in memoriam

Philip Roth, chroniqueur van de Amerikaanse samenleving

De strijd tegen de Amerikaanse moraal liep als een rode draad door het oeuvre van de gelauwerde schrijver, die afgelopen nacht overleed.

Met zijn romans over de Amerikaanse politieke cultuur en de Joodse identiteit groeide Philip Roth, samen met Saul Bellow en John Updike, uit tot een van de grootste Amerikaanse auteurs van de tweede helft van de 20ste eeuw. 

Roths motto luidde 'speels plezier en dodelijke ernst zijn mijn naaste vrienden'.

Roth, die op 19 maart 1933 geboren werd in Newark in New Jersey, begon zijn schrijverscarrière op zijn 24ste met kortverhalen in The New Yorker, terwijl hij doceerde aan de universiteiten van Chicago en Pennsylvania. Zijn eerste verhalenbundel 'Goodbye, Columbus', over het leven van de Joodse middenklasse in de VS na de Tweede Wereldoorlog, kwam twee jaar later in 1959. In totaal schreef hij 31 boeken.

Sluier

Roth legde graag een sluier over de verteller via een alter ego. het ging dan om de seksueel geobsedeerde Nathan Zuckerman of de professor David Kepesh, die probeerde een gelukkig leven te leiden maar dat niet volhield. Soms ging Roth nog een stap verder en schreef hij over een fictieve schrijver die ook Philip Roth heette en bijvoorbeeld een minnares had. En dan begon een spelletje met de lezer.

Dat spelletje liet Roth, wiens motto 'speels plezier en dodelijke ernst zijn mijn naaste vrienden' luidde, toe verhalen te vertellen die als Amerikaanse Jood gevoelig lagen. In 'Operatie Shylock' vertelt de fictieve Philip Roth hoe iemand die zich in Israël voor hem uitgeeft, verkondigt dat alleen een nieuwe diaspora het Palestijns-Israëlische conflict kan oplossen: alle Joden moeten terug naar Oost-Europa. Vervolgens passeren alle Joodse trauma's de revue: van de Holocaustprocessen tot de dertig zilverlingen van Judas, van de Joodse handelaar in Shakespeares 'De koopman van Venetië' tot Leon Klinghoffer, de man in een rolstoel die de Palestijnse kapers van het cruiseschip Achille Lauro in 1985 vermoordden.

Eén keer liet hij de maskers vallen. In 1991 publiceerde hij 'Patrimonium', een 'waar gebeurd verhaal' over het leven en de dood van zijn vader. Het boek is geschreven zoals zijn vader het hem opdroeg: door zo veel mogelijk adjectieven te schrappen tot alleen de naakte essentie overblijft.

Puriteinse moraal

Die strijd tegen de Amerikaanse moraal loopt als een rode draad door Roths werk. Hij brak in 1969 door met de schandaalroman 'Portnoy's klacht', die hij op het einde van zijn leven als 'onvolkomen' beschreef. In het boek steekt de jonge Amerikaanse Jood Alexander Portnoy een monoloog af tegenover zijn psychiater. Portnoy is namelijk verscheurd tussen een dubbele drang: een ontembare egoïstische seksuele drift en een even ontembare drang om geliefd te zijn en het goede te doen. Ook de alter ego's Mickey Sabbath en Nathan Zuckerman gaan in zijn verhalen van de ene seksuele uitspatting naar de andere.

Andere thema's waren zijn passie voor honkbal en boksen, de fascinatie voor Democratische presidenten als Franklin D. Roosevelt, en het antisemitisme. 

Nooit nobel

Roths grote voorbeeld was de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Saul Bellow, die in 2005 overleed. Zelf werd hij vaak getipt voor de prijs, maar hij kreeg hem nooit. Wel won hij alle grote literaire prijzen die de VS rijk zijn: een keer de Pulitzer, twee keer de National Book Award, twee keer de National Book Critics Circle Award en drie keer de PEN/Faulkner Award.

In 2012 kondigde hij zijn schrijverspensioen aan. 'Schrijven is frustrerend. Ik kan het niet meer opbrengen', vertelde Roth in een van zijn laatste interviews in The New York Times. Na zijn pensionering bezocht hij vrienden en ging hij af en toe naar concerten, zo weet de Amerikaanse krant.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content