Advertentie

De balans | Ludo Abicht

Filosoof Ludo Abicht ©rv

Volgende dinsdag stelt filosoof Ludo Abicht (85) ‘Anarchisme - van Bakoenin tot de Commons’ voor. Zijn 35ste boek focust op hoe de sociaal-anarchistische beweging het streven naar vrijheid kracht bijzette. Hier maakt hij zijn balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?

‘Een boerderij in de Cevennen die ik deel met mijn vrouw - hier huur ik van haar - en een halve auto. Voorts blijft er na een leven werken in het onderwijs weinig over. Als ik mijn 7.000 boeken bij De Slegte binnenbreng, brengen ze haast niets op. Ze zijn wel een immaterieel bezit waarvoor ik door het vuur zou gaan. Mijn grootste talent is lesgeven, in de eerste jaren van de universiteit.’

Wie heeft in u geïnvesteerd?

‘O my god, veel mensen! Ik denk aan een leraar in de lagere school wiens naam ik ben vergeten. Hij nam ons mee in de bossen, om vlinders te zoeken en zo. In het hoger onderwijs was de Duitse filosoof Ernst Bloch mijn voorbeeld. Voor hem trok ik naar Tübingen. Hij enthousiasmeerde me met zijn combinatie van geestelijke waarden uit de joodse en christelijke traditie en radicaal links sociaal engagement. Dat werd een leidraad.’

Hebt u ook in anderen geïnvesteerd?

Als je in mensen investeert, komt er soms vanalles uit wat je niet verwacht.
Ludo Abicht
filosoof

‘Ik geef al 58 jaar les. Ik zoek altijd naar het talent dat in de meeste mensen sluimert maar soms al in de lagere school wordt kapotgeslagen. Het resultaat van lesgeven veruitwendigt zich vaak pas later. Mijn studenten moesten ‘De toverberg’ van Thomas Mann doorworstelen, een turf van 800 pagina’s. Ze vloekten daarop, maar 20 jaar later vertelde de voormalige artistiek directeur van Opera Ballet Vlaanderen Sidi Larbi Cherkaoui me dat hij nog altijd Mann las. Ook in mijn kinderen heb ik geïnvesteerd, maar je mag nooit verlangen dat ze worden zoals jezelf. Mijn dochter werkt in Afrika rond seksueel overdraagbare aandoeningen. Mijn zoon in Silicon Valley, waar hij mensen opleidt - hij is dus toch een soort leraar geworden.’

Wat was uw kwantumsprong?

‘Rond 1953 wilde ik priester-arbeider worden. Dat was mogelijk via de jezuïeten. Maar algauw ging ik door een crisis, waarna ik concludeerde dat ik mijn leven niet kon laten afhangen van een hogere werkelijkheid die niet bestaat. Ik werd atheïst en trad na zes jaar uit de orde, samen met Etienne Vermeersch. Met hem bleef ik bevriend tot zijn laatste dag.’

Bent u ooit in het rood gegaan?

‘Twee keer heb ik een burn-out gehad. De eerste uit ongeduld, toen ik mijn verloren jaren wilde inhalen en aan de universiteit twee jaar ineens deed. Wekenlang kon ik niet meer lezen of schrijven. 20 jaar later overkwam het me weer, toen ik in Canada werkte. Van de ene dag op de andere was ik lusteloos, mijn reuk- en smaakzin en mijn zin voor het leven waren wég. Nu zie ik nogal wat mensen met een burn-out. Ik zal er nooit om lachen. We moeten wel oppassen dat we niet voor elk probleempje een psycholoog nodig hebben. Zelfredzaamheid is ook waardevol.’

Hebt u nog raadgevers?

‘O ja. Vooral collega’s, bij wie ik aanklop als ik te maken krijg met uitgeprocedeerde vluchtelingen. Of met een tienermeisje dat thuis wegliep omdat ze in Turkije moest trouwen met de beste vriend van haar vader. In mijn raad van bestuur zetelen mensen zoals professor Andrew Winnick, een vriend in Californië. In Gent waren Koen Raes en Etienne Vermeersch klankborden. De econoom-filosoof en voormalig decaan aan de KU Leuven Toon Vandevelde is dat nog altijd. Dat meisje hebben we trouwens hier gehouden. Haar ouders waren razend op ons. Het is tien jaar geleden, maar het gebeurt nog altijd.’

Hebt u mensen afgeschreven?

‘Soms heb ik er veel zin in, maar ik heb het nooit gedaan. Ik ga vaak spreken in kringen waar ik niet thuishoor, bijvoorbeeld omdat de meesten voor het Vlaams Belang stemmen. Elk mens is de moeite waard om mee in discussie te gaan. Het tegendeel beweren gaat in tegen alles waar ik voor sta. Als je investeert in mensen, komt er soms vanalles uit wat je niet verwacht.’

Staat er winst op uw balans?

‘Om het met de jezuïet Ignatius te zeggen: als ik te horen kreeg dat ik over een half uur doodval, zou ik gewoon doordoen met wat ik bezig ben. Dat betekent dat ik op het goede spoor zit. 20 jaar na mijn pensioen krijg ik elk jaar een mooie brief waarin de rector ermee instemt dat ik blijf lesgeven. Onbezoldigd weliswaar: ik neem geen jobs van jonge mensen in. Discussiëren, lezen en schrijven is mijn lang leven.’

BERT VOET

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud