Let nu even op, Cassius

In vier ‘avondverhaaltjes’ aan zijn lievelingskat Cassius overschouwt de Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal zijn leven. ‘Het kan me lang­zamerhand niet meer veel schelen.’

Cassius, vandaag ga ik je niets vertellen, ik wacht tot de avond wanneer de tijd rijp is voor een avondverhaaltje.’ Met die mededeling trapt de Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal (1914-1997) het korte verhaal ‘De dag van de jonkies’ af. Het is een van de vier verhalen in de bundeling ‘Avondverhaaltjes voor Cassius de kat’.

Hrabal schreef de korte verhalen enkele jaren voor zijn dood, toen hij een buitenhuis had in Kersko, op zo’n 30 kilometer van de Tsjechische hoofdstad Praag. Tot afgrijzen van zijn vrouw Pipsi verzorgde de schrijver daar een hoop zwerfkatten, waarvan Cassius zijn lieveling is. ‘Ze lopen me tegemoet, Sinaasappel en Inktlap voorop en jij, Cassius, loopt in de achterhoede, jij hebt Rangdistanz.’

In zijn ‘avondverhaaltjes’ - een ironische verwijzing naar een populair kinderprogramma op de Tsjechische televisie - vertelt Hrabal een reeks anekdotes die de samenvatting vormen van zijn gekwetste bestaan, dat gemarkeerd werd door drankzucht. Zo vertelt hij hoe hij zes voortanden verliest nadat hij met de fiets ten val is gekomen na een avond zuipen.

Praagse Lente

Hrabal brak in 1965 door met de novelle ‘Zwaarbewaakte treinen’, waarvan de verfilming de Oscar won voor beste buitenlandse film. Maar na de Praagse Lente van 1968 en de Sovjetinvasie werd de schrijver het leven zuur gemaakt. Moegetergd verklaarde Hrabal in 1975 zijn loyauteit aan het communistische bewind, waarna hij weer kon publiceren, al keek de censuur steeds over zijn schouder mee.

In zijn ‘avond­-verhaaltjes’ vertelt Hrabal anekdotes die zijn gekwetste bestaan samenvatten.

De wanhopige demarche werd Hrabal niet in dank afgenomen. In een essay zou hij later verwijzen naar een journalist die hem had verweten de makkelijkste weg te hebben gekozen ‘terwijl andere schrijvers als dissidenten lijden in de gevangenis’. Zelf zat hij ook gewrongen met die ogenschijnlijk lafhartige houding.

In een van de verhalen voor Cassius lijkt Hrabal te verwijzen naar zijn ongemak. Hij vertelt hoe een apparatsjik langskomt met de stembus - ‘een schoenendoos met plakband’ - om Hrabals stembiljet te ontvangen. Waarop de schrijver hem slaafs volgt naar een buurvrouw die nog haar stem moet uitbrengen. Die laat echter moedig verstaan dat ze weigert te stemmen. ‘Flikker op met jullie verkiezingen, die stellen toch geen ene reet voor.’

Decoraties en protocollen

Na de Fluwelen Revolutie en de val van het communistische regime in 1989 voelt Hrabal zich bevrijd uit zijn ongemakkelijke positie en krijgt hij volop erkenning, getuige de uitgave van zijn verzameld werk in 19 delen. Toch zit dat hem niet lekker, vertelt hij aan Cassius. ‘Die schrijverij hangt me al de keel uit, zo kan het wel tot aan mijn dood doorgaan, aldoor maar die decoraties en protocollen.’

Hrabal overleed in 1997 na een val uit het raam van een ziekenhuis. Het is nooit duidelijk geworden of dat per ongeluk gebeurde bij het voederen van de duiven of dat het om zelfmoord ging. Hij laat in elk geval een uitzonderlijk oeuvre achter, waarvan het amper 40 pagina’s tellende ‘Avondverhaaltjes voor Cassius de kat’ - zeker in de recente mooie uitgave, op donderblauw papier met witte, haast fluoriscerende letters - een aanwinst is.



‘Avondverhaaltjes voor Cassius de kat’
is uitgegeven door Pegasus, telt 40 pagina’s en kost 16 euro. De vertaling is van Kees Mercks.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud