Geloven tegen beter weten in

Juan Carlos Onetti, zwevend tussen de echte wereld en die van de verbeelding. ©rv

De Uruguayaanse schrijver Juan Carlos Onetti keert de blik graag naar binnen. In ‘Afscheid’ speelt hij een sluw spel met zijn lezer. De korte roman, die voor het eerst in het Nederlands verschijnt, is als een bom verpakt in een juwelendoosje.

Er bestaat een foto van Juan Carlos Onetti (1909-1994) die het wezen van de schrijver en zijn oeuvre volledig lijkt te vatten. Onetti ligt op een eenpersoonsbed, leunend op een kussen, sigaretten en whisky binnen handbereik, lezend in een boek, een diepe frons in zijn gezicht. Hij lijkt ver weg.

Je ziet een schrijver veroordeeld tot hetzelfde lot dat hij zijn personages toebedeelt: een leven in afzondering, zwevend tussen twee werelden, de echte en die van de verbeelding. Net als de louche, onpeilbare figuren in zijn boeken vond Onetti het niet nodig de wijde wereld in te trekken. Het volstond te blijven liggen en een mogelijke versie van de werkelijkheid bij elkaar te dromen, in sluimertoestand te gissen naar iets dat zou kunnen zijn.

‘Alles wat van enig belang is, gebeurt in bed’, vond hijzelf. Zijn vrouw dacht daar anders over: ‘Hij is gewoon lui.’ Sowieso is de foto gemaakt in Parijs, waar Onetti de laatste twintig jaar van zijn leven in ballingschap doorbracht. Zoals zoveel Zuid- Amerikaanse intellectuelen moest hij midden jaren zeventig de wijk nemen naar Europa, op de vlucht voor de militaire dictatuur in zijn thuisland Uruguay.

In die dagen was Onetti al een internationale beroemdheid, maar dat was niet zonder vallen en opstaan gebeurd. Toen in 1939 zijn debuut verscheen, zou het ettelijke jaren duren voor de 500 exemplaren verkocht raakten. Het gebeurt wel vaker bij literatuur die een kei in de rivier verlegt: bij verschijnen kijkt niemand ernaar om, pas achteraf volgt de erkenning. Hoewel ze vele jaren op zich liet wachten, bleef ze niet uit.

‘Hij is de grondlegger van de moderne Latijns-Amerikaanse roman’, zei de Spaans-Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa ooit. Onetti brak radicaal met de provinciale, door dramatische plots gedreven gauchoromans die in zijn jeugd in zwang waren. Geïnspireerd door het existentialisme van Jean-Paul Sartre en Albert Camus en de complexe verhaalstructuren van William Faulkner, zijn grote held, vond hij een nieuwe grondstof en een nieuwe vorm voor zijn romans.

Met zijn rijke taal en uitwaaierende zinnen lokt Onetti je steeds verder in het labyrint.

Onetti keerde de blik naar binnen en schreef over de vertwijfeling, de lethargie en de duistere stemmingen die hij aantrof in zichzelf en bij zijn landgenoten. Daar kneedde hij gelaagde, complexe romans uit waarin de verbeelding de overhand neemt en de realiteit aan zich lijkt te onderwerpen. Een prachtig voorbeeld is ‘Afscheid’ (1954), een korte roman die Onetti tot zijn beste werk rekende en die voor het eerst in het Nederlands verschijnt.

Weinig hoop

De verhaallijn in ‘Afscheid’ is niet zo bijzonder: een man arriveert in een sanatorium in de Argentijnse bergen voor een tuberculosebehandeling. Elke dag wandelt hij naar het stadje in het dal om zijn post op te halen in een winkel annex café. De brieven die hij ontvangt, komen in twee soorten enveloppen: de ene beschreven met blauwe inkt, de andere getypt. Op een dag krijgt hij bezoek van een vrouw die enkele dagen blijft en weer vertrekt. Niet veel later stapt een andere vrouw uit de bus, met wie de man zich terugtrekt in een chalet in de bergen.

Dat lijkt erg weinig, maar voor Onetti is het meer dan genoeg materiaal om een broeierige, gelaagde roman te kneden. Het verhaal zelf doet er eigenlijk niet echt toe. Wat ertoe doet, is wie het verhaal vertelt en hoe die verteller het verhaal naar zijn hand zet.

Aan het woord is de winkelier die de tuberculosepatiënt dagelijks zijn post overhandigt. De man woont al 15 jaar in de stad en gaat er prat op dat hij het lot van de zieken kan voorspellen. ‘Ik raad hoe belangrijk het is wat ze hebben achtergelaten, hoe belangrijk het is wat ze hier komen zoeken, en die twee dingen vergelijk ik met elkaar.’ Voor de nieuwkomer koestert hij weinig hoop. Alleen al in de gebaren van zijn handen leest hij het ongeloof van de man. ‘Niet dat hij denkt dat het onmogelijk is om beter te worden, maar hij gelooft niet in de waarde, in het belang van beter worden.’

Dagelijks ziet hij hem aan zijn toonbank verschijnen en geleidelijk groeit zijn fascinatie, probeert hij verder binnen te dringen in het leven van de zieke, die echter niets onthult en een gesloten boek blijft. Hij krijgt kleine beetjes informatie toegeworpen door de verpleger en het kamermeisje die in het sanatorium werken. Dat de man ooit in het nationale basketbalteam heeft gezeten, dat hij zich afzijdig houdt van de andere gasten, en dat hij iedere middag gaat zonnen vlak bij de vuilstort van het hotel. Het is de voedingsbodem voor een wildgroei van speculaties, verzinsels en roddels.

Medeplichtig

De winkelier ontpopt zich als het echte hoofdpersonage. Hij is een eenzaat die zich heeft afgewend van de mislukking van zijn eigen leven en zich verliest in de geraffineerde fantasiewereld die hij om de basketbalspeler heen weeft.

Onetti speelt een sluw spel met zijn lezer. Alle informatie die je krijgt, ontstaat in de dagdromen van de winkelier. Je deint mee op de cadans van zijn steeds verder golvende verzinsels. Tegen beter weten in word je zijn medeplichtige, en laat je je inwikkelen in het net van leugens en fantasie. Net dat is de overrompelende kracht van Onetti’s vertelkunst: je loopt er met open ogen in, geïmponeerd door de rijke taal en de uitwaaierende zinnen die je steeds verder in het labyrint lokken.

Vertaler Arie van der Wal waagde zich aan Onetti’s complexe, zich in bijzinnen en nevengedachten vertakkende proza. In zijn knappe vertaling giet hij de kronkelende, onvoorspelbare mijmeringen in heldere, fraai klinkende zinnen. Dat maakt het extra moeilijk om je niet te laten verleiden door ‘dit geheel van willekeurige verzinsels, als onder een stolp, in de schemer en in de warme, vochtige en onduidelijke geur van de winkel’.

‘Afscheid’ van Juan Carlos Onetti is uitgegeven bij Kievenaar, telt 112 pagina’s en kost 18 euro. ©rv

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud