Als verwrongen verlangens uitmonden in geweld

McCullers’ onnavolgbare stilistische subtiliteit is ook duidelijk in dit boek. Ze slaagt erin een toon te vinden die zowel gereserveerd als meelevend is, koud en toch gevoelig. ©rv

Geen pijn zo groot als die van het beminnen zonder zelf bemind te worden. Carson McCullers (1917-1967) schreef er met ‘Gespiegeld in een gouden oog’ een duistere, fonkelende roman over.

Ze was amper 23 toen ze in 1940 debuteerde met de instantklassieker ‘Het hart is een eenzame jager’. Carson McCullers’ eersteling is een verbluffend veelzijdig en melancholisch hoogstandje over outcasts die naar spirituele verlossing zoeken in de raadselachtige ogen van een doofstomme. Ze gaf een stem aan de onderdrukten en eenzaten in het diepe zuiden van de VS en toonde een zeldzame empathie voor hun uitzichtloze levens. In een mum van tijd prijkte het boek bovenaan op de bestsellerlijsten.

McCullers leefde snel en vurig, maar schreef nog sneller. Nog voor haar eerste meesterwerk in de winkel lag, had ze een tweede klaar. Ze werkte twee maanden aan ‘Gespiegeld in een gouden oog’, waarvan zopas een Nederlandse vertaling verscheen. De critici struikelden erover en wisten niet wat ze aan moesten met een boek dat het ene na het andere taboe aansneed. McCullers sleep een duister juweel waarin voyeurisme, fetisjisme, homoseksualiteit en sadisme broeien onder een fragiel laagje beschaving.

Het boek opent verraderlijk bedaard: ‘Een legerplaats in vredestijd is saai en leeg. Er gebeurt wel wat, maar wat gebeurt, is steeds hetzelfde.’ Dezelfde onbewogenheid enkele regels later: ‘Zo is in een plaats in het zuiden enkele jaren geleden een moord gepleegd. De hoofdrolspelers in dit drama waren: twee officieren, een soldaat, twee vrouwen, een Filippijn en een paard.’

Kamergeleerde

De aangekondigde moord hangt als een zwaard boven de hoofden van de personages, terwijl die op hun noodlot afstevenen. Kapitein Penderton is een gefrustreerde, angstige kamergeleerde die getrouwd is met de sensuele Leonora. Zelfs als ze naakt voor hem staat, laat haar lenige, bronskleurige lichaam hem koud. In plaats daarvan heeft hij ‘de treurige neiging verliefd te worden op haar minnaars’. Majoor Morris Langdon, Leonora’s huidige minnaar, komt dagelijks met zijn ziekelijke echtgenote Alison bij de Pendertons over de vloer. Allemaal hebben ze hun redenen om elkaar te haten (alleen Leonora en de majoor voelen een oppervlakkige affectie voor elkaar), en toch blijven ze elkaar opzoeken.

McCullers’ stilistische subtiliteit is onnavolgbaar. Ze vindt een toon die zowel gereserveerd als meelevend is.

Soldaat Elgee Williams slaat hun levens vanuit de schaduw gade. De jongeman is een zonderling in de legerplaats. Hij praat niet, heeft geen vrienden of hobby’s, en gaat in zijn vrije tijd naakt op een steen in het bos liggen. Als hij op een avond toevallig de naakte Leonora ziet, raakt hij door haar geobsedeerd. ’s Avonds bespiedt hij haar vanuit de voortuin, en als ze slaapt, dringt hij het huis binnen om in stille betovering naast haar bed te gaan zitten.

‘De zachte, weelderige warmte van een vrouwenhuid, het stille donker, het ongekende tedere gevoel en de gespannen kracht in zijn lijf als hij gehurkt bij haar zat. Nu hij dat eenmaal had ervaren, kwam hij er niet meer van los. Er had zich een duister, bedwelmend verlangen in hem vastgezet, even onafwendbaar als de dood.’

Het drama zet zich in gang wanneer kapitein Penderton, niet wetend dat Williams zijn vrouw begluurt, op de soldaat verliefd wordt. Uit dat kluwen van verhoudingen laat McCullers het beeld opstijgen van mensen die alleen zijn, die zich vervreemd voelen van iedereen en nog het meest van zichzelf. Mensen die geen raad weten met wat in hen pruttelt en ten prooi vallen aan oncontroleerbare stemmingen. Wat McCullers als geen ander heeft begrepen, is hoe obsessie kan omslaan in haat, en welk geweld broeit onder verwrongen verlangens.

Methodacting

Later zou ze zeggen dat het boek tot haar was gekomen in een droom, plotsklaps en tot in alle details helder. Ongetwijfeld zaten de demonen die haar op dat moment bestookten daar voor iets tussen. Haar huwelijk hing in de touwen nadat zij en haar man zich allebei hadden overgegeven aan biseksuele verlangens. De vrouw op wie ze hartstochtelijk verliefd was - de Zwitserse schrijfster Annemarie Schwarzenbach, aan wie het boek is opgedragen - liet haar liefde onbeantwoord.

McCullers’ onnavolgbare stilistische subtiliteit is ook duidelijk in dit boek. Ze slaagt erin een toon te vinden die zowel gereserveerd als meelevend is, koud en toch gevoelig. ©rv

Begin jaren 40 was homoseksualiteit nog volstrekt onontgonnen terrein in de Amerikaanse letteren, maar McCullers schrijft erover met een ongeziene vanzelfsprekendheid. Het zegt veel over het eigengereide, ongebonden karakter van een jonge schrijfster die literatuur beleed als een vorm van methodacting.

‘Als ik over een dief schrijf, word ik er een. Als ik over kapitein Penderton schrijf, word ik een homoseksuele man; als ik over een doofstomme schrijf, verlies ik mijn stem zolang ik aan het werk ben. Ik word de personages waar ik over schrijf en gezegend is de Romeinse dichter Terentius, die zei: ‘niets menselijks is me vreemd’.’

Let vooral op McCullers’ onnavolgbare stilistische subtiliteit. Ze slaagt erin een toon te vinden die zowel gereserveerd als meelevend is, koud en toch gevoelig. Als Alison door een vlaag van razende zinsverbijstering wordt bevangen, staat er onaangedaan: ‘Ze troffen mevrouw Langdon bewusteloos aan. Ze had met een tuinschaar haar tere tepels afgeknipt.’ Toch wordt het nooit afstandelijk. Haar proza gloeit van een onverholen empathie, want het is waar: niets menselijks is haar vreemd.

Carson McCullers, ‘Gespiegeld in een gouden oog’, vertaald door Molly van Gelder, Athenaeum, 144 pagina’s. 18,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud