Amerikaanse schrijver Tom Wolfe overleden

Tom Wolfe, dwarsliggende topschrijver. ©AFP

Na een kort ziekbed is de Amerikaanse schrijver Tom Wolfe op 87-jarige leeftijd overleden. Hij werd wereldberoemd met zijn roman 'The Bonfire of the Vanities'.

Steevast in een wit pak zag Tom Wolfe er uit als een dandy. Toch was hij vooral een fantastisch schrijver en journalist. Hij stond in de jaren zestig mee aan de wieg van New Journalism, een journalistieke beweging die gebruikmaakte van literaire technieken. Volgens de adepten van New Journalism waren ze meer dan de klassieke schrijvers in staat de tijdsgeest te vangen.

Tom Wolfe hield niet van de term. Het typeerde hem. Wolfe associeerde zich zelden met bewegingen. In interviews stak hij nooit onder stoelen of banken dat hij niet hoog opliep met het postmoderne experimentalisme in de Amerikaanse literatuur, en bij uitbreiding met alles wat rook naar intellect. Het tijdschrift The New Yorker, aan de oostkust van de VS het ultieme symbool van progressief intellectualisme, noemde hij - zelf een kind van het Zuiden - ooit een instituut voor levende doden. Het maakte hem niet echt populair bij collega's. Zeker niet toen Wolfe almaar meer succes kende, met enorme voorschotten op zijn boeken tot gevolg. Dat stak weleens de ogen uit.

Schoolkrant

Tom Wolfe werd geboren in Richmond, Virginia. Dat hij in de journalistiek zou belanden stond in de sterren geschreven. Als tiener was hij hoofdredacteur van het schoolkrantje. Later studeerde hij Engels aan de universiteit van Washington. In 1957 begon hij te werken voor de krant Springfield Union in Massachusetts. Kort daarna stapte hij over naar The Washington Post, waar hij het nieuws uit Latijns-Amerika opvolgde.

In 1962 verhuisde hij naar New York, waar hij aan de slag ging bij de The Herald Tribune. Hij combineerde werken voor de krant met artikels leveren voor allerlei magazines. De journalistiek was in het begin van de jaren 60 danig aan het veranderen in de VS. Truman Capote zette de toon met zijn geweldige boek 'In Cold Blood', een literair verslag van een gruwelijke moordzaak.

Wolfe begon naam te krijgen met zijn artikels voor het magazine New York. Zijn kracht was de rake observatie van wat hij zag. En dat was veel. Hij schreef net zo goed over de elite van New York als over de Amerikanen aan de rand van de maatschappij.

Dat leverde prachtige boeken op zoals 'The Electric Kool-Aid Acid Test' (1968) over LSD-verslaafden en 'The Right Stuff' (1979) over de pioniers van de Amerikaanse ruimtevaart.

Als romanschrijver debuteerde hij in 1987 met 'The Bonfire of the Vanities'. Het is een satirische roman over hebzucht, racisme en angst in New York. Een echte pageturner, die je ondanks de dikte in één ruk wil uitlezen. Wolfe liet zich niet toevallig inspireren door Charles Dickens. Andere romans zijn 'A Man in Full' (1998)  en 'I am Charlotte' (2004).

Twee jaar gelezen publiceerde hij zijn laatste boek 'The Kingdom of Speech'. Het was vintage Wolfe. In het boek viel hij de evolutietheorie van Charles Darwin aan. Ging het om fictie of non-fictie? Dat was niet duidelijk. Wolfe schopte in zijn typische puntig taalgebruik tegen veel zere schenen, zoals hij zijn leven lang had gedaan.

Maandag werd hij in een New Yorks ziekenhuis opgenomen met een infectie, waaraan hij is bezweken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content