De interne keuken van Philip Roth

©BELGAIMAGE

De pas overleden Amerikaanse schrijver Philip Roth legt zijn kaarten op tafel in de postuum verschenen vertaling van zijn verzamelde non-fiction. ‘Waarom schrijven’ is de centrale vraag.

Met het overlijden van Philip Roth (1933-2018) vorige woensdag is de Amerikaanse literatuur een van haar boegbeelden kwijt. Maar voor de rouwende fans is er een sprankel troost: vandaag verschijnt ‘Waarom schrijven?’, een lijvig werk waarin een groot deel van Roths non-fictie uit de periode 1960-2013 verzameld werd. In een bonte reeks essays, interviews en voordrachten graaft de grootmeester naar de wortels van zijn schrijfkunst.

Soms word je in het begin onzeker, niet omdat het schrijven moeilijk gaat, maar omdat het niet moeilijk genoeg gaat.
philip roth
schrijver

‘Hier ben ik.’ Met die woorden opent en eindigt het boek. ‘Hier ben ik, zonder de vermommingen en verzinsels en kunstgrepen van de roman.’ Maar wie de mens achter de schrijver hoopt te ontdekken, komt bedrogen uit. Roth houdt de deur naar zijn privéleven potdicht. Wat hij wel onthult, is de interne keuken van zijn schrijverschap en de uitputtingsslag die daar werd geleverd. ‘Je zoekt, als je begint, wat zich tegen je gaat verzetten. Je zoekt narigheid. Soms word je in het begin onzeker, niet omdat het schrijven moeilijk gaat, maar omdat het niet moeilijk genoeg gaat. Het van zin tot zin in het duister tasten zegt mij dat ik verder kan gaan.’

Hij windt er geen doekjes om: schrijven is een gevecht, niet alleen achter de schrijftafel maar ook in de buitenwereld. Weinig schrijvers zijn zo vaak in de bres moeten springen voor hun boeken als Roth. Omdat hij niet terugdeinsde voor gevoelige onderwerpen kreeg hij al snel de status van schandaalauteur. Aan boeken als ‘Vaarwel, Columbus’ (1959) en ‘Portnoy’s klacht’ (1969) hield hij beschuldigingen van antisemitisme, vrouwenhaat en zedenschennis over. Kritiek waar hij zich fel tegen verweerde.

Zelfhaat

Hoewel zelf van Joodse afkomst werd Roth er herhaaldelijk van beschuldigd uit ‘Joodse zelfhaat’ het antisemitisme aan te wakkeren. Met Joodse personages als Alexander Portnoy en David Kepesh creëerde hij getroebleerde, door lust opgehitste figuren die bij de Joodse gemeenschap niet meteen in goede aarde vielen. In het ondertussen beroemde essay ‘Schrijven over Joden’ uit 1963 dient hij zijn critici met briljante scherpzinnigheid van weerwoord. En passant doet hij ook zijn visie over literatuur uit de doeken: ‘Een van de grootste eigenschappen van de kunst is dat zij zowel de schrijver als de lezer toestaat om op een ervaring te reageren op manieren die niet altijd in de dagelijkse manier van doen beschikbaar zijn; soms weten we niet eens dat we een dergelijk scala van gevoelens en reacties hebben, tot we met de fictie in contact gekomen zijn.’

KORT

In ‘Waarom schrijven?’ bundelt de vorige week overleden Amerikaanse schrijver Philip Roth zijn essays uit de periode 1960-2013. In het boek kom je niets te weten over het privéleven van de schrijver. Het draait om de kunst van het schrijven. Het werk is vooral geschikt voor fans die een dieper inzicht willen krijgen in de motieven van Roths boeken.

Het is het antwoord op de vraag in de titel. Waarom schrijven? Omdat de literatuur een gedroomde vrijplaats is om alles te laten gebeuren dat in het gewone leven ondenkbaar is. ‘Gedurende enige tijd ophoudend rechtschapen burgers te zijn, vallen we in een andere laag van bewustheid. En deze uitbreiding van bewustheid, deze verkenning van de morele fantasie, heeft heel wat waarde voor een mens en voor de maatschappij.’

Dankzij de min of meer chronologische ordening kan je Roths non-fictie zien evolueren van defensief en academisch in de jaren 50 en 60, naar meer ontspannen en cynischer op latere leeftijd. De teksten uit de jaren 70 en 80 zijn voornamelijk gesprekken met bevriende collega’s als Primo Levi, Edna O’Brien, Milan Kundera en Ivan Klíma, waarbij hij zich ontpopt tot een deskundig en diepgravend vragensteller. Ze tonen Roth als een scherpe literaire criticus en een geëngageerde intellectueel met een open vizier op de wereld, en een grote bezorgdheid voor zijn collega’s achter het IJzeren Gordijn. Gevat als altijd concludeert hij: ‘daar mag niets en is alles belangrijk - hier mag alles en is niets belangrijk.’

Niet voor iedereen

Toegegeven, ‘Waarom schrijven?’ is niet voor iedereen weggelegd. De liefhebber zal in dit boek een onmisbare compagnon de route vinden bij het (her)lezen van Roths oeuvre. Maar wie nooit ‘Portnoy’s klacht’, ‘Het complot tegen Amerika’ of de Zuckerman-boeken las, zal vruchteloos naar aanknopingspunten zoeken. Roth werpt zich hier niet op als sociaal commentator of cultuurcriticus, noch spreekt hij zich uit over zaken die buiten het domein van de literatuur vallen. Hij spitst zich toe op het schrijversambacht, de personages en onderwerpen die zijn oeuvre hebben beheerst en de boeken en schrijvers die hem hebben beïnvloed.

Er zitten een paar schoonheidsfoutjes in de selectie. Die is niet altijd even coherent: sommige teksten zijn ronduit overbodig en zelfs storend (zoals het oeverloze ‘Errata’, een open brief aan Wikipedia waarin Roth een aantal fouten in zijn lemma wil rechtzetten). En vooral in het laatste, derde deel waarin onder andere een aantal dankredes en voordrachten zijn opgenomen, heerst vaak een gevoel van herhaling.

Wat dit boek eens te meer bevestigt, is dat Roth een auteur was die het aandurfde om zowel zichzelf als zijn tijdgenoten meedogenloos onder de loep te nemen en daar in scherpe, compromisloze fictie over te reflecteren. Een schrijver met als belangrijkste missie ‘het portretteren van de mens in zijn bijzonderheid’, die zijn leven lang trouw bleef aan ‘het primaat van het onbeschroomde spelen’.

Philip Roth, ‘Waarom schrijven?’, De Bezige Bij, 529 pagina’s, 34,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content