Drie dagen rouw voor Gabriel García Márquez

Gabriel Garcia Marquez groet de pers tijdens zijn 87ste verjaardag aan zijn woning in Mexico-Stad op 6 maart van dit jaar. ©AFP

Gabriel García Márquez is niet meer. Het overlijden van de Colombiaanse Nobelprijswinnaar Literatuur maakt een eind aan 87 jaar eenzaamheid. In Colombia komen er drie dagen van nationale rouw.

'Als eerbetoon aan de nagedachtenis van Gabriel García Márquez kondig ik drie dagen van nationale rouw aan', zei de Colombiaanse president Juan Manuel Santos tijdens een korte toespraak op televisie. Hij gaf het bevel alle vlaggen aan de gebouwen van publieke instellingen halfstok te hangen, en 'ik hoop dat heel veel Colombianen dat doen aan hun eigen huis'.

Het overlijden van Gabriel García Márquez, kortweg Gabo, kwam niet als een verrassing. Half april had zijn familie al laten weten dat de gezondheid van de Colombiaanse schrijver-journalist-verteller ‘zeer wankel’ was. Hij was ook al enkele jaren aan het dementeren. Met de dood van García Márquez verliest de Spaanstalige literaire wereld zijn belangrijkste en meest gerenommeerde stem.

Toen Gabriel José de la Concordia García Márquez op 6 maart 1927 het levenslicht zag, hield niemand in het noordelijke Colombiaanse dorpje Aracataca het voor mogelijk dat de zoon van Gabriel Eligio García en Luisa Santiago Márquez Iguarán het plaatsje door zijn literaire prestaties op de wereldkaart zou zetten. Integendeel, voor Gabo leek een carrière als advocaat weggelegd.

Oma Mina

Maar tijdens zijn rechtenstudies kruiste Franz Kafka zijn weg. In zijn jeugdjaren had ‘El Viejo’ - zoals zijn medeleerlingen de ernstige jongen noemden - zich al wel eens aan grappige gedichtjes gewaagd. Een van zijn schrijfsel haalde het schoolkrantje. Maar Gabo begon pas echt te dromen van het schrijverschap na het lezen van Kafka’s ‘De gedaanteverwisseling’. ‘Dankzij dat werk besefte ik dat je boeken niet noodzakelijkerwijs in de traditionele stijl moet schrijven’, zei García Márquez later. ‘Daar droomde ik ook van. Ik wilde boeken schrijven zoals mijn grootmoeder verhalen vertelde.’

García Márquez heeft er nooit een geheim van gemaakt dat oma Mina in zijn leven een belangrijke rol gespeeld heeft. Verbazen hoeft dat niet. Zij heeft de kleine Gabriel tijdens het eerste decennium van zijn leven opgevoed als haar eigen zoon. Twee jaar na zijn geboorte waren Gabriels ouders verhuisd naar een stad 80 kilometer verderop. Vader wilde daar zijn geluk gaan beproeven als apotheker. Kleine Gabriel bleef achter bij oma Mina en opa ‘Papalelo’, een kolonel op rust.

Zijn grootouders drukten niet alleen een flinke stempel op Gabo’s opvoeding. Ze wekten onbewust ook zijn liefde voor taal en literatuur op. Papalelo vermaakte zijn kleinzoon wat graag met verhalen over zijn militaire avonturen. Ook oma Mina liet op haar kleinkind een onuitwisbare indruk na wanneer ze honderduit vertelde. ‘Zij wist buitengewone gebeurtenissen en anomalieën in een verhaal te verweven alsof het gewone aspecten van het dagelijkse leven waren’, getuigde García Márquez.

Het is ironisch dat precies zijn grootouders zo’n grote rol gespeeld hebben in zijn leven. De kleine Gabriel zou immers nooit geboren zijn, mocht kolonel Márquez enkele jaren eerder zijn slag thuisgehaald hebben. De militair stelde zijn veto tegen een relatie tussen dochter Luisa en Gabriel Eligio García. Gabriel senior was een eenvoudige telegrafist en bovendien de zoon van een alleenstaande moeder. ‘Veel te min voor mijn dochter’, luidde het oordeel van de kolonel.

En dus stuurde hij zijn dochter een tijdje weg, in de hoop dat ze haar grote liefde zou vergeten. Maar Gabriel Elegio García gaf niet op. Omdat hij Luisa met vioolserenades, liefdesgedichten en -brieven bleef overladen, gaf de kolonel de relatie uiteindelijk toch zijn zegen. Het verhaal over de onmogelijke liefde tussen zijn ouders heeft Gabo nooit losgelaten. Hij putte er inspiratie uit voor een van zijn bekendste romans: ‘Liefde in tijden van cholera’.

Toen hij dat werk in 1985 publiceerde, had hij er al heel wat avonturen op zitten. Hij proefde onder meer van het leven in New York, Parijs, Barcelona en Havana. Steeds dreef zijn pen hem naar die oorden. Nadat hij in 1950 zijn rechtenstudies opgegeven had, was García Márquez aan de slag gegaan als columnist, filmrecensent en journalist. Zijn opdrachtgevers stuurden hem onder meer als correspondent op pad.

Maar dat journalistieke werk bood hem niet de voldoening die hij zocht. ‘De journalistiek is slechts een instrument om de voeling met de realiteit niet te verliezen’, zei García Márquez. Verhalen vertellen en romans schrijven, dat wilde hij doen.

De Colombiaan liet zich daarbij inspireren door Ernest Hemingway, James Joyce, Virginia Woolf en schrijvers uit de Griekse oudheid. Maar hij was vooral erg onder de indruk van de verteltechnieken van William Faulkner. Hij zou hem later omschrijven als ‘mijn meester’.

Magisch realisme

García Márquez stak begin jaren 60 al eens zijn neus aan het venster met werken als ‘Het kwade uur’ en ‘De kolonel krijgt nooit post’. Maar zijn grote doorbraak kwam er in 1967, toen hij de wereld verbaasde met ‘Honderd jaar eenzaamheid’, een kroniek van de familie Buendía. Márquez vermengde realistische elementen met magische gebeurtenissen en visionaire droomsequenties. De roman geldt als een van de belangrijkste werken van het magisch realisme.

Dat het echte leven wel vaker een belangrijke inspiratiebron vormde voor García Márquez, blijkt ook in dit werk. Oma Mina duikt erin op in de huid van Ursula Iguarán. En Macondo, de fictieve stad die centraal staat in de roman, lijkt erg op García Márquez’ geboortedorp Aracataca.
De hele wereld was weg van het boek. Sinds de publicatie in 1967 ging ‘Honderd jaar eenzaamheid’ wereldwijd meer dan 30 miljoen keer over de toonbank. Het is in zowat 40 talen vertaald en meermaals bekroond.

Voor García Márquez zelf was die erkenning een nachtmerrie. ‘Weet je wat het ergste is wat een man kan overkomen die het niet gewend is succes te hebben als schrijver? Dat hij een roman schrijft die verkoopt als gek. Ik zou beter dood zijn.’
García Márquez sloeg op de vlucht voor het succes en ging op zoek naar de eenzaamheid uit de titel van zijn bekendste werk. Want zonder eenzaamheid, ‘la soledad’, is het onmogelijk artistiek creatief te zijn en goede boeken te schrijven, verduidelijkte de ‘eenzame, droeve man’, zoals hij zichzelf omschreef.

En erg gesmaakte werken schreef hij. Maar des te bekender hij werd door zijn literaire werk, des te groter ook zijn eenzaamheid werd. Het liefst bleef hij ver weg van de spotlights. Het was voor hem dan ook bijna een verschrikking de Nobelprijs voor de Literatuur te winnen. Met die prijs wilde de jury de Colombiaan in 1982 belonen voor ‘zijn romans en verhalen waarin hij fantasie en werkelijkheid combineert in een rustige wereld vol verbeelding terwijl hij het leven op en de conflicten van een continent weergeeft’.

In die werken stonden behalve eenzaamheid ook steeds geweld, corruptie, de culturele identiteit van Latijns-Amerika en de politiek centraal. Ook humor ontbrak zelden. Een erg specifieke schrijfstijl heeft García Márquez nooit gehad. Bewust. ‘In elk boek probeer ik een andere weg in te slaan. Een thema en de gemoedstoestand van het moment bepalen de stijl’, verduidelijkte de schrijver. Hij verplichtte zijn lezer wel steeds deel te nemen aan het verhaal door details en belangrijke gebeurtenissen weg te laten.

Castro

Zijn literaire successen leverden García Márquez niet alleen erkenning en een rist bekroningen op. Ze openden ook heel wat deuren. De Colombiaan kwam over de vloer bij politici als Bill Clinton, de Spanjaard Felipe González en de Chileen Ricardo Lagos, en was - tot ergernis van velen in de literaire en politieke wereld - goed bevriend met de Cubaanse leider Fidel Castro. ‘Met hen deelde García Márquez een fascinatie voor de macht’, zegt Gerard Martin, García Márquez’ Britse biograaf.

Een politieke carrière heeft Gabo evenwel nooit geambieerd. Wat dan wel zijn droomjob was? ‘Als ik geen schrijver was geworden, was ik het liefst pianist geweest in een bar. Met mijn deuntjes zou ik verliefde koppeltjes nog meer van elkaar doen houden’, zei hij ooit. Met zijn werk als schrijver heeft hij wellicht heel wat mensen van literatuur leren houden.

 

 

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud