De Wildevrouw struikelt over haar ambities

Bruegels 'Dulle Griet', aanwezig in 'Wildevrouw'. ©KIK-IRPA

Jeroen Olyslaegers schets in 'Wildevrouw' een caleidoscopisch beeld van Antwerpen in de 16de eeuw. Hij wil zoveel vertellen dat de spankracht na een tijd zoek raakt.

Elke waanzin heeft zijn geschiedenis, zegt het hoofdpersonage de herbergier Beer in het begin van 'Wildevrouw' aan zijn biechtvader, God zelf. Hij vraagt hem in een lange monoloog om een zinnige verklaring voor de waanzinnige jaren 1564-1567 in Antwerpen. Beer zit dan al lang in Amsterdam, waar hij naartoe is gevlucht toen het hem te warm onder de voeten werd in zijn geboortestad.

De geruchten waren het boek vooruitgesneld. Na het prachtige 'Wil' - over de collaborerende Antwerpse politie tijdens de Tweede Wereldoorlog - werkte Jeroen Olyslaegers aan een ambitieuze roman over het 16de eeuwse Antwerpen, met onder anderen een bijrolletje voor Pieter Bruegel.

Het begin van het boek lost de verwachtingen helemaal in. Beer stelt zich voor. De man heeft wat meegemaakt in zijn leven. Zijn drie vrouwen zijn gestorven in het kraambed. Slechts één kind overleefde de moeders.

Daarna neemt Antwerpen als drijvende motor van het boek het roer over. Er gebeurt van alles. De kleine ijstijd kondigt zich aan, de strijd tussen protestanten en katholieken laait op, er zijn ontdekkingsreizen, handelsoorlogen, nieuwe schilders. Filosofie, alchemie en religie ontmoeten elkaar. Die grote thema's hangt Olyslaegers op aan een rist bestaande - behalve Bruegel bijvoorbeeld de kaartenmaker Abraham Ortelius en de Engelse geleerde John Dee - en fictieve personages.

Geen mens die eraan twijfelt dat Olyslaegers alle historische details juist heeft. Dat is een krachttoer. Maar is het door de stroom van personages, of door het groot aantal maatschappelijke thema's (inclusief voor de hand liggende verwijzingen naar vandaag), na een tijd zakt het boek beetje bij beetje in elkaar. Te veel informatie leidt naar oppervlakkigheid en een verslapping van de spankracht. Alsof de schrijver niet helemaal kon kiezen welke richting hij wilde inslaan. Uiteindelijk blijft de roman daardoor ter plaatse trappelen ondanks alle gebeurtenissen.

Misschien heeft het te maken met de zeer specifieke, uitgesproken stijl van Olyslaegers. Je zou die baldadig kunnen noemen, of grofgebekt. In ieder geval is de taal van Olyslaegers niet fijnzinnig. Ze dendert als een bulldozer over je heen. Als je er niet echt van houdt - het eeuwige gij en ge - word je na een tijdje moe van het boek. Wat uiteindelijk met de Wildevrouw gebeurt, noteert ge op het einde eerder gelaten dan bedroefd.

Jeroen Olyslaegers, 'Wildevrouw', 416 pagina's, De Bezige Bij

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud