Advertentie
interview

Auteur Paolo Cognetti: ‘Je zet veel op het spel door te hunkeren naar de bergen’

Paulo Cognetti: ‘Lijden is de motor geweest om aan mijn nieuwe roman te werken.’ ©Brecht Van Maele

Na het wereldsucces van ‘De acht bergen’ keert Paolo Cognetti terug naar de Italiaanse Alpen. In ‘Het geluk van de wolf’ bekijkt hij zijn geliefde landschap als een plek om te delen met mensen die we graag zien. ‘Bergbewoners laten zich niet meeslepen door wat het leven brengt.’

Tegenover ons in de ontbijtzaal van Ganda, een charmante bed & breakfast in de Gentse binnenstad, zit Paolo Cognetti, 43 en schrijver van ‘De acht bergen’. De roman oogstte wereldwijd applaus en verkocht meer dan 1 miljoen exemplaren, waarvan 275.000 in het Nederlands. Maar eigenlijk tafelen we vanochtend ook een beetje met Fausto uit zijn nieuwe, alweer erg vertederende roman ‘Het geluk van de wolf’.

Net als in ‘De acht bergen’ baseerde de bedeesde Italiaanse auteur zich voor de fundamenten van zijn hoofdpersonage op zijn eigen levensloop. De veertiger Fausto is een onbeminde schrijver die na een liefdesbreuk zijn heil zoekt in het hooggebergte van de Valle d’Aosta. Hij gaat als kok aan de slag in een berghut en smeedt vriendschappen met mannen en vrouwen die naar de namen Babette, Santorso en Gemma luisteren. Dat deed Cognetti 15 jaar geleden ook allemaal, en nog altijd woont hij de helft van het jaar in de Noord-Italiaanse bergen. De andere helft leeft hij in Milaan.

Succes isoleert. Het geeft je het gevoel dat je niet meer bent zoals de anderen.

Meer dan een verhaal over de bergen zelf is ‘Het geluk van de wolf’ een onderzoeksroman naar de bergen als een plek om te delen met mensen die we graag zien. De bergen blijven evenwel alomtegenwoordig, met hun gehavende lariksen, gorgelende bergstromen, steile puinhellingen en door sneeuwlawines meegesleurde gletsjerhutten. Sommige lezers zullen zich misschien de bedenking maken dat Cognetti een onetrickpony is. Maar hij kan er niets aan doen, zegt hij. ‘Zoals ik het moeilijk vind me een leven zonder bergen voor te stellen, blijkt het ook onmogelijk niet over de bergen te schrijven.’

U schreef het boek grotendeels tijdens de lockdowns in Milaan. Dat lijkt ons dubbel: er was geen gebrek aan de stilte waar schrijvers zo naar snakken, maar hoe roep je de bergen op vanuit de grootstad?

Paolo Cognetti: ‘Toen ik in september 2019 aan dit boek begon te schrijven, zat ik in de bergen. Ik kwam uit een lastige periode. Door het succes van ‘De acht bergen’ was ik een stukje publiek bezit geworden. Ik werd overal herkend, moest handtekeningen uitdelen, mezelf verkopen op promotiereisjes. Mijn leven was radicaal veranderd. Het was moeilijk focussen. De eerste lockdown kwam me daarom goed uit. Terwijl het openbare leven stillag, kon ik me eindelijk op het schrijven concentreren. Maar door corona moest ik terug naar Milaan, en dat viel me zwaar. Voor het eerst in mijn leven had ik niet de vrijheid om naar de bergen te gaan. Normaal stap ik ’s morgens in de auto en rijd ik naar ginder.’

©Brecht Van Maele

‘Dat lijden is een motor geweest om aan het boek te werken. Toen ik in de zomer van 2020 terugkeerde, voelde ik een emotie die ik heel lang niet had gevoeld. Zoals Babette zegt in het boek: de verwondering went. Na al die jaren was het landschap een deel van het dagelijkse leven geworden en riskeerde ik de schoonheid niet meer te zien. De pandemie schonk me die verwondering terug. Toen ik voor de tweede lockdown weer naar Milaan moest, heb ik met opzet een maand niet geschreven om mijn indrukken te laten indalen. Zo kon mijn verlangen naar de bergen het overnemen aan de schrijftafel.’

Fausto krijgt het verwijt dat hij met zijn verlangen naar de Alpen de utopie najaagt dat de bergen gelukkiger zouden maken dan de stad. Terecht of niet?

Cognetti: (knikt) ‘Dat heb ik ook mogen horen van ex-geliefden. Je zet veel op het spel. Ik heb ook vriendschappen verloren door mijn hunkering naar de bergen. Toen ik 15 jaar geleden in de bergen ging wonen, voelde dat als een bevrijding, een wedergeboorte. Tegelijk was ik erg eenzaam. De prijs die je voor de utopie betaalt, is die eenzaamheid. Maar wie doorbijt, krijgt nieuwe vriendschappen en geliefden in de plaats. Ook in de bergen voelen mensen de nood om samen te zijn, vriendschappen te onderhouden en verliefd te worden. Daar gaat dit boek over.’

Wat maakt bergbewoners zo’n bijzonder volk?

Cognetti: ‘De meeste mensen laten zich meeslepen door wat het leven brengt. Bergbewoners doen dat niet. In Milaan hoor je mensen vaak zeggen dat ze de stad haten en dat ze er alleen maar wonen omdat ze nuttig voor hen is. Ze wonen er uit noodzaak of om professionele redenen. In verlaten bergdorpjes, zoals het plaatsje waar ik zes maanden per jaar verblijf, hebben de bewoners bewust gekozen voor dat leven. Het zijn utopisten, ze streven geluk na vanuit een niet-evidente keuze. Het maakt hen sterk en moedig.’

©Brecht Van Maele

‘Ontmoetingen tussen mensen zijn in de bergen vaak intenser. Als je er iemand ontmoet die dezelfde keuze heeft gemaakt, heb je meteen een band. Niet toevallig zijn mensen die in de bergen gaan wonen vaak gekwetste zielen die nederlagen en revoluties hebben meegemaakt. Bergbewoners vragen zich bij alles af: wat kan ik voor wie betekenen? Ze zorgen voor elkaar, zijn elkaars balsem tegen de eenzaamheid. Vandaar ook het idee achter een berghut: iemand binnenhalen en zorg dragen voor die persoon.’

Het lijkt een opluchting voor Fausto dat zijn nieuwe vrienden in de bergen hem niet voor een schrijver aanzien.

Cognetti: ‘Of dat ook over mij gaat? (knikt) Een schrijver staat buiten de werkelijk-heid, hij is een observator van het leven. Fausto geniet van die rol in de bergen, maar hij beleeft nog meer vreugde aan het samenzijn met zijn vrienden: koken, houthakken, gesprekken voeren tijdens lange bergwandelingen. Je bent daar echt aan het léven. Daarom ben ik zo graag in de bergen. Ze zorgen ervoor dat je je kleine en menselijke kanten behoudt, juist omdat ze zo groot en onveranderlijk lijken.’

‘De bergen houden je met beide voeten op de grond. Dat gevoel had ik nodig na ‘De acht bergen’. Die roman veranderde veel in positieve zin, maar het succes bracht me ook uit balans. Succes isoleert. Het geeft je het gevoel dat je niet meer bent zoals de anderen. De bergen brengen me terug naar het begin, naar de normaliteit, omdat de mensen mij daar kennen voor wie ik ben: niet de bestsellerauteur maar de persoon die ik was toen ik er 15 jaar geleden aankwam. Voor Babette zal ik altijd die jongen zijn die twee jaar in haar keuken werkte. Voor de mannen op wie Santorso is gebaseerd, ben ik in de eerste plaats die persoon met wie ze in de bergen gaan wandelen.’

‘De acht bergen’ wordt op dit moment verfilmd door Felix van Groeningen en Charlotte Vandermeersch. De kandidatenlijst was lang. Waarom zij?

Cognetti: ‘Hoewel het zich in de Italiaanse Alpen afspeelt, is het een echt Europees boek. Daarom hadden we liever een niet-Italiaanse regisseur. Toen Felix en Charlotte zich aanboden, was ik erg blij. We zijn praktisch leeftijdsgenoten, en misschien zitten we ook op hetzelfde moment in onze carrières. Felix is in elk seizoen naar de bergen gekomen. We hebben samen veel in de bergen gewandeld en de belangrijkste plekken uit het boek bezocht. Ik denk dat ik mag zeggen dat er een vriendschap is ontstaan.’

Kende u de films van Van Groeningen?

Cognetti: ‘’The Broken Circle Breakdown’ en ‘Beautiful Boy’ wel, en daarna heb ik ook zijn andere films bekeken. Die twee films gaan net als ‘De acht bergen’ over een relatie tussen twee mensen die zo intens wordt dat je op een bepaald moment niet weet of je moet lachen of huilen. Ik ben niet rechtstreeks betrokken bij het script. Maar ik heb er het volste vertrouwen in dat ze er iets moois van maken. Aanvankelijk was ik bang dat ze de locatie zouden verplaatsen naar een andere berg met een grotere naam en spectaculairdere panorama’s. Maar ze wilden de film absoluut draaien op de plek waar ik het boek had geschreven.’

‘De opnames afgelopen zomer waren voor mij erg emotioneel. De bergen die na twee verloren seizoenen werden overspoeld door een filmploeg van zeventig mensen, dorpsbewoners die een figurantenrolletje kregen, Babette die kookte voor de hele filmcrew. Het voelde als een sprookje dat eindigde in een groot, vreugdevol feest.’

U hebt een cameo in de film, als kok in een berghut. Viel dat mee?

Cognetti: ‘Goh, ik denk niet dat aan mij een groot acteur verloren is gegaan. (lacht) Ik moet tegen Pietro zeggen dat hij aan het werk moet, waarop zijn moeder belt met het nieuws dat zijn vader is overleden. Meer dan één zinnetje had ik niet. Toch moest ik de scène zeven of acht keer opnieuw doen. Felix zet graag de puntjes op de i.’

‘Het geluk van de wolf’ is verschenen bij De Bezige Bij, telt 204 pagina’s en kost 21,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud