Een volstrekt onvergetelijk universum

©©Elliott Erwitt / Magnum Photos

Omdat de zomervakantie onmogelijk zonder een goed boek kan, selecteerden wij voor u zes niet zo voor de hand liggende titels die zeer de moeite zijn.

Tokio mon amour – Ian Buruma

De Brits-Nederlandse auteur Ian Buruma trok eind jaren zeventig naar Japan. Hij bleef zes jaar en dompelde zich onder in de Tokiose avant-garde. In ‘Tokio mon amour’ haalt hij herinneringen op aan die uitzinnige tijd.

In 1975 streek de Japanse regisseur Terayama Shuji met zijn theater neer in Amsterdam. Ian Buruma, vandaag 66 en een geprezen allroundintellectueel maar toen nog jong en onervaren, zat op de eerste rij. ‘Er stonden naakte meisjes in diverse merkwaardige poses. Buiksprekers wier gezichten wit waren geschminkt als in het Kabuki-theater werden gegeseld door een dominatrix met een zwarte SS-pet die een Japans gedicht voordroeg. Monsters uit oude Japanse spookverhalen in kimono’s mengden zich tussen man-nen die als vrouw waren verkleed of uniformen uit de Tweede Wereldoorlog droegen. Een mooi jong meisje in een paarse Chinese jurk sneed de kop van een levende kip af.’

Het maakte zo’n diepe indruk dat er niets anders op zat: Burama moest en zou binnentreden in dat circus. Hij trok naar Japan, zocht er de bonte kringen van de avant-garde op en gooide de deuren open naar een ‘buitenissige, uitbundige, grotendeels onbegrijpelijke, erotische, beangstigende en volstrekt onvergetelijke’ wereld. Onder de vleugels van zijn sensei, de schrijver en filmmaker Donald Richie, kwam hij in contact met Japanse regisseurs, schrijvers, acteurs en fotografen. Voor hen was hij een excentrieke gaijin, een buitenlander die zich vreemd genoeg voor hun kunst interesseert. Daardoor gingen al snel deuren voor hem open die voor andere westerlingen gesloten blijven.

Buruma werd een geprivilegieerde toeschouwer van de artistieke onderwereld van Tokio, waar alles in het teken staat van ero, guro, nansensu - het erotische, groteske en absurde. Verwacht in het boek dus geen traditionele theeceremonies, shinto-tempels en Hokusai-prenten, maar een elektrificerend universum van erotische cabarets, circusacts, pornobioscopen en obscene gangsterfilms.

Ik zoog alleen de levens van anderen op, als een camera.
Ian Buruma, schrijver van ‘Tokio mon amour’

Tegenwoordig is Buruma hoofdredacteur van The New York Review of Books en heeft hij verscheidene publicaties over politiek, kunst en samenleving op zijn naam staan. Maar toen hij op zijn 24ste in Japan aankwam, was hij nog jong en zoekend, onzeker over zijn seksuele geaardheid en twijfelend aan zijn talenten. Hij verkoos een plekje als voyeur in de marge, vanwaar hij kon observeren zonder zich te moeten profileren. De Japanners gaven hem niet voor niets de bijnaam ‘televisie’. ‘Ik zoog alleen de levens van anderen op, als een camera, in plaats van iets van mezelf weer te geven.’

Daar kwam verandering in toen hij deel ging uitmaken van het Dairakudakan, Maro Akaji’s theatergroep. Gehuld in een laag goudverf en een minuscuul schaamlapje mocht hij mee op de scène met diens butoh-dansers. Later werd hij toegelaten tot de hofhouding van Kara Juro’s situatietheater. Omringd door vliegende koteletten, dragqueens, hondengoden en mannen die vechten om een plastic zak met een placenta, speelde hij de rol van ‘Ivan de Gaijin, die misschien een Rus is maar beweert dat hij de Midnight Cowboy is’. Buruma pent het allemaal neer met een frisse dosis zelfspot.

Het hoogtepunt van zijn immersie in de Tokiose kunstscene viel echter samen met het besef dat hij er nooit helemaal bij zou horen. Japan schonk hem een ongekende vrijheid: de kans om te zijn wie hij wilde zijn. Als keerzijde leerde hij de eenzaamheid van de buitenstaander kennen. Het bleek onmogelijk door te dringen tot de kern van het land en zijn bewoners.

©rv

Buruma vermijdt in zijn memoires elk cliché over Japan. Hij heeft oog voor het vreemde zonder in exotisme te vervallen. De theatrale fantasieën waarvan hij getuige is, vat hij in weergaloze beschrijvingen die hij afwisselt met liefdevolle portretten van de kunstenaars aan wier verbeelding ze ontsnappen. Het maakt dit boek tot een opwindende reis naar een cultuur die eind jaren zeventig een periode van ongebreidelde creativiteit beleefde.

Ian Buruma - Tokio mon amour - 2018, Atlas Contact 240 blz., 19,99 euro.


Het zakboekje van de pijnboombossen – Francis Ponge

In augustus 1940 treedt de Franse dichter Francis Ponge (1899-1988) binnen ‘in de vertrouwdheid van de pijnboombossen’. Een maand lang probeert hij de bossen in woorden te vatten, maar ‘die tempels van bouwvalligheid’ blijven hem ontsnappen. In ‘Zakboekje van de pijnboombossen’ houdt hij een dagboek bij van de schepping van een gedicht dat er nooit zal komen.

Ponge verwierf naam als ‘dichter van de dingen’. Zijn poëzie is een poging om de tastbare werkelijkheid te raken in zijn essentie en de wezenlijke kern bloot te leggen. Maar hoe lang hij ook door de bossen dwaalt, hun waarheid blijft verborgen. En dat zoeken maar niet vinden is ongemeen boeiend.

De dichter put zich uit in variaties en herformuleringen. Wat hij op papier zet, is een worsteling met de beperkingen van de taal, zijn dichterlijke vermogens en de onpeilbaarheid van het bos. Maar niet vergeefs, want net in die uitputtingsslag doemt datgene op wat weleens de waarheid van de pijnboombossen zou kunnen zijn.

Francis Ponge - Het zakboekje van de pijnboombossen - 2018, Koppernik, 72 blz., 16,50 euro.


Stierensumo – Yasushi Inoue

Stierensumo, in Japan bestaat het wel degelijk. De opzet is simpel: twee stieren staan tegenover elkaar in een ring en moeten proberen elkaar eruit te duwen.

Tsugami is hoofdredacteur van een kleine avondkrant en organiseert samen met enkele schimmige individuen een driedaags toernooi stierenworstelen. Terwijl de ene na de andere tegenslag hem in het gezicht slaat, groeit zijn vastberadenheid om door te zetten. Hij is op zoek naar iets ‘om dronken van te worden’. Dat vindt hij in de beroezende impulsen die hem naar zijn ondergang leiden.

Yasushi Inoue (1907-1991) beheerste de kunst van de novelle tot in de puntjes. Met ‘Stierensumo’ won hij de prestigieuze Akutagawa-prijs. Hij is een minimalist die zijn intriges in spaarzaam proza verpakt. Het contrast tussen de zakelijke, heldere toon en de ongrijpbaarheid van zijn personages maakt zijn verhalen bijzonder. In een taal zuiver als bronwater schept hij figuren die volstrekt ondoorgrondelijk blijven.

Yasushi Inoue - Stierensumo - 2018, Bananafish, 110 blz., 12,50 euro.


Veracruz – Olivier Rolin

‘De literatuur is een eindeloos bedrog’, schrijft de Fransman Olivier Rolin (71) in ‘Veracruz’. Het is een waarschuwing voor zijn lezer, vlak voordat hij de grond onder diens voeten laat wegzakken.

De zinderende romance tussen een Proustkenner en een femme fatale komt abrupt ten einde als zij met de noorderzon verdwijnt. Op het hoogtepunt van zijn wanhoop ontvangt de Proustiaan vier anonieme brieven. Hun macabere, onheilspellende inhoud zet al zijn zekerheden op hun kop. Feit en fictie, waarheid en leugen laten zich niet langer ontwarren.

Rolin ontmaskert de menselijke hoogmoed, die verwacht dat de werkelijkheid uit logische verbanden bestaat. De ijver om een intrige te vinden die er helemaal niet is, terwijl ‘alles vrij is, onvoorspelbaar als de vlucht van de vogels’. Maar hij vertelt zijn verhaal zo spannend en gloedvol dat je het onmogelijk weg kan leggen. Literatuur om van te likkebaarden: zangerig, bedwelmend en misleidend.

Olivier Rolin - Veracruz - 2018, Uitgeverij Vleugels, 96 blz., 20,40 euro.


Beneden – Leonora Carrington

In 1937, ze was toen twintig, liep Leonora Carrington (1917-2011) van huis weg om een affaire te beginnen met de Duitse surrealistische kunstenaar Max Ernst. Toen die aan het begin van de Tweede Wereldoorlog door de Franse politie werd gearresteerd, bleef ze alleen achter. De in het Verenigd Koninkrijk geboren Mexicaanse schrijfster en kunstenares moest naar Spanje vluchten, maar stortte onderweg psychisch in. Over die periode en haar internering in een psychiatrisch ziekenhuis doet ze verslag in ‘Beneden’.

Het is het relaas van een ‘reis voorbij de Rede’. Carrington brengt zowel de gruwel als de vreugde van de waanzin tot leven. Ze schrijft zonder zelfmedelijden en zonder zichzelf te vergoelijken. En dat levert knappe literatuur op. In een vrije, associatieve stijl roept ze de paranoïde droomwereld op die haar gevangen hield. Nu eens is het pure poëzie, dan weer regelrechte horror. 

Leonora Carrington - Beneden - 2018, Uitgeverij Orlando, 112 blz., 17,95 euro.


De tuin van de familie Finzi-Contini – Giorgio Bassani

Het rijke oeuvre van de Italiaanse schrijver Giorgio Bassani (1916-2000) is onlosmakelijk verbonden met Ferrara, de stad die eeuwenlang een centrum was van het Joodse culturele leven in Italië. Zijn meesterwerk is ‘De tuin van de familie Finzi-Contini’, over een jonge Joodse student die vlak voor de Tweede Wereldoorlog in de ban raakt van een wat teruggetrokken familie.

Als het fascistische regime van Benito Mussolini in 1938 de anti-Joodse rassenwetten uitvaardigt, reageren veel geassimileerde Joden in Ferrara met schouderophalen. Bassani schetst een fascinerend en weemoedig beeld van een gemeenschap die niet beseft welk gruwelijk lot haar boven het hoofd hangt. ‘Hitler is een bloeddorstige gek, terwijl Mussolini dan misschien is wie hij is, een machtswellusteling en een windhaan zo je wilt, maar...’, merkt de vader van de student naïef op.

Samen met zijn magnum opus verschenen nog vijf werken van Bassani: ‘Binnen de muren’, ‘De gouden bril’, ‘Achter de deur’, ‘De reiger’ en ‘De geur van hooi’. 

Giorgio Bassani - De tuin van de familie Finzi-Contini - 2018, De Bezige Bij, 278 blz., 17,50 euro.


Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content