Rare snuiters zeggen vaak meer dan revolutionaire helden

©BELGAIMAGE

Andrej Platonov werd in de jaren dertig fijngemalen door de stalinistische dictatuur. Een ruimhartige selectie van zijn verhalen vol ‘rare snuiters en halve garen’ doet recht aan zijn talent.

‘Rotzak!’, noteerde de Sovjetleider Josef Stalin in dikke rode letters over het verhaal ‘Tot nut’ toen hij het in 1931 in het tijdschrift Rood Braakland las. Zijn oordeel over de schrijver, Andrej Platonov, sijpelde vlot door naar de gezagsgetrouwe pers die de auteur in een genadeloze campagne afschilderde als volksvijand. Geen uitgever die nog de vingers wilde branden aan Platonov.

Andrej Platonov (1899-1951) bracht het grootste deel van zijn literaire leven door in de marge. Pas in de laatste jaren van de Sovjet-Unie doken zijn grootste werken op, zoals ‘Tsjevengoer’, ‘De bouwput’ en ‘Dzjan’. Het bleken stuk voor stuk meesterwerken te zijn die Platonov een plaats opleverden in het pantheon van de Russische literatuur. De dichter en Nobelprijswinnaar Joseph Brodsky noemde hem zelfs ‘de enige grote Russische schrijver van de 20ste eeuw’.

Bij uitgeverij Van Oorschot verscheen onlangs een selectie van Platonovs verhalen, waaronder het gewraakte ‘Tot nut’. Voor de Russische Bibliotheek graaide vertaalster Aai Prins uitbundig in het oeuvre: van zijn vroege verhaal ‘De zoveelste’ uit 1918 tot zijn laatste, ‘De terugkeer’ uit 1946. En hoewel niet elke lezer de euforie van Brodsky zal delen, is het duidelijk dat Platonov een unieke stem heeft.

Platonov schreef bevreemdende verhalen waarin hij vaak de conventionele elementen van het genre negeerde. Soms is amper sprake van een plot. Wat aanvankelijk belangrijk lijkt, wordt naar de achtergrond geduwd terwijl randfiguren plots een hoofdrol kunnen opeisen. Toch hield Platonov zich ver van het absurdisme of het avant-gardisme, stromingen die in de Sovjet-Unie van de jaren twintig bloeiden, tot Stalin ze de kop indrukte.

Als tiener schreef Platonov, geboren als Andrej Klimentov, al verhalen. Maar na de revolutie van 1917 koos hij voor zijn andere passie: de elektrotechniek. Volgens Lenin was het communisme de optelstom van ‘Sovjetmacht en elektrificatie’ en Platonov wilde een bijdrage leveren aan dat glorieuze project. Maar al snel werd hij geconfronteerd met de schaduwkanten van het nieuwe systeem, dat meer kapotmaakte dan opbouwde.

In 1926 koos Platonov voor het schrijverschap. Zijn fascinatie voor techniek schemerde echter door in zijn werk, zoals in ‘Verhaal over de gedoofde lamp van Iljitsj’. Daarin legt een technicus, in de filosofie van Lenin, elektriciteit aan in zijn dorp. ‘Een motor is de schakel tussen stad en dorp’, zegt de lokale partijbons. ‘Hoe meer metaal een dorp heeft, hoe meer socialisme er is.’ Typerend voor Platonov is dat de vooruitgang uiteindelijk wordt tenietgedaan door sabotage.

Platonov was geen uitgesproken criticus van het communisme maar bleef niet blind voor de aberraties. Hij hekelde bij herhaling de verstikkende bureaucratie die elke vorm van zelfstandig denken beknot. ‘Misschien waren er in Gradov ooit wel helden geweest, maar hadden strikte wetmatigheid en passende maatregelen korte metten met hen gemaakt’, klonk het in ‘De stad Gradov’.

Grimmiger is de sfeer in ‘De sluizen van Jepifan’, over de aanleg van een kanaal begin 18de eeuw. Het megalomane plan is gedoemd te mislukken en kost aan duizenden arbeiders het leven. ‘Daarom beschouwden de bewoners het werk als een spel van de tsaar en een buitenlandse gril, maar waarom het volk zo gekweld werd - dat waagden ze niet te zeggen’, schrijft Platonov, in een subtiele verwijzing naar de Sovjetdictatuur.

Socialistisch realisme

Platonov behoorde tot de generatie van schrijvers die fijngemalen werden door de stalinistische terreur, zie ook: Isaak Babel, Mikhail Boelgakov en Daniil Charms. Ze werden gemarginaliseerd of vermoord omdat ze niet beantwoordden aan het socialistisch realisme dat de heroïek van de jonge heilstaat in de verf moest zetten. ‘De productie van zielen is belangrijker dan die van tanks’, zei Stalin eind 1932. ‘Daarom hef ik het glas op jullie, schrijvers, de ingenieurs van de ziel.’

Anders dan andere schrijvers weigerde Platonov zijn ziel te verkopen. Dat hij toch niet in de goelag belandde, had hij mogelijk te danken aan Maksim Gorki, de peetvader van de Sovjetliteratuur. Die besefte dat Platonov een uitzonderlijk talent was maar steunde toch de censuur. Gorki zei te betreuren dat Platonov zelden revolutionaire helden ten tonele voerde maar wel ‘rare snuiters en halvegaren’.

Na de kritiek op ‘Tot nut’ en enkele andere verhalen deed Platonov zijn best om in de pas te lopen. Dat leverde in 1936 het schitterende en schrijnende ‘De derde zoon’ op. Zes broers keren naar huis om hun moeder te begraven. ‘De moeder lag al voor de vierde dag op de tafel te wachten, maar haar lichaam rook niet naar de dood - zo keurig hadden ziekte en dorre uitmergeling haar achtergelaten.’

‘De terugkeer’ was in 1946 de doodsteek voor zijn schrijverschap. Het sombere verhaal over een soldaat die terugkeert van het front, botste met het verplichte optimisme dat de Sovjetliteratuur na de overwinning op het fascisme moest uitstralen. In 1951 stierf Platonov aan tuberculose. In zijn laatste levensjaren was hij conciërge van het Literair Instituut in Moskou. Weinig studenten die het wisten, maar de beste schrijver was toch de man die elke dag het binnenplein schoonveegde.

‘Verhalen’ is uitgegeven door Van Oorschot, telt 840 pagina’s en kost 50 euro.

Ander moois uit de Russische Bibliotheek
Dostojevski

Hans Boland kwam eerder dit jaar met een meeslepende vertaling van ‘Misdaad en straf’ uit 1864. Over dat meesterwerk van Fjodor Dostojevski publiceerde hij bij uitgeverij Pegasus een handleiding: ‘Van mensen die geen enge grenzen kennen’.

Poesjkin

Eerder al verscheen bij Papieren Tijger in tien delen het verzameld werk van Alexandr Poesjkin. Voor de Russische Bibliotheek maakte Hans Boland in ‘De canon’ een ruime keuze uit het beste van wat de ‘lieveling aller Russen schreef’.

Paustovski

Met ‘Verhaal van een leven’ boekte Konstantin Paustovski een halve eeuw geleden al succes. Van Oorschot bracht zijn ‘epische autobiografie’ opnieuw uit, in drie delen en in een opgefriste vertaling door Wim Hartog.

Charms

 Een nieuwe naam in de Russische Bibliotheek is Daniil Charms, de grootmeester van het Russische absurdisme. Vertaalster Yolanda Bloemen stelde een bloemlezing samen met proza, toneelteksten, gedichten en kinderverhalen. Avant-gardistisch geïllustreerd.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect