interview

‘Ik nader de leeftijd waarop mijn ouders stierven. Dat houdt me erg bezig.'

©Brecht Van Maele

‘In elk leven zit een boek van Tolstoj’, zegt de Amerikaanse succesauteur Dave Eggers. Daarom schrijft hij zo graag verhalen. Over een vluchteling, een koffiehandelaar, Donald Trump. Daar praat hij ook het liefst over.

De eerste vraag is wel eens de moeilijkste, want hoe win je het vertrouwen van een van de beste en meeste geëngageerde schrijvers van deze tijd? Bij Dave Eggers (48) is er gelukkig een ingang en hij knikt: ‘Mokhtar toonde me de foto met het koffiekopje op zijn hoofd.’ Die foto verscheen op 20 oktober bij een interview in De Tijd met Mokhtar Alkhanshali, een Amerikaan met Jemenitische roots die een hippe koffiehandel begon en hoofdpersonage werd van Eggers’ jongste boek ‘De monnik van Mokka’.

Wie is Dave Eggers?

Dave Eggers (48) debuteerde in 2000 met ‘Een hartverscheurend verhaal van duizeling wekkende genialiteit’. Eerder had hij al zijn eigen uitgeverij McSweeney’s opgericht en een tijdschrift dat Might heet. In 2002 stampte hij 826 Valencia uit de grond, een non-profit-organisatie die schrijfateliers voor jongeren organiseert. 

Bekende boeken van Eggers zijn ‘Wat is de Wat’ (2006), ‘Zeitoun’ (2009) en ‘De cirkel’ (2013). Dat laatste boek werd ook verfilmd. Dit jaar verscheen ‘De monnik van Mokka’, het verhaal over de koffiehandelaar Mokhtar Alkhanshali.

 

We zitten in een eenvoudige loge in de Gentse Vooruit, Eggers brengt een blitzbezoek aan de stad. Daarnet praatte de Amerikaanse succesauteur tijdens het bijzondere Festival van de Gelijkheid anderhalf uur over 826 Valencia, zijn project om jongeren uit moeilijker wijken - maar ook vluchtelingen - te helpen hun verhaal neer te schrijven. Ooit begonnen op het gelijknamige adres in San Francisco, maar nu al uitgespreid over meer dan vijftig plekken in de wereld. ‘Al die kinderen zullen daarom geen schrijver worden,’ zegt hij, ‘but they write themselves into existence.’ Omdat geschreven woorden dus blijven en mensen - weze het vluchtelingen, overlevers, presidenten - pas meetellen als ze geen getal meer zijn, maar een naam en een pen krijgen.

Ook Mokhtar Alkhanshali kreeg dankzij hem een naam en hij was niet de eerste. In ‘Wat is de Wat’, een boek uit 2010, bracht Eggers het verhaal van Valentino Achak Deng . Dat begon zo: ‘Ik heb geen reden om de deur niet open te doen, dus doe ik de deur open.’ Nu vertelt hij - met een ander deurbeeld - waarom hij Alkhanshali zo interessant vond. ‘Ik hou van mensen die zichzelf uitvinden. Op een dag besliste Mokhtar dat hij niet langer portier wilde blijven die deuren voor andere mensen openhield (dat was Alkhanshali’s job in de luxueuze Infinity-toren in San Francisco, red.), maar dat hij zijn eigen deur zou openen. Die naar zijn eigen leven. Daarom denk ik dat dit boek veel interessanter is dan mocht ik een boek over de crisis in Jemen schrijven.’

Er is nochtans een aanleiding. Uitgerekend in de week van ons gesprek met Mokhtar kwam volop in het nieuws dat in Jemen na drie jaar burgeroorlog miljoenen mensen met de hongerdood worden bedreigd. Alsof we wakker werden. U was er zelf.

Dave Eggers: ‘Maar één keer, samen met Mokhtar, maar ver van waar de oorlog woedde. Hij is er vaak geweest, wat ertoe leidt dat iedereen hem nu aanspreekt over wat in Jemen moet gebeuren. Maar Mokhtar is pas dertig en hij is niet eens een politicus. Je mag van zo’n jongen niet verwachten dat hij een pasklare oplossing heeft.’

Van de internationale politiek mag je dat wel.

Eggers: ‘Toen ik ‘Wat is de Wat’ schreef, over de vlucht van Valentino uit Zuid-Soedan, was de burgeroorlog daar al twintig jaar aan de gang. Maar niemand besteedde daar aandacht aan. Net als in Jemen beschouwde men dat te complex en men noemde het een ‘stammenoorlog’. Dat woord, ‘tribal’, is altijd een excuus om het maar te vergeten. Terwijl het niet zo moeilijk is. De oorlog in Jemen is eigenlijk een oorlog tussen Saoedi-Arabië en Iran, dat de Houthi-rebellen steunt. Maar er is geen enkele internationale regel die de Saoedi’s het recht geeft in Jemen te bombarderen.’

‘Pas door die bizarre episode met de Saoedische kroonprins Mohamed bin Salman en Jamal Khashoggi, de journalist die vermoord werd in het consulaat van Saoedi-Arabië in Istanboel, ging de Amerikaanse senaat zich afvragen: ‘Hé, wat is er aan de hand in Jemen? Waarom steunen wij die bombardementen?’ Want de piloten zijn misschien wel van daar, maar de vliegtuigen en de bommen komen van bij ons.’

‘Het is frustrerend, maar misschien is er nu wel een kans iets te doen. Want zoals in elke oorlog sterven meer mensen omdat ze afgesloten zijn van levensmiddelen en medische hulp dan door bommen.’

Onverschilligheid is dan vaak een woord dat terugkeert. Het is ver van ons bed, het kan ons niet schelen.

Eggers: ‘Ik ben er zeker van dat er ook in België aanvankelijk onverschilligheid bestond toen de genocide in Rwanda zich voltrok. ‘Als we er nu eens helemaal buiten bleven...’ Maar dat vind ik zo’n deprimerende gedachte.’

‘John Prendergrast, een vriend van me, schreef samen met Fidel Bafilemba ‘Congo Stories’. Dat boek gaat onder meer over de geschiedenis van de exploitatie van mineralen in Congo. Maar ook over hoeveel macht wij als consumenten hebben. Als je een iPhone koopt, koop je kobalt uit dat land. Dus vind ik dat wij van Apple het bewijs mogen vragen dat zij kobalt op faire wijze ontginnen.’

‘Denk je dat Apple slechte publiciteit wil? Absoluut niet. Het is dus aan ons om onze stem te verheffen en dat is dus ook invloed op een binnenlandse situatie. Militaire interventies zijn niet altijd nodig. Je kan ook boycotten, sancties opleggen, financiële bronnen droogleggen.’

Is dat de lijm tussen uw verhalen? Dat engagement? Of het nu voor een Zuid-Soedanese vluchteling of de overlever van de orkaan Katrina is.

Eggers: ‘Zeitoun (de hoofdfiguur uit zijn gelijknamige boek over een Syrische Amerikaan die verkoos in New Orleans te blijven ondanks het gevaar voor Katrina, red.) was een selfmade man die met Valentino uit ‘Wat is de Wat’ gemeen had dat hun verhaal zich afspeelde na de aanslagen van 9/11 in New York. Plots was iedereen met een Arabische achtergrond en elke moslim verdacht. Zo ontstond dat boek: elke kwestie, elk probleem, werd in ons land gelinkt aan de islam en aan terrorisme.’

‘Zelfs bij de grootste natuurramp in de Amerikaanse moderne geschiedenis vestigde het ministerie van Binnenlandse Veiligheid alle aandacht op terrorisme. Het was het antwoord op elk probleem. Je kan niets gekkers bedenken dan dat. Vanuit die verontwaardiging ontstond dat boek, maar het eindigde op de vraag: hoe kan je overleven in de VS?’

Alsof hij weet wat De Tijd is, zegt Eggers plots: ‘Mokhtar en Zeitoun zijn, op hun manier, allebei ondernemers. En of je nu Democraat, Republikein of onafhankelijke bent, als er iets is waar iederéén in de VS van houdt, dan is het wel van een goed ondernemersverhaal. Gek genoeg bestaan er bijzonder weinig fictieboeken over de zakenwereld. (met een lachje) Zo goed als álle romans gaan over dichters, over romanschrijvers of over kunstenaars. Dat is grappig, want eigenlijk zijn wij niet zo interessant. De rest van de wereld doet voort, terwijl wij een beetje over onszelf zitten te schrijven. Nee! Laat ons uitleggen hoe de wereld werkt.’

U praat niet graag over uzelf.

Eggers: (glimlacht) ‘Twintig jaar geleden schreef ik ‘a memoir’, dat is genoeg.’

Die ‘memoir’ was zijn debuut uit 2000: ‘A Heartbreaking Work of Staggering Genius’, bij ons vertaald als ‘Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit.’ Dat was goed gezien van Eggers. Hij verwerkte in het boek zijn persoonlijke verhaal, over hoe hij op zijn 21ste zijn beide ouders verloor in amper 32 dagen tijd en hoe hij zijn 8-jarige broer Toph moest opvoeden. Daarmee nam de schrijver voorsprong: zijn verhaal was verteld, tijd voor de anderen. En dus voor vragen over de anderen. Niet meer over zichzelf. Je probeert toch.

Hoe hebt u gevoeld dat schrijven, boven alles, uw talent was? En wat inspireerde dan?

Eggers: ‘In het eerste leerjaar kregen we van de meester de opdracht een boek te schrijven. Ik heb het nog altijd, mooi bijeengebonden met touw. ‘The Monster Mishmash’ was de titel, over een kleine jongen die op een groep monsters botst en die door hen gebruikt wordt als tennis- en voetbal. (glimlacht) Een beetje een raar verhaal, wellicht baseerde ik me op ‘Where The Wild Things Are’ (een boek van Maurice Sendak uit 1963, red.). Later moesten we nog twee boekjes schrijven, ik had geweldige leraars. Maar op de middelbare school was ik een schilder.’

‘Pas toen ik aan de universiteit van Illinois ging studeren, een enorme school met 42.000 studenten, kwam ik met journalistiek in aanraking. De universiteit had, en heeft nog altijd, elke dag een krant van 62 pagina’s die door studenten wordt volgeschreven. En in The Daily Illini, zo heet die krant, begon ik als fotograaf, later werd ik illustrator, ‘feature writer’, ‘news writer’ en hoofdredacteur. Daar leerde ik alles en we werden er nog voor betaald ook. Het was de tijd van de eerste Golfoorlog en ik werd verslaafd aan verslaggeving en kranten. Het was ook een wake-upcall.’

Hoezo?

Eggers: ‘Veel gasten van dezelfde school kwamen later in de National Guard (de reservestrijdkrachten in de States, red.) terecht en werden dus zelf naar Irak gestuurd. Toen was ik niet langer een schilder, maar werd ik journalist. Pas later ging ik fictie schrijven, maar dat gebeurde toch altijd vanuit journalistiek oogpunt. Schrijvers als George Orwell, Ernest Hemingway en Joan Didion waren mijn voorbeelden geweest.’

Het gebeurt dat migranten na zes jaar legerdienst terugkomen uit oorlogsgebied en nadien toch nog de VS worden uitgezet. Verschrikkelijk.
Dave Eggers
Auteur

‘Tot vandaag heb ik dat. Een week geleden nam ik een taxi. De chauffeur kwam uit Eritrea en zoals altijd interviewde ik de taxichauffeur. Al snel voelde ik: dit zou een boek kunnen zijn. Maar dat geldt voor elke taxichauffeur en bij uitbreiding voor iedereen. 6 miljard verhalen zijn er. Daarom gaan mensen naar een therapeut. Omdat dat iemand is die luistert, zonder te oordelen. Verhalen zijn een noodzaak voor een gezonde samenleving. Luister drie uur naar iemand en je ontdekt in elk leven een Tolstoj. Je kan een ‘Oorlog en vrede’ schrijven vanuit elke Eritrese taxichauffeur. Of een tragedie van Shakespeare.’

Hoe ontsnapte u aan de National Guard?

Eggers: ‘Er bestaat geen dienstplicht in de VS, maar veel gasten schrijven zich ervoor in omdat de National Guard dan je studies betaalt. 99 procent van de jongens die tekenen, doet het daarvoor. Je moet alleen hopen dat de VS net in die periode van je studies niet ten oorlog trekken. Ik tekende niet, omdat de kosten voor mijn studies toen amper 1.000 dollar per semester bedroegen, een bedrag dat ik verdiende door voor The Daily Illini te werken.’

©Brecht Van Maele

‘Dat systeem zorgt er natuurlijk voor dat het leger een klassensysteem wordt, gelinkt aan het inkomen. Helemaal niet gelijk. Maar wat nog straffer is: sommige jongens die zich inschrijven, zijn migranten die naar de oorlog worden gestuurd. Maar die legerdienst zorgt er niet voor dat je gelegaliseerd wordt. Het gebeurt dat ze na zes jaar legerdienst terugkomen uit oorlogsgebied en nadien toch nog het land worden uitgezet. Verschrikkelijk.’

Daarnet sprak u over uw geweldige leraars, maar in ‘A Heartbreaking Work of Staggering Genius’ schreef u het verhaal van de dood van uw ouders. Wat is hun erfenis vandaag? En dan heb ik het niet over geld.

Eggers: ‘Only in... (aarzelt, maar gaat dan toch voort) Mijn ouders overleden allebei toen ze bijna vijftig waren. Ik ben nu 48, ik nader dus de leeftijd waarop zij stierven, en dat houdt me erg bezig. Oh yeah. Daar denk ik veel aan. Ze waren allebei al ziek toen ze zou oud waren als ik nu. Dat is een vreemde gedachte. Terwijl ik mezelf als veel jonger beschouw.’

‘Ik maak me dus zorgen, laat me voortdurend medisch checken en vijftig worden zal heel surrealistisch zijn. Kanker zit sowieso in de familie. Nu ik hun leeftijd nader, begrijp ik mijn ouders veel beter. Dat boek schreef ik twintig jaar geleden. De persoon die ik toen was, is niet meer dezelfde. Het is een document van die tijd.’

Hij rijdt om de vraag heen. Schuift ongemakkelijk op de sofa, hier in dit kamertje van het oude Gentse kunstenhuis voor het volk, waar in de theaterzaal zo mooi ‘Kunst veredelt’ in gouden letters gebeiteld is. Hij speelt met het lege flesje frisdrank. 48 ziet hij er niet uit. De krullen op zijn hoofd staan symbool voor al die mooie zinnen die hij uit zijn pen kreeg. Maar, zoals hij net al zei: de focus op zichzelf vindt hij moeilijk. ‘Hoe dichter het bij mijn eigen leven komt...’

Maar misschien zijn de lessen van uw ouders wel van belang.

Eggers: ‘Ze waren lang ziek en er was inderdaad tijd om te praten. Zeker met mijn mama. Toen ze wist dat ze het niet zou halen, maakten we plannen voor dat laatste jaar. Helaas stierf mijn papa toen veel sneller dan iedereen had verwacht. Hij stierf eerst, dat was een verrassing.’

‘Vandaag kan ik me niet voorstellen hoe ik met mijn twee kinderen zou moeten praten in het licht van het afscheid. Zelf was ik toen 21. Dat is de leeftijd van de jongeren die vrijwillig lesgeven in 826 Valencia. Het is bijna ondenkbaar dat je die de verantwoordelijkheid zou geven een kind van acht op te voeden.’

Sommige mensen zoeken dan troost en spelen duizend keer hetzelfde nummer af op Spotify.

Eggers: ‘Maar ik doe niet aan Spotify, omdat ik geen internet en geen smartphone heb. Ik koop vinylplaten en luister naar Roberta Flack, Aretha Franklin, Earth, Wind & Fire en Bob Dylan, ik lees papieren boeken en kijk naar dvd’s uit 1996. Ik betaal er wel allemaal nog voor. Maar op de rommelmarkt kost het je amper 1 euro.’

Daarin bent u legendarisch: geen smartphone, geen Facebook, alleen twee tweets ooit...

Eggers: (snel) ‘Die waren helemaal niet van mij. Iemand heeft ooit een Twitteraccount met mijn naam gemaakt en twee tweets verstuurd. Maar hij was zo stom McSweeney’s (de naam van de uitgeverij die Eggers oprichtte, naar de familienaam van zijn moeder, red.) fout te spellen. Ik heb nooit getweet. Met 826 Valencia hebben we wel een Instagram-account.’

Overleven zonder Facebook en zelfs het internet kan dus. Maar u kunt toch niet ontkennen dat het internet een ideaal middel is om uw werk te promoten.

We zijn allemaal werknemers van Facebook en Google geworden. Dat vind ik creepy, terwijl het internet niet creepy zou mogen zijn.
Dave Eggers
Auteur

Eggers: ‘Ik heb thuis geen internet, maar ik gebruik het wel in de bibliotheek en op hotel. (lacht) Alleen: als ik het heb, besef ik waarom ik het beter niet heb. Ik verlies er snel te veel tijd mee. Maar al onze schrijverscentra hebben een website, zijn actief op sociale media en ook voor McSweeney’s is het internet heel belangrijk. Ik heb het ook allemaal omarmd. Ik gebruikte de eerste Apple-computers en zonder Apple zou ik vandaag geen uitgever zijn.’

‘Ik ben ook totaal niet anti-tech. Ik word er alleen triest van te zien hoever het is gekomen. Ik hou van tools als we ze gebruiken, maar nu worden wij erdoor gebruik. Dat is het verschil. Zo zijn wij allemaal werknemers geworden van Google en Facebook. Ze profiteren van ons op manieren die wij niet hebben toegestaan. Dat vind ik creepy, terwijl het internet niet creepy zou mogen zijn.’

Vorige week was u in Nigeria, nadien in Pittsburgh, nu in België en morgen in Londen. Kunt u overal schrijven?

Eggers: ‘Dat is moeilijk. Na ons gesprek moet ik nog werken aan een speech over digitale rechten die ik in Londen moet geven. Zelfs dat is lastig. Eigenlijk kan ik alleen thuis schrijven volgens een vast ritueel. Ik lees anderhalf uur, drink koffie en ga dan naar mijn schrijfkamer in de garage.’

In de garage?

Alles wat me kan afleiden, zal me afleiden.
Dave Eggers
Auteur

Eggers: ‘Het lijkt een beetje op deze ruimte: alleen maar muren, geen ramen. En niets tegen die muren dat me kan afleiden. Mijn vrouw (Vendela Vida, zelf ook schrijfster, red.) heeft een zeer mooie schrijfkamer boven in ons huis, de betere plek, maar dat is goed. Alles wat me kan afleiden, zal me afleiden.’

De Belgische schrijver Hugo Claus zei ooit: ‘Als iemand langskomt die vraagt of ik zin heb om te tafeltennissen, dan ga ik mee, hoe spannend het schrijven op dat moment ook is.’

Eggers: ‘Ja! Ik ben een grote fan van pingpong, er staat een tafel net buiten mijn schrijfkamer. Dus ik herken dat heel goed. Het werk moet worden gedaan, maar ik heb toch acht uur nodig om één uur efficiënt te hebben geschreven.’

We naderen het einde van dit gesprek. Er is een vraag die schrijvers niet graag beantwoorden. Omdat ze schrik hebben voor een onzichtbare vloek. Of omdat ze bang zijn dat anderen met hun idee gaan lopen. Die vraag is: wat wordt het volgende boek? Eggers zegt dat er in maart eentje uitkomt. Een novelle. ‘Later plan ik een boek over de eerste twee jaar van Trump, maar nog sneller wil ik een verhaal schrijven over een Trump-rally in Phoenix die bijna in een oorlog eindigde. In de VS mag je zomaar een machinegeweer meebrengen naar een bijeenkomst.’

Vijf minuten geleden dacht ik: durven we het eerste Dave Eggersinterview in jaren te doen zonder een vraag over Donald Trump te stellen? Maar nu begint u er zelf over.

Eggers: ‘In juli 2016 ben ik hem beginnen te volgen. Op rally’s tot aan zijn inauguratie. En tot vandaag. Een paar stukken zijn verschenen, een heleboel andere zijn nog niet eens geschreven. Ik probeer die tot een boek samen te brengen, al vraag ik me af of de wereld wel op een nieuw boek over Trump zit te wachten. Het verschil is dat dit niet zal gaan over zijn effect op de mensen in het Witte Huis, maar wel over het effect op het hele land.’

Dit is het land dat ooit de armen opende voor de ‘lost boys’ uit ZuidSoedan, zoals Valentino uit ‘Wat is de Wat.’ Jongens die al lang op de vlucht waren. Zou Valentino onder Trump nog kans maken?

Eggers: ‘Op de dag van Trumps verkiezing was ik in Washington D.C. Ik had afgesproken met mensen die zes maanden voordien vanuit Gaza naar de VS waren gevlucht. We zouden samen de overwinning van Hillary Clinton vieren.’ (lacht)

Ik ben altijd optimistisch over de mens.
Dave Eggers
Auteur

‘Toen gebeurde dus wat we niet verwachtten en ik dacht dat dit het allerslechtste moment was om als vluchteling naar de VS te komen. Het is echt niet gemakkelijk om als nieuwkomer ergens een nieuw leven op te bouwen. It’s a Mount Everest level struggle. Maar die mensen waren gelukkig. In vergelijking met Gaza zijn de VS nog altijd een paradijs. Vandaag wonen ze aan de westkust, ze hebben een advocaat en ik ben er zeker van dat ze hun verblijfsvergunning zullen krijgen. Zoals tienduizenden anderen.’

‘De Amerikanen hebben migranten altijd verwelkomd en een meerderheid is tegen die muur tussen Mexico en de VS. De rellen in Charlottesville waren een uitzondering. De racistische en xenofobe White Supremacy-beweging is een minderheid.’

Helaas behoort de machtigste man van de VS tot die minderheid.

Eggers: ‘We hebben inderdaad de pech dat de meest onwetende, bange en laffe mens van al die 325 miljoen Amerikanen in het Witte Huis woont. Dat klopt. Maar ik ben optimistisch en ik geloof niet dat hij kans maakt om herverkozen te worden. Dat is gewoonweg onmogelijk.’

Waarom bent u daar zo zeker van?

Eggers: ‘Ik ben altijd optimistisch over de mens. Je zal een buurman nooit zijn buurman zien aanvallen. Bovendien won Trump al in de eerste plaats niet. Hij had 3 miljoen stemmen minder dan Hillary. Ondertussen zijn staten waar hij won op hun stappen teruggekeerd: Michigan, Ohio, Pennsylvania. Arizona en Florida kunnen ook snel omslaan. In Arizona trad Jeff Flake, een Republikein, als senator terug omdat hij Trump niet meer kon uitstaan. Kyrsten Sinema, die zijn zetel overnam, is een alleenstaande biseksuele anti-oorlogsactiviste. Sommigen vinden haar uiterst links.’

‘En we blijven honderdduizenden vluchtelingen verwelkomen, meer dan veel Europese landen doen. Dat zijn de VS, wij geloven in de ‘glory of immigration’. (lacht) Alleen Trump zou het liefst alleen asielzoekers uit Noorwegen willen. Maar de midterms waren hoopgevend en hij heeft zelf een boel federale misdaden op zijn actief. Veel erger dan Richard Nixon had. Als Robert Mueller (de speciaal aanklager die de gang van zaken rond de verkiezing van Trump onderzoekt, red.) zijn werk afmaakt, wordt het zeer lastig voor Trump om aan de macht te blijven.’

Hebt u hem eigenlijk ooit ontmoet?

Eggers: ‘Eén keer was ik met hem in dezelfde ruimte. In 2010, op een feestje in Los Angeles. Ik herinner me dat ik hem zag staan, maar hij was alleen maar aan het staren naar de vrouw die naast me stond. Mij zag hij niet. Zijn ogen boorden zich in haar. Hij is een roofdier, dat is duidelijk.’

We nemen afscheid en - arme fotograaf - Eggers wil niet veel langer dan drie minuten poseren in de gangen van de Vooruit. Dan zoekt hij zijn weg naar buiten, naar het Ibis-hotel waar hij verblijft, om zijn speech voor Londen af te maken. Een paar dagen later verschijnt die in The Guardian. De laatste paragraaf begint zo: ‘Most important of all, though, is that we need to ensure that humans in the 21st century will be allowed to enjoy analogue lives.’ En eindigt zo: ‘We must ensure that humans can live offline as much as humanly possible.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect