De dodelijke stilte onder het geraas

Natalia Ginzburg ©©Basso CANNARSA/Opale/Leemage

In haar magistrale roman ‘Al onze gisterens’ bewijst Natalia Ginzburg dat ze het schrijversambacht tot in de puntjes beheerst. Onder het geraas van haar personages schuilt een verraderlijke stilte.

‘Mijn ambacht is het schrijven van verhalen, ofwel verzonnen ofwel gebaseerd op mijn eigen leven. Maar niettemin verhalen, niet gevestigd in kennis, alleen in geheugen of verbeelding’, schreef Natalia Ginzburg (1916-1991) in het essay ‘Mijn ambacht’. Met die nuchtere omschrijving leek Ginzburg haar werk tekort te doen. Maar de tijd is een genadige rechter. Bijna dertig jaar na haar dood geldt ze als een eminentie van de naoorlogse Italiaanse literatuur, die thuishoort in het rijtje met Primo Levi, Cesare Pavese en Italo Calvino.

Ondanks haar reputatie bleef Ginzburg in het Nederlandse taalgebied wat onder de radar, zeker in vergelijking met haar mannelijke vakgenoten. Haar vertaalde oeuvre was vaak meer dan een kwarteeuw oud, en alleen nog tweedehands te vinden.

Daar brengt uitgeverij Meulenhoff verandering in met de heruitgave van ‘Al onze gisterens’, Ginzburgs magistrale roman uit 1952, overigens voortreffelijk vertaald door Henny Vlot. En als het een beetje meezit, volgen snel andere parels zoals ‘Zo is het gebeurd’, ‘De weg naar de stad’, ‘Lieve Michele’ en ‘Familielexicon’.

'Al onze gisterens'

In ‘Al onze gisterens’ staan twee families centraal in de aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog. De lotgevallen van het bonte gezelschap worden afstandelijk geobserveerd door Anna, de jongste dochter van een weduwnaar, een flamboyante ex-advocaat die al jaren bezig is met zijn memoires. ‘De titel was ‘Niets dan de waarheid’ en er stonden gepeperde dingen in over de fascisten en de koning.

Vader lachte en wreef in zijn handen bij de gedachte dat de koning en Mussolini nergens van wisten, maar dat ergens in een stadje in Italië een man een gepeperd boek over hen aan het schrijven was.’

Met haar bedrieglijk nonchalante stijl bewijst Natalia Ginzburg het schrijversambacht perfect te beheersen.

Als haar vader overlijdt, raken de levens van Anna, haar zus en twee broers verweven met die van de overburen, een rijke familie geleid door een zeepfabrikant. Anna trekt op met de jongste zoon Giuma, met wie ze een weinig begeesterde kalverliefde beleeft. ‘Ze had de liefde bedreven met Guima en wist dat hij niet van haar hield, ze wist dat hij een beetje triest en terneergeslagen was nadat ze samen de liefde hadden bedreven.’ En dan plots, na een bezoek aan haar zus die net is bevallen van een zoon, valt de droge mededeling: ‘Anna wist nu dat zij ook een kind moest krijgen.’

Nadat Anna Giuma na lang aarzelen heeft verteld dat ze zwanger is, wijst hij haar bruut af en stopt haar 1.000 lire toe voor een abortus. De veel oudere Cenzo Rena, een vroegere vriend van haar vader, biedt een eervolle uitweg. ‘Ze zou met Cenzo Rena trouwen, zo hield haar leven op, er zou niets onverwachts of vreemds meer gebeuren, Cenzo Rena en nog eens Cenzo Rena, voor altijd.’ Samen trekken ze naar Borgo San Constanzo, een boerendorp in het zuiden van Italië.

Botsende karakters

Zoals in de rest van haar romans is het familieleven in ‘Al onze gisterens’ de motor die het verhaal draaiende houdt. Kwatongen zetten Ginzburg daarom gemakshalve weg als de schrijver van familieromans die simpelweg het wel en wee schetsen van vaak botsende karakters. Ten onrechte, ondergronds borrelt en bruist het, al waakt Ginzburg erover niets te dik in de verf te zetten. Met haar bedrieglijk nonchalante stijl bewijst ze het schrijversambacht perfect te beheersen.

Ginzburg groeide op in een intellectueel milieu in Turijn, het literaire mekka van Italië, als dochter van een joodse vader en katholieke moeder. Ze leerde er Leone Ginzburg kennen, een kopstuk van de antifascistische beweging, met wie ze in 1938 trouwt. Twee jaar later volgt ze haar man, die als Jood wordt verbannen, naar de Abruzzen.

Na de val van Mussolini in 1943 wordt Leone opgepakt door de Duitse bezetter. Het is de laatste keer dat zijn vrouw hem ziet. Drie maanden later sterft hij aan de verwondingen opgelopen door zware mishandeling en foltering.

Zonder dat het nadrukkelijk autobiografisch wordt, klinken die verpletterende oorlogservaringen af en toe door in ‘Al onze gisterens’.

Over de onzekerheid waarmee verwanten achterblijven als iemand wordt gearresteerd, schrijft Ginzburg: ‘Cenzo Rena dacht aan hen en vroeg zich af of dat de laatste keer was geweest dat hij hen gezien had, het was oorlog en je dacht steeds dat iedere keer misschien de laatste was.’ En hoewel de oorlog lang op de achtergrond woedt, schetst Ginzburg een onthutsend beeld van de chaotische nadagen van de Duitse bezetting.

Stilte is dodelijk

Ginzburg etaleert haar stilistische vernuft door haar personages over elkaar te laten buitelen in vaak oeverloze uitweidingen en discussies waarbij de souplesse van de schrijver recht evenredig is met het plezier van de lezer. Maar de luidruchtige gesticulaties verbergen, zo geeft Ginzburg subtiel aan, alleen maar het gevoel van eenzaamheid en isolement. Het zijn uitgerekend de stiltes tussen het geraaskal die veelzeggend zijn

‘Elke dag oogst stilte haar slachtoffers’, merkte Ginzburg op in haar essaybundel ‘De kleine deugden’. ‘Stilte is een dodelijke ziekte.’

Hoewel ze de spil in ‘Al onze gisterens’ is, blijft Anna meestal op de achtergrond, ‘ondergedompeld in haar insectenstilte’. Bijzonder schrijnend is haar toevallige ontmoeting met Giuma, die het bestaan van hun dochter probeert te negeren en de ongemakkelijke stiltes opvult met geleuter over zijn droeve bestaan. De dag erop keert Anna met de trein terug naar haar dorp.

‘De hele reis deed ze niets anders dan praten met Giuma, zei hem alle dingen die ze niet had kunnen zeggen toen hij tegenover haar had gezeten. De hele reis vertelde ze hem hoe dat kind was, dat zij tweeën hadden gekregen.’

Ginzburg leende de titel van haar roman van William Shakespeare, die Macbeth liet verzuchten: ‘En al onze gisterens hebben dwazen het pad belicht naar een stoffige dood. Het leven is een ronddwalend schaduwbeeld... Het is een verhaal, verteld door een idioot, vol geraas en rumoer, zonder betekenis.’

Het is een passend motto voor een overrompelend meesterwerk.

Natalia Ginzburg - Al onze gisterens - 2018, Meulenhoff, 336 blz., 19,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content