interview

Rachel Cusk: ‘Het leek me een heel slecht idee om over het ouderschap te schrijven, maar ik móést het doen’

©Laura Pannack/ Camera Press

De Brits-Canadese schrijfster Rachel Cusk doet niet aan behagen. Of toch? Nadat ze met een plotloze trilogie vormelijke grenzen heeft verlegd, is ze terug met een conventioneler boek. ‘Het is zelfs een pageturner geworden. Ik vond het zelf erg spannend om te lezen.’

‘Ik geloof niet dat ik besefte hoeveel aspecten het leven heeft, tot ze stuk voor stuk toonden hoeveel ellende ze kunnen veroorzaken.’

Het is de derde zin van de tiende roman van Rachel Cusk (54), die in Canada werd geboren maar sinds haar zevende in het Verenigd Koninkrijk woont. Het is een zin die doet grinniken en tegelijk alle levensvreugde uit je wegzuigt. Het is typisch Cusk: verre van vrolijk maar troostrijk door de herkenbaarheid.

Met wrange humor en een nietsontziend oog ontleedt Cusk wat het betekent om vandaag een vrouw te zijn - en dus ook een man - en hoe verschrikkelijk weerbarstig die onderlinge verhoudingen kunnen zijn. Een terugkerend thema is het ouderschap, met name de ambigue relatie die elke ouder met zijn kind heeft. Het gaat over baby’s die begrippen als carrière, persoonlijke ontwikkeling en privacy tot holle woorden degraderen en adolescenten die vooral iets totaal anders doen dan waar jij al die offers voor hebt gebracht.

Profiel

Rachel Cusk (54) is geboren in Canada, spendeerde haar vroege kindertijd in Los Angeles en verhuisde op haar achtste naar het Verenigd Koninkrijk. Ze debuteerde in 1993 en schreef sindsdien tien romans en vier non-fictieboeken. Ze is getrouwd met de kunstenaar Siemon Scamell-Katz en heeft twee dochters uit haar eerste huwelijk.

Over het ouderschap, het huwelijk en huizen 3 boeken van Rachel Cusk

In het land van moeders (2001) Vandaag zou het relaas over haar eerste jaar als moeder ‘moedig’ worden genoemd. Twintig jaar geleden kreeg Rachel Cusk te horen dat ze een slechte moeder was omdat ze beschreef hoe het krijgen van een kind haar opzadelde met slaapgebrek, abrupte onderbrekingen van haar schrijversactiviteiten en relatiedruk. De kritiek was zo persoonlijk omdat ze in de ik-vorm schreef, al bleef Cusk volhouden dat het om gefictionaliseerde ervaringen ging.

Het laatste avondmaal (2009) Zo precies als Cusk haar ervaringen en emoties fileert, zo meedogenloos observeert ze haar omgeving. Dat bleek uit haar verslag over de drie maanden die ze met haar gezin in Italië doorbracht. Naast meeslepende passages over kunst, eten en prachtige landschappen typeert ze ook toeristen, locals en Britse expats die haar pad kruisen. Het boek werd uit de handel genomen omdat een van haar kennissen zich erin herkende, en niet was opgezet met de observaties.

Contouren (2014) Het eerste deel van een trilogie waarin het hoofdpersonage zelf niet spreekt, maar passief luistert naar de gesprekken die mensen in haar omgeving met haar voeren, meestal ongevraagd. In de Engelstalige literatuur wordt Cusk onder andere vanwege dit werk pionier van de ‘auto-fictie’ genoemd: sterk op het eigen leven geënt maar naar een roman vertaald. Zo is het hoofdpersonage Faye een schrijfster, gescheiden, twee kinderen, net als Cusk. ‘Contouren’ werd gevolgd door ‘Transit’ en ‘Kudos’, steeds geschreven in die bijna associatieve, plotloze stijl.

Een journalist omschreef haar ooit als iemand die over ‘het ouderschap, het huwelijk en huizen’ schrijft. Die elementen zitten ook weer in het net vertaalde ‘De tweede plaats’. De protagonist is een gescheiden vrouw, M. genoemd. Haar bijna volwassen dochter Justine en diens vriendje Kurt brengen noodgedwongen, zoals zoveel studenten het afgelopen jaar, de zomer door bij haar en haar partner Tony. Ze wonen geïsoleerd, in een moerasgebied dat steeds overstroomt.

‘De tweede plaats’ verwijst naar het extra huisje dat ze op het terrein hebben gebouwd om gasten uit te nodigen. Vooral kunstenaars komen er werken. In een opwelling schrijft M. de schilder L. aan, omdat ze onder de indruk was van werk dat ze in een Parijse galerij heeft zien hangen. L. komt uiteindelijk opdagen en brengt ongevraagd zijn veel jongere en aantrekkelijke vriendin mee. Dat is slechts de eerste van de vele teleurstellingen die M. moet verwerken, terwijl ze langzaam verstrikt raakt in haar obsessie voor L..

In talloze interviews en soms extreem gedetailleerde portretten - New York Magazine schreef dat ze geen melk drinkt en haar kinderen niet naar ‘The Simpsons’ laat kijken - wordt Cusk als een imponerende figuur geschetst. Een vrouw die alleen zwart draagt, en veel leer, die met één zin vragen beantwoordt en er niet voor terugschrikt op een schrijversdebat openlijk de strijd aan te gaan met Kristien Hemmerechts. Dat voorval dateert van 2007: Hemmerechts had geopperd dat vrouwen over onbenulligheden schreven, Cusk reageerde als door een wesp gestoken.

Maar de vrouw die stipt om 18 uur op het Zoom-kanaal verschijnt, glimlacht vriendelijk. Ze draagt een donkerblauw T-shirt over een wit shirt met lange mouwen en een jeansbroek. Haar lange zwarte haar hangt los over haar schouders. Af en toe neemt ze een slok water uit een met felle kleuren beschilderd wijnglas. Ze trekt geregeld aan haar elektronische sigaret.

©Laura Pannack/ Camera Press

Cusk heeft wat moeite om uit haar woorden te geraken, en verontschuldigt zich daar op een bepaald moment ook voor. Ze zegt dat ze doodop is. Een dag eerder heeft ze twee live interviews gedaan voor publiek, via videoverbinding: een in Los Angeles en in Sydney. ‘Een zaal met 1.200 mensen, allemaal zonder mondkapje. Totaal surreëel. Ik heb echt het gevoel dat ik naar Australië ben geweest.’

De belangstelling was te voorzien. Het is Cusks eerste boek sinds de meermaals bekroonde en goed verkochte trilogie die ze tussen 2014 en 2018 schreef. In ‘Contouren’, ‘Transit’ en ‘Kudos’ verlegde Cusk de grenzen van wat in een roman kan. Het hoofdpersonage, Faye, dat in de drie boeken centraal staat, spreekt geen woord. We komen enkel te weten wie ze is - een schrijfster, gescheiden, twee kinderen - door de monologen die anderen ongevraagd over haar uitstorten, van de passagier die in het vliegtuig de stoel naast haar bezet tot twee collega-schrijvers met wie ze in een debat zit. Het zijn romans zonder plot of duidelijke vertelstructuur. Faye bestaat bij gratie van haar omgeving.

De mensen blijven denken dat ik autobiografiën schrijf. Misschien stopt dat nu.
Rachel Cusk
Schrijfster

De boeken laten zich moeilijk anders lezen dan als een antwoord op de heftige en erg persoonlijke kritiek die Cusk op eerder werk kreeg. In ‘Het land van moeders’ schreef ze openhartig hoe het krijgen van kinderen carrière, artistieke ambitie en relaties overhoopgooit. ‘Nasleep: over huwelijk en scheiding’ was een even openhartig relaas over echtscheiding. Ze werd een emo-narcist genoemd, een slechte moeder, een vrouw vol ‘duizelingwekkende minachting’ voor haar ex-man. Dus besloot Cusk jarenlang te zwijgen, in haar werk in elk geval.

Dat is in haar jongste boek ‘De tweede plaats’ anders. We krijgen enkele duidelijk uitgetekende hoofdpersonages, we lezen mee in de brieven van M. en we horen haar stem. Er zijn heuse dialogen en zelfs een echte plot.

Dacht u: flikker op, ik doe dit keer iets heel conventioneels?

Rachel Cusk: (lacht) ‘Het is zelfs een pageturner geworden, ik vond het zelf erg spannend om te lezen. Kijk, je moet blijven vooruitgaan in het schrijven, blijven ontwikkelen. In de trilogie ben ik tot op de limiet gegaan met wat je vormelijk kan doen. Dan wordt het lastig nog een stap verder te gaan, de opties raken op. Maar ik heb niet het gevoel dat ik terugkeer naar iets dat ik eerder achter mij heb gelaten. Het voelt alsof ik dit keer een toneelstuk heb geschreven: een verhaal dat een beetje buiten de realiteit is gesitueerd, in een dramatische, spannende context.’

Het boek speelt zich af op een geïsoleerde plek. Mensen kunnen niet reizen, één keer valt het woord ‘pandemie’. Is het uw covidboek?

Cusk: ‘Ik ben beginnen te schrijven kort voor de pandemie uitbrak, maar dit scenario zat al lang in mijn hoofd. Ik had, nog vrij vaag, een bijna middeleeuws landschap voor ogen, post-apocalyptisch, post-iets. Het schrijven komt bij mij pas helemaal aan het einde, ik doe het in twee tot drie maanden. Het boek is dan zo goed als klaar en ik pas ook bijna niets meer aan. Nu, het zag er al lang naar uit dat de wereld elk moment iets kon overkomen als een pandemie. Maar het is wel bijzonder als je dat scenario opeens werkelijkheid ziet worden.’

Heeft het uw schrijfproces beïnvloed?

Cusk: ‘Ik vond het interessant en amusant om al die schrijvers en artiesten in het begin te horen vertellen over hoe hun leven altijd al één lange lockdown is geweest. Alsof de hele wereld opeens eindelijk in die eenzaamheid deelde. Vandaag interesseert het niemand meer hoe zij het beleven. (lacht) Voor mezelf was het alsof ik weer in de omstandigheden zat waarin ik schreef voor mijn eerste boek uitkwam: geen afleiding, geen reizen, geen ruis. Ik voelde me verbonden met mijn eerste, meest primitieve schrijfervaring. Dat heeft erg geholpen. Ik heb met meer plezier geschreven dan anders.’

Het boek is gebaseerd op de memoires van Mabel Dodge Luhan, geschreven in 1932, die in New Mexico een kunstenaarskolonie heeft gesticht. Waarom dat boek?

Cusk: ‘Er worden vandaag terecht vragen gesteld bij de witte, geprivilegieerde, artistieke stem en de culturele ruimte die hij inneemt. Mijn recht om te spreken, zeg maar. Dus het leek me moreel en artistiek verantwoord de ruimte te gebruiken van een al bestaand boek. Als een soort brownfieldontwikkeling.’

In uw vorige boeken was de gelijkenis met uw privéleven treffend. U schreef in de ik-vorm over kinderen krijgen en uw echtscheiding. En ook de trilogie draait om een gescheiden schrijfster met twee kinderen. Wilde u het dit keer over iemand anders hebben?

Cusk: ‘Misschien is dit wel mijn enige echt autobiografische boek. Hoe kan jij dat nu weten? (lacht) Ik heb precies dezelfde verhouding met haar als met mijn andere boeken. Ik beschrijf niet mezelf, het is een roman.’

Toen u schreef hoe belastend het krijgen van een kind voor een relatie en de carrière van een vrouw is, werden veel mensen heel boos.

Cusk: ‘Het klopt dat ik zelf eerder in de memoirevorm heb geschreven. Zonder enig voorbehoud gingen mensen er zomaar vanuit dat ze allerlei dingen over mij wisten. Met de trilogie ging het gewoon voort. Ze blijven denken dat het autobiografieën zijn. Misschien stopt dat nu.’

Dit boek gaat ook over de rol van vrouwen, vrouwelijke kunstenaars in het bijzonder, met kinderen die volwassen worden en wat dat voor hun werk betekent. Wat betekent het voor u?

Cusk: ‘Je keert terug naar een soort neutrale positie. Dat is een interessant moment. Schrijfsters die geen kinderen hebben of schrijfsters die niet over kinderen hebben geschreven, voelen zich vast anders. Die zitten in een ander compartiment. Het ouder worden verandert hun werk niet zozeer. Voor mij is dat een heel ander soort uitdaging. Versta me niet verkeerd, ik ben heel tevreden. En het is zeker gemakkelijker om te werken nu ik niet langer voor anderen moet zorgen.’

En wat betekent het voor uw werk?

Cusk: ‘Ik ben artistiek zo gevormd door het ouderschap dat ik nu niet opeens transformeer in de kunstenaar die ik had kunnen zijn, louter omdat ik die taken niet meer hoef te doen. Toen ik kinderen kreeg, zag ik een conflict tussen mijn schrijverscarrière, mijn artistieke vrijheid en mijn visie op wat ik wilde schrijven, en het subject dat zich aan me opdrong omdat het zich voor mijn ogen afspeelde. Het leek me een heel slecht idee om over huiselijkheid en het moederschap te schrijven, maar het was wel mijn leven op dat moment.’

Waarom vond u het een slecht idee?

Cusk: ‘Ik denk dat we intussen allemaal weten dat je zo niet serieus wordt genomen. Kijk, wat voor mij gold, geldt voor iedereen die wordt geconfronteerd met een stigma, of met een beperkende, lastige identiteit. Ben je verplicht daarover te schrijven? Moeten zwarte schrijvers schrijven over de ervaring om zwart te zijn, of zijn ze vrij te schrijven waarover ze maar willen? Moet je dat onderwerp behandelen, louter omdat sprake is van ongelijkheid en onrechtvaardigheid? Want die onrechtvaardigheid is er wel.’

Zonder kinderen zou ik niet in staat zijn geweest zo breed en zo intens te schrijven.

‘Zo is het bij mij gegaan. Toen ik begon te schrijven had ik nooit gedacht dat ik het hier zo direct over zou hebben. Ik zag mezelf niet eens als uitgesproken vrouwelijk. Maar het was wel wat ik moest doen. Het heeft me gemaakt tot wie ik ben, het heeft mijn werk gemaakt tot wat het is. En ik leef nog altijd met die beslissing. De opdracht, de verantwoordelijkheid is wel veranderd. Het leven van een vrouw heeft zoveel passages, en opeens ben je in zekere zin niet langer nuttig.’

Denkt u soms: wat als?

Cusk: ‘Zonder kinderen zou ik niet in staat zijn geweest zo breed en zo intens te schrijven. Daar ben ik van overtuigd. Maar daar heb ik ook zware offers voor gebracht. Ik ben neergesabeld. Dat was bitter en hard. Maar het heeft me ook de schrijver gemaakt die ik nu ben. Er is me een kelk aangereikt, ik heb hem aangenomen.’

Karl Ove Knausgard is er miljonair door geworden.

Cusk: ‘Ja, hij is dan ook een man. Mannen krijgen felicitaties en schouderklopjes als ze interesse tonen voor het ouderschap. ‘In het land van moeders’ wordt nu pas in Italië gepubliceerd. In september komt het in Frankrijk uit, twintig jaar na datum. Dat boek is blijkbaar nog altijd in staat te choqueren. Toen ik het schreef, had ik absoluut niet de bedoeling te choqueren. Het was een daad van sisterhood. Maar ik kwam er snel achter dat in het moederschap andere vrouwen niet noodzakelijk jouw sisters zijn.’

‘Een vrouw kan nooit zo vrij zijn als een man’, zegt M. meer dan eens. Is dat nog altijd zo?

Cusk: ‘Ik ben ervan overtuigd dat dat helemaal niet is veranderd. De vrijheid en het voorrecht van mannen zijn nog altijd belangrijke factoren in de levens van vrouwen. Op veel manieren, maar zeker ook in mijn wereld: die van de creativiteit. In de literaire wereld, zoals in de meeste geïnstitutionaliseerde kunsten, zijn er nog veel voordelen verbonden aan het mannelijk en blank zijn. Dat krijgt nu eindelijk, en terecht, tegengas.’

Vrouwen zijn nu toch vrijer dan in 1932, toen het boek uitkwam waarop u zich baseert?

Cusk: ‘Natuurlijk wel. De spelregels zijn veranderd, de kleding. De omstandigheden zijn heel anders voor vrouwen én mannen. Maar het politieke feminisme, de polemiek en de analyse zijn niet veranderd.

‘Toen ik in de jaren tachtig ging studeren, ging ik ervan uit dat het alleen maar vooruit zou gaan met de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Ik had nooit gedacht dat het omgekeerde zou gebeuren: generaties jonge vrouwen die niet feminist genoemd willen worden, en het normaal vinden dat vrouwen minder betaald worden en de meeste zorg voor de kinderen op zich nemen. En die niet eens de vraag stellen of iemand dat ooit heeft proberen aan te vechten, wat dus absoluut wel is gebeurd.’

‘Ik herinner me dat ik rond mijn veertigste erg gechoqueerd was door de terugkeer van de conventionele vrouwelijkheid, en de terugkeer van gender in de samenleving. De meat market van vrouwelijkheid en hun seksualiteit werd in die periode in elk geval erg belangrijk. Dan hebben we het eigenlijk over kapitalisme, dat de objectivering van vrouwen nodig heeft om spullen te kunnen verkopen.’

Nog een belangrijk onderwerp in het boek is het oord waar je je kan terugtrekken uit de wereld. Ook dat werd door de pandemie actueel.

Cusk: ‘Ik ben pas op het werk van Mabel Duhan Lodge gebotst omdat ik eigenlijk over de plek Taos wilde schrijven, de eerste kunstenaarskolonie, zeg maar. Zij is ermee begonnen mensen uit te nodigen om er te leven en te werken. Dat interesseert me enorm: de wens van kunstenaars om onder gelijkgezinden te zijn en zich uit de wereld terug te trekken. Of duwt de wereld hen net weg? De pijn van het kunstenaarschap is noodzakelijke pijn, die ontspringt aan een eeuwige drang. Maar je leeft in een wereld die daar geen last van heeft, en waar die drang zelfs niet welkom of gewenst is. Ik ben er nog niet uit wat ik er precies van vind. Deze samenleving is en was zeker extreem wreed voor kunstenaars, ik begrijp goed dat ze naar een plek trekken waar ze zichzelf kunnen zijn.’

Bent u ooit als schrijver in afzondering gegaan?

Cusk: (lacht) ‘Dat was onmogelijk. Terwijl zo veel schrijvers me zeiden: ‘Ik heb net zes weken in weet ik veel waar gezeten, dáár moet je naartoe.’ Euh nee, ik heb een kind van zes en een van acht. Dat gaat niet!’

De afzondering en de onderlinge verhoudingen die u in het boek schetst, zijn verre van idyllisch. Eerder hels.

Cusk: ‘Ik denk dat kunstenaars zich vandaag wel wat beter gedragen dan L. in het boek, als ze weten dat iemand in kost en inwoon voorziet. Ze zullen wel zorgen dat ze erin passen.’ (lacht)

Zit het volgende boek al in uw hoofd?

Cusk: ‘Oh lord. Ik ga misschien nog wat meer Mabel doen.’

‘De tweede plaats’ is uitgegeven bij De Bezige Bij, telt 192 pagina’s en kost 20,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud