Cees Nooteboom dwaalt door Venetië

©BELGAIMAGE

Al decennialang keert Cees Nooteboom steeds opnieuw terug naar Venetië, de stad waarover hij niet uitgeschreven raakt. In zijn nieuwe boek hebben al die teksten eindelijk een plaats gekregen.

Nooteboom lezen is samen met hem op reis gaan. En met hem op reis gaan betekent dat je je moet openstellen voor het onverwachte, de grillen van het toeval. Want wie met Nooteboom vertrekt, weet niet waar hij terecht zal komen. Je gaat de deur uit, slaat een onbekende hoek om, loopt per ongeluk de verkeerde steeg in, en niet veel later sta je ergens op een eiland in de Venetiaanse lagune, omgeven door wind en water, met in de verte de stad als een ‘krankzinnige droom’ van paleizen en kerken.

Nooteboom is geen handlanger van de toeristische dienst. Reizen is voor hem een vorm van leven, en een aanleiding tot filosoferen.

Zijn nieuwe boek is volledig opgedragen aan La Serenissima en leest als een ode aan ‘dat onbestaanbare weefsel van steen’. De Nederlandse meester-stilist is ondertussen een eind in de tachtig, maar zijn heldere zinnen blaken nog steeds van geestdrift en spitsvondigheid. Om de ziel van zijn lievelingsstad te vangen, put hij zich uit in de meest verrukkelijke beschrijvingen.

‘Alsof de wereld iets gedroomd heeft dat onmogelijk is, een droom van paleizen en kerken, van macht en geld, van heerschappij en verval, een paradijs van schoonheid dat uit zichzelf verjaagd is omdat de aarde zo’n groot wonder niet uit kon houden.’

Nieuwsgierigheid

Ver weg van de gebaande paden laat hij zich leiden door zijn nieuwsgierigheid. Hij zwerft door wijken waar hij niets te zoeken heeft, maar dat is precies wat hij zoekt. ‘Het is niet moeilijk om de weg kwijt te raken’, klinkt het, en zo wordt dit boek een inwijding in het plezier van het verdwalen.

Weinig steden lenen zich daar zo gewillig toe als Venetië, een doolhof van ‘stegen zonder uitweg, plotselinge bruggen, hoeken, verlaten huizen, geluiden die nergens bij horen, het roepen van een misthoorn, voetstappen die zich verwijderen, voorbijgangers zonder gezicht, hun hoofden in shawls gewikkeld, een stad vol schimmen en de herinnering aan schimmen’.

Een Nederlandse criticus wond zich er ooit over op dat je met Nootebooms boeken nergens heen kan. Ze zijn niet praktisch, bieden geen top tien van bezienswaardigheden, geen tips voor eetadresjes of uitgestippelde wandelingen. De man had er duidelijk niets van begrepen.

Filoseferen

Nooteboom is geen handlanger van de toeristische dienst. Reizen is voor hem een vorm van leven, en een aanleiding tot filosoferen. Het is een manier om de geheimen van het universum te benaderen. Hij speurt naar de ziel van de plaatsen waar hij komt en probeert hun essentie te ontraadselen.

In dit tijdperk van massatoerisme en gehaaste citytrips zijn de reisverhalen van Nooteboom daarom bovenal een verademing. Hij neemt royaal de tijd om stil te staan en te observeren, om door te dringen tot het wezen van de dingen om hem heen. ‘Je loopt, de maat van je voeten is het ritme, dan ben je al bijna bij een episch gedicht, je leest de stad samen met de maat van je voetstappen.’

Een anachronisme in onze jachtige eeuw? Misschien. Zonder wrevel constateert hij dat ‘de generatie van smartphones en iPads om een ander tempo vraagt, minder woorden, minder versiering’. Om zich daar vervolgens triomfantelijk niets van aan te trekken en verder te gaan met een meanderende uitwijding over Louis Couperus’ impressionistische beschrijving van de ‘fluweelsombere kanaaltjes’.

Labyrint

‘Als een stofje zal ik door haar geschiedenis dwalen, zij zal mij opeten zoals ze al haar minnaars en bewonderaars altijd verslonden heeft die in de loop van de eeuwen aan haar voeten gelegen hebben.’

Opvallend vaak gaat het over vergankelijkheid, over de dingen die verdwijnen en verloren gaan, Nooteboom zelf incluis. ‘Jij was alleen maar het vluchtige standbeeld op een brug of in een gondel, een tijdelijk deel van een stad die nu al meer dan duizend jaar doet of de tijd niet bestaat’, klinkt het. Maar hij is er niet de man naar om zich in weemoed te verliezen. Steeds opnieuw wijst hij erop hoe het verleden altijd aanwezig is in het heden, hoe de doden hun invloed blijven uitoefenen op de levenden, en datgene wat verdwenen is niet minder voelbaar blijft. In Venetië blijft alles doorwerken en gaat niets echt verloren.

Zeer vermakelijk zijn de passages waarin hij zich uitleeft in verzonnen reconstructies van historische gebeurtenissen. Zoals de prachtige scène waarin de schilder Veronese de draak steekt met de inquisitie, of Casanova’s bloedstollende ontsnappingspoging uit de Piombi, de beruchte kerkers onder het dak van het Dogepaleis. Of wanneer hij zich inbeeldt hoe ‘Brodsky, Stravinsky en Diaghilev rond het graf van Ezra Pound Russische liederen liggen te neuriën tot het einde der tijden’.

Ziel

Nooteboom vertelt geen rechttoe rechtaan verhaal. Hij laat het toeval bepalen waar zijn wandeling heen leidt. En zo komt hij langs kanalen en palazzi, langs standbeelden en kerken, cafés, tuinen, wandtapijten en schilderijen. Aan alles kleeft een verhaal, ieder kunstwerk is een brok geschiedenis, iedere nauwe steeg een pad dat naar een andere anekdote leidt.

Zo slaagt hij erin om met een omtrekkende beweging de ziel van de stad bloot te leggen. Op het eind heb je het gevoel dat je haar ontelbare keren hebt doorkruist, dat je vertrouwd bent geraakt met haar bewoners, zowel die van vlees en bloed als die van marmer, verf en hout, en dat je haar ingewikkelde geschiedenis van veroveringen, rivaliteit en rijkdom min of meer doorgrondt.

©rv

Toch loopt het niet altijd goed af: sommige excursies vallen wat mager uit, en hier en daar verliest de reiziger zich in nodeloze anekdotiek. De langdradige uitweidingen over bijvoorbeeld de detectivereeksen van Donna Leon en Michael Dibdin voelen als ballast in een boek dat krachtiger was geweest als hier en daar strenger was gesnoeid.

Door de hoofdstukken heen doemt steeds opnieuw dezelfde vraag op: ‘Waarom ben ik voor de zoveelste keer teruggekomen? Wat is nu eigenlijk de aantrekkingskracht?’ Een helder antwoord geeft Nooteboom niet. Pas op het einde begrijp je dat het boek het antwoord is. Het boek dat finaal een afspiegeling is van de stad: een labyrint waarin het heerlijk verdwalen is.

Cees Nooteboom - ‘Venetië. De leeuw, de stad en het water’ - De Bezige Bij, 240 pagina’s, 24,99 euro

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect