De nieuwe Harari: De waarheid voorbij

©ISOPIX

‘Naast religies en ideologieën leunen ook bedrijven zwaar op verzinsels en nepnieuws.’ De Israëlische professor geschiedenis Yuval Noah Harari stapelt de uitdagende uitspraken op in ‘21 lessen voor de 21ste eeuw’. Een exclusieve voorpublicatie uit het hoofdstuk over fake news.

21 lessen voor de 21ste eeuw

‘21 lessen voor de 21ste eeuw’ is het jongste boek van Yuval Noah Harari, die als de hipste intellectueel van deze turbulente tijden geldt. In 21 hoofdstukken, variërend van fake news en God over immigratie en oorlog tot sciencefiction en meditatie, tast hij de grenzen van het debat af. Het boek verschijnt wereldwijd op 30 augustus.

We krijgen tegenwoordig vaak te horen dat we in een nieuw, angstaanjagend tijdperk van ‘post-truth’ leven, waarin we worden doodgegooid met leugens en verzinsels.

Wat heeft die overgang naar het post-truth-tijdperk veroorzaakt? Het internet? Sociale media? De opkomst van Poetin en Trump? Een vluchtige blik op de geschiedenis onthult dat propaganda en desinformatie niets nieuws zijn en dat zelfs de gewoonte om hele naties te ontkennen en neplanden op te zetten een oeroude stamboom heeft.

In 1931 ensceneerde het Japanse leger nepaanvallen op zichzelf om een invasie in China te rechtvaardigen en zette vervolgens het nepland Manchukuo op de kaart om zijn veroveringen te legitimeren. China zelf ontkent sinds jaar en dag dat Tibet ooit een onafhankelijk land is geweest. De Britse kolonisatie van Australië werd gerechtvaardigd met de juridische term terra nullius (‘niemandsland’), waarmee vijftigduizend jaar Aboriginalgeschiedenis werd uitgewist. Begin twintigste eeuw was er een geliefde zionistische slogan over de terugkeer van ‘een volk zonder land [de Joden] naar een land zonder volk [Palestina]’. Van de plaatselijke Arabische bevolking werd voor het gemak niet gerept. In 1969 deed de Israëlische premier Golda Meir de beroemde uitspraak dat het Palestijnse volk niet bestond en ook nooit had bestaan.

Zulke opvattingen zijn nog steeds gemeengoed in Israël, ondanks decennia van gewapende conflicten met iets wat niet bestaat. In februari 2016 hield het parlementslid Anat Berko bijvoorbeeld een toespraak in het Israëlische parlement waarin ze het bestaan en de geschiedenis van het Palestijnse volk in twijfel trok. Haar bewijs? De letter ‘p’ bestaat niet eens in het Arabisch, dus hoe kan er een Palestijns volk bestaan? (In het Arabisch staat de ‘f ’ voor een ‘p’ en de Arabische naam voor Palestina is Falastin.)

Een typische post-truth-soort

Eigenlijk heeft de mens altijd al in het post-truth-tijdperk geleefd. Homo sapiens is een post-truth-diersoort die zijn overwicht te danken heeft aan het creëren en geloven van fictieve verhalen. Al sinds de steentijd dienen zichzelf versterkende mythen als bindmiddel voor menselijke collectieven. Homo sapiens heeft deze planeet zelfs vooral kunnen veroveren dankzij het unieke menselijke vermogen om verhalen te verzinnen en verspreiden. Wij zijn de enige zoogdieren die kunnen samenwerken met talloze vreemden, omdat alleen wij fictieve verhalen kunnen bedenken, die kunnen verspreiden en miljoenen anderen zover kunnen krijgen dat ze erin geloven. Zolang iedereen in hetzelfde verhaal gelooft, gehoorzamen we allemaal aan dezelfde wetten en kunnen we dus effectief samenwerken.

Als duizend mensen een maand lang geloven in een of ander verzinsel, dan is dat nepnieuws. Als een miljard mensen er duizend jaar in geloven, dan is het een religie.

Als je Facebook, Trump of Poetin dus wilt verwijten dat ze een nieuw, angstaanjagend tijdperk van post-truth hebben ingeluid, bedenk dan dat miljoenen christenen zich eeuwen geleden al opsloten in een zelfversterkende mythologische filterbubbel en het nooit zelfs maar waagden om het feitelijke waarheidsgehalte van de Bijbel te betwisten, terwijl miljoenen moslims onvoorwaardelijk vertrouwden op de Koran. Duizenden jaren lang bestond een groot deel van wat in menselijke sociale netwerken doorging voor ‘nieuws’ of ‘feiten’ uit verhalen over wonderen, engelen, demonen en heksen, en deden dappere verslaggevers live verslag vanuit de diepste dalen van de onderwereld. We hebben nul komma nul wetenschappelijk bewijs dat Eva werd verleid door de slang, dat de zielen van alle ongelovigen na hun dood zullen branden in de hel of dat de schepper van het universum het niet fijn vindt als een brahmaan met een onaanraakbare trouwt, maar toch geloven miljarden mensen al duizenden jaren lang in die verhalen. Sommig nepnieuws blijft eeuwig bestaan.

Wie is Yuval Noah Harari?

Yuval Noah Harari (42) is geboren in de Israëlische havenstad Haifa. Hij studeerde in Oxford en is momenteel professor geschiedenis aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem.

Zijn boeken ‘Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid’ (2011) en ‘Homo Deus. Een kleine geschiedenis van de toekomst’ (2015) werden internationale bestsellers. Onder anderen Barack Obama, Bill Gates en Mark Zuckerberg zijn fan.

Op het Wereld Economisch Forum in Davos werd hij als een nieuwe intellectuele held onthaald. Harari is een beoefenaar van transcendentale meditatie en woont met Itzik Yahav, zijn man en manager, in een landbouwcoöperatie nabij Jeruzalem.

Ik weet dat veel mensen het misschien schokkend zullen vinden dat ik het geloof gelijkstel aan nepnieuws, maar dat is nu precies mijn punt. Als duizend mensen een maand lang geloven in een of ander verzinsel, dan is dat nepnieuws. Als een miljard mensen er duizend jaar in geloven, dan is het een religie en mogen we het geen ‘nepnieuws’ noemen, om de gevoelens van de gelovigen niet te kwetsen (en hun woede niet te wekken). Let wel, ik zal de effectiviteit en de potentiële goede kanten van religie nooit ontkennen. Integendeel. Of we het nu leuk vinden of niet, fictie is een van de effectiefste instrumenten in de menselijke gereedschapskist. Religieuze ideeën brengen mensen bij elkaar en maken grootschalige menselijke samenwerking mogelijk. Ze inspireren mensen om ziekenhuizen, scholen en bruggen te bouwen, naast legers en gevangenissen. Adam en Eva hebben nooit bestaan, maar daar is de kathedraal van Chartres niet minder mooi om. Een groot deel van de Bijbelverhalen mag dan fictief zijn, ze dragen niettemin bij aan het geluk van miljoenen en kunnen mensen niettemin aanzetten tot mededogen, moed en creativiteit, net als andere grote fictieklassiekers als ‘Don Quichot’, ‘Oorlog en vrede’ en ‘Harry Potter’.

Eens een leugen, altijd de waarheid

Oeroude religies zijn niet de enige die verzinsels gebruikten om samenwerking te bevorderen. In recenter tijden heeft elk land zijn eigen nationale mythologie gecreëerd en hebben bewegingen als het communisme, het fascisme en het liberalisme uitgebreide zelfversterkende credo’s gesponnen. Joseph Goebbels, de propagandamaestro van de nazi’s en misschien wel de meest geslaagde mediamagiër van de moderne tijd, heeft zijn methode naar verluidt eens samengevat met de woorden: ‘Een leugen die maar een keer wordt verteld, blijft een leugen, maar een leugen die duizend keer wordt verteld, wordt de waarheid.’ In ‘Mein Kampf’ schreef Hitler: ‘Zelfs de geniaalste propagandatechniek zal geen succes oogsten als niet doorlopend rekening gehouden wordt met een fundamenteel principe: ze moet zich beperken tot een paar punten en die telkens blijven herhalen.’ Zouden moderne verspreiders van fake news daar nog iets aan toe te voegen hebben?

De Oekraïners klagen nu dat Poetin veel westerse media een rad voor ogen heeft weten te draaien omtrent Russische acties op de Krim en in het Donetskbekken, maar als bedrieger valt hij bijna in het niet bij Stalin. Begin jaren dertig hemelden linkse westerse journalisten en intellectuelen de USSR op als een ideale samenleving, terwijl miljoenen Oekraïners en ander Sovjetburgers crepeerden door de hongersnoden die Stalin orkestreerde. In de tijd van Facebook en Twitter is het soms moeilijk uit te maken welke versie van bepaalde gebeurtenissen je moet geloven, maar het is in elk geval niet meer mogelijk dat een regime miljoenen mensen vermoordt zonder dat de wereld erachter komt.

