‘Er is te weinig lege tijd'

©SISKA VANDECASTEELE

De Nederlandse filosofe en schrijfster Joke Hermsen denkt al twintig jaar na over onze strijd tegen de klok. Onder haar schijnbaar softe pleidooi voor verstilling schuilt een dwingende oproep tot discipline. ‘Het gaat erom dat je je niet langer vanzelfsprekend overlevert.’

‘Rustig aan!’, mailt Joke Hermsen (56) me in de aanloop naar dit gesprek. Betrapt. We proberen twee volle agenda’s op elkaar te leggen op zoek naar een overlappend vrij moment om over haar jongste roman ‘Rivieren keren nooit terug’ te praten. Ik loop iets te hard van stapel.

Profiel Joke Hermsen

Joke Hermsen (56) studeerde filosofie en literatuur in Amsterdam en Parijs. Nadat ze enkele essays over kunst en filosofiehad gepubliceerd, debuteerdeze in 1998 als romancier met

‘Het dameoffer’. Voor ‘De liefde dus’, over de 18de-eeuwse filosofe Belle Van Zuylen, kreeg ze in 2008 de Halewijnprijs. Ze was ook genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. ‘Stil de tijd, pleidooi voor een langzame toekomst’ werd in 2009 een filosofische bestseller.

 

Een week later lukt het toch om elkaar te zien. Na een autorit van drie uur over alle drukke knooppunten tussen Brussel en Alkmaar ontmoet ik Hermsen in Bergen, even ten noorden van Amsterdam. Ze komt ontspannen aanfietsen, gekleed in perzikroze en mosgroen. ‘Heb je het makkelijk gevonden?’, vraagt ze vrolijk.

De Nederlandse filosofe en schrijfster heeft een oeuvre opgebouwd rond tijd. Of beter: rond onze steeds strakker aangespannen verhouding met tijd. In 2009 scoorde ze met ‘Stil de tijd, pleidooi voor een langzame toekomst’ een filosofische bestseller. Het succes kwam onverwacht, niet in het minst voor Hermsen zelf. ‘De uitgever wilde zelfs geen advertentie plaatsen. Ik was bang dat niemand de moeite zou doen om het boek te lezen.’ Uiteindelijk kwamen er 25 herdrukken. ‘Dan is er toch iets aan de hand, denk ik.’

Joke Hermsen. ©SISKA VANDECASTEELE

Sindsdien is Hermsen een belangrijke stem in het literaire en maatschappelijke debat. Ze schreef meerdere bekroonde essays over kunst en literatuur. Ze werd genomineerd voor de Libris, de belangrijkste Nederlandse boekenprijs. En ze staat geregeld op de opiniepagina’s van de Nederlandse kwaliteitspers. Het grote publiek bedient ze met filosofische boeken vol adviezen voor een beter leven.

Altijd puurt ze verschillende aspecten van tijdsbeleving uit. Ze ijverde voor de vijfurige werkdag, een principe waar ze zichzelf strikt aan houdt. Toen het Nederlandse onderwijsveld in de ban raakte van de intussen weer opgedoekte iPad-scholen - met volledig gedigitaliseerd onderwijs, pleitte Hermsen voor meer ‘scholè’ in de klas. Dat is Plato’s begrip voor vrije tijd, voor meer verhalen en de verbeelding stimulerende vakken. Volgens Hermsen is een ontspannen geest een belangrijke voorwaarde voor echte creativiteit.

Haar discours lijkt op het eerste gezicht soft, haar thema’s wollig. Hermsen steigert bij die woorden. ‘Dit gaat over het fundament onder ons bestaan, dat is volstrekt niet soft.’ Want haar boodschap is streng: echte verstilling vereist ijzeren discipline. ‘Wie actief nietsdoet, komt onvermijdelijk zichzelf tegen. In haar essay ‘Melancholie van de onrust’ roept Hermsen op om de roze bril af te zetten en gevoelens van pijn en verdriet echt te omarmen. ‘Zo wordt de evenwichtige melancholie een antidotum tegen depressie.’

Bevroren poedersuiker

Ook in de romans die ze al twintig jaar schrijft rond steeds dezelfde personages, is de filosofe nooit ver weg. Hermsen schrijft over tijd, geheugen, herinnering, weemoed. Het net verschenen ‘Rivieren keren nooit terug’ draait om Ella, een kunsthistorica van in de vijftig die na de dood van haar vader besluit naar het zuiden van Frankrijk te rijden. Ze wil het dorpje opzoeken waar ze als kind altijd op vakantie ging.

Het reizen, het vertrekken richting het onbekende, is een belangrijk onderwerp in Hermsens werk. ‘Reizen gaat over het opzoeken van ‘das heimatlose Ich’, zoals de Duitse filosofe Hannah Arendt het zo mooi zegt. Wie vertrekt uit zijn omgeving, weg van vrienden en kinderen, zoekt de ballingschap op. Dat is niet altijd gemakkelijk. Je kan je eenzaam voelen, verloren en verlaten. Maar mijn ervaring is dat tijdens zo’n reis op zeker moment van alles opborrelt. Zoals bij Ella in de roman.’

Zelf zoekt Hermsen de ballingschap op om te kunnen schrijven. Ze huurt in Bergen een studio, amper twee kamertjes groot. ‘Het is maar veertig minuten rijden van mijn woning in Amsterdam, maar tijdens die rit laat ik alle werkdruk achter me. Amsterdam staat voor e-mails, een agenda, het plannen van lezingen en opdrachten, alle andere activiteiten die bij het schrijverschap komen kijken. Het schrijven is altijd gericht op wat er nog niet is. Je kan het rendement niet vooraf bepalen. Ik vind het prettig om dat ook in ruimte te scheiden.’

In Bergen zijn er een dijk met zicht op zee, weilanden en bossen. In een schrijfperiode maakt Hermsen elke ochtend een wandeling in het groen. Het klinkt jaloersmakend rustgevend, net als de Franse roadtrip van Ella in haar boek. Ella wandelt door bossen ‘waar de hagel als bevroren poedersuiker onder haar voet kraakt’, houdt halt bij middeleeuwse kerkjes, bezoekt musea, overnacht in kloosters en neemt de tijd om te lezen.

Ze heeft geen reisidylle geschreven, zegt Hermsen. ‘Ella reist door het landschap van haar herinnering. Maar een herinnering is niet gebeiteld in steen. Op je veertigste herinner je je dingen uit je jeugd anders dan op je tachtigste. Het Franse platteland uit Ella’s jeugd bestaat niet meer: op de ruige garrigue van de Gard staan nu bungalows. De woeste rivier waarin Ella als kind zwom, is nog een kabbelend stroompje, afgetapt om de kerncentrale te koelen.’

‘Bovendien duiken onderweg voortdurend ambivalente herinneringen aan haar overleden vader op, met scherpe randjes. Die dubbelzinnige herinnering maakt het rouwen zwaar: ze weet niet goed van wie ze afscheid moet nemen. Zo slaat het verlies als het ware op zichzelf terug en weet zij ook niet meer wie zij is. Ze maakt vooral een reis naar zichzelf.’ De herinnering is voor Hermsen een ervaring, ‘niet meetbaar zoals zwaartekracht’. ‘De herinnering is de gevoelde tijd.’

Waarom zou ik de klok geloven? Daar kon ik als kind lang over nadenken.
Joke Hermsen

Als kind was Hermsen al geobsedeerd door het verschil tussen kloktijd en gevoelde tijd, tussen chronos en kairos, een filosofisch begrip dat je zou kunnen vertalen als flow. ‘Als we naar mijn grootouders gingen, liet ik mijn vader de tijd opnemen omdat ik ervan overtuigd was dat de terugreis sneller verliep. Maar dat was dus niet zo. ‘Dat voel je alleen maar zo’, zei mijn vader dan. Maar als ik het zo voelde, dan was het toch zo? Waarom zou ik die klok geloven? Daar kon ik lang over nadenken.’

‘Ik voerde ook allerlei experimenten uit. Ik zette het klokje naast mijn bed acht uur vooruit, om te kijken wat er gebeurde. Niets, natuurlijk. (lacht) En ik hield vanaf mijn tiende oud-en-nieuwschriften bij, waarin ik alleen op oudejaarsavond mocht lezen en schrijven. Dan noteerde ik wat ik hoopte dat in het nieuwe jaar zou gebeuren. Als je dat schrift een jaar later opensloeg, was het echt alsof je in het mysterie van de tijd kon kijken. Dat heb ik tot mijn 18de gedaan.’

Hebt u ze later nog herlezen?

Joke Hermsen: ‘Iemand heeft ze weggegooid. Acht jaar verlangens en dromen. Verdwenen.’

Uw kinderlijke fascinatie voor tijd is een maatschappelijke obsessie geworden. We worstelen allemaal met de klok.

Hermsen: ‘Augustinus schreef er al over in de oudheid. Nieuw is het dus niet. Vanaf het moment dat we arbeid met de klok gingen meten, begon tijd het loonzakje te bepalen. Op tijd moest je besparen, door harder te werken. Zo is de tijdsdruk groter geworden en sterk gecommercialiseerd.’

‘Tegelijk is tijdsdruk verbonden met technostress, digibesitas, schermverslaving, noem het hoe je wil. Het is ontzettend moeilijk voor ons om de hele dag door aan de verleidingen te weerstaan die achter de schermen van telefoons en laptops schuilen. Voor jongeren maar ook voor vijftigplussers. Het is dé uitdaging van deze tijd, omdat het zo verslavend is.’

De optimistische lezing is dat we meer dan ooit toegang hebben tot de mooiste documentaires, de interessantste artikels, de beste series. We hebben nog nooit zoveel gelezen, geschreven en met elkaar gecommuniceerd.

Hermsen: ‘Maar er is te weinig lege tijd om het allemaal te verwerken, om te reflecteren. Ik vind die argumenten een beetje flauw. Iedereen weet dat de invloed van technologie ongezien is. De combinatie van die twee steeds sneller evoluerende fenomenen - de vereconomisering van de maatschappij en de snelheid van de technologische ontwikkeling - leiden ertoe dat het bijna nooit meer rustig is in ons hoofd.’

‘Natuurlijk kan je een hele mooie historische documentaire bekijken die inspireert en aanzet tot reflectie. Maar de meeste tijd die we op schermen en sociale media doorbrengen, is puur amusement. Er is niets mis met het lezen van een artikel op een iPad, als het maar bij dat artikel blijft. En net dat is zeer lastig. We linken door, omdat het kan. Een eerste nieuwsgierigheidsprikkel is bevredigd, maar de diepere aandacht gaat verloren. Het is gewoon te veel.’

‘De verleiding van entertainment staat haaks op de diepere reflectiearbeid, maar ook op herinneringsarbeid. En, dat vermoed ik tenminste, op rouw. Je moet verlies onder ogen zien om ermee in het reine te kunnen komen. Dat lukt niet als je de hele dag door blijft klikken, zappen en scrollen. De rust - niets nastreven, de geest laten waaien - is een voorwaarde om tot een inzicht te komen.

Terwijl we prutsen op onze smartphone ervaren als leegte, nietsdoen.

Hermsen: ‘Voor je brein is het juist keihard werken, ook al lig je op de bank. Je televisie, laptop en iPhone vuren informatiestromen af die je hersenen moeten decoderen en sorteren. Hoe groter de informatiedruk, hoe slechter je brein die taken vervult. Een van de eerste symptomen bij mensen met ernstige stress is geheugenstoornis. Daar begint de ontregeling die leidt tot vervreemding en kan uitlopen in depressiviteit. Burn-out, chronische vermoeidheid, slapeloosheid, ze grijpen allemaal in elkaar, we staan op zo’n gespannen voet met die tijd.’

Het lijkt alsof het steeds moeilijker wordt thuis te komen in een huis dat leeg en stil is.
Joke Hermsen

‘Het lijkt alsof het steeds moeilijker wordt thuis te komen in een huis dat leeg en stil is. We denken dat er meteen iets moet worden aangezet. Ik vind het bijvoorbeeld heel moeilijk om op een hotelkamer de tv niet aan te zetten, het zijn ook altijd zulke enorme toestellen. Maar het levert nooit iets op. Uiteindelijk voel je je, alleen op die hotelkamer, nog eenzamer. En dus zet je het toestel weer uit.

‘Gek genoeg maakt het lezen van een boek veel minder eenzaam. Dat wist de Franse filosoof Michel de Montaigne al. Hoe slecht het ook gaat, hoe eenzaam je ook bent, als je een halfuur in een boek leest, voel je je alweer geborgen. Dat is het wonderlijke van lezen: het brengt je thuis bij jezelf via het verhaal van een ander.’

U bent vooruitziend: zelfs de Facebook-pioniers erkennen nu dat ze een monster hebben gecreëerd.

Hermsen: ‘Ik zou ze wantrouwen, hoor, de bekommernis van zo’n technologiebedrijf. Wat ik wel weet, is dat al die technotoplui in Silicon Valley hun kinderen naar ‘screenless’ scholen sturen. Terwijl zij kinderen verslaafd maken aan iets dat hun aandacht continu opslorpt, mogen hun eigen kinderen er niet aan meedoen. Dat is ironie van de bittere soort.’

Ondanks studies en schandalen neemt de schermtijd alleen maar toe. We kunnen het niet loslaten.

Hermsen: ‘Eerst komt het bewustzijn, vervolgens moet je de juiste maat zoeken. Die is voor iedereen anders. Misschien werkt het voor jou één à twee uur per dag, of op twee momenten, ’s morgens en ’s avonds. Het gaat erom dat je je niet langer vanzelfsprekend en voortdurend overlevert aan die technologie. Dat is een nieuwe vaardigheid, die moeten we oefenen.’

Hysterie

Tijd om te bewegen. We wandelen door de beeldentuin van Museum Kranenburgh, dat Bergens reputatie als kunstenaarsdorp hoog probeert te houden.

‘Het dorp staat al eeuwen bekend als ‘de heerlijkheid Bergen’. Het was een oud graafschap waar aristocraten woonden die uit de grote steden naar ‘den buiten’ afzakten, aangetrokken door de combinatie van bos, zee en weiland’, vertelt Hermsen. ‘In de jaren twintig kwamen de schilders van de Bergense school hier wonen, maar ook componisten, dichters en beeldhouwers. Vandaag wonen hier nog altijd relatief veel schrijvers. Al hebben de nouveaux riches de afgelopen decennia het gros van de villa’s ingepalmd.’

Hermsen blikt op verzoek van de fotograaf recht in de onverwacht scherpe voorjaarszon. Het licht steekt, er welt spontaan een traan. ‘Gisteren toch een wijntje te veel gedronken’, bedenkt ze. ‘Mijn ogen gaan ervan prikken.’

Nu ze er toch over begint, er wordt wat afgedronken in ‘Rivieren keren nooit terug’. Een petit chablis bij de lunch in de dorpsbistro, ’s avonds grote bellen Domaine de Cedres bij het haardvuur. Liefst met een sigaret erbij. Dat zie je niet meer zo vaak, ongegeneerd genot van tabak en alcohol in films en romans.

Ik vind het jammer dat er zo’n gevecht wordt geleverd tegen tabak, en niet tegen schermverslaving.
Joke Hermsen

‘Is het jou ook al opgevallen? Ik had er zelf echt geen idee van. Voor mij is het niet zo bijzonder.’ Hermsen lacht. Dan, ernstig: ‘Het is zeker zo dat er de jongste tijd, zeker in Nederland, een enorme antitabakslobby is opgestaan. Je bent haast een misdadiger als je er eentje durft op te steken.’ Nu windt ze zich op. ‘Als ik hier in Bergen zo’n kunstenaar van in de negentig zijn atelier uit zie lopen, in een overall vol verfspatten om in een hoekje een sjekkie te draaien, dan zie ik vooral de rust die zo’n man uitstraalt. Het geluk. En wij maar hysterisch te doen. Alsof iedereen supergezond en gelukkig wordt als hij nooit meer rookt. Ik vind het echt jammer dat er zo’n gevecht wordt geleverd tegen tabak, en niet tegen schermverslaving. Met een rookverslaving kan je tenminste nog een goed boek schrijven.’

Het brengt haar bij een item op televisie waarin ING-medewerkers werden geïnterviewd over het intussen opgeborgen plan om het salaris van topman Ralph Hamers fors te verhogen tot 3 miljoen euro. ‘We hebben het over een bank in besparingsmodus. En niemand die durfde te zeggen dat hij het belachelijk vond, uit angst. Dat maakt ook ziek. Laten we de graaicultuur eens aanpakken, het gebrek aan empathie met vluchtelingen. Wat doet dat met onze ziel? Wat doet het met ons? ‘Es gibt viele Arten zu töten’, zei Bertold Brecht. Maar daar hoor je niemand over.’

Hermsen moet vertrekken, naar een boekvoorstelling in Utrecht. Ze springt op haar gammele fiets. Ze heeft niet de moeite genomen om het ding op slot te doen. Rinkelend gaat ze ervandoor. ‘Ik vond het reuzegezellig. Dag!’

Joke Hermsen - Rivieren keren nooit terug - 2018, De Arbeiderspers, 264 blz., 19,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content