De verrukkelijke lijdensweg van het uitgestelde leven

Het Romeinse nachtleven in de jaren 70. ©EPA

In Gianfranco Calligarichs onweerstaanbare roman 'De laatste zomer in de stad' is de geest van Fellini's 'La Dolce Vita' nooit veraf. Over lanterfanten, rustelozen en ijdele jetsetters in de Eeuwige Stad.

Het zat Calligarich niet mee toen hij begin jaren 70 met zijn debuutroman langs de Italiaanse uitgeverijen leurde. Het manuscript van de volstrekt onbekende twintiger werd door iedereen afgewezen en zou voorgoed in een lade zijn verdwenen als schrijfster Natalia Ginzburg niet ten tonele was verschenen. Toen die het manuscript onder ogen kreeg, las ze het in één slapeloze nacht uit. Ze was zo enthousiast dat ze haar invloed in de strijd wierp en Calligarich aan een uitgever hielp. In 1973 verscheen een oplage van 17.000 exemplaren die in de loop van de zomer volledig uitverkocht raakte. Zowel de critici als het grote publiek smulden ervan, maar vreemd genoeg kwam er geen herdruk.


Lang gold het boek daarom als een van die onvindbare literaire parels waar verzamelaars de antiquariaten en boekenmarkten voor afschuimen. Een klassieker met cultstatus die bejubeld maar amper gelezen werd. Nu, bijna vijftig jaar na verschijnen, vindt het boek eindelijk zijn weg terug naar het grote publiek en volgen de vertalingen elkaar in hoog tempo op. De herontdekking van een roman die keer op keer door de mazen van het net glipte. En die na al die tijd nog niets aan kracht en vitaliteit heeft ingeboet.


Calligarich, die later scenario's zou schrijven voor televisie en theater, vertelt het verhaal van een man die ten prooi valt aan de grillen van de Eeuwige Stad. Leo Gazzara is een prille dertiger die zijn geboortestad Milaan inruilt voor Rome, op de vlucht voor het 'weerzinwekkende vooruitzicht van afstuderen, trouwen en geld verdienen'. Hij is een bon vivant die het grootste deel van zijn tijd reserveert voor nietsdoen. Hij heeft een baantje bij de krant Corriere dello Sport, maar als hij op de redactie zijn gezicht laat zien, is het vaker om geld te bietsen dan om achter zijn bureau te zitten.

Lang gold het boek als een onvindbare literaire parel waar verzamelaars boekenmarkten voor afschuimen. Nu volgen de vertalingen elkaar in hoog tempo op.

Veel prestige levert dat niet op, maar daar is Leo niet naar op zoek. Hij is geen man die zich wil onderscheiden of in het oog wil lopen. Hij is het type dat de wereld en het leven liever observeert dan eraan deel te nemen.
Dankzij zijn charmes en welbespraaktheid vindt hij al snel zijn weg naar de salons van de beau monde, die hem als een aangenaam spel en tijdverdrijf toelaat in zijn kringen. Aanvankelijk voelt hij zich aangetrokken tot die dure wereld van rijken en intellectuelen, dichters en filosofen, regisseurs en fotomodellen, nachtraven en verpauperde adel. Maar algauw beseft hij dat de stad niet meer is dan een gouden kooi bewoond door een troep gekwetste paradijsvogels.

Vanitas

'Als je van Rome houdt, zal het zich aanbieden zoals jij dat wilt en hoef je je alleen maar over te geven aan de kabbelende golven van het heden,' klinkt het. 'Er zullen schitterende trappen zijn, spectaculaire fonteinen, tempelruïnes en de nachtelijke stilte van onttroonde goden, totdat de tijd elke betekenis verliest.' Net als sterreporter Marcello in Fellini's 'La Dolce Vita' leidt Leo een leven dat laveert tussen wondermooie schone schijn en tragische zinloosheid. Zijn nachten lijken eindeloos en vol verrassingen. Ze spelen zich af op de overvolle terrassen van de Piazza Navona, in de weelderige interieurs van barokke villa's, verborgen binnenhoven en duistere kerken. Maar steeds vaker valt hij ten prooi aan een onoverkomelijk gevoel van nutteloosheid.

Calligarich schrijft met zo'n scherp gevoel voor humor en zo veel inzicht in de diepste krochten van de menselijke ziel dat je dit boek onmogelijk kunt wegleggen.

'Op alles wat we niet hebben gedaan, op alles wat we hadden moeten doen, op alles wat we nooit zullen doen.' Het is een toost die klinkt als een grapje, maar zoals vaak in dit boek komt de waarheid met een kwinkslag. Leo is de man die nooit beslissingen neemt, nooit een kant kiest of een richting uitslaat. Hij vermijdt het ergens bij betrokken te geraken, tot hij beseft dat hij zijn kaarten verspeeld heeft en er niets meer te verwachten valt. Met elegante ironie beschrijft Calligarich zowel de verrukkingen als de lijdensweg van het uitgestelde leven, het bestaan dat niet ingevuld wordt. Het geeft dit boek zowel iets wrangs als iets verleidelijk toverachtigs.

De liefde komt als een fatale wending. 'Zo gaat het natuurlijk altijd. Iemand doet van alles om afzijdig te blijven en belandt vervolgens op een goede dag, zonder te weten hoe, in een geschiedenis die hem regelrecht naar het einde brengt.' Op een landerig feestje leert hij de ongrijpbare Arianna kennen 'als een trekvogel die een boot had gevonden om op neer te strijken, wachtend tot de storm was gaan liggen. Afwezig, bevreemd, een tikje nerveus.'

Decadentie

Meteen ontspint zich een stormachtige liefdesgeschiedenis. Hij herkent haar gevoel van vervreemding, deelt in haar rusteloosheid, en vindt in haar wispelturige aanwezigheid iemand die even gevat en scherpzinnig is als hijzelf. En even onberekenbaar. Uiteindelijk blijkt de passie niet opgewassen tegen het onvermogen om een keuze te maken, en is de tragische afloop onafwendbaar.

Calligarich toont Rome van zijn bekoorlijkste kant, maar ook van zijn wreedste. Te midden van de weelderige, afbrokkelende schoonheid verliezen mensen de grip op hun eigen leven. Ten prooi aan verveling en decadentie cultiveren de Romeinen hun ijdelheid. 'Ze waren lichtzinnig en zelfverzekerd. Vermorzelden mensen met een opmerking en gingen vrolijk verder, naar de eerste makkelijke stoel binnen handbereik.'

In zijn fraaie, heldere zinnen klinken zowel spot als sympathie. Het dolce far niente dat hij beschrijft is even vrolijk als verwoestend, even fascinerend als verwerpelijk. Net als Fellini doorprikt hij genadeloos de vanitas van de jetset en richt hij er tegelijk een feestelijk monument voor op. Dat doet hij met zo'n scherp gevoel voor humor en zo veel inzicht in de diepste krochten van de menselijke ziel dat je dit boek onmogelijk kunt wegleggen. Je wil mee op pad met Leo, iedere nacht opnieuw, om je telkens weer te laven aan dat onmogelijke delirium dat even afstotelijk als onweerstaanbaar is.

Wereldbibliotheek, 175 blz., 20 euro

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud