Op zoek naar wat nog over is van Parijs

Het leven zoals het is, twee oude vrouwen in Parijs. ©Bart Koetsier

‘In Amsterdam verdorp ik, in Parijs word ik wakker’, schreef Adriaan van Dis en de Franse hoofdstad, nu door corona bijna onbereikbaar, trekt al zo lang mensen aan. In ‘Met Parijse pen’ maken schrijfster Margot Dijkgraaf en fotograaf Bart Koetsier er prachtige literaire omzwervingen.

Eerst dit: aan toeristische gidsen, boeken en fotoboeken over Parijs is er geen gebrek. Google ‘Paris guide’ (zo zit je meteen in het Frans en het Engels) en je krijgt 1,4 miljoen resultaten. ‘Paris photos’ doet er nog wat bij.

Is wat Margot Dijkgraaf en Bart Koetsier maakten daarom overbodig? Wel neen, het is immers ook geen gids. Loopt u maar even mee en dat mag u bijna letterlijk doen. Op bladzijde 7 van ‘Met Parijse pen’ staan we aan de hand van Simone de Beauvoir meteen op de hoek van de Boulevard Montparnasse en de Boulevard Raspail. Zij werd daar geboren, het was 1908, de stad was zeker anders, maar toen al wel Parijs. Ville vivante, donker en licht, jazz, liefde en miserie, café noir, croissant.

Maar het bijzondere is dat Dijkgraaf, hoewel niemand buiten die clichés kan, haar eigen Parijse laag toevoegt. Dat doet ze met grote kennis - niet voor niets werd ze in 2009 door de Franse regering benoemd tot Chevalier de la Légion d’Honneur - van de stad, maar ook van de literatuur over Parijs. Zo is ‘Met Parijse pen’ een erg origineel document.

Slapende man. ©Bart Koetsier

Dijkgraaf portretteert de stad aan de hand van tien schrijvers en schrijfsters, Franse en Nederlandse, die zowel in hun leven als hun oeuvre Parijs doorwroetten en doorvoelden en hun personages in de stad tot leven brachten. Wij, lezers, mogen zo meestappen. Niet alleen met De Beauvoir, Remco Campert, Adriaan van Dis, Patrick Modiano of Leïla Slimani, maar ook met hun (al dan niet fictieve) personages Françoise Miquel,  Frederique Rutgers, Vernon Subutex en Dora Bruder.

De foto’s in dit boek blijven ver van wat je op Google kan vinden en sluiten, zonder dat ook maar één bijschrift verwijst naar een plek of een persoon, wonderwel aan bij de literaire wandeling.

Die laatste, Dora Bruder, bestond echt. Patrick Modiano ontdekte haar in een annonce van 31 december 1941 in het dagblad Paris Soir: ‘Vermist: een vijftienjarig meisje, Dora Bruder, 1m55, ovaal gezicht, grijsbruine ogen… (…) Inlichtingen aan de hr. en mw. Bruder, Boulevard Ornano 41, Parijs.’ Natuurlijk oorspronkelijk in het Frans, maar Modiano ging er jaren naar op zoek en publiceerde in 1997 ‘Dora Bruder’. Een verhaal dat zich afspeelt in de buurt van de Boulevard Ornano, waarmee we in het 18de arrondissement zijn, en waarmee Dijkgraaf ons op haar beurt weer meeneemt in die buurt van de stad die we toch minder kennen. Niet om ons tips te geven over fijne koffiehuizen, wel om ons rond te leiden door het leven van dat vermiste meisje en wat ze misschien zag in haar wijken. Met dank aan Modiano’s jarenlange gedrevenheid ook. ‘Ik ben geduldig’, citeert Dijkgraaf hem, ‘ik kan urenlang wachten in de regen.’

Madame Polo, eenzaam met haar kat. ©Bart Koetsier

We blijven even in die buurt, want ‘Met Parijse pen’ heeft ook een belangrijk fotoluik. Bart Koetsier, een Nederlandse fotograaf die in de Franse hoofdstad woont, verdwaalt er graag, niet in het minst ’s nachts. Door buurten, in straten, voorbij huizen, langs mensen. Dat is meteen zijn kracht. De foto’s in dit boek blijven ver van wat je op Google kan vinden en sluiten, zonder dat ook maar één bijschrift verwijst naar een plek of een persoon, wonderwel aan bij de literaire wandeling.

Speurende blik

Soms metselt Dijkgraaf zelf het brugje tussen woord en beeld. Bij Modiano bijvoorbeeld: Die melancholie, die speurende blik vind je terug in de fotografie van Bart Koetsier, die evenals hij (Modiano dus, red.) op zoek lijkt naar wat nog over is van toen, naar mensen wier verleden onduidelijk is, mannen en vrouwen in de marge, gevormd door onverwachte gebeurtenissen in de grote of in hun eigen kleine geschiedenis.’

Koetsier heeft beroemde voorgangers in deze stad. Natuurlijk Henri Cartier-Bresson en Robert Doisneau, maar ook fotografen als Ed van der Elsken, Saul Leiter, William Klein, Johan van der Keuken en de Belgische Magnum-fotograaf Harry Gruyaert liepen er rond en maakten er beelden. Het principe is altijd hetzelfde, maar het oog is anders. Ook dat van Koetsier is dus uniek. Als een passant in zwart-wit en in kleur vat hij kleine levens en momenten in de grote stad. Een lezend meisje op de cover. Neon. Mensen op straat, ’s nachts. En overdag. Liggend, drinkend, hunkerend, pratend. Een dode rat. Op één foto de nieuwe tijd: twee mensen met mondmasker in de metro.

Remco Campert, Adriaan van Dis, Willem Frederik Hermans en Nelleke Noordervliet zijn de Nederlandse schrijvers in dit boek met een Parijse band, maar die was altijd anders. Campert woonde er nooit, hij kwam er wel vaak, dichtte erover, maar geraakte nooit uit de intellectuele bubbel.

Dan Van Dis, die er woonde, zijn boek ‘De wandelaar’ er liet leven en er zich zelf onderdompelde in la vie. ‘In Amsterdam verdorp ik, in Parijs word ik wakker, het leven verhevigt zich, het geluk, het ongeluk’, schreef hij. Later vertelde hij hoe hij, anoniem, in de buurt achter de Gare du Nord koffie drinkt, kijkt en luistervinkt. Ook zo nemen Dijkgraaf en Koetsier de lezer en kijker mee, al is het niet alleen de schoonheid die telt. Via Virginie Despentes verschijnt de brute stad, dankzij Michel Houellebecq het rauwe Parijs. Ja, het is ook - zoals Dijkgraaf aanhaalt - een stad vol seks, verlies, kwaad, eenzaamheid, leed en gebrek aan liefde.

Je leest wat ze schrijft en je ziet wat Koetsier toont en je vloekt op dat virus. Om het met een Antwerpenaar te zeggen: we willen deze nacht in die straten verdwalen. Weer op zoek naar wat nog over is van Parijs.

‘Met Parijse pen’ van Margot Dijkgraaf en Bart Koetsier is uitgegeven bij Boom Amsterdam, telt 192 bladzijden en kost 29,90 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud