interview

‘Europa is het recreatiegebied voor de rest van de wereld'

©Siska Vandecasteele

Volgens Ilja Leonard Pfeijffer kiest Europa de verkeerde vijand. De toeristen zijn een groter probleem dan de vluchtelingen, stelt de Nederlandse schrijver in zijn nieuwe roman. ‘Massatoerisme heeft de neiging datgene te vernietigen waardoor het wordt aangetrokken: authenticiteit.’

Niet zijn woonplaats Genua, maar de ‘zinkende stad’ Venetië vormt het decor voor de nieuwe roman van de Nederlandse schrijver Ilja Leonard Pfeijffer (50). Het hoofdpersonage Ilja ruilt de Noord-Italiaanse havenstad voor het populaire openluchtmuseum met zijn majestueuze gebouwen, ontelbare kanalen en pittoreske bruggetjes. Terwijl zijn vriendin zich op haar nieuwe baan stort, ziet hij lijdzaam toe hoe Venetië ten prooi valt aan het massatoerisme.

Door van Nederland naar Italië te emigreren ben ik me wat minder Nederlander gaan voelen en iets meer Italiaan. Dat is alleen maar gezond.
Ilja Leonard Pfeijffer
Schrijver

‘Grand Hotel Europa’ gaat over de worsteling van het moderne Europa met zijn verleden. Omdat we geen toekomst samen zien, verhandelen we ons verleden aan toeristen uit de hele wereld, poneert Pfeijffer. Onze historische steden zijn volgens hem ‘verlummelde slenterparadijzen van consumptie’. Terwijl we al die nostalgiezoekers uit de welvarende delen van de wereld massaal binnenlaten, houden we de deur op slot voor zij die in Europa wel op zoek zijn naar een toekomst: de vluchtelingen.

Gespreid over 552 bladzijden neemt Pfeijffer, zoals we dat van hem gewend zijn, uitgebreid de tijd om zijn punt te maken. Maar ondanks het beladen onderwerp leest zijn grote Europaroman als een trein. Pfeijffer verweeft soms lange economische, filosofische en historische beschouwingen met de tragikomische liefdesaffaire tussen een pafferige Nederlandse schrijver en zijn veel slimmere, hyperambitieuze en ziekelijk jaloerse Italiaanse vriendin.

In werkelijkheid woont de schrijver van het sublieme ‘La Superba’ nog altijd in Genua, vertelt de echte Ilja ons in de Nederlandse schouwburg waar hij vanavond optreedt op een poëziefestival. Zonder zijn verhuizing naar Italië tien jaar geleden was dit literaire kind allicht nooit gebaard, zegt hij. ‘Door van Nederland naar Italië te emigreren ben ik me wat minder Nederlander gaan voelen en iets meer Italiaan. (gnuift) Dat is alleen maar gezond. Ik kan het iedereen aanraden.’

Bent u zich ook meer Europeaan gaan voelen?

Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Vooral als ik buiten Europa ben. Vorig jaar was ik voor de Amerikaanse editie van ‘La Superba’ in de Verenigde Staten. Daar voelde ik dat ik meer gemeenschappelijke waarden deel met de verschillende Europese volkeren dan met die Amerikanen die tegenover me zaten. Dat deed bij mij de vraag rijzen wat dat eigenlijk wil zeggen, een Europese identiteit. Wat hebben al die landen en volkeren gemeen?’

Zegt u het maar.

Pfeijffer: ‘Onze gemeenschappelijke identiteit is ons bewustzijn van het verleden. Zo’n overweldigende aanwezigheid van tastbaar verleden, dat heb je niet in Afrika of de VS. Onze geschiedenis is ten prooi gevallen aan massatoerisme. Het oude continent wordt elk jaar overspoeld door honderden miljoenen nostalgiezoekers. Als die ontwikkeling doorzet, wordt Europa het recreatiegebied voor het productieve deel van de wereld.’

©Siska Vandecasteele

‘Europa zit tegelijk op een moment in zijn geschiedenis waarin zijn invloed tanende is. Het oude continent heeft steeds meer moeite om economisch, militair en geopolitiek te concurreren met de rest van de wereld. Hoe kan je je verbonden voelen met een continent waarvan je het idee hebt dat het zijn beste tijd heeft gehad?’

‘Europa verdrinkt in zijn eigen historie. Er is zoveel verleden in Europa dat er geen plek meer is voor toekomst’, schrijft u. En we verkopen dat verleden in de vorm van massatoerisme. Waarom struikelt u daar zo over?

Pfeijffer: ‘De immateriële prijs van massatoerisme is enorm. In veel Europese steden waar het toerisme alomtegenwoordig is, zoals Venetië, Firenze of ook Brugge, ontstaat een toeristische monocultuur in het historisch centrum. Oorspronkelijke bewoners en ondernemingen trekken weg, een vlucht die hand in hand gaat met het verdwijnen van de gewone dingen van het leven. Hoe meer toeristen, hoe minder behoefte aan normale winkels. Probeer maar eens een pak melk te kopen in Venetië. Voor een plastic gondelbootje met een knipperlicht kan je op elke straathoek terecht. Er zijn ook amper nog theaters en bioscopen in Venetië.’

‘Op Piazza San Marco heb je grote klassieke bars met een chic terras, zoals Florian of Lavena, waar obers in rokkostuum toeristen op teenslippers bedienen. Dat is vernederend. Die obers vinden dat ook, maar tegelijk redeneren ze: we hebben tenminste werk.’

Inderdaad. Waarom is het dan vernederend?

Pfeijffer: ‘Het is vernederend om je beschaving, tradities en esthetisch besef in dienst te moeten stellen van bezoekers die daar zichtbaar geen enkel gevoel voor hebben. Het is vernederend je best te moeten doen voor mensen die zelf op geen enkele manier hun best doen. Wat we opofferen, zouden we kunnen vatten onder de noemer authenticiteit.’

Dat is een containerbegrip.

Pfeijffer: ‘Klopt. Maar in deze context begrijp je toch wat ik bedoel? Massatoerisme heeft de neiging datgene te vernietigen waardoor het wordt aangetrokken: authenticiteit. Mensen gaan op vakantie panisch en wanhopig op zoek naar zogenaamd echte ervaringen. Als die authenticiteit ten prooi valt aan het toerisme, wordt ze een goudmijn.’

Hoe zit dat in Genua?

Pfeijffer: ‘Authenticiteit is er nog altijd de grote magie. De historische binnenstad is een aantrekkelijk labyrint van steegjes. De stad heeft haar rauwe kantjes behouden, is niet aangeharkt en opgeschoond voor de toeristen. Genua is met andere woorden nog geen openluchtmuseum. Voorlopig, want ik hou mijn hart vast. De traditionele economische steunpilaren van Genua, de haven en de scheepvaartindustrie, krijgen het moeilijk. De scheepvaartindustrie kan niet meer concurreren met lagelonenlanden. Dus ook in Genua wordt de noodzaak gevoeld om de stad opnieuw uit te vinden, om een ander verdienmodel te omarmen.’

‘Het stadsbestuur rekent erg op toerisme. Maar is dat wel een geldig verdienmodel? In Amsterdam leverde het toerisme de gemeente vorig jaar 64 miljoen euro op. Daar staan natuurlijk ook kosten tegenover: extra politie voor al die dronken en verdwaalde toeristen, medische hulp, stadsreiniging. Als je alle extra kosten optelt, kom je op 71 miljoen euro per jaar. Dat is een verliespost van 7 miljoen euro belastinggeld. Daartegenover staat dat private partijen geld verdienen aan toerisme: hotelketens, toeristische attracties, rondvaartbootjes.’

‘Je investeert dus publiek geld om private winst te faciliteren. Het is een fundamentele vraag of je dat wil. Daarbij komt dat in het geval van Amsterdam de meeste van die private partijen in buitenlandse handen zijn. Terwijl het toerisme geld kost voor de belastingbetaler, vloeien de winsten die worden gemaakt grotendeels weg naar het buitenland. De opvatting dat Amsterdam van het toerisme profiteert, is dus een sprookje.’

Behalve een commentaar op de uitverkoop van Europa aan het massatoerisme is ‘Grand Hotel Europa’ ook een zelfdiagnose. Alle personages lijden aan dezelfde kwaal als het oude continent: ze zitten op verschillende manieren vast aan hun verleden. Of ze mogen geen verleden hebben. Zo mag Ilja niet over zijn exen praten van zijn Italiaanse vriendin. Het bevel ontketent een reeks vermakelijke dialogen en situaties.

Het boek is vernoemd naar het hotel waar de fictieve Ilja zich terugtrekt om ‘Grand Hotel Europa’ te schrijven. Hij ontmoet er mensen die op een of andere manier ook gelimiteerd of getekend zijn door hun verleden. Een van hen, Abdul, staat op de boekomslag - een prachtige foto van Stephan Vanfleteren. Abdul is een vluchteling die als piccolo werkt in het hotel. Pfeijffer haakt zo twee fenomenen van deze tijd in elkaar: massatoerisme en massamigratie. We kiezen in Europa volgens hem de verkeerde vijand: de toeristen zijn een groter probleem dan de vluchtelingen.

Dat is een gewaagde opvatting.

Pfeijffer: ‘Het is een voor de hand liggend contrast, helaas. Ik ben voor dit boek op Malta geweest. Dat is echt raar. Je bent op dezelfde hoogte als Lampedusa en vlak bij Afrika. Je weet dat op dat eiland veel vluchtelingen aankomen, maar in het straatbeeld merk je daar niets van. Ik heb geen enkele zwarte gezien op Malta. Alles is opgeschoond voor de toeristen. Malta ziet zijn toekomst in het binnenlaten van rijke toeristen met een blanke huid die op zoek zijn naar ons verleden. Om diezelfde toeristen niet te hinderen weert het de reizigers met een zwarte huid die op zoek zijn naar een toekomst.’

Wat zegt dat over het Europa van vandaag?

Pfeijffer: ‘Het is niet alleen zo dat al die vluchtelingen voor zichzelf op zoek zijn naar een toekomst, ze zouden voor een deel ook de toekomst van Europa kunnen vormen. Europa is op een andere manier ook een erg oud continent. Het vergrijst. Als we onze sociale voorzieningen in stand willen houden, hebben we een groei van de werkende bevolking nodig die premies afdraagt. Met de geboortecijfers alleen redden we het niet.’

Nu doet u alsof we geen vluchtelingen binnenlaten. Vorig jaar hebben EUlanden asiel verleend aan meer dan een half miljoen migranten.

Pfeijffer: ‘Goed, maar er zou veel gewonnen zijn als onze politici in staat waren de vluchtelingen niet automatisch te zien als een groot probleem. Konden ze ook maar een omslag in hun denken maken en de vluchtelingen als een deel van de oplossing zien. Als Europa dat niet doet, bestaat het risico dat de toekomst nog uitsluitend ons verleden wordt.’

‘In Genua spoelen veel migranten aan. Ik ken één jongen goed: Kumuna uit Gambia. Vluchtelingen zoals Kumuna of Abdul hebben een heel andere omgang met het verleden dan wij. Voor hen is het verleden een heel nare plek die ze het liefst zouden uitwissen. Ze zijn totaal gericht op de toekomst. Dat is een opvallend contrast met het nostalgiegevoel van ons, welopgevoede elitaire Europeanen. Wij kunnen genieten van de rijkdom van de kunst uit het roemrijke verleden van Europa. De politieke tegenstanders van migratie hebben eigenlijk een gelijksoortige nostalgie, omdat ze terug willen naar de natiestaten van weleer en de tijd dat de moslims nog niet bestonden.’

Waarom laat u Abdul delen van zijn vluchtverhaal ‘lenen’ bij de Romeinse dichter Vergilius?

Pfeijffer: ‘Ik wilde laten zien dat migratie verweven is met de menselijke geschiedenis. Vanaf het moment dat we op twee benen konden staan, zijn we beginnen te lopen, zijn we de continenten beginnen te bevolken. Aeneis van Vergilius is een heldendicht dat de oorsprong van de Romeinse beschaving omschrijft. Het grote epos over de stichting van Rome is eigenlijk het verhaal van een oorlogsvluchteling.’

De migranten belichamen de angst voor globalisering.
Ilja Leonard Pfeijffer
Schrijver

‘Vanuit de brandende puinhopen van Troje, geplunderd door de Grieken, vlucht hij met vader en zoontje op een boot om een nieuw land te vinden, Italië. Dat is een van de stichtingsmythes van ons continent. Mag ik het merkwaardig vinden dat we zo panisch doen over mensen die tweeduizend jaar later precies hetzelfde doen?’

Kunt u zich inleven in de angst bij veel Europese burgers voor vluchtelingen?

Pfeijffer: ‘Ik ben helaas ook bang dat ik me kan inleven in politici die met bosjes de angst van burgers misbruiken en aanwakkeren.’

Maar wat met de angst bij de mensen?

Pfeijffer: ‘De financiële crisis van tien jaar geleden zit nog altijd in de hoofden van de mensen. De migranten belichamen de angst voor globalisering. Dat wil niet zeggen dat de angst voor hen terecht is, maar ze is begrijpelijk.’

‘De scheidslijn in het politieke landschap is niet meer tussen links en rechts, maar tussen mensen die de globalisering als een uitdaging zien en diegenen die haar als een bedreiging zien. Door die nieuwe breuklijn loopt het opleidingsniveau. Hoogopgeleiden zien kansen, lager opgeleiden vrezen voor hun job omdat hun werk in China goedkoper kan worden gedaan.’

‘Wat niet begrijpelijk is, is de reactie van onze politici. De globalisering stoppen, grenzen sluiten, de massamigratie stoppen. Terug naar het verleden, nostalgie. Voor politici als Geert Wilders of Thierry Baudet in Nederland of Bart De Wever bij jullie is een streng migratiebeleid een goedkope manier om angst bij de burger te mobiliseren voor electoraal gewin. Alleen, de globalisering tegenhouden is zeker het antwoord niet. Onze politici zullen zich moeten aanpassen.’

Wat is het antwoord wel?

Pfeijffer: ‘Dat is een moeilijke vraag. Ik ben blij dat ik geen politicus ben. Maar ik weet wel dat goedkope nostalgie niet de oplossing is.’ (denkt na) Ik geloof echt in de Europese Unie. Ondanks al haar tekortkomingen, de traagheid en de bureaucratie is ze een van de wereldwonderen die wij tot stand hebben gebracht. Een eeuwenlange geschiedenis van oorlogen heeft dit trage en uitgebalanceerde eenwordingsproces gebaard.’

‘Ik vind het bijna van een poëtische schoonheid. Wat met zoveel moeite is opgebouwd, kunnen neonationalistische en anti-Europese politieke partijen helaas ook kapotmaken. Als nieuw rechts het op meer plekken voor het zeggen krijgt, vrees ik voor het voortbestaan van het Europese project.’

Europa dat zijn eigen ondergang tegemoet treedt? Dat klinkt wel erg fatalistisch. Nieuw is het evenmin.

Pfeijffer: ‘Misschien is het ondergangsidee zelf net een component van onze gemeenschappelijke identiteit? De Europese cultuurgeschiedenis heeft een lange historiek van cultuurpessimisme. Thomas Mann waarschuwde honderd jaar geleden in ‘De toverberg’ voor de ondergang van het avondland. (lachje) Dat verhaal moet kennelijk om de zoveel tijd opnieuw worden verteld.’

We wandelen samen de schouwburg uit. Pfeijffer steekt een sigaret op en zegt: ‘Ach, het is onherroepelijk, zeker? Wie veel verleden heeft, komt op een dag tot de confronterende conclusie dat zijn beste tijd achter hem ligt.’

Het zou zo uit de mond kunnen komen van de Ilja uit zijn grote Europaroman. Geldt het ook voor de echte Ilja? Pfeijffer werd dit jaar vijftig. Vreest hij soms niet dat het vanaf nu eerder achter- dan vooruit zal gaan? ‘Ik heb het idee dat ik pas op de helft ben. Statistisch is dat ook zo, als ik een beetje geluk heb. (schatert) Ja, ik ga toch wel minstens honderd worden.’

‘Ik heb het idee dat het beste voor mij ligt als schrijver. Zoals Ronald Reagan bij zijn herverkiezing zei: ‘You ain’t seen nothing yet.’ Volgens mij hebben alle schrijvers of kunstenaars dat. Het beste werk is altijd je volgende werk. Zodra je dat gevoel niet meer hebt, is er geen noodzaak meer iets aan je repertoire toe te voegen. Dan kan je beter stoppen.’

‘Het voelt nog altijd als een groot voorrecht te mógen schrijven. De magie om met woorden een wereld te creëren in het hoofd van een lezer is onverslijtbaar. De meeste dingen maak ik met pen en papier. Zo verplicht ik mezelf op voorhand over elke zin, van hoofdletter tot punt, na te denken. De bevrediging als de woorden en de zinnen op hun plaats vallen, behoort tot het allerhoogste niveau van gevoel waartoe ik in staat ben.’

‘Grand Hotel Europa’ van Ilja Leonard Pfeijffer verschijnt op 13 december bij De Arbeiderspers en telt 552 pagina’s.

Pfeijffer is vrijdagmiddag te gast op het Festival van de Gelijkheid (12-15 dec) in de Vooruit in Gent. Hij gaat in gesprek met de fotografe Mashid Mohadjerin.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content