Een kroniek van vermorzelde levens

©Phil Nijhuis

Op zijn zeventigste blikt de Nederlandse journalist Alexander Münninghoff terug op zijn turbulente leven. ‘De stamhouder’ is een verbijsterende familiekroniek over een puissant rijke grootvader, een naïeve vader, en natuurlijk de schrijver zelf.

‘Ik ben geboren op 13 april 1944 in Posen, een oude Poolse stad die eeuwenlang Poznan werd genoemd.’ Met die kurkdroge mededeling opent de meeslepende familiekroniek van de Nederlandse journalist en Ruslandkenner Alexander Münninghoff. Wat hij in de daaropvolgende 330 pagina’s vertelt, staat in schril contrast met de nuchtere openingszin. Het boek - dat op de longlist van de Gouden Boekenuil staat - wemelt van de markante verhalen en personages, soepel opgediend door Münninghoff, die zich ontpopt als een bijwijlen humoristische rasverteller.

‘De stamhouder’ is het verhaal van de grootvader van Münninghoff, door hem steeds als ‘Oude Heer’ bestempeld. Johannes Münninghoff was een sluwe zakenman die na de Eerste Wereldoorlog in Letland terechtkwam en er zich opwerkte tot een van de rijkste inwoners. Hij trouwde in 1919 met de Russische gravin Erica von Schumacher, die Moskou was ontvlucht omdat ze geen zin had om te dienen als hofdame bij de Romanovs.

Maar het is ook het verhaal van Alexanders vader Frans, aan wiens onbezorgde Letse jeugd plots een einde kwam toen hij op zijn elfde alleen naar een streng katholieke kostschool in Nederland werd gestuurd. Ver weg van zijn geliefde Letland ontpopte Frans zich tot een opstandige puber die een gruwelijke hekel had aan alles wat met Nederland te maken had. Dat manifesteerde hij duidelijk door tijdens een vakantiebezoek aan zijn familie verliefd te worden op de Letse Wera, met wie hij later zou trouwen.

En uiteindelijk schreef Alexander Münninghoff met deze kroniek ook zijn eigen verhaal - hij is de stamhouder uit de titel. Geboren in de chaotische nadagen van het stuiptrekkende Hitlerrijk - ‘te midden van bombardementen die het einde der tijden leken aan te kondigen’ - belandde Alexander met zijn vader en moeder in Voorburg in Nederland, waar de rest van de familie een onderkomen had gevonden na de vlucht uit Letland.

Wie niet beter weet, zou denken dat Münninghoff zijn familiegeschiedenis bijeen heeft gefabuleerd. Sommige verhalen en plotwendingen zijn zo surrealistisch dat ze ongeloofwaardig lijken. Dat over de Oude Heer bijvoorbeeld, die tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Duitsers collaboreerde maar ook spioneerde voor de Britse geheime dienst. Of het verhaal over de jonge Frans, die in 1938 in Schotland de ‘arrogante Amerikaan’ Jack leerde kennen, die later de geschiedenis zou ingaan als president John F. Kennedy.

‘De stamhouder’ is bovenal het tragische verhaal van een gezin dat werd vermorzeld door de tirannieke Oude Heer. Hij joeg Alexanders moeder Wera het huis in Voorburg uit en probeerde namens Frans, een even naïeve als egocentrische slappeling, het hoederecht te krijgen over de ‘stamhouder’. Wera vluchtte met haar zoon naar Duitsland, maar de sluwe grootvader wist hen te traceren. Een bevriend koppel ontvoerde de dan 7-jarige Alexander en bracht hem weer naar Nederland. Het zou meer dan dertig jaar duren voor hij het contact met Wera herstelt.

Zondagochtendobstakel

Op zijn vader moest de jonge Alexander niet rekenen. Frans was aangeschoten wild omdat hij - als ultieme wraak op de Oude Heer - tijdens de oorlog dienst had genomen bij de SS. Dankzij de contacten van zijn vader ontsnapte Frans aan een veroordeling. Wat restte, was zelfmedelijden van een ‘wrokkig zondagochtendobstakel’ die met de jeneverfles binnen handbereik herinneringen ophaalde aan zijn goede tijd als Oostfronter, ‘die korte periode in zijn leven waarin eerlijkheid, kameraadschap en trouw onvoorwaardelijk waren’.

Na de dood van de Oude Heer brak de tweespalt uit over de erfenis. Daar had de overleden pater familias zelf de hand in. Op zijn sterfbed zou hij hebben gemompeld: ‘Denk aan Zwitserland.’ Münninghoff noteert geamuseerd: ‘Deze nogal triviale aanwijzing werd het sein tot een aantal frenetieke zoektochten langs diverse Helvetische bankinstellingen.’

Frans probeerde bovendien in de voetsporen van zijn vader te treden, maar miste het genie om zijn zakelijke avonturen tot een goed einde te brengen. Zijn erfdeel verkwanselde hij aan een rist rampzalige investeringen, waarbij hij meer dan eens werd opgelicht. De kameraadschap en de trouw van de frontsoldaten bestaat nu eenmaal niet in de zakenwereld. Bovendien troggelde een onechte dochter hem handenvol geld af. Frans stierf in 1990, eenzaam en arm, ‘met meer dan twintig lege of halflege flessen drank om zich heen, de televisie vanwege zijn toenemende doofheid keihard op Das Zweite’. ‘Een hard en moeizaam leven is voorbij’, zegt de stamhouder op de begrafenis.

Met Alexanders moeder kwam uiteindelijk alles nog in orde, al duurde het tot 1985 voor het contact werd hersteld. Dat gebeurde trouwens met verbazend gemak, geeft Münninghoff toe. ‘Alle drama’s, oorlog en armoe meegemaakt, ontvoerd, elkaar tientallen jaren niet meer gezien - het bleek allemaal na een paar gesprekken weer vergeten en vergeven, verzwolgen en weggevaagd. Door wat? Door de tijd, kennelijk. En door het verlangen om op een menswaardige manier door te gaan.’

Alexander Münninghoff - De stamhouder - 2014, Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam, 330 blz., 19,95 euro

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud