interview

'Hoe wij naar de wereld kijken, is niet hoe andere schepsels dat doen'

©Tom Oliver Lucas

‘De wereld is niet alleen van ons’, zegt de Britse schrijfster Helen Macdonald, die in ‘Schemervluchten’ essays bundelt over dier, natuur en mens. ‘Hoe wij naar de wereld kijken, is niet hoe andere schepsels dat doen.’

In de inleiding van ‘Schemervluchten’ schrijft Helen Macdonald hoe het in de 16de eeuw in rijke kringen chic stond een Wunderkammer, een rariteitenkabinet, te hebben. Via Zoom kijken we in haar huis in Hawkedon, vlekje in Suffolk, en vragen of ze er zelf ook een heeft. Even verdwijnt ze uit beeld, haar stem zegt dat ze wat spullen van de vensterbank neemt. Dan toont ze die: een poker chip - ‘geen idee waar ik die haalde, ik gok niet’, een plastic dino, een schedel van een zeevogel, een leren valkenkapje en een glas. ‘Ik heb een belachelijke collectie glazen van failliete luchtvaartmaatschappijen’, lacht ze.

Dat valkenkapje is natuurlijk geen toeval. Macdonald kennen we van ‘H is voor havik’, haar bestseller over hoe ze na de dood van haar vader een valk nam en valkenier werd om het verlies te verwerken. Zeven jaar later is er dit boek, maar in elk interview moet ze over een nieuw verlies vertellen. Birdoole heette hij, hij was 18 en stierf in januari. Birdoole was een papegaai. ‘Het maakt me nog altijd verdrietig. Elke avond kroop hij in de mouw van mijn trui om daar te slapen. Na zijn dood knipte ik die mouw af, legde hem erin en zo ligt hij in mijn diepvriezer te wachten tot het warmer wordt. Dan ga ik hem op een mooie plek in mijn tuin begraven.’

Gierzwaluwen

Eenenveertig prachtige essays telt ‘Schemervluchten’. Het laatste heeft ‘Wat ik geleerd heb van dieren’ als titel en als dat niet te uitleggerig had geklonken, had die Macdonalds boek kunnen samenvatten. Want daar gaat het over. Alleen al die schemervluchten - in het Engels mooier: ‘Vesper Flights’ - die gierzwaluwen ’s avonds en ook ’s morgens maken, de hoogte in, was zo’n les. Die gierzwaluwen maken die vluchten niet om, zoals men vroeger dacht, te slapen maar om boven een bepaalde luchtlaag het weer te voorspellen en zo te navigeren. Ze doen dat niet allemaal, er zijn er die te druk bezig zijn met hun jongen, maar die laten zich dan leiden door die gierzwaluwen die wel omhoog vliegen.

‘Toen ik dat op een conferentie in Cambridge hoorde, was ik omvergeblazen. Ik vond het een prachtige metafoor voor hoe we zelf moeten vertrouwen op diegenen die vooruitkijken en ons kunnen leiden in wat op ons afkomt. Ik schreef het essay voor de pandemie. Maar als ik het nu herlees, lijkt het een angstwekkende voorbeschouwing op waar we vandaag in zitten.’

Toen ik klein was, vluchtte ik voor moeilijkheden door naar vogels te kijken. En dat deed ik zo intens dat ik probeerde te zijn zoals zij.
Helen Macdonald
Schrijfster

In ‘Schemervluchten’: ‘Gierzwaluwen zijn mijn fabel over gemeenschapszin, die ons leert hoe we juiste beslissingen kunnen nemen wanneer er zwaar weer op til is, wolken die als een donkere warboel opdoemen aan onze horizon.’

Als kind was u al een natuurliefhebster en u kon mijmeren over dieren. Wetenschappelijke kennis deed u niet ontwaken uit die dromen?

Helen Macdonald: ‘Er zijn diep emotionele, spiritueel betekenisvolle zaken die gebeuren en die ik nooit had begrepen zonder de wetenschap. Onderzoekers zijn gepassioneerde mensen. Ze hebben een emotionele relatie tot de landschappen en de schepsels die ze bestuderen. Maar ze hebben geen toestemming om die te tonen en hun publicaties moeten zonder gevoel en in de passieve zin geschreven worden. Zo ontstaat het idee van een koele wetenschap. Dat is een leugen. It’s driven by passion.’

‘Daar zit trouwens een genderverhaal achter. De Royal Society for the Protection of Birds werd opgericht door vrouwen die vogels wilden beschermen en redden, maar in 1930 werd dat overgenomen door een groep mannen. Hun eerste beslissing was: het moest wetenschappelijker, gevoelens waren gevaarlijk.’

Terwijl het zonder emoties niet kan?

Macdonald: ‘Robin Wall Kimerer beschrijft dat mooi in ‘Braiding Sweetgrass’. Wetenschap is nodig om de wereld te begrijpen, maar ze wordt gestuurd door mensen met een hart. Wat je niet kent, kan je niet redden en je kan niet houden van wat je niet kent. Mijn essays zijn heel politiek, vind ik, maar ook ik leef op emotie. (voor de camera stroopt ze haar rechtermouw en we zien een tattoo van een serafijn, een engel met zes vleugels) Ik ben de helft van een tweeling, maar mijn broertje overleed bij de geboorte. Zelf moest ik beademd worden. Dat hoorde ik pas toen ik 18 was, maar het was een opluchting. Eindelijk had ik een verklaring voor mijn voortdurende gevoel van eenzaamheid. Mijn hunkering naar vogels, als kind, kwam omdat ik vond dat ik iets miste. Ik wist alleen niet wat. Die tattoo, die ik vorig jaar pas liet zetten, is mijn voorstelling van dat missende stukje van mezelf.’

En helpt het?

Macdonald: ‘Het verschil is enorm. Het brein is raar. Ik voel me completer.’

U schrijft over de troost en de hoop van vogels en u parafraseert Max Porters boek ‘Verdriet is een ding met veren’. U schrijft: ‘Hoop is een ding met veren.’

Macdonald: (terwijl ze schaterend een spin van haar scherm doodmept) ‘Sorry, ik hou van dieren, maar deze spin... Toen ik klein was, vluchtte ik voor moeilijkheden door naar vogels te kijken en dat deed ik zo intens dat ik probeerde te zijn zoals zij. Iris Murdoch (de betreurde Ierse filosofe, red.) schreef over dat gevoel een prachtig stuk. Ze noemt het ‘unselfing’: je kijkt uit je raam, je leeft je in in de wereld buiten en als je weer tot jezelf komt, zijn je eigen problemen een stuk minder groot. Troost zit in de radicale empathie. We moeten beseffen dat de wereld er niet alleen voor ons is. En dat hoe wij de wereld zien, niet is hoe al die andere schepsels hem zien. Hoe een vogel de stad ziet, is anders dan hoe wij de stad zien. En net zo belangrijk.’

Maar hoe kunnen we dat doen? Filosoof Thomas Nagel zegt: vleermuis zijn is de enige manier om te weten hoe het is om vleermuis te zijn.

Macdonald: ‘Dat kan je inderdaad niet weten, maar je kan dat ook helemaal niet weten van de mens die naast je zit. Daarin zit een grote les. Ik liep in een bos waarin Chinese muntjaks (een hertensoort, red.) woonden. Voor mij een prachtig bos. Maar niet voor de nachtegaal, want die herten aten alle kreupelhout op, waarin nachtegalen zich normaal nestelen. Dus die vogels waren er niet meer. Zo ga je nadenken over de noden van andere schepsels en dus ook over mensen. De huidige zeitgeist leeft op angst en paniek tegenover anderen. En als ik denk aan hoe we mensen behandelen die op bootjes het Kanaal oversteken, word ik diep ongelukkig.’

©Tom Oliver Lucas

U bent wetenschapshistoricus van opleiding. Hoe denkt u dat mensen over honderd jaar naar 2020 en de coronacrisis terugkijken?

Macdonald: (lacht) ‘Mensen denken altijd dat ik nu nog meer in de natuur wandelde. Maar geloof me, ik heb veel op het internet gesurft, actiefilms gekeken en ijscrème gegeten. De reactie van de regering in ons land was problematisch, en is dat nog. Dan vind ik dat de mensen zelf het nog goed deden, maar de media gaan altijd op zoek naar die minderheid die zich niet gedraagt. Dat dieren op sommige plaatsen - ook waren er veel fake verhalen - de ruimte weer innamen, vond ik mooi. Maar het is natuurlijk duidelijk dat corona onlosmakelijk verbonden is met hoe wij met het milieu en de natuur omgaan. Want geloof me, corona is níét in een fabriek in China uitgevonden.’

In uw boek linkt u de brexit met een Britse traditie die de ‘swan upping’ heet: met bootjes wordt op de Thames gevaren en zwanen worden gevangen, geringd en toegewezen aan de koningin of aan twee koopmansgilden.

Macdonald: ‘Brexiteers gebruikten het argument van de identiteit. ‘Swan Upping at Cookham’ is een schilderij van Stanley Spencer. Ooit reisde hij naar China en ontmoette er de Chinese premier. Toen die over de liefde van het Chinese volk voor China sprak en een reactie vroeg, antwoordde Spencer: ‘Dat geldt ook voor de Engelsen. Hebt u ooit iets gehoord over Cookham?’ Dat was waar Spencer woonde en zo spraken die twee mensen met een verschillende economische en politieke achtergrond over een universeel gevoel: kom goed overeen met je buren, geef je honden eten, verzorg je groentetuin. Als je denkt aan wat je deelt, is het wij-zij-denken ver weg.’

Maar het zou kunnen dat we ons na de pandemie toch weer meer op onszelf terugplooien, net als na de financiële crisis van 2008.

Macdonald: ‘Dat zou kunnen, maar op zijn minst kunnen we de migranten niet de schuld geven van de pandemie. Het probleem met de liefde en de zorg voor de natuur is dat dat vaak ook het argument is van nationalisten: ‘We belong here, this is our country, blood and soil.’ Ik moet altijd denken aan de quote van Charles Baudelaire: ‘De mooiste list van de duivel was dat hij ons ervan overtuigde dat hij niet bestaat.’ Het kan dus ook zeer gevaarlijk zijn.’

‘Schemervluchten’ is verschenen bij De Bezige Bij, telt 304 pagina’s en kost 22,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud