IJslandse topliteratuur met Jón Kalman Stefánsson

©©Jonas Bendiksen / Magnum Photo

‘Het verhaal van Ásta’ laat zich maar op één manier lezen: met totale overgave. De IJslander Jón Kalman Stefánsson snijdt diep met zijn nieuwe boek. Maar tegelijk balsemt hij elke wonde.

Er zijn van die boeken die blijven nazingen, dagenlang nadat je ze hebt uitgelezen. Onwrikbaar, zoals een melodie die je maar niet uit je hoofd krijgt. ‘Het verhaal van Ásta’ is zo’n boek. Het nestelt zich diep in jou en blijft daar een hele tijd zitten, om je op de meest onverwachte momenten te bestoken met beelden, zinnen en herinneringen aan levens waarvan het lijkt alsof je ze zelf hebt geleefd.

Stefánsson gaat aan de haal met structuur en tijdsverloop.

De IJslandse auteur Jón Kalman Stefánsson (55) heeft de voorbije decennia in alle discretie een indrukwekkend en eigengereid oeuvre bij elkaar geschreven. De setting wordt steevast gevormd door de weidse, eenzame decors van zijn thuisland, dunbevolkt door kleine, onhandige mensen die zich een weg door het leven ploeteren. Hij mikt op de kern van hun bestaan, geschuurd door de wind en de zee, de liefde en de dood.

Zijn internationale doorbraak kwam er met de trilogie ‘Hemel en Hel’, ‘Het verdriet van de engelen’, ‘Het hart van de mens’, een wervelend epos over vriendschap, vergankelijkheid en eenzaamheid. In ‘Het verhaal van Ásta’ laat hij de liefde de boventoon voeren en zich in al haar facetten openbaren. De uitzinnige, hemelsbrede liefde, de liefde die vergiftigt en in de ziel kerft, de liefde die langzaam verbleekt en verpietert.

Het boek omspant het leven van Ásta, die haar naam als een kwaad omen met zich meedraagt. Ást is het IJslandse woord voor liefde, maar Ásta zal zich vooral ‘de gevangene van de liefde’ voelen. Stefánsson volgt haar van boreling tot bejaarde.

Dun als een krijtstreep

Er is de Ásta als onhandelbare puber, ‘dun als een krijtstreep verloren in de tijd’, die naar een afgelegen boerderij wordt gestuurd, omringd door landschappen die ‘op sommige dagen zo mooi zijn dat het lijkt alsof God op weg naar de aarde is met een verbond voor mensen en dieren’. Er is de 20-jarige Ásta, die van alles en iedereen wegvlucht en in het buitenland een gevierde filosofe wordt. En de 60-jarige Ásta, die prachtige liefdesbrieven schrijft aan haar verdwenen geliefde.

Dit boek vertelt geen verhaal, het ver-telt een leven. En alle levens die ermee in aanraking komen. Stefánsson schuwt de zwaarte niet, maar danst er ook altijd weer lichtvoetig van weg. Hoe duister het ook wordt, altijd gloort ergens een randje licht. Het boek zit vol hoop en humor. Getuige de geweldige titels van de hoofdstukken: ‘Een gedeukte jeep, een schattige kotszak en soms is niet vaak, eerder af en toe.’ Of: ‘Stenen in de huisweide zijn boodschappen uit de hel en een hond is een betere vriend dan een planeet.’

Een paar keer hoesten

Stefánsson heeft door de jaren heen een volstrekt unieke stem laten rijpen. Wars van elke toegeving volgt hij zijn eigen spoor. Hij rafelt zijn verhalen uit elkaar, doorzeeft ze met poëtische beelden en eigenzinnige wijsheden, en gaat aan de haal met structuur en tijdsverloop. Een leven kan je nu eenmaal niet lineair vertellen van de wieg tot het graf. ‘Zodra de eerste herinnering zich in het bewustzijn heeft geworteld, houden we op lineair waar te nemen en te denken en daarna leven we net zo goed in wat is geweest als in dat wat er nu gebeurt.’

In het begin is het even wennen aan die springerige, opengebroken structuur. De aanhef van het boek is verwarrend en krioelt van de nog onbekende personages die elk in een andere tijd en omgeving wonen. Maar zodra je die drempel over bent, ontplooit zich een ingenieus vlechtwerk van verhaallijnen die elkaar kruisen, omwikkelen en weer loslaten.

Mensen vinden elkaar, vloeien samen, vertrekken weer of gaan dood. Vergankelijkheid volgt de liefde op de voet. De tijd maakt aan alles een eind. ‘Heeft het leven dan voor ons geen enkel ander doel dan geboren worden, een paar keer hoesten en dan sterven? En is het leven dat zo groot lijkt dat het zelfs de hemel omhooghoudt uiteindelijk slechts een muis die over de keukenvloer schiet op een dag in oktober en verder niets meer?’

Fysiek

In een vorig leven was de IJslander achtereenvolgens metselaar, visser, herder en bibliothecaris. Misschien verklaart dat waarom zijn boeken zo fysiek zijn. Ze gaan over handen die werken, lichamen die zich uitputten en gedachten die wegdrijven op het ritme van een wandeling. Sinds het verschijnen van zijn eerste dichtbundel in 1988 wijdt hij zich volledig aan de literatuur.

Diep vanbinnen is de romancier nog altijd een dichter, die zijn romans laat ademen als poëzie en tussen de regels het onzegbare weet te vatten. Ergens klinkt dat als volgt: ‘Jij ziet het louter als dromerij. Het zij zo. Maar of je het nu leuk vindt of niet, die verdomde poëzie is soms als enige in staat het bestaan te verklaren zoals het daadwerkelijk is.’

Over een van de personages wordt gezegd dat hij een diepe stem heeft, ‘zo diep dat het lijkt alsof ze niet van hem komt, maar vanuit de aarde’. Het zou over Stefánsson zelf kunnen gaan. Zijn verhalen lijken op te rijzen uit de stenige IJslandse bodem en de ziel van de eenzelvige bewoners. De enige manier om dit boek te lezen is met totale overgave. Het snijdt diep, maar strijkt over elke wonde een balsemende zalf.

‘Het verhaal van Ásta’ is uitgegeven bij Ambo|Anthos, telt 368 pagina’s en kost 22,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect