Het oceanische meesterwerk van Uwe Johnson

©Getty Images

Het onmogelijke is geschied. ‘Een jaar in het leven van Gesine Cresspahl’, het gigantische magnum opus van Uwe Johnson (1934 - 1984), is voor het eerst naar het Nederlands vertaald. Een boek over een jaar en waarschijnlijk ook het boek van het jaar.

H et voelt een beetje alsof je op de oever van een groot meer staat. Je weet dat je er heel diep in zal duiken en dat het lang zal duren voor je de overkant bereikt, maar de eerste stappen in het water jagen meteen een tintelend verlangen door je heen. Uwe Johnsons 1.600 pagina’s tellende magnum opus laat zich niet lichtvaardig openslaan, maar al op de eerste bladzijden ben je verknocht. Dit is een roman met een enorme reikwijdte, overweldigend door de veelheid aan thema’s en historische gebeurtenissen, verslavend door de fijnmazigheid van de details en talige spitsvondigheden.

Gesine Cresspahl is een jonge Duitse vrouw die in de jaren 60 met haar dochter naar New York verhuist. Ze moet haar leven heruitvinden in een onbekende, lawaaierige stad. Elk hoofdstuk omvat een dag, van 21 augustus 1967 tot 20 augustus 1968, waarin Gesine gaat werken, door de stad wandelt of naar het strand gaat. Haar beslommeringen worden belaagd door herinneringen aan haar verleden in Oost-Duitsland waar haar moeder zelfmoord pleegde (op Kristallnacht) en haar vader door de Sovjets werd gemarteld.

1.600
Uwe Johnsons 1.600 pagina’s tellende magnum opus laat zich niet lichtvaardig openslaan, maar al op de eerste bladzijden ben je verknocht.

Tegenover die sombere herinneringen staat de actualiteit van de dag, ongefilterd in fragmenten die rechtstreeks uit The New York Times zijn geplukt. In haar dierbare ‘Tante Times’ leest Gesine over de gruwel van de Vietnamoorlog, het groeiende geweld van de rassenstrijd en de moord op Martin Luther King, de Praagse Lente en de diplomatieke schermutselingen met de U.S.S.R.

Die vertelstructuur waarin heden en verleden, familiegeschiedenis en wereldpolitiek elkaar voortdurend kruisen, is best complex maar nooit stroef. Johnsons meesterschap schuilt in de souplesse waarmee hij al die elementen combineert en met elkaar in dialoog laat gaan. Tijdens de stukken die zich in New York afspelen, groeit je nieuwsgierigheid naar Gesines Duitse verleden. En omgekeerd: tijdens de Duitse passages begin je al te verlangen naar New York. Je wilt vooral steeds verder lezen, van dag naar dag, dieper het leven van die kranige, mysterieuze vrouw in.

Van Berlijn naar New York

Op 10 juli 1959 stapte Uwe Johnson in Oost-Berlijn met een koffertje en een typemachine op de tram om in West-Berlijn weer uit te stappen. Hij was pas 25, maar had al een enorme portie wereldgeschiedenis over zich heen gekregen. Geboren in het oosten van Duitsland ten tijde van het Derde Rijk had hij als kind de oorlog meegemaakt, de nederlaag, de bezetting door de Sovjets en de oprichting van de DDR. Zijn vader was verdwenen in een Oekraïens werkkamp. Hij had de horror van het fascisme zien instorten om plaats te maken voor de bedrieglijke idealen van het communisme. Zijn eerste roman lag klaar maar hij wist dat hij die alleen in het Westen zou kunnen uitgeven.

Na een tussenstop in Berlijn, waar hij zich kort in de kringen van Günter Grass, Heinrich Böll en de Gruppe 47 nestelde, trok hij in 1966 naar New York. ‘Amerika was een gerucht. Ik ben er naartoe gegaan om dat gerucht te verifiëren’, klonk het laconiek. Tegen die tijd had hij vijf romans op zijn naam staan en rees zijn ster pijlsnel aan het literaire firmament. Op zijn 27ste was hij de derde schrijver die de International Publishers’ Prize in ontvangst mocht nemen, na Borges en Beckett.

‘Dit boek is een waar meesterwerk’, schreef de filosofe Hannah Arendt hem in een brief. ‘Je hebt het verleden tastbaar en - misschien een nog veel moeilijkere taak - geloofwaardig gemaakt.’

In de VS begon hij aan zijn magnum opus, niet wetend dat het werk hem voor de komende 16 jaar in beslag zou nemen. Zowel Gesines Duitse verleden als haar leven in New York lijkt hard op dat van Johnson zelf. Ze woonden zelfs op hetzelfde adres, Riverside Drive 243 in de Upper West Side.

Johnson was ervan overtuigd dat zijn personages al bestonden voor hij ze had bedacht, en dat ze na hem voortgingen, hun eigen leven leidend. Hij beweerde dat hij Gesine in New York tegen het lijf was gelopen, op 18 april 1967, en dat ze hem ervan had overtuigd aan dit werk te beginnen. In het boek ontmoeten ze elkaar ook. ‘Kameraad schrijver’ noemt Gesine hem spottend en ze lijkt zich een beetje te generen voor de ‘strenge, humorloze’ man met zijn ‘pseudo-Britse’ accent die zich door een zaal vol Joodse Holocaustoverlevenden laat uitjouwen. ‘Wie vertelt hier eigenlijk, Gesine. Wij allebei. Dat hoor je toch, Johnson.’

Johnsons leven was getekend door een voortdurend verlies van zekerheden. Dat gebrek aan houvast vertaalt zich naar zijn literatuur. De waarheid is nooit eenduidig. Het is een onvatbaar concept, maar toch moet je proberen er zo dicht mogelijk bij te raken. Dat doet hij door vele stemmen te laten opklinken, tegenstrijdigheden zichtbaar te maken, wisselende perspectieven in te lassen. Waarheid leeft bij gratie van de nuance, en daar is het Johnson om te doen.

Het dagelijkse leven in nazi-Duitsland slingert zich door de actualiteit van de door oorlog en segregatie verscheurde VS. Zo worden onverwachte parallellen blootgelegd. Johnson beseft dat het niet ondenkbaar is dat de fouten van de jaren dertig zich zouden herhalen in de VS, waar racisme, politiegeweld en oorlogspropaganda tot de dagelijkse realiteit behoren.

Zee

‘Dit boek is een waar meesterwerk’, schreef de filosofe Hannah Arendt hem in een brief. ‘Je hebt het verleden tastbaar en - misschien een nog veel moeilijkere taak - geloofwaardig gemaakt.’ Johnson beschrijft zijn personages met een buitengewone empathie. Alles leeft in dit boek, van de vele eigenzinnige figuren tot de sfeervolle beschrijvingen van een groots en ondoorgrondelijk New York. Marc Hoogma, de man die het aandurfde dit oceanische boek te vertalen, leverde een elegante tekst waarin zowel de steelse humor en milde ironie als Johnsons melodieuze, schijnbaar moeiteloos precieze zinnen tot hun recht komen.

Het boek begint en eindigt bij de zee, bij de golven die schuin het strand op rollen, een beetje zoals het verleden voortdurend aanspoelt tegen het heden, in ritmische, onafwendbare stuwingen. Het lijkt een gigantische opgave aan deze mastodont te beginnen, maar laat u daar niet door afschrikken. Zodra het uit is, ga je dit boek hartstochtelijk missen.

Uwe Johnson, ‘Een jaar in het leven van Gesine Cresspahl’, Uitgeverij G.A. van Oorschot, 1.648 pagina’s, vertaling Marc Hoogma.

Uwe Johnson
Op zijn 25ste had Uwe Johnson al een portie wereldgeschiedenis over zich heen gekregen. Hij werd geboren in Oost-Duitsland ten tijde van het Derde Rijk, leefde een tijd in de DDR en trok in 1959 met een koffertje en een typemachine naar West-Berlijn. Na er een poos in schrijverskringen te hebben vertoefd trok hij in 1966 naar New York. De inmiddels bekroonde auteur schreef er zijn meesterwerk. Hij werkte 16 jaar aan ‘Een jaar in het leven van Gesine Cress- pahl’. De elegante Nederlandse vertaling is net uitgebracht.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud