Een precisieaanval op het kapitalisme

Frankfurt is de perfecte setting voor Schimmelbusch' gefabuleerde essay over het kapitalistische Duitsland van vandaag. ©Bloomberg

Met zijn vierde roman ‘Opperduitsland’ veroorzaakte Alexander Schimmelbusch nogal wat deining in eigen land. Schipperend tussen satire en pamflet analyseert hij genadeloos de politieke en de financiële wereld. En voorspelt hij een bizarre wending.

Duitsland leek te klein voor alle lof die Alexander Schimmelbusch (44) kreeg toegezwaaid. Ronkende recensies en puike verkoopcijfers deden zijn jongste roman zelfs op het bureau van de Duitse bondskanselier Angela Merkel belanden, die er naar verluidt meerdere passages in onderstreepte.

In ‘Opperduitsland’ waagt Schimmelbusch zich dan ook aan een opmerkelijk experiment. Het boek lijkt eerder een gefabuleerd essay dan een roman, een dystopische analyse van het hedendaagse, kapitalistische Duitsland en zijn inwoners, en tegelijk een voorspelling van hoe het systeem weleens zou kunnen instorten.

‘Opperduitsland’ is behalve een vlammende kritiek een scheurende joyride van een leeservaring.

Op de eerste honderd pagina’s schetst Schimmelbusch een grimmig portret van de allesbehalve sympathieke Victor. In venijnig flitsende zinnen doemt het beeld op van een man - een 39-jarige multimiljonair in Frankfurt die het van investment banker tot mede-eigenaar van Birken Bank heeft geschopt - die een onmetelijke rijkdom heeft vergaard en daar wat verbaasd naar staat te kijken.

Al snel wordt duidelijk dat Victor zijn eigen leven niet langer kan verdragen. Hij is verzadigd, overprikkeld, wankelt op het randje van een depressie en verlangt stiekem naar een burgerlijk leventje. Zijn rijkdom lijkt eerder een vloek dan een zegen. Hij leidt een koud bestaan, gescheiden en alleen in een gigantische villa op een heuvelflank in de Taunus. De enige om wie hij werkelijk geeft, is zijn 6-jarige, ziekelijk verwende dochter Victoria.

1 miljoen per jaar

Victor is een ‘exponent van het laatkapitalisme’, en zo vooral een spiegel van het hedendaagse Duitsland. Ongenadig neemt Schimmelbusch de ellende van het land en zijn bevolking in het vizier. ‘Frankfurt was een stad van het burgerdom geweest, van journalisten, uitgevers, artsen, handelaren, politici, advocaten, piloten en professoren, mensen die een inkomen hadden gehad dat in een overzichtelijke verhouding tot dat van de anderen had gestaan.’

Maar die tijd is voorbij. ‘De onverschrokken deregulering van de Duitse kapitaalmarkten had in de stad een nieuwe klasse van werknemers doen ontstaan die ongeveer vanaf hun dertigste meer dan een miljoen euro per jaar verdienden.’

Hoewel Victor niet goed weet waarom - hij is zelf een van de meest geperverteerde uitwassen van die ontwikkeling - roept de sociale ontwrichting een grote weerstand bij hem op. Verbijsterd kijkt hij naar ‘een wereld waarin de acht rijkste mensen een groter vermogen hebben geaccumuleerd dan de armste helft van de wereldbevolking in zijn geheel’.

Op een middag in zijn hotelkamer, bij het bestellen van een fles Richebourg van 2.400 euro, staat het hem helder voor ogen dat zijn privileges niet te rechtvaardigen zijn. In een halfuur schrijft hij een politiek manifest bij elkaar, ‘een radicaal project om het Duitse volk te verenigen’.

Het is een precisieaanval op de grondvesten van het kapitalisme en tegelijk een oproep om een sociale staat uit te bouwen waarin het collectief primeert. Een vermogensgrens van 25 miljoen euro moet leiden tot een drastische herverdeling van de middelen. Daarnaast moet de Duitse staat zich positioneren als eigengereide ondernemer om middels een reeks nationaliseringen de staatsgeleide concurrentie uit China en Qatar te kunnen verslaan.

Vinnige wake-upcall

Heel wat van Victors ideeën hebben intussen ingang gevonden in linkse programma’s. De werkelijkheid lijkt het boek soms in te halen. Onlangs publiceerde de Linkspartei enkele artikels die wel erg dicht in de buurt van Victors manifest komen.

De ironie daarvan is verontrustend. Schimmelbusch kreeg het idee voor ‘Opperduitsland’ omdat hij zich erover verbaasde dat een zootje ongeregeld als de rechts-populistische AfD vanuit het niets 13 procent van de stemmen kon halen. Dat bracht hem bij de vraag wat er zou gebeuren als iemand met veel meer branie en geslepenheid een links-populistisch partijprogramma zou opstellen.

Het antwoord in de roman is ontluisterend. Via een bevriende politicus wordt Victors manifest omgezet in een partijprogramma waarmee alle traditionele partijen van de kaart worden geveegd. De socialistische droom wordt werkelijkheid maar blijkt een nachtmerrie. Duitsland verandert in een totalitaire staat waarin het individu wordt gereduceerd tot zijn prestaties ten dienste van het geheel.

In die zin lijkt het boek een broertje van Houellebecqs ‘Soumission’, waarin een doortrapte politicus de islamisering van Frankrijk verwezenlijkt en er een autoritaire, religieuze staat van maakt. Met ‘Opperduitsland’ schreef Schimmelbusch een vinnige wake-upcall waarin zowel de kwalijke uitwassen van het kapitalisme als de mogelijke populistische tegenreactie kritisch onder de loep worden genomen.

Schimmelbusch was in een vorig leven zelf investment banker en stamt af van een rijke Frankfurtse ondernemersfamilie. Zijn vader, Heinz Schimmelbusch, is CEO van de Duitse Metalgesellschaft AG. Hij kent de financiële wereld dus van binnen en van buiten en die expertise spreidt hij in het boek zwierig tentoon. Hij schrijft in een hoog tempo, is beenhard en tegelijk ongelooflijk grappig. Verwacht dus niet alleen een vlammende kritiek, maar ook een scheurende joyride van een leeservaring.

‘Opperduitsland’ verschijnt bij Prometheus, telt 232 pagina’s en kost 19,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect