Met een beer in bed

©Â© YAY Micro

De Canadese Marian Engel klaart in ‘Beer’ een ogenschijnlijk onmogelijke klus. Ze beschrijft de erotische verliefdheid tussen een jonge vrouw en een bruine beer, en laat u er nog vlotjes in geloven ook.

‘Beer’ is een boek met een reputatie, en dat is zacht uitgedrukt. Het verhaal van Lou, een vrouw die een romantische liaison aanknoopt met een beer, verhit al decennia de gemoederen. Sinds de publicatie in 1976 werd het boek de hemel in geprezen als ‘de beste roman van Canada’ en verguisd als erotische schandaalroman. Bekroond met prestigieuze literatuurprijzen en op internetfora onthaald op preuts gegiechel. 45 jaar later is het boek in het Nederlands vertaald.

Op het eerste gezicht is Lou het prototype van de bedeesde archivaris. Ze leidt haar leven in het verborgene, weggedoken tussen boeken en archiefkasten. In de kelders van het Historisch Instituut zit ze verstopt ‘als een mol, diep begraven in haar kantoor, spittend in landkaarten en manuscripten.’

Door een gelukkig toeval wordt ze uit haar weggemoffelde leventje losgerukt. Ze moet naar Ontario om daar de bibliotheek te catalogiseren van de excentrieke kolonel Cary, een 19de-eeuwse, Britse pionier die zich lang geleden in de wildernis van het Canadese achterland vestigde. Met als doel ‘het wazige negatief van de geschiedenis van die streek te ontwikkelen’ rept ze zich naar het noorden, waar haar een ontdekking van formaat wacht.

‘Beer’ is een sereen sensueel boek over de gevaren en verlokkingen van de eenzaamheid, over angst en loutering, liefde en troost.

Op een eiland in de rivier, aan het zicht onttrokken door berken en bottende esdoorns, staat een gigantisch achthoekig huis. Ze moet het er stellen zonder elektriciteit of stromend water, maar op de bovenverdieping ontdekt Lou een perfect bewaarde 19de-eeuwse bibliotheek. Ze heeft het koninkrijk voor zich alleen. Maar niet helemaal, want in de tuin, trekkend aan zijn ketting, woont een bruine beer. ‘Geen knuffelbeer, geen Pooh-beer, geen souvenirkoalabeer. Een echte beer.’

En die blijkt heel wat in Lou los te maken. Eerst vindt ze het idee van een beer nog ‘heerlijk elizabethaans en exotisch’. Maar die ‘stoffige massa zwartig bont’ wordt al gauw een trouwe compagnon waarmee ze gaat zwemmen, naar paddenstoelen zoekt en stoeit bij het haardvuur. Want die ‘solide sofa van een beer’ blijkt een toegewijde minnaar.

Engels toont haar virtuositeit het meest in de soepele geloofwaardigheid waarmee ze Lou’s liefde laat ontluiken. Toegegeven, af en toe trek je een wenkbrauw op bij de prikkelende scènes die zich in het fraaie landhuis afspelen. Maar misschien schrik je nog het meest van jezelf en de vanzelfsprekendheid waarmee je dit bizarre verhaal voor lief neemt.

‘‘Beer, beer’, fluisterde ze, spelend met zijn oren. De tong, die gespierd was maar zich ook als een aal kon verlengen, vond al haar geheime plekjes. En anders dan wie ze ook maar had gekend, gaf hij haar gedurig genot. Toen ze kwam, huilde ze zacht, en de beer likte haar tranen af.’

Lou vindt bij de beer niet alleen een met honing afgesnoept orgasme. In zijn zwijgzame aanwezigheid begint ze haar ideeën over identiteit en vrouwelijkheid te hertekenen. Het is een terugkerend thema in Engels oeuvre: hoe de vastgeroeste stereotypes van vrouwelijke identiteit en seksualiteit kunnen worden losgeweekt, en wat zichtbaar wordt als de schijn niet langer moet worden opgehouden.

Engels zinnen zijn van een verleidelijke soberheid. Ze hint summier op het zilver van de rivier, de rietstengels en de suikerberken. En dan biedt ze je in een witregel de ruimte om het je allemaal voor te stellen. Haar proza is realistisch maar nooit dwingend, het wil liever evoceren dan afbeelden, het daagt uit en kietelt de fantasie.

Even subtiel schetst ze hoe Lou zich loswrikt uit de duffe monotonie van haar leven en zichzelf op het spoor komt. ‘Ik heb het vreemde gevoel herboren te zijn’, schrijft ze op een ansichtkaart naar de directeur van het instituut. Vanaf het moment dat ze de beer van zijn ketting laat, vindt ze zelf haar vrijheid terug. Haar lichaam sterkt aan, haar huid krijgt een bronzen kleurtje en langzaam maar zeker begint ze te verwilderen.

Mysterie

Die premisse is misschien niet bijster origineel: een workaholic trekt de natuur in en krijgt weer zin in het leven. Maar ‘Beer’ houdt zich ver weg van clichés. Engel speelt een delicaat spel met het mysterie.

Ze weet hoe krachtig het is om dingen níet te zeggen, om te suggereren in plaats van te tonen, en ze wendt die kracht ten volle aan. ‘Ze had het voorgevoel dat een onbekend geluk haar wachtte, de sensatie dat het haar zomaar kon worden ontnomen... Het was zoiets als de geur waarmee de lucht ’s ochtends en ’s avonds was geparfumeerd, vluchtig en mysterieus.’

‘Beer’ is geen pornografische pastorale over bestiale verlangens, maar het intieme portret van een vrouw die haar eigen kracht terugvindt. Een sereen sensueel boek over de gevaren en verlokkingen van de eenzaamheid, over angst en loutering, liefde en troost. ‘Beer, zorg dat ik me eindelijk op mijn gemak voel in de wereld. Geef me je huid’, vraagt Lou. En hoewel de beer ondoorgrondelijk blijft, is hij genereus in zijn giften.

Marian Engel, ‘Beer’, Uitgeverij Koppernik, vertaling Barbara De Lange, 141 pagina’s.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud