analyse

Alleen in duisternis wacht de verlossing

©Getty Images

In de meesterlijke roman ‘De Jacobsboeken’ redt Olga Tokarczuk de obscure joodse ‘messias’ Jacob Frank van de vergetelheid. Met een Poolse banvloek tot gevolg.

Ook bij ons zitten schurken, Joden van dezelfde stam. Het lijkt alleen op het eerste gezicht of het broeders zijn, maar in werkelijkheid zijn het bastaarden, duivelsgebroed dat tussen ons terecht is gekomen. Zij zijn erger dan de slang in Eden want zij spreken kwaad over de God van Israël en dat heeft de slang zelfs nooit durven doen.’ Rabbijn Chaim Rapaport haalde in 1756 zwaar uit naar de zelfverklaarde messias Jacob Frank en diens volgelingen. Omdat het volgens hem beter was ‘als we onze handen volledig schoon zouden wassen van deze smerigheid’ sprak hij een banvloek uit over de sekte van Jacob.

Olga Tokarczuk ©REUTERS

Jacob Frank (1726-1791) is de spilfiguur in ‘De Jacobsboeken’, de imposante roman waarin de Poolse schrijfster Olga Tokarczuk vertelt hoe een onbeduidende sjacheraar, die opgroeide in het Ottomaanse Rijk, zich opwierp als de hoop voor duizenden Poolse joden. Jacob wist te begeesteren met een eigen geloofsleer die een mengelmoes was van het jodendom, het christendom en de islam. En tot afgrijzen van rabbijn Rapaport en consorten verwierpen de ‘goddeloze Frankisten’ ook de Talmoed, waarin de Joodse geboden en verboden staan. ‘Het breken van de oude wet is noodzakelijk, alleen dat kan de komst van de verlossing bespoedigen’, predikte Jacob.

Omdat hij onder vuur lag van de traditionele joden, zocht Jacob toenadering tot de katholieke Poolse elite. Hij dacht zijn slag te kunnen slaan door zijn volgelingen te laten dopen, volgens hem een cruciale stap naar de verlossing. Jacob speelde in op de ambitie van enkele Poolse bisschoppen die met de vrijwillige bekering van duizenden joden een wit voetje dachten te halen bij de paus. Maar de massale doop wekte ook veel wantrouwen, waarvan de Joodse tegenstanders van Jacob gebruikmaakten. Uiteindelijk werd Jacob gevangengezet in een klooster, waar hij pas na 13 jaar kon ontsnappen en met zijn hofhouding naar Oostenrijk en Duitsland vluchtte.

Leeghoofdigheid

‘De Jacobsboeken’ is meer dan het waargebeurde verhaal over een schimmige charlatan. In ruim 900 bladzijden hangt Tokarczuk ook een grimmig beeld op van een maatschappij op de rand van de afgrond. Ze beschrijft de decadentie en leeghoofdigheid van de Poolse adel en clerus, die op het werk van lijfeigenen en uitgebuite boeren teren. De aanzienlijke Joodse minderheid werd getolereerd maar was vaak het eerste slachtoffer als iets misging. ‘Polen is een land waar religieuze vrijheid en religieuze haat in gelijke mate voorkomen’, merkt een Poolse edelman op.

In dat jachtige tijdperk was Jacob Frank maar een van de vele zelfverklaarde messiassen die inspeelden op de angst voor de ondergang. ‘God heeft dit alles bij toeval geschapen en is toen weggegaan. Ziedaar het grote geheim’, zegt een van Jacobs trouwste apostelen. ‘De Messias komt stilletjes, als de wereld gehuld zal zijn in de grootste schemer en de grootste armoede, in kwaad en leed.’ Een van de vele schitterende passages in het boek beschrijft hoe een uitbraak van de pest de aanhang van Jacob decimeerde, ondanks diens profetie dat het doopsel de bekeerlingen onsterfelijk zou maken.

Terwijl Jacob furore maakte met zijn religieuze obscurantisme, brak geleidelijk de verlichting door. Het was uiteindelijk een jonge bewonderaar, Thomas von Schönfeld, die tegenover Jacob gewag maakte van de generatiewissel. ‘Nu heersen andere wetten. U wacht op mystieke tekenen, op bepaalde samenzweringen van balakaben, maar ik denk dat je een mens niet in mystieke sferen kunt bevrijden, maar eerder hier op aarde’, zegt hij.

Rechtse nationalisten

Hoewel Tokarczuk geen nadrukkelijke politieke boodschap verkondigt, werd ‘De Jacobsboeken’ haar zwaar aangerekend door rechtse nationalisten. Ze noemden haar een landverrader omdat ze het Poolse verleden had bezoedeld. Tokarczuk zag zich zelfs genoodzaakt lijfwachten in te huren. ‘Ik was naïef,’ zei ze daarover in een interview. ‘Ik dacht dat we in staat waren de donkere episodes van onze geschiedenis te bespreken.’ Maar in het Polen van nu, waar de conservatieve partij Recht en Rechtvaardigheid de plak zwaait, is elke vorm van zelfreflectie uit den boze.

Sinds ze in 1989 met een dichtbundel debuteerde, groeide de intussen 57-jarige Tokarczuk in Polen uit tot de belangrijkste schrijfster van haar generatie. Terwijl de huidige machthebbers een banvloek over haar hebben uitgesproken, kende de vorige centrumrechtse regering - geleid door huidig Europees president Donald Tusk - haar in 2010 de Gloria Artis-medaille toe voor bewezen diensten aan de Poolse cultuur. En ondanks de controverse kreeg ze voor ‘De Jacobsboeken’ de Nike-prijs, de grootste literaire prijs van Polen. Die had ze in 2005 al eens gekregen voor haar roman ‘De rustelozen’, waarmee ze vorig jaar de Man Booker International Prize wegkaapte.

Wie zich door het breed uitwaaierende verhaal laat meeslepen, wordt rijkelijk beloond.

‘De Jacobsboeken’ is een literaire tour-de-force. Tokarczuk koos zeker niet de makkelijkste weg: het verhaal waaiert soms breed uit en het aantal personages is niet bij te houden. Maar wie zich laat meeslepen, wordt rijkelijk beloond. En ook al is de roman op historische feiten en personages gebaseerd, de schrijfster bejubelt de kracht van verbeelding waarmee ze de gaten in het verhaal opvulde. ‘De literatuur is een bijzonder soort van kennis’, legt ze een personage in de mond, ‘dat is de volmaaktheid van inaccurate vormen.’

‘De Jacobsboeken’ is uitgegeven bij De Geus, telt 920 pagina’s en kost 29,99 euro. De vertaling is van Karol Lesman.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud