interview

Kader Abdolah: ‘Trump heeft me tot verraad gedwongen'

©Els Zweerink

De Iraans-Nederlandse schrijver ziet met pijn in het hart hoe het conflict tussen de VS en zijn vaderland dreigt te escaleren tot een oorlog. Ontbijt met De Tijd.

‘Eer is een Perzische wijsheid die zegt: ‘Eet je ontbijt in je eentje, deel je lunch met een vriend en geef je diner weg aan je vijand’’, vertelt Kader Abdolah (64) als hij ons naar een rijkelijk gedekte tafel in zijn woonkamer in Delft leidt. ‘De eerste twee delen pas ik toe: ik eet een goed ontbijt en ik lunch. Maar helaas slaag ik er te weinig in het diner zo beperkt mogelijk te houden, wat nochtans goed is voor de gezondheid.’

Ontbijt met De Tijd

Delft, 10 uur, bij Kader Abdolah thuis.

We praten over de smaak van zijn vaderland, de houding van Donald Trump en de modus operandi van de Iraanse geheime dienst.

Buiten is het Nederland, binnen Iran. Achter het raam schuiven binnenschepen voorbij op een van de kanalen die van dit oer-Hollandse stadje een postkaart maken. Binnen ontvangt Abdolah ons op oosterse slippers in een warm decor vol Perzische versieringen. De auteur van onder meer ‘Het huis van de moskee’, enkele jaren geleden uitgeroepen tot het op een na beste boek uit de Nederlandse literatuur, vertelt ons over de oude Perzische handelaar die hem het wandtapijt verkocht waarop nomaden met hun kudden van de stad naar de bergen trekken.

‘In mijn ouderlijk huis hangt net dezelfde afbeelding’, zegt Abdolah. Zijn romans zijn doorspekt met herinneringen uit zijn kindertijd, een onbezorgde jeugd die bruusk eindigde toen de oerconservatieve ayatollahs na de Iraanse revolutie de macht grepen, Abdolah richting het verzet dreven en hem uiteindelijk dwongen het land te ontvluchten. ‘Ik herinner me alles nog, zelfs welke tegels in de vloer van het huis gebarsten waren.’

Of tenminste, dat wil hij graag geloven. ‘Natuurlijk word ik bedrogen door mijn hersenen. In mijn verbeelding is alles veel groter en mooier dan in de werkelijkheid. Sommige lezers in Iran stuurden me foto’s nadat ze ‘Het huis van de moskee’ hadden gelezen om te tonen dat de plekken die ik beschrijf helemaal niet zo groot waren als ik ze voorstelde. Maar dat is net literatuur: de verbeelding dient om je staande te houden als mens. Het is pure overlevingskracht.’

Hij schuift ons een schaal met zoet gebak toe, om de smaak van ‘het vaderland’, zoals hij Iran consequent noemt, te laten proeven. ‘Dit heet zoolbia. Een Nederlandse toerist die ‘Het huis van de moskee’ had gelezen, heeft het meegenomen uit mijn geboortestad. Ik groeide op in wat mijn moeder een betere familie noemde en ik mocht van haar niets eten van de kraampjes die op de stoep stonden. O, wat verlangde ik naar dat gebak. En zo zie je maar: wat we verlangen, krijgen we vroeg of laat terug, desnoods in de vorm van een koekje.’

Conflict

Via CNN, BBC Persia, Iraanse media, het internet en vrienden volgt Abdolah de ontwikkelingen in Iran elke dag, de laatste twee tot drie maanden zelfs elk uur. ‘De houding van Donald Trump in het Midden-Oosten drijft me in de armen van mijn grootste vijanden: de ayatollahs. Ik heb een hekel aan dat regime. Het is het onmenselijkste bewind op de aarde. Ze hebben mijn broer geëxecuteerd, mijn familie in de gevangenis gegooid en mijn vrienden vermoord. Maar wat Trump nu doet, raakt me nog veel meer.’

Abdolah spreekt een beetje zoals zijn romans zich laten lezen: helder, vol beelden, dramatisch, met op bijna elk woord een accent, onderbroken door betekenisvolle pauzes. ‘Als er een oorlog komt, wil ik mijn land verdedigen en neem ik ook een geweer in de hand. Maar daardoor beland ik in het kamp van de Iraanse machthebbers. Trump heeft me op een plek gezet waar ik niet wil zijn, hij maakt van mij een verrader. En dat is verschrikkelijk.’

Als er een oorlog komt, wil ik Iran verdedigen en neem ik ook een geweer in de hand.

Dat is volgens Abdolah ook meteen de grote fout die de VS maken in hun strijd tegen Iran: ze maken het regime net sterker. In een opiniestuk vorige week schreef hij dat een inval in Iran voor de VS erger zal worden dan die tegen Vietnam. ‘Hij slaagt erin een heel volk dat een hekel heeft aan zijn leiders toch achter die leiders te doen scharen. Niet om de ayatollahs te verdedigen, maar om een oude beschaving, vol cultuur en literatuur, van de ondergang te redden. Als ze Iran zouden binnenvallen, zal in elk huis iemand met een geweer klaar staan. Als het nodig is, zal zelfs mijn demente moeder zich verzetten.’

Volgens Abdolah is het altijd al de wens van de VS, Saoedi-Arabië, Turkije en nog wat omringende landen geweest de macht van Iran te breken door het in stukken te doen scheuren. ‘Er zijn veel bevolkingsgroepen die zich tegen elkaar kunnen keren als de centrale regering verzwakt geraakt. Het potentiële geweld is in elke provincie aanwezig, waardoor Iran een soort nieuw Joegoslavië kan worden. De kracht van verdeling kan enorm zijn.’

Al ligt de verantwoordelijkheid aan beide kanten. Abdolah is ervan overtuigd dat de Iraanse geheime dienst achter de aanvallen op olietankers in de straat van Hormuz zit, om te tonen dat ze niet met zich laat sollen. ‘De ayatollahs proberen al vierhonderd jaar op uiteenlopende manieren aan de macht te komen in Perzië. Uiteindelijk is dat hen na de revolutie gelukt. Nu ze gaan nooit, never, die macht weer uit handen geven. Dan steken ze nog liever het hele land in brand. De ayatollahs zijn gek, hebben niets te verliezen en zijn bereid iedereen in Iran mee het graf in te trekken.’

©Els Zweerink

Abdolah voorspelt dat de hardliners rond president Trump hem zullen overtuigen luchtbombardementen uit te voeren, waarna Iran in een soort guerrillaoorlog op verschillende plekken in het Midden-Oosten zal terugslaan. ‘Ik geef toe dat ik het stiekem zelfs een beetje spannend vind. Dat mag niet, maar dat is de verbeelding van de schrijver in mij. Maar als mens, als de zoon van mijn moeder en de vriend van mijn kameraden in het vaderland, heb ik pijn.’

Of hij die pijn zal gebruiken in zijn volgende roman, waaraan hij volop werkt? De man die al de hele tijde vol vuur en met weidse gebaren zijn betoog de kamer instuurt, stokt even, stottert zelfs. De vraag raakt hem. ‘Gisteren was ik een verdrietige scène aan het schrijven, en ben ik achter mijn scherm samen met mijn personage beginnen te huilen. Ik dacht: ‘Wat doe je, Kader? Waarom huil je?’ Intussen weet ik waarom. De pijn over Iran uitte zich in mijn tranen, ik huilde uit op de schouders van mijn personage. Trump heeft me in een hoek gedreven en me tot verraad gedwongen. Tegenover mezelf, tegenover mijn verleden, tegenover mijn familie.’

Dromen

Enkele jaren geleden verkondigde Abdolah in een interview dat hij nog vier boeken zou schrijven en dan wilde terugkeren naar zijn geboorteland. Maar dat gaat niet lukken, zegt hij nu.

‘Doe er maar nog vier boeken bij. Ik dacht dat het regime democratischer zou worden. Er klonk zelfs even een uitnodigend geluid van de overheid dat ik terug zou kunnen. (hij zwijgt even) Maar dat geluid is weg. Als ik nu terug zou gaan, arresteren ze me, zeker nadat ik mijn eigen vertaling van de Koran heb gepubliceerd. Niet dat ik zo’n belangrijke schrijver ben, maar ze pakken iedereen op die in het buitenland kritisch actief is geweest.’

Hij is altijd op zijn hoede voor de Iraanse geheime dienst, zegt hij. ‘Ik kan de handlangers van het regime zo aanwijzen. Zelfs hier in Delft, ja. Ze komen naar mijn lezingen en verzamelen alle kritische geluiden. In Nederland heeft de geheime dienst de afgelopen jaren al activisten geëlimineerd. Mij gaan ze hier niets aandoen, maar ik ben voorzichtig als ik naar sommige islamitische landen ga waarvan bekend is dat Iran er veel macht heeft. Volgende week moet ik naar Bosnië voor de promotie van mijn boeken, een land waar veel commotie is geweest over mijn vertaling van de Koran. Ik heb sterk getwijfeld of ik zou gaan, maar ik wil niet toegeven aan de angst.’

In zijn jongste roman, ‘Het pad van de gele slippers’, haalt Abdolah een drieduizend jaar oud citaat van de Iraanse profeet Zarathustra aan: ‘Eenieder bewandelt de weg die bij zijn voeten wordt gelegd.’ Het levenspad waaraan we ons moeten houden, is een belangrijk thema in het boek. Wat vindt de schrijver ervan dat zijn pad hem in dit lieflijke maar ook wat kneuterige Delft heeft gebracht, en niet in New York, Londen of Parijs, de steden waarvan hij als jongeling droomde?

Als schrijver vind ik het stiekem een beetje spannend, als mens voel ik pijn.

‘Een oud Perzisch spreekwoord zegt: ‘Pak met beide handen wat het leven je biedt en buig licht je hoofd uit dankbaarheid.’ Toen ik dertig jaar geleden in Nederland belandde, was ik niet gelukkig. Ik dacht: ‘Wat moet ik hier? Wat kan ik hier bereiken? In een sloot kan je geen walvis vangen.’ Maar die oude Perzische woorden klopten. Wat als ik in de VS was beland? Dan was ik helemaal niet uniek als oosterse schrijver in het Engels. Hier was de taal nog maagdelijk voor mij. En zo is Nederland mijn goudklomp geworden. Daar ben ik dankbaar voor.’

In de vurigheid van zijn betoog heeft Abdolah geen tijd gevonden om te eten. Op zijn bord liggen de pit en de steel van één kers.

Als kind had Abdolah twee dromen: een bekend schrijver worden en verkozen geraken tot president van zijn land, in de voetsporen van zijn betovergrootvader Qhaem Mehgam Ferahni, die ooit premier was van Iran. We vragen of hij die laatste droom definitief heeft opgegeven. ‘Ten eerste: ik beschouw mezelf nog niet helemaal als een grote schrijver. Laat ons zeggen dat ik halfweg ben. En wat de tweede droom betreft: een andere wijsheid uit de oude Perzische literatuur zegt dat je je dromen nooit mag weggeven. Ik ben niet dom, ik ga niet zeggen dat ik nog president zal worden. Maar misschien is die oude wijsheid wel wijzer dan ik.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect