden om mijn stilzwijgen te doorbreken. Die stilte was niet meer dan een poging om de confrontatie met de werkelijkheid te doorbreken. Tot ik besefte dat ik daarmee mijn verdriet blokkeerde, wat ik helemaal niet wilde. Ik wilde net de confrontatie aangaan. Ik liet me niet verpletteren, ook al was ik er kapot van.’

Was u verbaasd dat u nog kon schrijven?

Grossman: (zijn stem breekt) ‘Ja, dat heeft me verbaasd. (stilte) Je moet begrijpen dat schrijven mijn hele leven is. Alles wat belangrijk is, begrijp ik door erover te schrijven. De geboorte van mijn kinderen, bijvoorbeeld. Natuurlijk was ik op het moment zelf dolgelukkig. Maar mijn primaire vreugde voelde ik pas toen ik erover schreef. Dan kan ik dat gevoel een plaats geven. (lacht ongemakkelijk) Ik weet het, dat klinkt vreemd. Het is een beroepsmisvorming.’

Hoe hebt u ontdekt dat schrijven zo belangrijk voor u was?

Grossman: ‘Mijn ouders zijn onlangs naar een bejaardentehuis verhuisd. Bij het leegmaken van hun zolder vonden we vriendenboekjes uit mijn kindertijd. Toen ik een jaar of acht was, schreven mijn klasgenootjes en leraressen al dat ik een schrijver zou worden. Terwijl ik daar toen helemaal niet mee bezig was. Mijn vader, op wie ik apetrots was, was buschauffeur. Hij reed met een soort buurtbus rond in Jeruzalem, dat toen - ik spreek over de jaren vijftig - nog een dorp was. Als kleine jongen mocht ik vaak met hem meerijden. Dan zat ik op een kistje naast hem, vlak tegen het raam. En telkens iemand opstapte, zei ik: ‘Dit is mijn vader, hij is de chauffeur.’’

Las u veel als kind?

Grossman: ‘Ja, en daar heb ik veel geluk gehad. Rond zijn veertigste kreeg mijn vader gezondheidsproblemen en kon hij niet langer rondrijden. Hij is dan maar begonnen als verantwoordelijke van de bibliotheek van de busmaatschappij. Dat bestond toen nog, kan je dat geloven? (lacht) Ik vertelde mijn vader welke boeken hij moest kopen, vooral veel detectives. Ik privatiseerde in feite de hele bibliotheek.’

Van lezen naar schrijven is een hele stap.

Grossman: ‘Ik weet nog precies wanneer ik die stap heb gezet. Tijdens mijn militaire dienstplicht had ik een relatie met een meisje op wie ik stapelverliefd was. Tot we om een vergeten reden ruzie kregen, en zij met haar rugzak terugkeerde naar haar ouders in Haifa.’

‘Ik voelde me verloren in mijn kamertje in een van de arme buurten van Jeruzalem. Op een avond ging ik aan tafel zitten om mijn eerste verhaal te schrijven. Over een Amerikaanse soldaat die de oorlog in Vietnam ontvluchtte en in Oostenrijk terechtkwam. Hij was alleen, niemand die hem begreep of van hem hield. Er was alleen vriendschap van een kudde ezels die hij wit brood gaf om even hun natte snuiten te kunnen aanraken.’

‘Ik stuurde het verhaal naar mijn meisje in Haifa. Ze las het en sindsdien zijn we 41 jaar getrouwd. (schiet in de lach) Toen ontdekte ik de kracht van de literatuur.’

Gewond volk

Afgelopen jaar verscheen ‘Komt een paard de kroeg binnen’, een roman over de stand-upcomedian Dovele Grinstein. Het is een exuberant boek, met bijwijlen harde humor en de vaart van een echte comedyshow. ‘Nee, ik heb vooraf geen onderzoek gedaan naar stand-upcomedy, zegt Grossman. ‘Weet je, mijn vriend, ik ben zelfs nog nooit naar zo’n zaalshow geweest. Ik heb er een paar gezien op televisie, goede én slechte. Soms is het gewoon pathetisch, de nood die komieken voelen om de mensen aan het lachen te brengen.’

‘Komt een paard...’ is een boek over een komiek, maar het is een tragisch verhaal.
Grossman: ‘Tja, ik word beschouwd als een schrijver van ernstige en duistere boeken. Terwijl ik in al mijn romans humor heb binnengesmokkeld, zelfs in ‘Zie: liefde’ dat over de shoah gaat. Humor maakt nu eenmaal deel uit van de menselijke beschaving. Hoe tragischer de situatie, hoe groter de nood aan lachen. Door te lachen maak je duidelijk dat je je niet neerlegt bij een situatie. Humor is de vrijheid jezelf van een tragedie te bevrijden.’

Is humor dan niet vaak gewoon camouflage voor verdriet, zoals Dovele grappen maakt om zijn zielenpijn te verbergen?

Na de ergste schok in mijn leven heb ik geleerd de humor van bepaalde dingen in te zien.

Grossman: ‘Humor en tragedie kunnen samengaan. Na de ergste schok in mijn leven heb ik geleerd de humor van bepaalde dingen in te zien. Mijn zoon was trouwens een bijzonder grappige kerel. Humor zit in de genen van mijn familie. In de rede die ik op zijn begrafenis heb uitgesproken, heb ik enkele van zijn favoriete grappen verteld. Om iedereen te herinneren aan zijn fantastische gevoel voor humor.’

Dovele Grinsteins initialen zijn dezelfde als die van David Grossman. Hoeveel van uzelf hebt u in uw personages gestoken?

Grossman: (grinnikt) ‘Dat van die initialen is zuiver toeval. Maar ik heb ook geen moeite gedaan om een andere naam te verzinnen voor Dovele. En ja, er zit een deel van mij in hem, zoals ook een deel van hem in mij zit. Dat is eigenlijk het geval voor elk belangrijk personage van mij. Over welk deel het gaat? Het spijt me maar dat ga ik niet verklappen. Anders kan ik geen romans meer schrijven.’

Een gelijkenis: Dovele haalt in zijn show uit naar de Israëlische politiek, net zoals u vaak doet. ‘Een applaus voor het niet-nadenken’, roept hij uit na een tirade over de bezetting van de Palestijnse gebieden.

Grossman: ‘Dovele toont zijn publiek zijn wonde, de littekens van het verraad en de eenzaamheid uit zijn jeugd. Het grootste deel van de toeschouwers verlaat gedegouteerd de zaal. Zo gaat het ook in Israël. We zijn een gewond volk. Verminkt en getraumatiseerd. De meesten zijn te uitgeput om hun wonde verzorgen. Ze willen zeker niet stilstaan bij de gevolgen van die verwaarlozing’

Is Israël een wanhopig land?

Grossman: ‘Het begint met wanhoop, maar al snel verzeil je in apathie en fatalisme. Het gevoel dat niets veranderd kan worden. Dat we gedoemd zijn te doden en gedood te worden. Alsof er een goddelijk bevel over ons is neergedaald dat we met het zwaard moeten leven en door het zwaard zullen sterven. Dat gevoel van onmacht creëert een groeiende leegte die opgevuld wordt door allerhande fundamentalisten, nationalisten en racisten. Zij dicteren de toekomst van Israël.’

Krankzinnigen

Grossman heeft zich in zijn opiniestukken al vaker druk gemaakt over de opkomst van extreemrechts. De regering van premier Benjamin Netanyahu leunt zeer sterk op een paar radicale religieuze en nationalistische partijen. ‘Dat is een existentiële bedreiging voor Israël als democratie. Extreemrechtse politici beweren trots dat ze niet geïnteresseerd zijn in democratie. Zij willen de halacha invoeren, het joodse equivalent van de sharia. Of ze geven de voorkeur aan een ultranationalistisch en patriottisch regime.’

U bent geen grote vriend van Netanyahu. Welke rol speelt hij in deze escalatie?

Grossman: ‘Ik geloof niet dat hij uit is op de afschaffing van de democratie. Maar hij helpt de zaak ook niet door te weigeren het conflict met de Palestijnen op te lossen. Hij doet ook niets tegen de Joodse terroristen. Omdat hij afhangt van de steun van extreemrechts is Netanyahu erg laks tegenover al die krankzinnigen. Als we zo blijven aanmodderen, stevenen we af op een onhoudbare situatie.’

Is Israël niet gewend geraakt aan de bezetting? Zolang de Palestijnen maar achter de afscheidingsmuur bleven, leek alles in orde?

Grossman: ‘De Israëli’s hebben te lang geloofd in het status quo, dat alles goed was zoals het was. Dat was puur zelfbedrog. Tot de Palestijnen die illusie doorprikten. De voorbije maanden zijn er tientallen incidenten geweest met Palestijnen die Israëli’s neerstaken met messen en scharen. Die uitbarsting van geweld heeft aangetoond dat we de situatie helemaal niet onder controle hebben.’

Is het vredesproces morsdood?

Grossman: ‘Ik weiger mijn geloof in vrede op te geven. De enige oplossing is de creatie van twee staten, gescheiden door een duidelijke en leefbare grens. Maar ziet u Netanyahu in staat compromissen te sluiten of de Joodse kolonisten aan te pakken? Om eerlijk te zijn zie ik ook aan Palestijnse kant geen leider die moedig genoeg is om een doorbraak te forceren. Israëli’s en Palestijnen lopen als lemmingen de afgrond in. Het is pure zelfmoord. Ik kan het niet anders zeggen.’

Daarbovenop komt nog eens de chaos in de buurt, met de burgeroorlog in Syrië en de dreiging van Islamitische Staat.

Grossman: ‘Het Midden-Oosten was nooit een gastvrije omgeving voor de Joden. De Arabieren hebben nooit willen aanvaarden dat wij in de regio ontstonden als een cultuur, een volk, een religie. Maar de jongste escalatie voedt onze onzekerheid. Het Midden-Oosten is een gewelddadige en onvoorspelbare plek. De moslims zijn al wreed tegenover hun eigen broeders. Beeld je eens in wat ze met de Joden zouden doen als ze de kans kregen. Dat klinkt bot maar het is de realiteit.’

We zijn zo onder gedompeld in het geweld dat we het niet eens meer opmerken.

‘Om die dreiging af te wenden heeft Israël een sterk leger nodig. Maar dat volstaat niet. Als je alleen maar afhangt van je militaire kracht blijf je kwetsbaar. Dan is het wachten tot iemand anders sterker wordt, of brutaler of moediger. Daarom is die vrede met de Palestijnen zo cruciaal. Dat kan een begin zijn om het vuur in de regio te blussen. Dat zal niet in een dag of een decennium gebeuren. Wellicht zelfs niet in een generatie.’

Intussen blijft het oog om oog, tand om tand?

Grossman: ‘We zijn zo ondergedompeld in het geweld dat we het niet eens meer opmerken. Ik moet altijd denken aan die grap over die vissen. Twee jonge vissen komen in zee een oude vis tegen. ‘Hallo jongens, hoe gaat het’, zegt de oude. ‘Waarop de twee: ‘Goed meneer, dank u.’ ‘En hoe vinden jullie het water?’ ‘Goed meneer, uitstekend.’ De twee jonge vissen zwemmen voort en kijken elkaar verbaasd aan: ‘Wat is water?’ Voor Israëli’s is het geweld dat water waarin we zwemmen.’

Het gevaar is inmiddels overgewaaid naar Europa. Hoe kijkt u als ‘ervaringsdeskundige’ naar de Europese vrees voor terrorisme?

Grossman: ‘We kijken allemaal aan tegen een nieuw tijdperk. Er komen meer van die aanslagen als in Parijs. Ik zou graag zien dat Europa kordater optreedt. De terroristen die Le Bataclan binnenvielen, waren niet geïnteresseerd in een dialoog met het Westen. Ze kwamen om iedereen te vermoorden die niet zoals zij was. Dat is hun ideologie van de dood. Met zulke mensen kan je niet praten, je kan er alleen maar mee vechten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect