De feniks in Nussbaum

Felix Nussbaum ©RV DOC

Met ‘Orgelman’ schreef Mark Schaevers niet alleen een boeiende biografie van de schilder Felix Nussbaum. Het is ook een magistraal portret van een krankzinnig tijdperk.

Als de Joodse schilder Felix Nussbaum in 1932 naar Rome reist, weet hij nog niet dat hij nooit zal terugkeren naar Duitsland. Na de machtsgreep van Adolf Hitler een jaar later begint hij een zwerftocht die in 1935 eindigt in ons land, dat genereus is in de opvang van Joodse vluchtelingen.

‘Nergens woonachtig doolde ik rond met snel genoteerde aquarellen, opgerold als bagage... Zwitserland, Frankrijk, Parijs... tot zich eindelijk de grens van België verlossend opende.’ Met die woorden zal hij later in een interview met de Gentse krant Vooruit terugblikken op zijn jonge leven.

Het onzekere bestaan als banneling blijft evenwel knagen, schrijft Mark Schaevers in ‘Orgelman’, zijn meeslepende biografie van Nussbaum. Hij illustreert de twijfel van de aangespoelde vluchteling met een citaat uit een van Nussbaums brieven.

‘Ik loop als een vraagteken in de wereld rond’, schreef Nussbaum al in 1925. Toen verwoordde hij vooral zijn onzekerheid als beginnend schilder. Voor Schaevers is het een treffend beeld: ‘Hij ziet vraagtekens op elke straathoek’.

Felix Nussbaum (1904-1944) is een relatief onbekende schilder, maar zijn werk imponeert bij elke expo. Een overzichtstentoonstelling in Parijs in 2010 ontlokte jubelende commentaren. ‘Deze werken zijn aan de vergetelheid ontsnapt. Het zijn mirakelen’, schreef een krant. En in Nussbaums geboortestad Osnabrück heeft de schilder inmiddels een eigen museum, ontworpen door de befaamde architect Daniel Libeskind.

Woelige jaren

In ‘Orgelman’ - de titel verwijst naar een weerkerende figuur in Nussbaums oeuvre - gaat Schaevers op zoek naar sporen van de schilder. Hij duikt de archieven in en spoort tijdgenoten op. Geregeld doet hij ook een stap achteruit om het brede beeld van een woelig tijdperk te schetsen.

Dat een Belgische schrijver met een biografie van Nussbaum komt aanzetten, is trouwens niet zo verwonderlijk. Schaevers: ‘Een kwart van zijn leven bracht hij door in Oostende en Brussel, waar hij ruim de helft van zijn vandaag bekende werk schilderde.’

Nussbaum groeide op in een bemiddeld milieu in Osnabrück. Vader Philipp, die zelf ooit van een schildersleven droomde, steunde zijn zoon voluit. Felix’ doorbraak kwam er toen hij in 1932 de prijs van Rome kreeg. Het leverde hem een verblijf op in de Duitse academie in Rome, waar hij een atelier kreeg. In augustus 1932 vertrok hij met zijn vriendin Felka Platek naar Italië.

Nussbaum werkte in Rome toen Adolf Hitler begin 1933 aan de macht kwam. Daar kreeg hij ook het nieuws te horen dat zo’n 150 werken waren vernietigd bij een brand in zijn Berlijnse atelier. Het was een enorme klap. Waarschijnlijk was de brand het werk van nazi’s.

Toen de schilder na een vechtpartij de Romeinse villa moest verlaten, begon hij aan zijn omzwervingen. Via de Italiaanse Rivièra en Parijs belandde hij in 1935 in Oostende, waar hij terecht kwam in de Duitse emigrantengemeenschap.

Schaevers bevindt zich daar op vertrouwd terrein. Hij schreef eerder het mooie ‘Oostende, de zomer van 1936’, over de bannelingen die na Hitlers machtsgreep hun heil hadden gezocht in de badplaats, onder wie literaire grootheden als Stefan Zweig en Joseph Roth.

Ook in ‘Orgelman’ schetst Schaevers een prachtig portret van de ontredderde exilgemeenschap waar ‘emigranten ervan houden het verleden te spelen’, zoals een ooggetuige het verwoordde.

Prikkeldraad

Toen Duitsland in 1940 België binnenstormde, werd Nussbaum gedeporteerd naar een kamp in het Franse SaintCyprien. De omstandigheden waren er verschrikkelijk, zoals blijkt uit de schilderijen die Nussbaum na zijn terugkeer in Brussel maakte.

Schaevers noteert: ‘Saint-Cyprien, zeggen die schilderijen, is een scheur in zijn bestaan, een stuk vrolijkheid is voorgoed weggelekt. De prikkeldraad zal nooit meer uit zijn gedachten en zijn werk verdwijnen.’

In Brussel probeerden Nussbaum en Platek te overleven. De verwarring was compleet, vertelde een kennis later. Nussbaum ‘had veel schrik, veel meer dan Felka’. ‘Zij was ook angstig maar tegelijk praktischer. Hem maakte zowat alles angstig. Hij had geen enkele hoop.’ Op 20 juni 1944 werden de twee opgepakt en op het transport naar Auschwitz gezet. Felka werd meteen vergast, Nussbaum stierf pas later, vermoedelijk in augustus.

De schilder had zo hard gehoopt dat zijn werk hem zou overleven, maar na de oorlog zag het ernaar uit dat hij in de vergetelheid zou geraken. Het grootste deel van zijn werken had Nussbaum bij vrienden in Brussel ondergebracht, waar ze in de kelder bleven liggen ‘terwijl de tijd, die daar zijn schimmels voor heeft, eraan vreet’. Tot de feniks Nussbaum uit zijn as verrees.

Nussbaums werk wordt tegenwoordig wereldwijd onder de lofbetuigingen bedolven. In België, waar de schilder zo lang woonde en werkte, viel de herinnering erg mager uit, merkt Schaevers op. Tegen de gevel van Nussbaums laatste adres hangen sinds 2005 drie plaketten, waarvan ‘één in een vreemde variant van het Nederlands’. Het mag iets meer zijn, vindt Schaevers. Met zijn biografie heeft hij de schade ruimschoots hersteld.

Mark Schaevers - Orgelman. Felix Nussbaum, een schildersleven - 2014, Amsterdam, De Bezige Bij, 455 blz., 39,90 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud