De beste non-fictieboeken volgens de redactie van De Tijd

©Filip Ysenbaert

De redactie van De Tijd koos haar favoriete non-fictieboeken van het jaar.

Dit is onze selectie van de beste non-fictieboeken voor onder de kerstboom. Bekijk ook de aanbevelingen voor fictieboeken.

No Filter | Sarah Frier

©rv

Wie vandaag een foto maakt, doet dat niet op dezelfde manier als tien jaar geleden. Het materiaal is niet meer hetzelfde. Maar we kijken ook anders naar de wereld. Allemaal dankzij één app: Instagram. Iets is ‘instagrammable’ of niet, er is weinig tussenin. Tijd om het cultureel fenomeen te vatten in een boek, oordeelde Sarah Frier, technologiejournalist bij het financiële persagentschap Bloomberg. 

Frier bijt al zich jaren vast in de sociale media die voortspruiten uit de Amerikaanse techvallei Silicon Valley. Ze is een notoir verslaggever van Facebook, dat Instagram in 2012 overnam. Maar wie denkt dat ‘No Filter’ een techneutenboek is, zit fout. Frier zoomt uitgebreid in op de vraag waarom de app zo geliefd is bij gebruikers.

Ze passeert een bekende ‘Instagram-muur’ in São Paulo of legt het Instagram-imperium van de celebrityfamilie Kardashian bloot. De grootste verdienste van het boek schuilt daarin: het kijkt met verwondering naar de opkomst van Instagram. Tegelijk koppelt Frier die brede blik op het product aan een gedetailleerde schets van het bedrijf Instagram. Facebook ziet zijn dochter groeien in populariteit, wat de spanningen achter de bedrijfsmuren doet oplopen. Frier beschrijft die meesterlijk in de betere bedrijfsthriller.

Pieter Haeck, redacteur ondernemen

Freedom - A unruly history | Annelien De Dijn

©rv

Twee dappere Spartanen vertrekken op een levensgevaarlijke missie om de Perzische koning Xerxes te vertellen waar hij zijn eis tot onderwerping mag stoppen. Hun verhaal eindigt bij de Koude Oorlog, toen de angst voor het rode gevaar in het Westen de weg plaveide voor een nieuwe visie op vrijheid: een staat bemoeit zich zo weinig mogelijk met zijn burgers. In amper 350 pagina’s bestrijkt historica Annelien De Dijn de geschiedenis van de vrijheid over meer dan 2.000 jaar.

Maar ‘Freedom’ is veel meer dan een aaneenschakeling van historische gebeurtenissen. Het boek swingt dankzij De Dijns oog voor details, de gruwelijke en de kleinmenselijke, en dankzij haar ironische pen. Zo zult u voor altijd anders naar het Vrijheidsbeeld kijken.

Veel aandacht gaat naar de 19de eeuw, toen de politieke erfenis van de westerse revoluties definitief in een democratische plooi viel - maar niet voor iedereen. De komst van arme Europese migranten zette de jonge Amerikaanse samenleving onder druk. Met allerlei truken probeerde de elite dat gevaarlijke volk het stemrecht te ontzeggen, en werden de burgerrechten van de net bevrijde zwarte slaven snel beperkt. De Dijn toont aan hoe de politieke praktijken van toen nazinderen, ook hier.

Sofie Vanlommel, redacteur weekend

De jaren | Annie Ernaux

©rv

Een paar weken geleden zat ik in een bos op anderhalve meter afstand van een vriendin met een thermos glühwein. Ze had zich sinds de lockdown toegelegd op feministische podcasts en maakte zich zorgen: wat als okselhaar weer mode wordt? Ze epileerde het hare al zo lang dat het niet meer groeide. Kan je daar pruikjes voor kopen?

‘De jaren’ van Annie Ernaux werpt licht op hoe we tot die vraag gekomen zijn. Het boek volgt een Franse vrouw zeven decennia en schotelt de lezer een geschiedenis van de emancipatie en van het consumentisme voor. Grote woorden, die Ernaux zelf achterwege laat. Zij biedt ons beelden aan - van een scène uit ‘Gone with the Wind’, van flesjes Evian, van de was gedaan met houtas, van shoppingcomplexen. 

Van een meisje in schooluniform op een vergeelde foto, en vervolgens een moeder op een Super8-film en een oma op tientallen digitale beeldbestanden. Dat dat telkens de schrijver is, begon pas na een pagina of 40 te dagen. Niet alleen doordat Ernaux in de derde persoon schrijft - in het boek komt het woord ‘ik’ niet voor - maar ook door de afwezigheid van grote emoties of scherpe stellingen. Alles is zoals het is, punt. Misschien komt het daarom zo hard binnen. Ze beschrijft niet alleen haar levenstijd, maar ook die van onze moeders (of toch hun Franse dubbelgangsters). En voor een stukje al die van ons, ‘90s kids’. Ik zie zo een volgend hoofdstuk voor me waarin we pruikjes op onze oksels plakken.

Julie Reniers, freelance-eindredacteur

De meeste mensen deugen | Rutger Bregman

©rv

Sinds kort kan onze eenjarige ‘hallo’ zeggen. Die vaardigheid stemt hem zo trots dat hij ze overal uitoefent. Maar op het dagelijkse traject van thuis naar de crèche beantwoordt slechts een minderheid van de voorbijgangers zijn groet. De anderen kijken niet op of grimassen alsof hij hen geld afhandig wil maken, een telecomabonnement wil verkopen of hun baan wil inpikken. Oké, hij zegt het heel luid als een zatte nonkel met een dubbele tong. Maar in wat voor wereld leven we, als mensen de spontane groet van een kind wantrouwen?

Zeker hen zou ik ‘De meeste mensen deugen’ aanraden. Het beste pleidooi voor vriendelijkheid en een positief mensbeeld dat ik las. De Nederlandse historicus Rutger Bregman doorbreekt de hardnekkige vernistheorie, die onze cultuur beschouwt als een dun laagje dat onze ware, natuurlijke, gewelddadige aard bedekt. In een vlot geschreven en onderbouwde tocht door de geschiedenis - zelfs de donkerste pagina’s - brengt Bregman bewijs aan dat de mens van nature goed en hulpvaardig is.

De perceptie is vaak anders, maar dat komt door onze eenzijdige fixatie op slecht nieuws dat de media massaal produceren, klinkt het. Dat maakt het boek extra confronterend voor journalisten. In onze krant brengen we elke dag en met veel vuur mooie verhalen. Maar dat ik misschien een hand heb in het feit dat mensen niet ‘hallo’ terugzeggen tegen mijn kind, was een gedachte die binnenkwam.

Ellen Vermorgen, redacteur beleggen

Frank Ramsey. A sheer excess of powers | Cheryl Misak

©rv

Elke filosofische ontdekking is eerder al eens sterker en eleganter geformuleerd door Frank Ramsey. Zo formuleerde de Amerikaanse denker Donald Davidson het ‘Ramsey-effect’. Maar wie is die Ramsey? De Canadese filosofe Cheryl Misak schreef het verbluffende levensverhaal van Ramsey, die in 1929 overleed, amper
26 jaar oud. Hij had toen al denkstof geleverd om generaties filosofen, wiskundigen en economen aan het werk te houden.

Ramsey, de oudere broer van de latere aartsbisschop van Canterbury Michael Ramsey, belandde als tiener aan de universiteit van Cambridge. Hij werd er opgenomen in het gezelschap van ‘goden’ als de filosofen Bertrand Russell en Ludwig Wittgenstein en de economen John Maynard Keynes en Arthur Pigou. Hij was 18 toen hij werd gevraagd om Wittgensteins Tractatus Logico-Philosophicus uit het Duits te vertalen. Alleen van Ramsey aanvaardde Wittgenstein dat die hem verbeterde. In het blad Mind zou Ramsey ook een commentaar op Wittgenstein publiceren dat nog altijd overeind staat. Keynes drukte in The Economic Journal artikelen af van de
25-jarige Ramsey die nog altijd worden geciteerd, zoals een wiskundige theorie van het sparen en een over optimale belasting.

Toen Ramsey in januari 1930 overleed ten gevolge van hepatitis B noteerde vriend en schrijver Lytton Strachey: ‘De wereld zal nooit weten wat er is gebeurd, wat een licht is uitgegaan.’

Rik Van Cauwelaert, opiniemaker

Het boek Daniel | Chris De Stoop

©rv

Een waargebeurde vertelling, in een virtuoze taal, die je meesleept tot de laatste bladzijde. En die je met trillende handen achterlaat om het onpeilbare drama van slachtoffer én daders te vatten. Dat is ‘Het boek Daniel’. Het verenigt de kracht van literair drama en het beste van de journalistiek.

Op een prille voorjaarsdag in 2014 komt een oude kluizenaar om in een brand op zijn vierkantshoeve in een Henegouws dorp bij de Frans-Belgische grens. Het blijkt om een roofmoord te gaan, gepleegd door hangjongeren. Het slachtoffer, Daniel Maroy, is een oom van journalist Chris De Stoop. Maroy leidde al jaren een teruggetrokken bestaan dicht bij de natuur en zijn beesten. De Stoop besluit zich burgerlijke partij te stellen in het proces en gaat de jonge daders een voor een opzoeken.

In die confrontatie komt alles bijeen: schuld versus onschuld, maatschappijkritiek, de banaliteit van het menselijke bestaan versus elke mens telt. Twee werelden, die van het wegkwijnende boerenbestaan en die van de no-futurejongeren in de rand van het grauwe Roubaix, maken een fatale botsing. Toch eindigt het boek met een greintje hoop. Pas tout est perdu.

De Stoop heeft zijn sporen al lang verdiend met maatschappijkritisch werk, van ‘Ze zijn zo lief, meneer’ tot ‘Wanneer het water breekt’. In ‘Het boek Daniel’ overtreft hij zichzelf en bekroont hij zich tot de onbetwiste meester-verteller van de Vlaamse journalistiek en literatuur.

Isabel Albers, algemeen hoofdredacteur

Wankel evenwicht, de eeuwige strijd tussen staat en samenleving | Daron Acemoglu en James A. Robinson

©rv

De pandemie heeft de discussie over de rol van de overheid opnieuw hoog op de agenda gezet. Hoe ver moet die rol gaan? Een gezonde economie uitbouwen in een land waar de overheid geen recht en rechtszekerheid kan garanderen, is erg lastig. Maar het is evengoed lastig in een land waar de overheid te sturend en te betuttelend optreedt en een groot deel van de economische winsten opeist. Die stelling ontplooien de Amerikaanse econoom Daron Acemoglu en de politieke wetenschapper James Robinson in ‘Wankel evenwicht’, waarvan de Engelstalige versie in 2019 verscheen, voor corona.

Met tal van historische en actuele voorbeelden beschrijven de auteurs de relaties tussen overheid, samenleving en economie en gaan ze op zoek naar de factoren die tot economisch succes of een mislukking leiden. De kans op succes is volgens hen het grootst als de overheid en samenleving elkaar in evenwicht houden. Een uitdijende overheid is geen probleem, als dat gepaard gaat met een sterker wordende samenleving die kan vermijden dat de overheid te veel macht krijgt. Want dan loopt het mis. Checks-and-balances dus.

Vrijheid voor de burgers en ondernemers is cruciaal. ‘Gevarieerde en voortdurende innovatie, essentieel voor economische groei, vraagt om autonomie en experimenten, en om creativiteit. Maar hoe kun je dat bewerkstelligen als er geen vrijheid is?’

Stefaan Michielsen, senior writer

The Deficit Myth - Modern Monetary Theory and How to Build a Better Economy | Stephanie Kelton

©rv

Een boek is soms per toeval meer dan actueel. De centrale banken geven massaal geld uit om de gevolgen van de pandemie in te dijken. In ‘The Deficit Myth’, dat tijdens de pandemie uitkwam, poneert de econome Stephanie Kelton dat een overheid die haar eigen munt creëert onmogelijk te veel kan uitgeven.

Dat is het uitgangspunt van de moderne monetaire theorie. Kelton, die al jaren volhoudt dat een overheid geld moet uitgeven om crisissen te bedwingen, staat die theorie voor zoals Milton Friedman 50 jaar geleden de monetaire theorie voorstond, schreef Financial Times. ‘Ze is controversieel, heftig en onvermoeibaar.’

Kelton argumenteert dat het overheidstekort een mythe is. Verondersteld wordt dat een overheidsbegroting gelijkstaat met een gezinsbudget, maar dat is fout. Een overheid kan, in tegenstelling tot een gezin, niet failliet gaan, zolang ze haar eigen munt in handen heeft. De overheid geeft geld uit opdat de rest van de samenleving kan functioneren.

Kelton analyseert scherp dat politici terugvallen op een gemakkelijke woordenschat omdat de kiezer die verstaat. Volgens haar kunnen de VS, en in beperkte mate Japan en het VK, het zich veroorloven om geld te creëren en zo een betere economie op de been brengen. De obsessie met overheidstekorten leidt volgens haar tot andere tekorten in de maatschappij. In tijden van zoemende geldpersen en zorgen om schulden is dat een verfrissende kijk op het politiek aansturen van de economie.

Jean Vanempten, senior writer

Grote verwachtingen | Geert Mak

©rv

‘Het is iets tegenstrijdigs: een geschiedenis schrijven over een tijdvak waar je zelf middenin zit, en over een wereld waaraan je volop deelneemt’, schrijft Geert Mak. Nochtans is ‘Grote verwachtingen’ - waarmee hij een vervolg breit aan het spraakmakende ‘In Europa’ - een erg verdienstelijke poging.

Het boek schetst de optimistische stemming in Europa bij de eeuwwisseling. De EU lijkt een sterk verbond: met een gemeenschappelijke munt en een groeiend aantal lidstaten. Maar ze blijkt de jaren nadien onvoldoende opgewassen tegen grote crisissen. Er is de banken- en de eurocrisis, die de monetaire unie bijna uit elkaar speelt. Dan komt de migratiecrisis, die blootlegt hoe de lidstaten zich terugplooien op hun landsgrenzen en nadien de opkomst van het populisme, met de brexit als dieptepunt. Ook op het internationale toneel kan de EU zich onvoldoende roeren. Ze moet oogluikend toestaan dat Rusland keet schopt in haar achtertuin.

Mak beschrijft voortreffelijk hoe de hoogste politieke echelons vat proberen te krijgen op de gang van de geschiedenis, maar het mooiste aan het boek zijn de anekdotes uit de Europese microkosmos. Grieken die beschrijven hoe ze leden onder de crisis, een Noorse journalist die getuigt over Russische inmenging in de media of een bankier die schetst hoe megalomaan de bankenwereld voor de bankencrisis was. Het maakt de Europese geschiedenis des te tastbaarder.

Daan Bleus, redacteur politiek & economie

Calling Bullshit | Carl Bergstrom & Jevin West

©rv

Nee, we gaan ‘Calling Bullshit’ niet het beste boek van 2020 noemen. Dat zou, euhm, bullshit zijn. Maar Carl Bergstrom en Jevin West, twee datavreters aan de University of Washington in Seattle, penden een van de relevantste boeken van 2020. Dit jaar telde België plots miljoenen dataspecialisten, die met een blik op de jongste boordtabel van Sciensano prompt armageddon of ‘happy ever after’ extrapoleerden. Correlatie was meer dan ooit meteen causaliteit. Zoals de auteurs in een terechte sneer aan de media opmerken: ‘Correlatie verkoopt geen gazetten.’

De twee proffen verschaffen in zo’n
200 bevattelijke pagina’s een overzicht van hoe je een gezonde scepsis tegenover de overvloed van data en studies kunt ontwikkelen. Ze kruiden het geheel met humor, ook over hun beroepsmisvorming.

Hun sterkste vitriool is gereserveerd voor big data en alles met het voorzetstel ‘deep’ zoals ‘deep learning’. ‘Big data is niet beter, het is gewoon ‘bigger’’, luidt het. Een schoolvoorbeeld is het snel afgevoerde Google Flu-project, dat griepepidemieën op basis van ingegeven zoektermen zou voorspellen. De machines legden een link tussen de zoektermen ‘flu’ en ‘high school basketball’, simpelweg omdat beide in de winter pieken.

Wat de auteurs dan weer tot een ergens geruststellende boodschap leidt: ‘Tot nader order blijven mensen veel betere bullshitters dan machines’.

Kurt Vansteeland, redacteur beleggen

The Churchill Complex | Ian Buruma

©rv

‘Ik heb ervoor gekozen om over de ontwikkeling en erosie van een idee te schrijven, over de Anglo-Amerikaanse mythe waarmee ik ben opgegroeid.’ In
‘The Churchill Complex’ lost de Brits-Nederlandse publicist Ian Buruma zijn eigen verwachtingen moeiteloos in. Met stilistisch aplomb overloopt hij een kleine eeuw Brits-Amerikaanse betrekkingen.

De reis start in 1945, wanneer het Britse rijk al in vol verval is. Oorlogspremier Winston Churchill zette de ‘special relationship’ met de Amerikaanse reus in de verf. Hij maakte zelfs gewag van een direct verband tussen de Magna Carta en de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring. Het idee van de Britten? Door zich als ‘de Grieken in dit Amerikaanse rijk’ tegen de VS aan te schurken bleven ze aanwezig in de controlekamer van de macht. De vraag hoe ze zich dan tot Europa moesten verhouden, bezorgt hen tot vandaag zure oprispingen.

De statuur van Churchill hangt als een slagschaduw over de Amerikapolitiek van zijn opvolgers. Margaret Thatcher liet niet zelden Churchills kleinzoon opdraven als ze bezoek kreeg van Amerikaanse politici. Huidig premier Boris Johnson meet zich dan weer de maniertjes, de retoriek en zelfs de voorovergebogen houding van zijn
illustere voorganger aan.

Buruma diept tal van dat soort sprekende details op. Het maakt van ‘The Churchill Complex’, een maand voor de Britse boedelscheiding definitief haar beslag krijgt, elementair leesvoer.

Pieter Lambrecht, redacteur nieuwstafel

A Promised Land | Barack Obama

©rv

Barack Obama kan overweg met woorden, niet alleen gesproken, maar ook geschreven. De ex-president vertelt in zijn memoires - de duurste deal met een uitgeverij ooit, hij en zijn vrouw Michelle kregen een voorschot van 65 miljoen dollar - in wervelend proza zijn onwaarschijnlijke en boekwaardige levensverhaal. Daarin mixt hij persoonlijke introspectie met de harde politiek. Van zoekende jongeman tot inwoner van het Witte Huis: het blijft een sensationele en inspirerende opmars.

De titel heeft weinig met religie te maken maar verwijst naar zijn visie op Amerika, dat megalomane democratische project waarvan volgens Obama, ‘ever the optimist’, het oeridee ondanks alles overeind blijft: een land waar mensen van over heel de wereld als gelijken kunnen samenleven. Het boek komt, eind 2020, op een moment dat de VS verder weg lijken van die belofte dan ooit.

Vriend en vijand zijn het erover eens dat Obama een ‘once in a generation’ politiek talent is. Toch is hij geen heilige. Uiteraard is hij selectief in zijn keuzes. Een politicus hengelt in zijn memoires naar een gunstige plek in de geschiedenis. Maar een president die eloquent is, mooie volzinnen formuleert, twijfelt, bedachtzaam redeneert, bescheiden blijft, de waarheid vertelt en ondanks alles gelooft dat macht voortkomt uit anderen groot maken en niet klein: we waren de voorbije vier jaar misschien vergeten dat het bestaat. Een reden te meer om aan de 800 pagina’s te beginnen. En dit is nog maar deel een.

Roel Verrycken, redacteur weekend

De nieuwe stilte | Lander Deweer en Jan Swerts

©rv

Twee lockdowns, minder verkeer op de weg en bijna geen concerten: door corona was 2020 het stilste jaar in de recente geschiedenis. Net nu schreven twee creatieve geesten een boek over hoe luid onze wereld de voorbije jaren is geworden.

Jan Swerts en Lander Deweer zijn muziekfreaks. Deweer, een West-Vlaams journalist, zwoer lang bij dissonante gitaren à la Sonic Youth. Hij hield van het drukke leven in Brussel, tot hij naar het platteland verhuisde en zijn vriend Swerts hem onderdompelde in de neoklassieke muziek. Swerts is een stiltejunkie die aan asperger lijdt. De meeste mensen hebben een filter tegen lawaai, hij niet. Elk geluid komt bij hem als een mokerslag binnen. Frappant, want Swerts is pianist en componist.

Stilte en neoklassieke muziek vormen de kern van ‘De nieuwe stilte’. Het bijzondere reisboek voert ons langs concertzalen en luchthavens. Swerts en Deweer kloppen aan bij psychologen, cardiologen en zelfs architecten, en vragen waarom onze wereld almaar lawaaieriger lijkt en hoe schadelijk dat is voor ons.

Ergens onderweg moeten ze erkennen dat onze maatschappij eigenlijk stiller is geworden. Ze botsen op initiatieven van burgers overal ter wereld die hun recht op stilte terugeisen, en op lokale overheden die lawaaivervuiling prioritair aanpakken. Dit boek schreeuwt om stilletjes in een hoekje van de kamer te worden gelezen met pure pianomuziek op de achtergrond. Niet te luid liefst.

Thomas Peeters, redacteur cultuur

‘Rops suis, vertueux ne puis, hypocrite ne daigne’ | Félicien Rops (1833-1898)

©rv

Hij werd een duivelskunstenaar genoemd, een van de grootste pornografen van de 19de eeuw. Zijn credo: ‘Ik ben Rops, deugdzaam zijn kan ik niet en hypocriet wil ik niet’. Met die titel werd dit jaar een nieuwe, rijk geïllustreerde monografie over Félicien Rops uitgegeven.

Het boek geeft een inkijk in zijn complexe zwerversziel en zet de fin-de-sièclekunstenaar neer als iemand die schippert tussen de drang naar roem en de trots van de schaduw, tussen oprechtheid en kunstgrepen. Zijn brieven zijn literaire pareltjes. ‘Die daar schrijft zelfs nog beter dan dat hij graveert’, vertrouwde Degas toe aan Manet. Rops’ tekeningen, gravures en illustraties zijn de spiegels van zijn libertaire levensstijl en creatieve geest.

En van zijn rebelsheid: de manier waarop Rops, geboren in Namen, in 1858 de Franse keizer Napoleon III in zijn blootje zette met ‘La Médaille de Waterloo’ wordt knap in beeld gebracht. Eerst was dat een parodiërende tekening, dan een bronzen medaillon en daarna een ets. Alles werd in boekhandels te koop gezet.

Die aanpak ontsluiert ook de mercantiele kant van Rops, die met zijn boekillustraties grote bekendheid verwierf en rond 1878 de best betaalde illustrator van Parijs was. Daar maakte hij zijn reputatie waar als voorloper van de ‘moderniteit’. Wilt u meer lezen over een intrigerend figuur, verankerd in een eeuw die zoveel deuren opent naar onze hedendaagse wereld, dan hoeft u niet langer te zoeken.

Piet Depuydt, redacteur weekend

Someone, Somewhere, Sometime | Maroesjka Lavigne

©rv

‘Als je een foto maakt op een mooie plek, moet je beseffen dat de natuur niet de achtergrond is voor jouw foto. Jij bent eerder haar rekwisiet.’ Uit die woorden van de Belgische fotografe Maroesjka Lavigne spreekt een grote nederigheid. Het maakt haar beelden des te schoner.

Lavigne is al acht jaar aan het werk. Vaak in de leegte en de stilte van het buitenland. Ze reisde naar IJsland, Japan, Namibië en Argentinië om er de landschappen en hun bewoners te observeren. Dat resulteert in grimmige landschapsbeelden, spookachtige portretten en surrealistische dierenfoto’s. En in series als ‘Island’, ‘Not Seeing is a Flower’, ‘Land of Nothingness’ en ‘Lost Lands’.

‘Someone, Somewhere, Sometime’, Lavignes eerste boek bij een uitgeverij, bundelt die vier series tot een filmische ervaring. De eigenzinnigheid is groot. De regels van de landschapsfotografie zijn niet aan Lavigne besteed. Ze stelt ze in vraag door te spelen met voor- en achtergrond, oppervlakte, onderwerp, plaats. Bergen worden texturen. Kunstwerken haast. Zo verandert Lavigne wat je ziet.

Sofie Stevens, chef fotoredactie

There Are Places in the World Where Rules Are Less Important Than Kindness | Carlo Rovelli

©rv

Wat leert een octopus ons over ons bewustzijn? ‘De natuur heeft schijnbaar twee keer geëxperimenteerd met het creëren van intelligentie: een keer met onze kant van de familie (de mens, red.) en een keer met de octopus’, schrijft Carlo Rovelli in het korte hoofdstuk ‘The Mind of an Octopus’ in zijn essaybundel ‘There Are Places In The World Where Rules Are Less Important Than Kindness’. De Italiaanse schrijver-kwantumfysicus
exploreert daarin wat het betekent als intelligentie zich niet concentreert in één brein, maar verdeeld zit over het lichaam, in armen, in vertakkingen.

Als lezer dwaal je onvermijdelijk af naar het netwerkdenken van deze tijd en welke mogelijkheden er nog zijn. Dat doet Rovelli met dit boekje keer op keer: zijn korte, persoonlijke vertellingen over wetenschap, gelinkt aan filosofie, cultuur en politiek, zijn prikkelende gedachtenoefeningen. Altijd is er iets dat blijft hangen.

Het is de tweede keer dat Rovelli het boekenjaaroverzicht van De Tijd haalt. Laat dat vooral betekenen dat het de moeite is iets van zijn fascinerende werk te lezen. Zelfs wie niets met Einstein of Newton heeft, vindt hier lekker veel ‘food for thought’. Meer nog dan over wetenschap gaat het over hoe we onszelf met nieuwsgierige vragen telkens weer uitdagen en vooruitstuwen. Een hoofdstuk lezen, even opzijleggen, en de volgende dag: opnieuw.

Stephanie De Smedt, redacteur weekend

Sandworm | Andy Greenberg

©rv

Een boek over een ander soort virussen. Sandworm is de bijnaam van een Russisch hackerscollectief dat is ingebed in de geheime dienst. Een mysterieuze eenheid die in opdracht van de staat cyberoorlog voert door zo veel mogelijk chaos te creëren. Sandworm is het bekendst van NotPetya, een aanval met malware die in 2017 via computers in Oekraïne in enkele uren globale schade aanrichtte. De impact bij de containerreus Maersk is hallu­cinant: nadat één computer van de Deense multinational in een kantoor in Odessa besmet is geraakt, floepen alle schermen op zwart in het hoofdkwartier in Kopen­hagen en staan binnen de kortste keren lange files met vrachtwagens in de haven van New Jersey omdat ze het spoor van hun lading bijster zijn.

Andy Greenberg is journalist bij het technologieblad Wired en een van de beste schrijvers over cyberveiligheid. Hij gaat, samen met enkele kleurrijk geportretteerde computeranalisten, achter Sandworm aan en probeert zo dicht mogelijk bij de hackers te komen - tot letterlijk onder het raam van hun kantoor in Moskou - om te concluderen dat ze ongrijpbaar zijn. 

Sandworm gaat gesofisticeerd en meedogenloos te werk en het is huiveringwekkend om te lezen tot welke calamiteiten hackers in staat zijn in deze geconnecteerde wereld. Het vergt veel inzicht in de materie en vertelvermogen om dat tot een verhaal te kneden dat bij de nek grijpt, en dat is exact wat Greenberg doet.

Roel Verrycken, redacteur weekend

Dit is onze keuze van de beste non-fictieboeken van 2020. Bekijk ook de aanbevelingen voor fictieboeken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud