De Balans | Ignaas Devisch

Medisch filosoof Ignaas Devisch ©BELGA

In ‘Zijn er nog vragen’ legt medisch filosoof Ignaas Devisch (50) kinderen filosofische vragen voor, verpakt in een spannend verhaal. Waar komt de mens vandaan? Hoe weten we of iets waar is? Hier maakt hij zijn persoonlijke balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?

‘Boven alles mijn goede vrienden. Zeker in deze tijden. Materieel is een goede laptop mijn poort tot de wereld. Thuis heb ik ook een aangename werkruimte. En dit voorjaar heb ik geïnvesteerd in een schommelstoel. Erin zitten lezen brengt rust in mijn hoofd. Zo vind ik ook mijn tuin, midden in de stad, zeer waardevol.’

Wie heeft in u geïnvesteerd?

‘Ik ben een typisch product van sociale mobiliteit via het onderwijs. Mijn ene grootvader was een hardwerkende, arme landbouwer met veel kinderen. De andere was vloerlegger, en zo mogelijk nog armer. Dat ik twee generaties later hoogleraar kon worden, is onwaarschijnlijk. Mijn ouders hebben zich enorm ingespannen om mijn twee zussen en mezelf te laten studeren. Vader werkte, moeder was huisvrouw. Soms was het financieel zeer krap. Ze geloofden ook in ons.’

‘Als jonge student had ik een klik met de Nederlandse hoogleraar Theo de Wit. Hij heeft me van meet af aan gesteund. Ik vroeg hem als copromotor. De facto werd hij mijn promotor, en een goede vriend. Niet evident in de zeer concurrentiële academische wereld.’

Investeert u in anderen?

‘In mijn carrière zijn een aantal dingen gerealiseerd, waardoor ik minder met mezelf bezig ben en meer deel en teruggeef. Het boekje is daar een voorbeeld van. In normale tijden geef ik ook veel voordrachten voor het brede publiek. Jarenlang werd daar in de academische wereld laatdunkend op gereageerd. Tot mijn vreugde investeert de universiteit nu wel in maatschappelijke dienstverlening. Het is zelfs deel van onze evaluatie, ook voor promoties.’

‘Tijdens mijn doctoraat ben ik vrienden kwijtgeraakt doordat ik geen tijd voor hen had. Maar goede vrienden geven ook de ruimte om er even niet te zijn. In de levens van mijn kinderen ben ik altijd aanwezig geweest.’

Wat was uw kwantumsprong?

‘Ik had een zeer moeilijke onderwijsloopbaan. Ik werd gepest, en op m’n veertiende adviseerde het toenmalige PMS beroepsonderwijs. Voor de humaniora achtte men me letterlijk te dom. Dat was een enorme dreun. Enkelen hebben toen wel in me geloofd, en ik kon ook mezelf overtuigen dat ik niet de allerdomste Europeaan was. Jaren later toonde mijn doctoraatsverdediging - cum laude - het ongelijk van de anderen aan.’

Hebt u al mensen afgeschreven?

‘Zeer weinig. Ik leef niet vanuit rancune en heb beslist om geen energie te stoppen in vijandschap. Ik kan wel eens kwaad zijn, maar nooit lang. Diegenen die mij hadden afgeschreven, zijn van de radar verdwenen. Tijdens mijn academisch parcours hebben een aantal mensen alles gedaan om me weg te duwen. Ikzelf ben altijd hard blijven werken, maar had nooit de behoefte aan een ondersteunende club. ’

Tijdens mijn doctoraat ben ik vrienden kwijtgeraakt doordat ik geen tijd voor hen had. Maar goede vrienden geven ook de ruimte om er even niet te zijn.

Gaat u soms in het rood?

‘Vaak. Karakterieel ken ik weinig maat. In het meeste wat ik doe - werken, graag zien, sporten - overdrijf ik. Daardoor ben ik al tegen muren gebotst. Meteen na die doctoraatsverdediging ben ik in bed gekropen voor twee weken. Ik was totaal uitgeput, inclusief koorts, overal ontstekingen... Mijn karakter zal blijven, maar ik heb wel geleerd om die muur te zien naderen.’

Wie zetelt in uw raad van bestuur?

‘Voor de balans tussen werk en privé luister ik naar mijn kinderen. Zij zijn daar zeer wijs in. Voorts een aantal vrienden met wie ik alles deel, terwijl we samen koken en eten. Ze zijn een uitstekende spiegel voor keuzes die ik maak - in een echte vriendschap mag je ook mislukken. In de academische wereld heb ik een paar partners in crime met wie het intellectueel en menselijk klikt. Naast Theo de Wit hebben Marc De Kesel en de Franse filosoof Jean-Luc Nancy me gevormd. We corresponderen nog altijd en becommentariëren elkaars teksten.’

Staat er winst op uw balans?

‘Van een heel moeilijke puberteit ben ik geëvolueerd naar geloven in mezelf, zonder me te conformeren. En ik mond uit op een punt van dankbaarheid voor wat ik heb gekregen, en van genereus teruggeven.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud