interview

‘Ik deel de verontwaardiging van het Belgische volk'

Charles Ducal, Dichter des Vaderlands ©Tom Verbruggen

Charles Ducal werd begin dit jaar de eerste Belgische Dichter des Vaderlands. Halfweg zijn mandaat maakt hij de balans op. ‘Mijn poëzie heeft een ruimer leven geleid.’

Van alle woorden zijn de onze de zwakste,
al liggen zij ontegensprekelijk in de mond.
Niemand verhoort ze, niemand verkracht ze.
Zij kussen de sterren, zij hebben geen grond.

Uit ‘Woord tegen woord’

Met het gedicht ‘Woord tegen woord’ vatte de Vlaamse dichter Charles Ducal in januari zijn tweejarige mandaat aan als Belgiës eerste Dichter des Vaderlands. Ducal, een 62-jarige gepensioneerde leraar Nederlands, schreef het voorbije jaar zeven gedichten als ‘poète national’. Hij maakte een gedicht voor de werknemers van Ford Genk en ArcellorMittal ter gelegenheid van de 1 meivieringen, schreef over democratie in verkiezingstijd, over onderwijs bij de start van het schooljaar, over oorlog tijdens het Gaza-conflict en over koopkracht op de Dag van de Armoede.

> 62 jaar.

> Zijn echte naam is Frans Dumortier. Woont in Kessel-Lo.

> Gepensioneerd leraar Nederlands en Engels.

> Debuteerde in 1987 met de dichtbundel 'Het huwelijk'.

> Draagt sinds een jaar de titel Dichter des Vaderlands. Moet in die rol minstens zes gedichten per jaar publiceren over ‘maatschappelijk relevante thema’s’.

Lees de volledige reeks op tijd.be/detoegift

In de woonkamer van zijn modeste rijhuisje in Kessel-Lo, waar de Dichter des Vaderlands voor De Tijd zijn balans opmaakt, ligt een dichtbundel van Rutger Kopland op tafel. De Nederlandse psychiater werd in 2000 per stemming aangeduid als de eerste Dichter des Vaderlands van onze noorderburen. Hij weigerde de ceremoniële functie. Nummer twee, Gerrit Komrij, aanvaardde in zijn plaats. Ducal ging wel in op het aanbod van drie literaire organisaties om bij ons de spits af te bijten. Hoewel dat pas gebeurde ‘na de nodige bedconcillies’, zoals hij schrijft in een stuk dat volgende maand in de Poëziekrant verschijnt.

‘Wat me aanvankelijk deed twijfelen, was de vraag of ik de opdracht zou kunnen vervullen op ‘mijn’ manier. Dat wil zeggen: tijd nemen, verzen en gedichten aan proeflezers geven, laten afkoelen en besnuffelen. Dat ik - met andere woorden - mijn schrijfopdracht naar behoren kon vervullen vanuit poëtisch standpunt. Ik wilde mijn thema’s ook absoluut zelf kunnen kiezen, en niet achter de hielen van de actualiteit aanhollen. Snel-snel een gedicht maken - bijvoorbeeld wanneer onze koningin sterft: ik kan dat niet. Ik dicht zoals een beeldhouwer of schilder. Die doen ook niet van kap-kap en klets-klets. Dat is me gelukt. Het zijn geen gelegenheidsgedichten geworden, ze hebben kunnen rijpen. Ik kan alle gedichten die ik in deze rol schreef, zo opnemen in mijn volgende bundel. Nee, het was een vruchtbaar jaar.’

‘We hebben geprobeerd mijn gedichten het sociaal veld in te krijgen. Ook dat is vrij goed gelukt. Ik ben verder geraakt dan het kleine wereldje van de poëzie. Mijn gedichten hebben een ruimer leven geleid. Elke week stond ik wel ergens in dit land voor te dragen: in scholen en culturele centra, op betogingen, tijdens studiedagen. Zelfs in de Nationale Bank heb ik voorgelezen.’

Charles Ducal ©Tom Verbruggen

Na zijn dood werd God vloeibaar
goud. In die vorm kwam hij overal,
op alle plaatsen, die hij overspoelde
tot men geen andere god nog aanbad.

Uit ‘Koopkracht’

Op de Wereldarmoededag las hij het gedicht ‘Koopkracht’ voor. ‘Daar is iets gebeurd wat me nooit eerder was overkomen in mijn carrière. Een vrouw vroeg me of ze mijn verzameld werk kon kopen. ‘Dat kan’, antwoordde ik. Toen ze de prijs zag, zei ze dat dat onmogelijk was ‘want dan kom ik het weekend niet rond’. Ze wou mijn poëzie lezen, maar ze kon het niet betalen! Ik heb haar de bundel cadeau gedaan.’

‘Nog zo’n speciaal moment: in Visé, de eerste martelaarsstad van België, las ik mijn gedicht over de Groote Oorlog. Twee weken later was ik in Namen te gast op een festival. Terwijl ik met Tom Lanoye stond te praten, sprak een vrouw me aan: ‘U was in Visé, maar we kregen daar zelfs de kans niet om voor u te applaudisseren.’ Opeens begon ze te huilen.’

‘Zulke gebeurtenissen zijn voor mij een bevestiging van wat ik al langer wist: dat poëzie helemaal geen elitaire kunstvorm is. Als je de tijd neemt en de moeite doet om gedichten uit de besloten wereld van de poëzie te halen, kan je er bij leken en gewone mensen een heel eind mee geraken. In Aat was ik dit jaar uitgenodigd bij een beroepsklas die aan een dichtbundel werkte, geïnspireerd door Arthur Rimbaud: leerlingen-metselaars die hun helm en gereedschap neerlegden voor pen en poëzie. Op de dag van de presentatie had ik tranen in de ogen.’

De sociale verhoudingen zijn dermate geëvolueerd in dit land dat er extreme toestanden kunnen groeien. Ik hou mijn hart vast.
Charles Ducal
Dichter des Vaderlands

Allemaal goed en wel, maar waar waren de Grote Publieksmomenten? Momenten waarop niet alleen de dichter, maar ook zijn woorden de openbaarheid indoken - onontkoombaar en onomkeerbaar. We herinneren Ducal aan zijn vriend Tom Lanoye, die als Antwerps stadsdichter een gedicht aanbracht op de Boerentoren. Of Ramsey Nasr met zijn gedicht op de gevel van een OCMW-gebouw in Antwerpen. ‘Volgend jaar krijgt mijn gedicht ‘Stemadvies’ een vaste plek in Leuven’, zegt hij. ‘Ik ben daar uiteraard blij mee, maar tegelijkertijd relativeer ik het. Hoeveel mensen hebben dat gedicht van Lanoye op de Boekentoren écht gelezen? En hoeveel zullen er blijven stilstaan bij mijn gedicht in Leuven? Ik vind het belangrijker dat de gedichten gelezen worden dan dat ze publiek opvallen. In plaats van naar mediagenieke plekken heb ik gezocht naar vruchtbare plekken, bijvoorbeeld de vakbondspers, de kanalen van het onderwijs of het sociaal middenveld.’

En waar zat de Dichter des Vaderlands op het hoogtepunt van het Belgiëgevoel: de wereldbeker in Brazilië? ‘Ik heb niets met voetbal. Je kan als dichter maar geloofwaardige gedichten over publieke momenten schrijven als je die met de rest van de bevolking deelt. Anders doe je maakwerk, schrijf je versjes in opdracht. Elk gedicht moet vertrekken vanuit een persoonlijke noodzaak.’

©Tom Verbruggen

Ja, jij, Israël,
bent nu eenmaal beter. Het staat geschreven
in Het Boek. Het spreekt uit je blik
als je hen naderen ziet: in fanatieke kleren,
stoffig, hun pasje klaar in de hand.

Uit ‘As in de mond’

Betrokkenheid voelt hij wel bij de Palestijnse kwestie. Ducal: ‘Ik had een gedicht over de Groote Oorlog geschreven als Dichter des Vaderlands. Was het dan niet hypocriet om te zwijgen over de oorlogen van vandaag? Heel het land stond in rep en roer na de aanval van Israël tegen Gaza. De kranten stonden er vol van. Tv-zenders vertoonden vreselijke beelden van gestorven kinderen. Ik deelde de verontwaardiging van het Belgische volk. ’

‘As in de mond’ werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. ‘Geësthetiseerde haat, afkomstig uit een ideologisch verwrongen geest’, schreef zijn collega Benno Barnard op de website van Joods Actueel. Een Joodse blog beschuldigde onze Dichter des Vaderlands van antisemitisme. ‘Mijn gedicht was geen denigrerend schrijven aan het adres van de Joodse bevolking, wel een kritiek op het superioriteitsgevoel van Israël ten aanzien van de Palestijnen. Dat je het antisemitisme gebruikt als een verdachtmakingsinstrument om de terreur – een zo evidente terreur – van een land tegen een bevolking goed te praten, daar bestaat maar één woord voor: immoreel. Het is veelzeggend dat de beschuldigingen door geen enkel ernstig medium in België zijn overgenomen.’

Charles Ducal ©Tom Verbruggen

Nooit vulden zich rijker zolders en kelders,
maar het deel van de plukkers neemt af.
Al plukken zij langer en sneller,
voor de heer is hun arbeid een last.

Uit ‘Lied van de arbeid’

Ducal ging dit jaar meermaals betogen. ‘Er zijn dichters die gruwen van een massabetoging, maar ik loop er met bonzend hart in mee. Wellicht heeft het te maken met niet willen toegeven aan de machteloosheid. Natúúrlijk was ik er ook bij in Brussel, op 6 november. 120.000 mensen, dat wil je toch niet missen? Ook omdat ik als geëngageerde mens de verontwaardiging van de mensen volledig onderschrijf. De besparingsmaatregelen die onze rechtse regeringen opleggen, snijden heel diep in het sociale weefsel van het land. Ik hou mijn hart vast. De sociale verhoudingen zijn dermate geëvolueerd dat er extreme toestanden kunnen groeien. Ik vrees soms voor een scenario zoals in Griekenland, waar de middenklasse zo goed als verdwenen is. Of zoals in Groot-Brittannië, waar de vakbonden destijds onder Thatcher haast monddood zijn gemaakt. Ik ben maar al te blij dat we in België zulke sterke vakbonden hebben. Ze lagen dit jaar zwaar onder vuur, omdat men beseft: als we de vakbonden klein krijgen, kunnen we alle maatregelen doorduwen zonder al te veel protest.’

Er zijn dichters die gruwen van een massabetoging, maar ik loop er met bonzend hart in mee.
Charles Ducal
Dichter des Vaderlands

‘Ik schrijf over zulke thema’s, maar niet expliciet: ‘Kijk eens, ze zitten in uw zakken.’ Geëngageerde poezie moet zich ervoor hoeden om expliciete boodschappen te brengen vanuit een concrete situatie. Dat mag je niet doen, want dan ben je een gelegenheidsgedicht aan het maken. Dat heb ik hopelijk niet gedaan.’



Charles Ducal publiceerde dit jaar de dichtbundel ‘De buitendeur’ bij Atlas Contact. Zijn werk als Dichter des Vaderlands staat gebundeld op www.dichterdesvaderlands.be.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud