Alessandro Baricco: ‘De mensen zijn níét idioot'

©Patrick Post

‘Stay hungry, stay foolish’, sprak Apple-stichter Steve Jobs in 2005. Dat had hij zelf niet bedacht, maar in ‘The Game’ zijn het voor de Italiaanse auteur Alessandro Baricco wel sleutelwoorden. ‘De mentale revolutie is geen effect van de technologische revolutie, het is net omgekeerd.’

Boekhandel Scheltema op het Rokin in Amsterdam heeft één exemplaar van ‘Mr Gwyn’ (hád, moeten we schrijven, we kopen het), maar de voorraad van ‘The Game’ is voorbereid op de drukte. Alessandro Baricco is in de stad, pas geland vanuit Barcelona, nu hier voor vier interviews. Daar komen krantenartikelen van. En daarop dan de vraag van lezers: ‘Hebt u ’m?’

Nu liggen op het tafeltje in het Ambassade Hotel aan de Herengracht, waar uitgeverij De Bezige Bij haar buitenlandse auteurs laat interviewen, ‘Mr Gwyn’ en ‘The Game’. De boeken lijken in niets op elkaar en de foto’s op de achterflappen zijn ongenadig: zeven jaar, dat zijn veel extra grijze haren. Toch is het dezelfde man die deze twee boeken schreef met dezelfde pen: onvergelijkbaar mooi, meeslepend en verhalend. In ‘Mr Gwyn’ gaat het over Jasper Gwyn, een schrijver die op de eerste bladzijde een lijst maakt van tweeënvijftig dingen die hij nooit meer gaat doen. ‘Het laatste was: boeken schrijven. In zekere zin sloot dat de vage kier af die het voorlaatste kon hebben opengelaten: boeken publiceren’, schrijft Baricco op bladzijde 7. Het is het begin van een wonderbaarlijke roman.

‘The Game’ is geen roman. Helemaal niet. De inhoudstafel van ‘The Game’ vermeldt deze hoofdstukken: Username, Password, Play, Maps, Level Up. Een beetje alsof je toch voor een computer zit en in ieder geval zijn we in de 21ste eeuw. Het boek is Baricco’s vervolg op ‘De barbaren’ (2006), waarin de Italiaanse auteur keek naar de veranderende wereld in tijden van digitale revolutie. In 2006 bestond Google wel, maar niet de iPhone, niet Instagram, niet Airbnb, niet Uber. In interviews van toen zei Baricco al: ‘Ooit moet er een vervolg op komen.’ Natuurlijk wist hij niet dat we ooit zouden whatsappen of dat Facebook zou bestaan. Dat ook dit boek geweldig geschreven is, zal zijn lezers niet verbazen. Eén voorbeeldje maar: ‘De BlackBerry legde het loodje in 2016. Hij was niet opgewassen tegen de revolutie die hij zelf in gang had gezet. Een soort Gorbatsjov van de telefonie.’

Al heel snel schrijft Baricco in ‘The Game’: ‘...de nieuwe mens is niet degene die door de smartphone is geproduceerd, maar degene die hem heeft uitgevonden, die hem nodig had, die hem heeft ontworpen naar zijn eigen wensen, die hem heeft gebouwd om te ontsnappen uit een gevangenis, of om te antwoorden op een vraag, of om een angst te smoren.’ Het begin van die revolutie legt hij al in 1978, bij het computerspel ‘Space Invaders’. Maar op 9 januari 2007 zorgt de lancering van de iPhone door Steve Jobs, in San Francisco, voor een nieuwe wereld en voor de titel van dit boek: ‘The Game’. Alsof we dus in een spelletje opgegaan zijn.

Mogen we zeggen dat Steve Jobs de wereld een hele nieuwe draai heeft gegeven?

Alessandro Baricco: ‘Niet alleen hij, er zijn vier à vijf momenten in de geschiedenis die tot deze mentale revolutie hebben geleid. Maar Jobs neemt daar wel twee van voor zijn rekening. Het eerste was toen hij de Mac aanbood, het tweede toen hij de iPhone onthulde. Dat was écht nog iets anders dan de iPod-muziekspeler. Maar ook de uitvinding van Google was belangrijk, het web door Tim Berners-Lee en de sociale media door mensen als Mark Zuckerberg. Misschien was Jobs zich nog iets meer bewust van wat hij maakte, al kon hij zich op dat moment evenmin voorstellen dat Facebook zou ontstaan. (glimlacht) Anders had hij het wel zelf ontworpen.’

U nodigt de lezer uit de video van die voorstelling in 2007 te bekijken. Wat opvalt, zijn de reacties in de zaal terwijl Jobs dingen doet die wij nu gewoon vinden: scrollen door de contactenlijst en de muziek.

Baricco: ‘Zag je dat? Die mensen gingen uit de bol! Het was pure magie en je ziet vooral dat Jobs zich te pletter amuseerde. Dat was dus een ‘game’. Alleen zie je ook dat hij - zoals ik nog altijd doe - met zijn twee wijsvingers op dat scherm bezig was. Niet met zijn duimen, zoals ongeveer iedereen nu. Hij was geen zoon van de Game, hij was er de vader van. Of hij zich de gevolgen kon voorstellen, weet ik niet. Ik kan niet in zijn hoofd kijken. Maar hij herkende wel het gevoel van vrijheid, van toegankelijkheid, van het vergemakkelijken van de dingen. Daar hield hij van. Jobs kwam uit dat milieu waar dat licht revolutionaire gevoel van bevrijding sterk leefde. Hij was zich bewust van de revolutie.’

U noemt het de mentale revolutie, die u nog belangrijker vindt dan de industriële revolutie.

Baricco: ‘Men is gewoon te zeggen dat de technologische revolutie gevolgen had voor de mensheid en dat ze de mensen veranderde, maar ik draai het om. Eerst is de mens veranderd, er kwam een mentale revolutie en dan hebben ze ontdekt dat een technologische revolutie de juiste tools kon geven voor ons idee van de mensheid. Daar koos men bewust het digitale voor en de klik om zich dat te realiseren kwam er toen men wilde wegvluchten van de mensheid die de verschrikkingen van de twintigste eeuw heeft meegemaakt. Heel praktisch: de Californische contracultuur met de hippiebeweging, de beats en de nerds heeft daarvoor gezorgd.’

Hoezo?

Baricco: ‘Als je in het Californië van toen de wereld wilde veranderen, waren er op tien mensen vier die zich politiek gingen bewegen en die meestapten in de marsen tegen de oorlog in Vietnam. Vier anderen waren hippies die in communes gingen wonen en die geloofden in de vrije liefde en in drugs. De laatste twee sloten zich op in garages om computers te ontwikkelen. De conclusie is dat de wereld veranderde door die laatste twee. Niet door die acht anderen.’

Over tien jaar zal er niet opnieuw een nieuwe beschaving zijn, deze die we nu kennen zal alleen solider zijn.

Volgens Baricco zat ‘Think different’, later de slogan van Apple, al in die beweging ingebakken: het was een generatie die de mogelijkheden van een nieuwe toekomst in het digitale zag. ‘Vandaag gebruiken wij die, elke dag, in een nieuwe beschaving. Zij bieden aan. En wat we op onze smartphone niet gebruiken, verdwijnt.’

In ‘The Game’ heeft hij het over mutatie van de mens, over vibratie, snelwaarheid, over het belang van cultuur. Nu pratend gebruikt hij het woord ‘beschaving’ voortdurend, want dat voelde hij toen hij 13 jaar geleden ‘De barbaren’ schreef. ‘Over tien jaar zal er niet opnieuw een nieuwe beschaving zijn, deze die we nu kennen zal alleen solider zijn. Omdat de mensen die erin geboren zijn, deze nieuwe wereld bouwen. Zij worden de nieuwe elite. De jongste jaren zijn er geen grote nieuwe ontwikkelingen meer geweest, er wordt gewerkt met wat er is. Alle aandacht gaat nu naar de artificiële intelligentie. Dat wordt de nieuwe uitdaging.’

Het grote voordeel van deze beschaving, schrijft u, is dat iets als Auschwitz niet meer mogelijk is. De paradox is dat overal zeer rechts gestemd wordt: anti-Europees, antimigranten. Net nu de technologie onze wereld opent, sluiten we ons. U schrijft: ‘Ten gevolge van het massa-individualisme in de Game is de massa opgehouden te bestaan.’

Baricco: ‘Auschwitz is wel nog mogelijk, maar je kan het niet meer verbergen. Zoals ook het Manhattanproject (waarin de Verenigde Staten samen met Canada en het Verenigd Koninkrijk in het geheim de atoombom ontwikkelden, red.) niet meer verborgen zou kunnen worden. Dat is een van de verzekeringen die we met die technologie gekozen hebben tegen die verschrikkingen. Maar de paradox die u vermeldt, klopt en is interessant. Wat je niet mag onderschatten, zijn de gevolgen van de economische crisis. We hebben alles opengegooid en de mensen toegang gegeven tot alle informatie en communicatie. Dat leek zeer vermakelijk, maar in realiteit is dat zeer moeilijk. Niemand leerde hóé we dat moeten doen. Ook vandaag leren kinderen op school hoe ze goede burgers van de twintigste eeuw moeten worden. Hoe ze inwoners van de Game moeten worden, leren ze niet. En op een bepaald moment hebben mensen gemerkt dat ze zich niet klaar voelden.’

Toen gingen ze weer muren bouwen.

Baricco: ‘Ze gingen om zich heen kijken en daar was niets meer: alles was open. Toen kwam de economische crisis. Misschien had je een tabakswinkeltje en moest je dat sluiten. De rijken bleven rijk, maar jij had een probleem. Op zo’n moment komt het instinct van de angst weer naar boven. Dat is niet hetzelfde als onwetendheid of idiotie, absoluut níét. Het is een perfect legitiem gevoel. Men ging op zoek naar iets dat solide was. In de eerste plaats: de familie, maar in het Westen is dat qua steun niet meer wat het was. Dus zoek je een nieuwe muur, en de eerste die je vindt is: wij de Italianen, wij de Belgen, wij de blanken.’

Identiteit.

Baricco: ‘Je gaat inderdaad op zoek naar een collectieve identiteit. Als je dan echt in de problemen zit en je heel fragiel bent, ga je je afvragen: ‘Wat doen die Afrikanen hier? Wij hebben jullie niet nodig.’ Vroeger duurde dat besef dertig jaar. Sinds de Game duurt dat drie jaar.’

U schreef begin dit jaar in La Repubblica een essay over de elite en vooral over hun neergang. Daar was die elite zelf het zacht gezegd niet mee eens.

De oude traditionele politieke partijen moeten van hun 20ste-eeuwse ideeën af.

Baricco: ‘Intellectuele en politieke elites zijn zeer langzaam. Als het over die kiezers gaat, zeggen ze: ‘Ze begrijpen er niets van, het zijn idioten, ze hebben geen opvoeding.’ Misschien geldt dat voor een kleine groep van mensen, maar je moet niet denken dat de meerderheid in Italië die naar de stembus trekt, idioten zijn. Ook de massa die voor de brexit stemde, noemde men idioten. De kiezers van Trump? Idioten. Mja, dat is dus wel het land dat net voordien voor het eerst een zwarte president had, en wat voor één. En dus diezelfde mensen zijn allemaal idioten? Dat klopt niet. Je vraag over waarom die mensen zo rechts stemmen in deze open wereld, is zeer terecht. Ik denk dat de oude traditionele partijen van hun 20ste-eeuwse ideeën af moeten.’

Links heeft een groot probleem. ‘Er is niet één linkse overtuiging over thema’s als Europa, immigratie, veiligheid of sociale rechtvaardigheid die ook maar een beetje aerodynamica heeft’, schrijft u.

Baricco: ‘Het is heel ambivalent. Volgens mij zitten we inderdaad op het einde van een rit. Ze hebben geen enkele verbinding meer met mensen die in moeilijkheden zitten. Maar het is wel een interessant moment. Nu kan links nog herboren worden. Nu kunnen ze die verbinding nog zoeken. Maar niet het links van de twintigste eeuw, wel het links in de Game. En het is nu of het is nooit meer.’

U hamerde in dat essay op het belang van cultuur. Enkele jaren geleden bood de toenmalige Italiaanse premier Matteo Renzi u de kans minister van Cultuur te worden. Hebt u geen enorme kans laten liggen om een visie te ontwikkelen?

Baricco: ‘Ik heb er geen spijt van, om persoonlijke redenen: dat is geen job voor mij. Misschien was het een kans, maar je mag niet vergeten dat Renzi (van februari 2014 tot december 2016 premier, red.) de laatste baken van weerstand was. Niet van links, maar van de traditionele democratische politiek voor het populisme doorbrak. Historisch gezien zal hij zo herinnerd worden, maar op het einde werd het een totale ontgoocheling. Toen hij viel, braken de populisten overal door.’

(denkt na:) ‘De waarheid is dat hij niet nieuw genoeg was. Hij leek iemand die van het volk was, maar hij was het niet. En de mensen die hem aan het einde omringden, waren mensen uit de financiële wereld: de managers, de CEO’s. Matteo Salvini (de huidige rechtse minister van Binnenlandse Zaken, red.) had nog nooit met de elite gegeten. Nu wel natuurlijk. Nu moet hij wel.’

Worden Salvini en andere populisten die zeggen dat ze het voor de mensen in moeilijkheden opnemen niet zo verleid door de macht dat ze zelf elite worden? Trump is toch ook niet geloofwaardig als redder van de kleine man?

Baricco: ‘Iemand als Salvini heeft de plaats van de elite gestolen, maar hij is het nog niet helemaal. Voor het volk is hij nog altijd de man die gaat terugpakken wat van hen is. Maar je hebt gelijk en ik heb dat ook bij Renzi zien gebeuren. Het is de vraag hoelang ze zullen weerstaan.’

Pauze.

In 1994 richtte Alessandro Baricco in Turijn de Scuola Holden op, een ‘schrijffabriek’ zou je kunnen zeggen: een school voor storytelling. De naam komt van Holden Caulfield, het hoofdpersonage uit J.D. Salingers klassieker ‘The Catcher in the Rye’. ‘Holden was te intelligent en te onafhankelijk om op school te aarden en werd dus overal buitengezet. Dit was onze manier om aan de wereld te zeggen dat we een school oprichtten waar Holden Caulfield niet zou worden weggestuurd. Een broodnodige school voor mensen die wat anders zijn, intelligent, creatief.’

Examens kennen ze niet, maar jaarlijks leren 350 gemotiveerde jongeren er verhalen schrijven. Vandaag is ‘storytelling’ een modewoord, zeker in de media. We geloven dat er nood is aan verhalen tussen alle snel nieuws, (‘snelwaarheid’, schrijft hij in ‘The Game’, je kan het soms fake news noemen), tussen alle ‘nieuws’ tout court. Maar in 1994 bestond het internet amper. Was hij visionair? ‘Ik bedank je om dat op te merken. Want het klopt. Niet dat ik visionair ben, maar wel dat we toen blijkbaar iets aanvoelden. De ouders van de jongeren die kwamen, vroegen ons: ‘Wat is dat, storytelling? Wat leren jullie hen?’ (lacht) Misschien waren we toch een beetje visionair. Het was voor ons gewoon duidelijk dat daar nood aan was.’

Wat heeft het na 25 jaar opgeleverd? Kennen we studenten van de Scuola Holden?

Baricco: ‘In Italië zijn er heel veel die bekendheid verwierven als journalist of schrijver of filmmaker... Internationaal is dat natuurlijk moeilijker, maar Alice Rohrwacher (scenarioschrijfster en regisseuse van ‘Lazzaro Felice’ uit 2018 en in 2014 met ‘La meraviglie’ winnaar van de Grand Prix in Cannes, red.) komt uit onze school. Wij proberen mensen hun talent zo te laten ontwikkelen dat ze er later hun leven mee kunnen maken.’

Wist u eigenlijk als jonge gast snel dat u dit wilde gaan doen: verhalen schrijven?

Baricco: ‘Het zijn vooral ontmoetingen die me geïnspireerd hebben en die me deden beslissen later een verteller van verhalen te worden. Dat ben ik geworden. Toen ik nog voor de krant werkte (voor La Repubblica en La Stampa schreef hij muziek- en cultuurrecensies, red.) schreef ik al verhalender dan mijn collega’s. Ook voor televisie vertelde ik over boeken en mijn eerste boek (Castelli di rabbia, uit 1991, red.) was veel narratiever dan de boeken die toen in Italië in de mode waren. Mijn grootmoeder was een fantastische storyteller. Als kind was ik katholiek en sommige priesters konden de verhalen uit het evangelie zo goed brengen. Op het lyceum hadden we een 28-jarige lerares die af en toe over opera of romans of filosofen vertelde. Dat deed ze met een zachte, lage stem. Ik herinner me dat ik op een keer rond me keek en iedereen zat (hij toont het voor) een beetje ineengedoken te luisteren. Toen dacht ik: dat effect wil ik ook bereiken en als je een boek van me leest, hoop ik dat je dat ervaart. De kleine, ineengedoken beweging. Dat is magie.’

Heeft die lerares geweten dat u de schrijver Alessandro Baricco bent geworden?

Baricco: ‘Oh, jawel: vanaf mijn derde boek heb ik haar gevraagd om mijn redacteur te worden. Ze heet Paola Lagossi en tien jaar lang heb ik al mijn boeken eerst door haar laten lezen. Ze is 69 en werkt nu met mijn zonen hun Grieks en Latijn bij. We zijn vrienden gebleven.’

U mag gerust zijn wat die magie betreft: uw romans ‘Zijde’ en ‘Mr Gwyn’ hebben dat helemaal. Maar voelt u dat al terwijl u schrijft?

Baricco: ‘Het doet me veel plezier dat u dat zegt, vooral over ‘Mr Gwyn’. Schrijven is een ambacht, maar bij sommige passages geraak ik wel in een soort van magie of genade. Bij ‘Mr Gwyn’ voelde ik die speciale stilte die je ook ervaart als je in een theater staat en de zaal iets voelt. Dat is niet de stilte van een publiek dat geen geluid maakte, het is een magische stilte. Dat kan tijdens het schrijven gebeuren, ja. De eerste emotie moet in jezelf zitten.’

En kan dat overal? Of moet het in uw werkkamer in Turijn?

Iemand die twee minuten nadat zijn lief het heeft uitgemaakt toch aan het schrijven kan en dat vergeet, is een groot talent.

Baricco: ‘Het kan overal. Ik woon weer in Turijn, nadat ik een jaar of tien in Rome heb gewoond. En nu ga ik misschien naar Parijs, ik houd van afwisseling. Maar schrijven kan overal. En altijd, ook in dramatische momenten. Daaraan herken ik trouwens talent bij onze studenten. Iemand die twee minuten nadat zijn lief het heeft uitgemaakt toch aan het schrijven kan en dat vergeet, is een groot talent. Dat is zoals sportmensen. Hun vader is gestorven, maar ze staan toch op het veld: dán ben je iets. Dat kunnen mensen als de toptennisser Roger Federer of de voetbalster Lionel Messi. Drie miljard mensen kijken en schelden hen uit en toch spelen ze. Dat is obsessie en dat zegt iets.’

U staat bekend als bewonderaar van Federer, maar u wordt zelf ook bewonderd. Went het? Raken negatieve commentaren op Facebook u? Of gaat u nog zweven bij goede recensies?

Baricco: ‘Wat je daarnet over ‘Mr. Gwyn’ zei, zorgt er - echt waar - voor dat ik straks heel blij naar buiten zal gaan. Omgekeerd kan ik nog altijd gekwetst worden. Maar ik moet toegeven dat het sterker binnenkwam toen ik 30 was. Nu ik 61 ben, is het wat softer. Ik denk dat het leven ‘un long adieu’ is. Als je het geluk hebt 80 te worden, blijf je alleen met je schrijverij en dan is de rest alleen nog lawaai.’

Maar wat doet u dan als het tegenvalt?

Baricco: ‘Dan zijn het kleine objecten die me recht houden. Een lampje thuis en de wetenschap dat ik dat straks kan aansteken. Op mijn piano spelen. Of in bed gaan liggen onder een geel dekentje waar ik erg van houd. Dat is allemaal heel belangrijk. Verder mijn zonen Samuele en Sebastiano. En natuurlijk boeken. Dat had ik als kind al. Als iets erg zwaar werd, kon ik dat naast me leggen als ik wist dat ik naar huis kon om Dickens te lezen. (glimlacht) Dickens heeft mijn jonge leven vaak gered.’

‘The Game’ van Alessandro Baricco is uitgegeven bij De Bezige Bij, telt 336 blz. en kost 24,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect