De man die je niet mag geloven

Het hoofdpersonage van ‘De man die alles zag’ wordt aangereden op Abbey Road, maar er schort iets met zijn verhaal. ©rv

De Britse auteur Deborah Levy speelt een delicaat spel met herinnering en verbeelding, met heden en verleden in haar nieuwe roman ‘De man die alles zag’. De lezer in verwarring brengen verheft ze tot een literaire kunstvorm.

‘De man die alles zag’ is een boek dat zo bedrieglijk slim in elkaar is gezet dat je nooit weet waar je aan toe bent, wat werkelijk is en wat niet, waar heden, verleden en toekomst in elkaar overlopen. Levy schetst een fluïde, onvoorspelbare wereld waarin personages voortdurend van gedaante veranderen, de tijd zijn rechtlijnigheid verliest en dezelfde objecten, namen en dialogen door het verhaal blijven echoën als bevreemdende, lichtelijk onheilspellende spookverschijningen.

De man uit de titel is Saul Adler, een jonge historicus van 28 die zich verdiept in het communistische Oost-Europa. Het is september van het jaar 1988. Saul is op weg naar zijn vriendinnetje Jennifer als hij op Abbey Road wordt aangereden. Maar is dat wel echt zo? Hij houdt er een paar schrammen en blauwe plekken aan over, en de vreemde indruk dat iets aan het ongeluk niet helemaal klopt.

Nog diezelfde middag laat hij zich door Jennifer fotograferen op het beroemde zebrapad waar The Beatles de cover voor hun album ‘Abbey Road’ schoten. Daarna eten ze oesters in haar bed en bedrijven ze de liefde, tot Jennifer abrupt een einde aan hun relatie maakt en Saul het huis uit gooit. Een paar dagen later vertrekt hij naar de DDR om de universiteitsbibliotheken van Oost-Berlijn te raadplegen. Hij wordt er verliefd op zijn tolk Walter Müller, een agent van de Stasi tegen wil en dank, en zet per ongeluk een reeks fatale gebeurtenissen in gang.

Levy laat het over aan haar lezer te ontdekken wat waar is en wat gedroomd is, wat al geweest is en wat nog moet komen.

Maar er schort iets aan de geloofwaardigheid van Sauls verhaal. Dik een jaar voor de feiten plaatsvinden, vertelt hij Walter al over de val van de Muur en de Duitse hereniging. Hij ziet dezelfde mensen, beelden en gebeurtenissen opduiken, maar telkens in een andere context. Een jaguar, een kersenboom, een zwarte telefoon, een man die Wolfgang heet en telkens opnieuw beweert Saul niet te kennen. Het zijn onopvallende details die onverwacht uitgroeien tot de symbolen die betekenis geven aan een slordig geleefd bestaan.

Rubiks Kubus

In de helft van het boek herhaalt het ongeluk zich: het is 2016, Saul is 56 jaar oud en wil Abbey Road oversteken als een auto hem raakt. Ditmaal is hij er erger aan toe en moet hij langdurig worden opgenomen in het ziekenhuis.

Naast zijn bed zitten Jennifer, Wolfgang en zijn vader, van wie hij dacht dat hij de as in 1988 in de DDR had begraven. De morfine vertroebelt zijn geest en laat zijn herinneringen in elkaar overvloeien. Zijn emotionele en psychologische huishouding is danig verstoord. Terwijl hij zijn leven opnieuw in kaart probeert te brengen, ziet hij zichzelf in een nieuw licht. Hij beseft dat hij een ‘verscheurde man’ is, wreed en kil, hunkerend naar liefde maar niet bij machte die te geven of te ontvangen.

©rv

Dat zijn slechts de grote lijnen van een roman die leest als het literaire equivalent van een dolgedraaide Rubiks Kubus. Levy schept er een duivels genoegen in haar verhaal telkens opnieuw een onverwachte wending te geven, waardoor nieuwe patronen en schakeringen ontstaan. Ze dwingt je het beeld van Saul keer op keer bij te stellen. Wat begint als het portret van een succesvolle, narcistische jongeman eindigt bij het mea culpa van een oude, schuldbewuste academicus.

‘Het klopte dat ik geen benul had van hoe ik moest verdragen dat ik leefde met alles wat daarbij kwam kijken. Verantwoordelijkheid. Liefde. Dood. Seks. Eenzaamheid. Geschiedenis.’ Levy reikt een breed palet van thema’s aan, variërend van seksualiteit, vaderschap, herinnering, sterfelijkheid en ontwrichte machtsverhoudingen. Ze slaagt erin alles met elkaar te verbinden, de kleine tragedies in het leven van Saul met de grote omwentelingen van de wereldgeschiedenis.

In de Angelsaksische wereld is Levy uitgegroeid tot een van de meest gerenommeerde vrouwelijke auteurs. Ook bij ons rijst haar ster. Ze heeft een indrukwekkend en gevarieerd oeuvre opgebouwd van poëzie, essays, theaterteksten, radiospelen en romans. Haar werk laat zich gemakkelijk herkennen: dromerig, poëtisch proza met een maatschappijkritische, vaak feministische insteek. Dit is haar achtste roman en de derde op rij die genomineerd werd voor de Man Booker Prize, al haalde hij de uiteindelijke shortlist niet.

‘De man die alles zag’ is een speels boek vol verrassingen. Levy laat het over aan haar lezer te ontdekken wat waar is en wat gedroomd, wat al geweest is en wat nog moet komen. Het is een boek dat gaat over terugkijken op een leven en proberen in de scherven ervan een verhaal te ontwaren. Hoe herinneringen door elkaar worden gehusseld en verbeelding de werkelijkheid overwoekert. En het besef dat de manier waarop je je eigen verleden (al dan niet bewust) herschrijft meer over jezelf verraadt dan de feiten zelf.

Deborah Levy, ‘De man die alles zag’, De Geus, 288 pagina’s.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n