Naast religies en ideologieën leunen ook bedrijven zwaar op verzinsels en nepnieuws. In reclames worden dezelfde fictieve verhalen vaak keer op keer herhaald, tot mensen ervan overtuigd raken dat ze waar zijn. Welk beeld komt er bij je op als je aan Coca-Cola denkt? Denk je aan jonge, gezonde mensen die sporten en plezier hebben? Of denk je aan zwaarlijvige diabetici in ziekenhuisbedden? Van veel Coca-Cola drinken word je niet jong, gezond of sportief, het verhoogt hoogstens de kans op overgewicht en suikerziekte. Toch heeft Coca-Cola tientallen jaren lang miljarden dollars geïnvesteerd om zijn merk te verbinden aan jeugd, gezondheid en sport, en miljarden mensen hechten onbewust geloof aan die link.

De waarheid is dat de waarheid nooit hoog op de agenda van homo sapiens heeft gestaan. Als een bepaalde religie of ideologie de werkelijkheid verdraait, denken veel mensen dat de aanhangers daarvan dat vroeg of laat wel zullen ontdekken, omdat ze niet tegen rivalen met een frissere blik op zullen kunnen. Helaas is dat hoogstens de zoveelste comfortabele mythe. In de praktijk is menselijke samenwerking afhankelijk van een fijne balans tussen waarheid en fictie.

Naties en religies zijn in wezen opgepompte voetbalclubs.

De grens tussen fictie en werkelijkheid kan voor veel doeleinden vervaagd worden, om te beginnen gewoon voor de lol en uiteindelijk omwille van ons voortbestaan. Je kunt geen spelletjes doen of romans lezen als je niet in elk geval heel even bereid bent erin te geloven. Om echt te genieten van een potje voetbal moet je de regels van het spel accepteren en minstens negentig minuten lang vergeten dat het domweg menselijke bedenksels zijn. Als je dat niet doet, ga je het volkomen belachelijk vinden dat tweeëntwintig mensen achter een bal aanrennen. Voetbal kan beginnen met een spelletje voor de lol, maar het kan ook veel serieuzere vormen aannemen, zoals elke Engelse hooligan of Argentijnse nationalist je kan vertellen. Voetbal kan helpen bij de vorming van iemands persoonlijke identiteit, het kan grote gemeenschappen verbinden en het kan zelfs aanleiding vormen voor geweld. Naties en religies zijn in wezen opgepompte voetbalclubs.

Mensen hebben het opmerkelijke vermogen om dit tegelijk wel en niet te weten. Of preciezer gezegd, ze kunnen iets weten als ze er echt over nadenken, maar meestal denken ze er niet over na, dus weten ze het niet. Als je er echt even bij stilstaat, besef je dat geld iets fictiefs is, maar meestal sta je er niet bij stil. Desgevraagd weet je best dat voetbal een menselijke uitvinding is, maar tijdens een spannende wedstrijd vraagt niemand daarnaar. Als je er wat tijd en energie in steekt, kun je inzien dat naties eigenlijk heel uitgebreide, ingewikkelde hersenspinsels zijn. Als je midden in een oorlog zit, heb je daar alleen de tijd en energie niet voor. Als je op zoek gaat naar de ultieme waarheid, besef je dat het verhaal van Adam en Eva een mythe is. Maar hoe vaak ga je op zoek naar de ultieme waarheid?

Ontsnapping uit de hersenspoelmachine

Dit alles betekent niet dat nepnieuws geen serieus probleem is of dat het politici en priesters vrijstaat om alles aan elkaar te liegen. Het zou ook ronduit verkeerd zijn om te concluderen dat alles eigenlijk nepnieuws is, dat alle pogingen om bij de waarheid te komen automatisch gedoemd zijn en dat er hoegenaamd geen verschil is tussen serieuze journalistiek en propaganda. Onder al het nepnieuws gaan echte feiten en echt leed schuil. In Oekraïne vechten bijvoorbeeld echt Russische soldaten, er zijn echt al duizenden doden gevallen en honderdduizenden mensen zijn echt verdreven van huis en haard. Menselijk leed wordt vaak veroorzaakt door een rotsvast geloof in verzinsels, maar daar is het leed niet minder echt door.

We zouden nepnieuws dus niet als norm moeten accepteren, maar erkennen dat het een veel lastiger probleem is dan we meestal denken en er nog harder naar streven om realiteit van fictie te onderscheiden. Verwacht geen perfectie. Een van de allergrootste verzinsels is het idee dat de wereld helemaal niet zo ingewikkeld in elkaar zit en dat er zoiets is als het absolute goed en het absolute kwaad. Geen enkele politicus vertelt alleen maar de zuivere waarheid, maar sommige politici zijn nog steeds veel beter dan andere. Als ik moest kiezen, zou ik Churchill veel eerder vertrouwen dan Stalin, hoewel de Britse premier er niet vies van was om de waarheid een beetje te verbloemen als het zo uitkwam. Zo is ook geen enkele krant vrij van vooroordelen en vergissingen, maar sommige kranten doen oprecht hun best om de waarheid te achterhalen, terwijl andere hersenspoelmachines zijn. Als ik in de jaren dertig had geleefd, mag ik hopen dat ik het gezond verstand zou hebben gehad om meer geloof aan The New York Times te hechten dan aan de Pravda en Der Stürmer.

We hebben allemaal de verantwoordelijkheid om er tijd en moeite in te steken om onze eigen vooroordelen te onderzoeken en de betrouwbaarheid van onze informatiebronnen na te lopen. Ik wil hier alleen nog twee simpele vuistregels geven.

Ten eerste, als je betrouwbare informatie wilt, moet je ervoor betalen. Als je je nieuws gratis krijgt, ben je waarschijnlijk niet de klant, maar het product. Stel dat een schimmige miljardair je de volgende deal voorstelde: ‘Ik betaal je dertig dollar per maand en in ruil daarvoor mag ik je elke dag een uur hersenspoelen en alle politieke en commerciële vooroordelen in je hoofd pompen die ik maar wil.’ Zou je die deal accepteren? Er zijn maar weinig verstandige mensen die dat zouden doen. Dus biedt de schimmige miljardair je een iets andere deal: ‘Ik mag je elke dag een uur lang hersenspoelen en in ruil daarvoor hoef je niet voor deze dienst te betalen.’ Nu klinkt de deal honderden miljoenen mensen ineens heel aantrekkelijk in de oren. Volg hun voorbeeld vooral niet op.

Vanuit politiek perspectief is een goede science-fictionfilm veel meer waard dan een artikel in Science of Nature.

De tweede vuistregel is deze: als een bepaalde kwestie heel belangrijk voor je is, neem dan de moeite om de wetenschappelijke literatuur erop na te slaan. Met wetenschappelijke literatuur bedoel ik artikelen die getoetst zijn door vakgenoten, boeken die zijn uitgegeven door bekende academische uitgeverijen en geschriften van hoogleraren aan respectabele universiteiten. De wetenschap heeft duidelijke beperkingen en er is in het verleden veel mee misgegaan, maar toch zijn wetenschappers al eeuwen onze betrouwbaarste bron van kennis. Als je denkt dat de wetenschappelijke wereld iets verkeerd ziet, dan is dat zeker mogelijk, maar zorg dat je in elk geval goed op de hoogte bent van de wetenschappelijke theorieën die je verwerpt en dat je empirische bewijzen kunt leveren om je eigen beweringen te staven.

Wetenschappers zelf moeten zich veel meer bemoeien met actuele publieke discussies. Ze moeten niet bang zijn om hun stem te laten horen als het debat zich op hun kennisterrein begeeft, of dat nu de geneeskunde is of geschiedenis. Zwijgen is niet neutraal, want het versterkt de status quo. Natuurlijk is het ontzettend belangrijk om wetenschappelijk onderzoek te blijven doen en de uitkomsten te publiceren in wetenschappelijke tijdschriften die hoogstens gelezen worden door een stuk of wat vakgenoten. Het is echter net zo belangrijk om de nieuwste wetenschappelijke theorieën door te geven aan de rest van de mensheid, in de vorm van populairwetenschappelijke boeken of zelfs door een vakkundig gebruik van kunst en fictie.

Wil dat nu zeggen dat wetenschappers sciencefiction moeten gaan schrijven? Eigenlijk is dat niet eens zo’n slecht idee. Kunst speelt een belangrijke rol in de manier waarop mensen zich een beeld van de wereld vormen en in de eenentwintigste eeuw is sciencefiction absoluut het belangrijkste genre van allemaal, omdat het invloed heeft op de ideeën die de meeste mensen hebben over artificiële intelligentie, biotechnologie en klimaatverandering. We hebben zeker goede wetenschap nodig, maar vanuit politiek perspectief is een goede sciencefictionfilm veel meer waard dan een artikel in Science of Nature.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content